Mediabedrijven

De financiële cijfers van de mediabedrijven zijn overwegend afkomstig uit jaarverslagen en jaarrekeningen, al dan niet via de Kamer van Koophandel verkregen. Ondernemingen kiezen er meestal voor het bedrijfsresultaat in de jaarverslaggeving uit te drukken als EBITA, een term die staat voor Earnings Before (deduction of) Interest, Tax and Amortisation, oftewel de winst vóór aftrek van belasting, rente en de afschrijving van (immateriële activa als goodwill. Soms kiezen bedrijven ervoor het het operationeel resultaat uit te drukken uitgezonderd non-recurring-onderdelen (eenmalige baten/lasten). Ook de maatstaf EBIT (Earnings Before Interest and Tax) wordt soms gehanteerd; hierbij zijn de afschrijvingen reeds in mindering gebracht. In sommige gevallen wordt het ‘genormaliseerd bedrijfsresultaat’ weergegeven, hetgeen betekent dat eenmalige kosten – zoals reorganisatiekosten – buiten beschouwing zijn gelaten. Omwille van de vergelijkbaarheid gebruikt de Mediamonitor waar mogelijk EBITA als maatstaf voor het bedrijfsresultaat. Als alleen EBIT bekend is, wat bij de meeste multinationals het geval is, wordt dit vermeld.

Bij de grootste aanbieders op de dagbladen-, tijdschriften-, televisie- en radiomarkt gaat het rapport afzonderlijk in op strategie en financiële positie en worden eventuele wijzigingen in de eigendomsverhoudingen toegelicht. Eigendomsverhoudingen zijn afkomstig uit jaarverslagen en/of geverifieerd bij de betreffende organisaties.

De omzetcijfers zijn afkomstig uit de geconsolideerde winst- en verliesrekeningen van de mediabedrijven. Het kan voorkomen dat de omzet over bijvoorbeeld 2014 wordt gecorrigeerd in het jaarverslag van 2015. Meestal hebben dergelijke bijstellingen te maken met de aan- of verkoop van bedrijfsonderdelen. In tabel 2.1 zijn in een aantal gevallen en met het oog op de vergelijkbaarheid bijgestelde kengetallen van 2014 opgenomen. In de overzichten over een langere periode, zoals in figuur 2.1, zijn echter de kengetallen weergegeven zoals gerapporteerd in de jaarrekeningen.

De rijksbijdrage voor de landelijke publieke omroep is gebaseerd op de budgetten in de jaarverslagen van het Commissariaat voor de Media. Deze budgetten zijn vastgesteld in de mediabegrotingen van het ministerie van OCW.

In de figuren met de eigendomsverhoudingen en het aandeelkapitaal van de mediabedrijven  zijn alleen de gegevens weergegeven van de titels die door de Mediamonitor worden gevolgd. Ten behoeve van de overzichtelijkheid is een aantal criteria toegepast. Om te beginnen zijn alleen meerderheidsbelangen opgenomen in de figuur; eventueel relevante minderheidsaandelen worden in de tekst besproken. Ook zijn niet alle activiteiten van het bedrijf opgenomen. De AV-activiteiten blijven beperkt tot de belangrijkste radio en televisieactiviteiten. De ‘internetactiviteiten’ blijven beperkt tot zelfstandige nieuws- of opiniesites, die de Mediamonitor volgt in de internetparagraaf van het hoofdstuk Mediamarkten. Websites die de content van een traditioneel medium als dagblad of televisiezender aanbieden, worden niet expliciet vermeld. Websites die worden gestart, dan wel aan- of verkocht kunnen in de omschrijving worden behandeld. Bij een omvangrijke hoeveelheid tijdschrifttitels is een top drie weergegeven van de titels met de grootste totale oplage in 2015.

Deel deze pagina