Diversiteit van televisiepakketten (2014)

Uitvoering

Voor het onderzoek naar de diversiteit van televisiepakketten is in december 2013 aan pakketaanbieders gevraagd de zenderoverzichten van al hun televisiepakketten digitaal aan het Commissariaat te sturen.

Het gaat daarbij om aanbieders die een of meer programmapakketten naar ten minste 100.000 abonnees in Nederland verspreiden: de maatschappijen CAIW, Delta, UPC, Ziggo, Tele2, M7 en KPN. Peildatum voor de gegevens was 1 januari 2014, de datum van de inwerkingtreding van de wetswijziging. Hoewel Online officieel pas op 2 januari 2014 door M7 is overgenomen van T-Mobile, was deze overname al langer bekend en is deze pakketaanbieder ook meegenomen in het onderzoek. De televisiezenders uit de verschillende pakketten zijn in een database geregistreerd. Om het zenderaanbod in de verschillende pakketten te kunnen typeren, zijn vervolgens gegevens over de afzonderlijke televisiezenders verzameld uit database Mavise van het European Audiovisual Observatory (EAO).

Populatie

Van de zeven pakketaanbieders zijn eventuele dochterondernemingen onderscheiden en het aanbod per distributienetwerk. Alle analoge en digitale standaard-, plus- en betaalzenderpakketten zijn opgenomen in het onderzoek. Per pakketaanbieder en per distributietechniek is een standaardpakket geïdentificeerd. Een standaardpakket is het goedkoopste pakket met programmakanalen dat van een aanbieder moet worden afgenomen. Pluspakketten zijn pakketten die tegen een aanvullende vergoeding, bovenop de prijs van het standaardpakket, worden doorgegeven. De meeste pluspakketten bieden een selectie extra zenders, maar sommige pluspakketten bieden enkel meer technische snufjes, zoals live pauzeren, opnemen of sneller internet. Betaalzenderpakketten betreffen de pakketten met abonneezenders, zoals Fox Sports Eredivisie of Film1.

De focus van het onderzoek is gelegd op het aanbod van lineaire televisiezenders in de pakketten. Daarmee zijn ‘uitzending gemist’-diensten, zoals RTL Gemist, en video-on-demanddiensten buiten beschouwing gelaten. Om de vergelijkbaarheid tussen de verschillende pakketten te garanderen, zijn ook de service- of etalagekanalen van een distributeur, zenders van de maand en evenement-, promo- of demokanalen uitgesloten van het onderzoek. Wanneer twee televisiezenders samen op één kanaal uitzenden, zijn de zenders apart in de database opgenomen.

Het analoge aanbod van KPN (glasvezel), Ziggo en UPC verschilt enigszins per regio. Daarom is voor deze aanbieders op basis van een steekproef van acht verschillende regio’s één ‘gemiddeld’ analoog pakket vastgesteld. Voor UPC is op de website het analoge aanbod in acht regio’s opgevraagd: 25 zenders zaten in al deze analoge pakketten en drie zenders in ten minste 75 procent van de steekproefpakketten. De 25 vaste analoge zenders zijn geverifieerd bij een contactpersoon van UPC. In totaal zijn 28 zenders in het onderzoek opgenomen als het analoge standaardpakket van UPC. Van Ziggo is informatie over alle regionale pakketten ontvangen. Ook hieruit is een steekproef van acht regio’s getrokken. Ziggo biedt 22 zenders standaard analoog aan en daarnaast nog zo’n vijf à zes per regio wisselende zenders. Voor de vergelijkbaarheid zijn alleen die extra zenders meegeteld die in de steekproef in ten minste 75 procent van de regio’s werden aangeboden. In totaal zijn 24 zenders in het onderzoek opgenomen als het analoge standaardpakket van Ziggo. KPN biedt in het analoge glasvezelpakket 31 standaardzenders en acht per regio wisselende zenders. Uit de steekproef kwamen nog vier zenders naar voren die in bijna alle regio’s worden doorgegeven. In totaal zijn dus 35 zenders voor het analoge glasvezelstandaardpakket in het onderzoek opgenomen.

