Tevredenheid met het aanbod in televisiepakketten (2016)

Uitvoering

Voor het onderzoek naar de consumenttevredenheid met het televisiezenderaanbod heeft onderzoeksbureau GfK van 8 tot en met 28 februari 2016 een enquête uitgevoerd onder de Nederlandse bevolking. Respondenten uit het ‘GfK Online Panel’ zijn via een online enquête ondervraagd. Door op een link in een e-mail te klikken, kon de respondent de enquête online invullen. Deze CAWI-benadering biedt het voordeel dat het doorlopen van de vragenlijst door het systeem wordt geregeld. In dit systeem zijn tevens mogelijkheden opgenomen om de vragenlijst te controleren op interne consistentie. Zo zaten er ‘filters’ op sommige vragen, zodat respondenten alleen vragen kregen die zij konden beantwoorden. Als een respondent bijvoorbeeld aangaf geen tv-abonnement te hebben, dan kreeg hij of zij vervolgens niet de vragen die betrekking hadden op details van het abonnement. Ook is er in de vragenlijst voor gecontroleerd dat respondenten geen tegenstrijdige antwoorden gaven. De gemiddelde invulduur van de vragenlijst bedroeg 21 minuten. Tijdens het veldwerk is tweemaal een herinnering verstuurd om de benodigde respons te behalen.

Omdat het voor de representativiteit belangrijk is mensen in het onderzoek mee te nemen die thuis niet over internettoegang beschikken, is deze groep ook benaderd. Deze respondenten komen uit het ‘GfK Telefonisch Panel’ en zijn telefonisch ondervraagd met behulp van ‘Computer Assisted Telephone Interviewing’-techniek: de te stellen vragen verschijnen automatisch op het beeldscherm van de enquêteur en de antwoorden worden direct op de computer ingevoerd. Met deze benadering wordt het doorlopen van de vragenlijst wederom door het systeem geregeld. De enquêteurs werden middels een schriftelijke instructie geïnformeerd over het doel en de achtergrond van het onderzoek.

 

Populatie

De onderzoekspopulatie betreft de Nederlandse bevolking van dertien jaar en ouder. Hieruit is een representatieve steekproef benaderd. In totaal hebben 2017 respondenten aan het onderzoek meegedaan. De steekproef vertoont kleine afwijkingen in vergelijking met de Nederlandse bevolking. Daarom is voor de frequentieanalyses een weegprocedure uitgevoerd op basis van de variabelen geslacht, leeftijd, sociale klassen (op basis van de Gouden Standaard 2015), regio en internetgebruik (op basis van de Media Standard Survey 2015). Dit betekent dat de onderzoeksresultaten voor deze variabelen representatief zijn en dat de uitkomsten gegeneraliseerd kunnen worden. In tabel 2 zijn de steekproefresultaten (‘ongewogen’) afgezet tegen de populatieverdeling (‘gewogen’). Voor het onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen mensen die nooit tv-kijken, mensen die wel tv-kijken maar geen tv-abonnement hebben, en mensen die tv-kijken én een abonnement hebben. Van deze drie groepen afzonderlijk zijn in onderstaande  ook de gewogen verdelingen van de vijf variabelen gegeven. Het onderzoek focust op het deel van de respondenten dat tot de laatste groep behoort en in de tabel is te zien dat de gewogen verdeling van die groep zeer dicht bij de populatieverdeling ligt. Ook als dus alleen over deze groep mensen wordt gesproken, kan worden gegeneraliseerd naar de Nederlandse bevolking.

 

methode

 

Vragenlijst

De vragenlijst voor telefonische benadering was vrijwel identiek aan de online vragenlijst. In de enquête zijn achtereenvolgens vragen gesteld over televisieontvangst, internet, het gekozen televisiepakket, het keuzeproces voor een tv-pakket, de tevredenheid met het televisiepakket en het kijkgedrag. In de presentatie van de resultaten is een andere volgorde gebruikt. Over het algemeen zijn de resultaten gepresenteerd overeenkomstig de wijze waarop de vragen zijn gesteld en beantwoord in de enquête. Voor een paar gerapporteerde uitkomsten zijn de data echter enigszins bewerkt, dit wordt hieronder toegelicht.

