Tijdschriftenmarkt (2009)

2Anders dan bij een eerdere rapportage van de Mediamonitor in 2002, is er dit keer voor gekozen de vaktijdschriftenmarkt buiten beschouwing te laten. Een van de redenen hiervoor is dat de vakbladen zich voornamelijk richten op professionals en dus niet op een algemeen publiek.

De indeling in de verschillende printcategorieën zoals die in het hoofdstuk wordt gebruikt, is direct overgenomen van HOI. De manier waarop deze indeling tot stand komt is een gezamenlijke afspraak tussen HOI, Nielsen Media Research en NOM en daarom het meest consistent. De wijze waarop nieuwe titels worden ingedeeld in printcategorieën geschiedt in eerste instantie op ‘interessegebied’. Hierbij moet gedacht worden aan auto- en motorbladen, culinaire, sporten opvoedingsbladen. Kan een titel niet op basis van interessegebied worden ingedeeld, dan wordt deze ingedeeld op basis van socio-demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, levensfase, gezinssamenstelling). Dit resulteert in de categorieën jongeren-, vrouwen-, mannen- en gezinsbladen. Als handvat wordt een bereik van meer dan 75 procent in de desbetreffende doelgroep gehanteerd. Bij gezinsbladen betekent dit een divers samengestelde doelgroep (een mix van mannen, vrouwen en jongeren). Mocht een tijdschrift ook op basis van deze kenmerken niet kunnen worden ingedeeld, dan blijft de categorie special interest-bladen over. Er wordt naar gestreefd deze categorie zo min mogelijk te gebruiken (zie www.hoi-online.nl).

HOI onderscheidt in de publiekstijdschriftenmarkt twintig verschillende categorieën. HOI registreert in principe alleen tijdschriften die minimaal vier keer per jaar worden uitgegeven. Er is wel een aparte categorie ‘jaargidsen’. Besloten is deze niet mee te nemen in de berekeningen aangezien een publiekstijdschrift volgens de definitie minimaal vier keer per jaar moet verschijnen.

De gehele printcategorie ‘dagbladmagazines’ wordt niet meegenomen in de berekening van de cijfers. De reden hiervoor is dat de lezer niet geabonneerd is op het tijdschrift, maar op een krant. Het tijdschrift/magazine wordt beschouwd als extra katern of bijlage van de krant en niet als los verkrijgbaar tijdschrift. Het is ook niet mogelijk om het magazine apart te verkrijgen. Het vrouwentijdschrift Vrouw van de Telegraaf, dat eigenlijk ook gezien kan worden als ‘dagbladmagazine’, is hierop een uitzondering. Dit tijdschrift heeft hetzelfde concept als een vrouwentijdschrift, wordt door HOI, NOM en Nielsen Media Research ook zo ingedeeld en wordt daarom wel meegenomen. Ook het managementblad Weekblad Volkskrant Banen vormt een uitzondering. Het is namelijk mogelijk om hier, onafhankelijk van de Volkskrant, een afzonderlijk abonnement op te nemen en het wordt ook ingedeeld in de printcategorie ‘managementbladen’. De ‘sponsored magazines’ zijn een aparte categorie. Deze gratis magazines worden door het NUV niet, maar door de Mediamonitor wel als tijdschriften gezien.

Naast inhoudelijke afbakeningen zijn er nog enkele technische afbakeningen. De berekening van de marktaandelen gebeurt op eenzelfde manier als bij de dagbladenmarkt. Echter, voor het berekenen van de oplagecijfers per jaar worden alleen die tijdschriften meegenomen die gedurende het hele jaar zijn uitgegeven. Dit betekent dat als er één kwartaal ontbreekt, het tijdschrift wordt beschouwd als niet-actief en dus ook niet wordt meegenomen in het marktaandeel van een specifieke markt of een bepaald jaar. Een voordeel hiervan is dat tijdschriften die geen stand weten te houden, buiten beschouwing worden gelaten.

Omdat er gebruik wordt gemaakt van de cijfers die door HOI worden geregistreerd, betekent dit dat titels van uitgevers die niet aangemeld zijn bij HOI, ontbreken in de overzichten. Voorbeelden hiervan zijn het jongerentijdschrift Kidsweek en Bloemen & Planten, die nog wel beschikbaar zijn, maar vanaf het derde kwartaal 2008 niet meer bij HOI aangemeld zijn.

Een correctie in verschijningsfrequentie per jaar wordt alleen toegepast bij het opinietijdschrift Elsevier. Dit tijdschrift rapporteert sinds 2005 ook de extra uitgaven die vervolgens door HOI worden meegenomen in de berekening van het aantal verschenen nummers. Omdat deze uit gaven qua uiterlijk en inhoud niet aan de criteria voor een opinietijdschrift voldoen, worden deze door de Mediamonitor niet meegeteld. Vanaf 2005 wordt het aantal verschenen nummers van Elsevier dan ook op maximaal 51 gezet. Deze verschijningsfrequentie is gebaseerd op het jaar 2004, in dat jaar bracht Elsevier nog geen extra specials uit.

Tot slot zijn er voor de berekening van de cijfers voor de verhouding tussen abonnementen, losse verkoop en gratis verspreiding nog enkele afbakeningen. Alle bladen die door HOI worden gemarkeerd als ‘print ongeadresseerd’ zijn niet meegenomen. Met ‘print ongeadresseerd’ wordt bedoeld dat meer dan 75 procent van de totaal verspreide oplage niet herleidbaar is tot de eindgebruiker. In de praktijk komt dit dus neer op voornamelijk gratis verspreiding van het blad en dit zou de cijfers kunnen vertekenen. Ook de gesponsorde bladen zijn in het geheel niet meegenomen omdat een abonnement op deze bladen in de praktijk niet voorkomt. Tot slot is ook het vrouwenblad Vrouw niet meegenomen in de berekening, ook dit blad wordt in zijn geheel gratis verspreid en er is geen los abonnement mogelijk.

Deel deze pagina