Mediamarkten

Dagbladen

De marktaandelen voor de dagbladenmarkt zijn gebaseerd op oplagegegevens afkomstig van het Nationaal Onderzoek Multimedia (NOM). Voor de berekening van de marktaandelen wordt gebruik gemaakt van de overgenomen definitie ‘totaal verspreide oplage binnenland’. De Mediamonitor volgt de door NOM (vroeger HOI) gebruikte opzet voor de afbakening van de dagbladenmarkt: alleen de titels die door NOM worden aangewezen als dagblad, worden in de Mediamonitor onder deze noemer gebruikt.

De marktaandelen volgens de Mediamonitor zijn berekend op basis van de totaal verspreide oplage per jaar. De totaal verspreide kwartaaloplage is het product uit het aantal verschenen nummers en de gemiddeld verspreide oplage. De som van alle vier kwartalen is de totaal verspreide jaaroplage. In deze berekening worden aparte zondags- of zaterdagsedities meegenomen. Tevens houdt het marktaandeel rekening met dagbladen die ultimo het verslagjaar niet langer bestaan, maar nog wel in een deel ervan zijn verschenen.

De aanbiedersconcentratie wordt afzonderlijk berekend voor de landelijke markt en de regionale markten.

Ook de bereikcijfers zijn afkomstig van NOM. Het gemiddelde bereik is het percentage van de Nederlandse bevolking van dertien jaar en ouder dat een willekeurig nummer van een bepaald dagblad heeft gelezen en/of ingezien. Er is gebruik gemaakt van de cijfers over het hele jaar.

 

Publiekstijdschriften

De marktaandelen voor de tijdschriftenmarkt zijn op dezelfde manier berekend als de marktaandelen voor dagbladen.

De indeling van de tijdschriften in categorieën is direct overgenomen van NOM (vroeger HOI). Deze indeling is in samenspraak met Nielsen Media Research en NOM tot stand gekomen. De enige categorie die is komen te vervallen, is die van de ‘jaargidsen’ omdat die slechts een keer per jaar verschijnen en dus niet voldoen aan de definitie. In 2014 zijn de titels uit de categorie gesponsorde magazines toegevoegd aan de categorie culinaire bladen. Hierdoor ontstaat een stijging van aantal titels en marktaandeel in de laatstgenoemde categorie.

Omdat de Mediamonitor gebruik maakt van de cijfers die door NOM (vroeger HOI) worden geregistreerd, ontbreken de titels van uitgevers die niet bij NOM zijn aangemeld.

Een correctie in verschijningsfrequentie per jaar wordt alleen toegepast bij het opinietijdschrift Elsevier. Dit tijdschrift rapporteert sinds 2005 ook de extra uitgaven die vervolgens door NOM (vroeger HOI) worden meegenomen in de berekening van het aantal verschenen nummers. Omdat deze uitgaven qua uiterlijk en inhoud niet aan de criteria voor een opinietijdschrift voldoen, worden deze door de Mediamonitor niet meegeteld. Vanaf 2005 wordt het aantal verschenen nummers van Elsevier dan ook op maximaal 52 gezet.

De bereikcijfers zijn afkomstig van NOM. Het gemiddelde bereik is het percentage van de Nederlandse bevolking van dertien jaar en ouder dat een willekeurig nummer van een bepaald blad heeft gelezen en/of ingezien. Er is gebruik gemaakt van de cijfers over het hele jaar.

 

Televisie

De marktaandelen voor de televisiemarkt zijn gebaseerd op de kijkcijfers afkomstig van Stichting KijkOnderzoek (SKO). Ondanks dat voor commerciële doelen de leeftijdsgroep 20-49 meest gebruikelijk is, wordt in de Mediamonitor voor een uitspraak over het kijkgedrag van de Nederlandse bevolking gebruik gemaakt van de meest brede groep van zes jaar en ouder over een tijdvak van 24 uur. Als een zender alleen in een deel van het jaar uitzendt, wordt het aandeel in het overblijvende deel op nul gesteld. Behalve op Nederland gerichte, landelijke televisiezenders tellen ook regionale publieke omroepen, overige zenders en het gebruik van video, dvd en hd mee. Onder ‘overige zenders’ vallen onder meer buitenlandse zenders, niet-landelijke commerciële zenders, themakanalen en lokale publieke omroepen.

Sinds begin 2008 zijn de marktaandelen niet meer alleen gebaseerd op het kijkgedrag tijdens het moment van uitzenden, maar omvatten voor de grote zenders ook uitgesteld kijken, bijvoorbeeld via een harddisk- of videorecorder. Het uitgesteld kijken telt mee bij het terugkijken binnen zes dagen na moment van uitzending.

De aanbiedersconcentratie wordt afzonderlijk berekend voor de landelijke markt. Overige zenders en video-, hd- en dvd-gebruik worden buiten beschouwing gelaten.

Het bereik van de televisiezenders is gedefinieerd als het percentage Nederlanders van zes jaar en ouder dat op een gemiddelde dag binnen 24 uur ten minste een minuut aaneengesloten naar een zender heeft gekeken.

De marktaandelen van regionale omroepen zijn eveneens afkomstig van SKO, maar bewerkt door Omroep Reclame Nederland (ORN). De leeftijdscategorie volgens ORN is dertien jaar en ouder.