Van de lokale en regionale zenders is de naam geregistreerd en het licentietype (publiek of commercieel), maar zijn alleen de globale aantallen gerapporteerd. Dit in verband met de variabele samenstelling van de pakketten op grond van het verzorgingsgebied, die niet door iedere aanbieder te specificeren viel.

Analyse

Voor elke televisiezender zijn gegevens verzameld over vier verschillende variabelen.

Technisch format

De HD-simulcast en HD-‘stand alone’-televisiezenders zijn apart gecodeerd. Deze codering is geverifieerd met de gegevens van Mavise.

Licentie

Op basis van de gegevens in de Mavise-database is per televisiezender in kaart gebracht of de licentiehouder een publieke of commerciële licentie voor de zender heeft.

Doelland

Voor elke zender is gecodeerd op welk land de zender hoofdzakelijk is gericht. Deze codering is gebaseerd op de gegevens van Mavise.

Genre

De genreclassificatie die Mavise hanteert voor de televisiezenders, is overgenomen. In enkele gevallen ontbrak deze informatie in de database van Mavise en is de website van de betreffende zenders geraadpleegd. Het genre van een zender vertegenwoordigt de aard van de inhoud die de zender biedt. Een algemene zender biedt een scala aan programma’s, zoals nieuws, amusement, kinder- en sportprogrammering. De meeste andere zenders zijn nichezenders, gespecialiseerd in specifieke programma’s als documentaires, muziek, reizen of films. Een overzicht van alle genres staat in tabel 1.

Diversiteitsmaat

Om de mate van diversiteit van een pakket statistisch te onderbouwen, is gebruikgemaakt van de diversiteitsindex Simpson’s D.[1] Deze maat drukt de verdeling van alle aangeboden zenders over de aangeboden genres uit. De maat wordt berekend door de verhouding tussen het aantal zenders in een genre in verhouding tot het totale aantal zenders in het pakket te kwadrateren, dat voor alle genres te doen en bij elkaar op te tellen en dit getal af te trekken van één. Bij een waarde van één zouden alle zenders evenredig over de verschillende genres zijn verspreid en is de diversiteit optimaal.

Pluspakketten

CAIW, Tele2, UPC en Ziggo bieden pluspakketten waarin de zenders uit het standaardpakket (deels) zijn opgenomen. Omwille van de vergelijkbaarheid zijn voor de analyse van de pluspakketten de zenders die ook in het standaardpakket zitten niet meegeteld.

Vergelijking 2014 met 2011

Omdat de gehanteerde onderzoeksmethode in 2011 op een aantal punten afwijkt van die van het hier gepresenteerde onderzoek, zijn de data voor de vergelijking aangepast. Ten eerste zijn in 2011 van de acht grootste pakketaanbieders de gegevens verzameld via de websites van de aanbieders. Deze gegevens zijn voldoende vergelijkbaar met de gegevens die in 2014 door de aanbieders zelf zijn opgegeven. De websites zijn op 1 december 2011 geraadpleegd en de aldaar genoemde zenders zijn in een database vastgelegd. CanalDigitaal (satelliet) is in 2011 geheel buiten beschouwing gelaten, terwijl Vodafone in 2011 wel in het onderzoek zat, maar recent niet meer. Voor de vergelijking wordt dus naar de acht pakketaanbieders gekeken die in beide onderzoeken zijn opgenomen. Tot slot werden HD-zenders

in het onderzoek van 2011 nog meegeteld en in 2014 niet meer. Voor de vergelijkbaarheid van gegevens zijn daarom nu de HD-zenders ook voor de pakketten van 2011 buiten beschouwing gelaten. Op basis hiervan is het volume, het aantal genres en de Simpson’s D voor de pakketten uit 2011 opnieuw berekend.

Tabel-1-methode-diversiteit

 [1] McDonald, D.G. & Dimmick, J. (2003). The Conceptualization and Measurement of Diversity. Communication Research, 30(1), 60-79. doi: 10-1177/0093650202239026

Deel deze pagina