 

Analyse

Bij de start van de enquête is respondenten gevraagd of ze televisiekijken. Het overgrote deel van de respondenten blijkt inderdaad wel eens televisie te kijken (99,0 procent). Aan de respondenten hebben we voor de zekerheid de controlevraag gesteld of ze een abonnement hebben op een televisiepakket en dan blijkt een aantal van hen dat geen televisie kijkt toch een abonnement te hebben, namelijk 0,3 procent. Van de mensen die wel televisie kijken geeft 12,7 procent aan geen abonnement te hebben. Voor de analyses in het onderzoek hebben we deze twee groepen weggelaten waardoor 86,3 procent van de respondenten overbleef, 1740 in totaal.

Twee open vragen waarbij respondenten hun antwoorden letterlijk hebben ingetypt (“Welke zenders zijn verwijderd uit/zijn toegevoegd aan uw pakket?”) zijn door GfK nagecodeerd aan de hand van een zenderlijst. Als respondenten een zender noemden, zijn deze in de betreffende categorie gecodeerd. Tijdens dit nacoderen bleek dat respondenten regelmatig algemene dingen noemden als ‘buitenlandse zenders’ of ‘filmzenders’, hier zijn extra categorieën van gemaakt. Alle overige open antwoorden zijn als ‘anders’ gecodeerd.

In de vragenlijst konden respondenten aangeven bij welke aanbieder(s) ze een abonnement hebben. Er werden zeventien aanbieders genoemd en de opties ‘bij een ander bedrijf’, ‘weet niet’ en ‘geen betaald abonnement’. In de presentatie van de resultaten zijn alleen de aanbieders weergegeven die ook in de inhoudsanalyse zijn onderzocht. Dit betekent dat de gegevens van OnsBrabantNet, Lijbrandt, Edutel en ON bij die van KPN (Glashart) zijn opgeteld en die van Telfort en XS4all bij KPN (DSL/glasvezel). In de inhoudsanalyse is ook CAIW/ Albrandswaard onderscheiden, omdat is gebleken dat CAIW in dat gebied een net ander standaardpakket aanbiedt dan in de rest van het verzorgingsgebied. Deze optie was echter niet gespecificeerd in de antwoordmogelijkheden van de enquête. De cijfers voor de abonnementen bij de andere aanbieders (zoals Vodafone) zijn gegroepeerd in de categorie ‘ander bedrijf’.

Om te weten op wat voor televisiepakket(ten) respondenten zijn geabonneerd, is dit jaar opnieuw gevraagd op welk(e) exact(e) pakket(ten) iemand geabonneerd is. Zo kon een respondent eerst aangeven bij welke pakketaanbieder hij of zij geabonneerd is, vervolgens welk standaardpakket hij of zij ontvangt (analoog of digitaal) en daarna aankruisen welke aanvullende pakketten hij of zij ontvangt (een pluspakket, een Fox Sports-pakket, een Turks pakket, etc.). Dit jaar is ervoor gekozen om de verdeling iets anders op te maken, met enkel de analoge en digitale standaardpakketten en vervolgens de plus- en betaalpakketten samen. Voor een valide vergelijking zijn de percentages voor 2014 en 2015 op een zelfde manier berekend. Deze wijken dus iets af van de percentages zoals die in vorige jaren zijn gepubliceerd.

 

Regressieanalyse

Tot slot is door middel van regressieanalyse gekeken welke factoren van invloed zijn op de tevredenheid. De regressieanalyse stelt onderzoekers in staat om de tevredenheid te ‘verklaren’ op basis van een aantal aspecten. Zo kan bijvoorbeeld verklaard worden of iemands tevredenheid zal toenemen wanneer hij of zij meer tv-kijkt of wanneer hij of zij een goedkoper pakket heeft. Er is dit jaar voor gekozen om niet de volledige regressieanalyse in de resultaten of methoden op te nemen.

Deel deze pagina