 

Radio

De marktaandelen voor de radiomarkt tot en met 2011 zijn berekend op basis van luistercijfers die worden verzameld in opdracht van het Radio Advies Bureau (RAB). Alleen de zenders die meebetalen aan het luisteronderzoek worden geregistreerd. Alle andere zenders, zoals buitenlandse zenders, niet-landelijke commerciële zenders die geen lid zijn van E Power, lokale publieke omroepen, maar ook bijvoorbeeld FunX, komen terecht in de categorie ‘overige’. De marktaandelen op jaarbasis zijn in dit rapport berekend aan de hand van het radiogebruik van in Nederland wonende burgers van tien jaar en ouder over een periode van 24 uur. Sinds 2012 wordt het luisteronderzoek uitgevoerd door Stichting Nationaal Luister Onderzoek (NLO) en is de onderzoeksmethode licht gewijzigd. Hierdoor zijn gegevens van voor 2012 lastig te vergelijken met de gegevens van daarna.

Het bereik van de radiozenders is gedefinieerd als het percentage van de Nederlandse bevolking van tien jaar en ouder dat op een gemiddelde dag tussen 0 en 24 uur ten minste acht minuten in een bepaald kwartier naar een zender heeft geluisterd.

De aanbiedersconcentratie wordt afzonderlijk berekend voor de landelijke markt. Overige zenders worden buiten beschouwing gelaten.

De marktaandelen van regionale omroepen zijn eveneens afkomstig van RAB en NLO, maar bewerkt door Omroep Reclame Nederland (ORN). De afbakening van de luisteraarsmarkt door ORN wijkt af van de marktdefinitie van de Mediamonitor ten aanzien van uitzendperiode (van 7.00 tot 19.00 uur, na 19.00 uur geven de meeste regionale zenders het landelijke Radio 1 door) en leeftijdscategorie (tien jaar en ouder).

 

Internet

Vanaf 2015

In de zomer 2013 is het lopende contract voor het online bereiksonderzoek tussen JIC STIR, ComScore en Intomart GfK beëindigd. Vanaf 1 juni 2013 is de JIC niet meer operationeel en is VINEX zelfstandig verder gegaan. Sinds november 2013 publiceert VINEX in samenwerking met PMA en GfK het nieuwe online bereiksonderzoek DDMM (Dutch Digital Media Measurement). Nadat de DDMM meting is gestopt wordt gebruik gemaakt van de GfK DAM.

Gegevens over het gebruik van apparaten zijn afkomstig van MSS: de Media Standaard Survey.

Vanaf 2012

De internetmarkt is geanalyseerd met behulp van gegevens van Stichting Internet Reclame (STIR) en Alexa.

De informatie over het wekelijkse gebruik van internet, hoeveel minuten en welke locatie, is afkomstig van STIR. Er is alleen gekeken naar de internetgebruikers van 13 jaar en ouder. Voor de concrete bereikcijfers per website is gebruik gemaakt van maandoverzichten zoals STIR deze op zijn website plaatst. Voor de vergelijkbaarheid zijn alleen de overzichten van de maand december uit de betreffende jaren onderzocht.

Omdat STIR slechts de websites meet die bij STIR zijn aangesloten, hebben de gegevens van Alexa ter aanvulling gediend. Deze dienst volgt alle websites wereldwijd met software op de computers van de gebruikers. Er wordt gebruik gemaakt van de top-500 die per land beschikbaar is.

 

Tot en met 2011

De internetmarkt is geanalyseerd aan de hand van het aantal unieke bezoekers van websites per maand. Deze zijn verzameld door Multiscope/Visiscan. De aandelen zijn berekend op basis van maandgemiddelden, in de leeftijdscategorie vanaf twaalf jaar. Het onderzoek van de Mediamonitor beperkt zich vanaf 2009 tot het bereik van de tweehonderd meest bezochte websites, tot 2009 was dit nog de top-100. Een andere beperking is het ontbreken van gegevens over gebruikersgedrag buitenshuis, bijvoorbeeld op het werk of op school.

Met bereik wordt bedoeld het aandeel Nederlanders van twaalf jaar en ouder dat ten minste één keer per maand een site bezoekt. De Monitor toont het gemiddelde maandbereik voor alle ‘grouped sites’ – alle URL’s behorend tot eenzelfde eenheid samengevat – die gedurende twaalf maanden van een jaar binnen de top-100 (tot 2009) en de top-200 (vanaf 2009) voorkomen.

Voor informatie over aanbieders zijn de beschikbare top-200-lijsten met het totale aantal unieke bezoekers van hun sites gebruikt. Voor de aanbieders die alle maanden van het jaar tot de top-200 behoorden, wordt het gemiddelde bereik per jaar getoond.

Vanaf mei 2005 zijn er top-20-lijsten voor verschillende submarkten beschikbaar. Voor alle nieuwspagina’s die in iedere maand binnen de top-20 hebben gestaan, is het gemiddelde maandbereik berekend. Voor maanden waarin een bepaalde pagina niet in de top-20 stond, wordt vijftig procent van het gemiddelde bereik van de twintigste plaats verondersteld.

Vanaf september 2009 worden in de categorie ‘nieuws algemeen’ top-40-lijsten gemaakt. Als een site in alle top-40-lijsten voorkomt, wordt deze site meegenomen in de analyse.

 

Distributie

De informatie over de aanbieders van radio- en televisiepakketten is gebaseerd op gegevens die zijn aangeleverd door NLKabel. NLKabel is bij zijn bevindingen uitgegaan van eigen onderzoek, jaarverslagen van de desbetreffende bedrijven en iMMovator.

De informatie over de hoeveelheid huishoudens met toegang tot internet en het soort aansluiting, is afkomstig van de online CBS Statline. De overige informatie over de internetmarkt is gebaseerd op gegevens afkomstig van TNO. Voor de vergelijkbaarheid is het tweede kwartaal als peildatum gebruikt.

De informatie over het aantal afgenomen multiplay-pakketten is afkomstig van Autoriteit Consument & Markt, voorheen OPTA.

Gegevens met betrekking tot de locatie van internetgebruik zijn terug te vinden in de STIR Establishment Survey en vanaf 2012 in de Media Standaard Survey.

Deel deze pagina