Nieuwsgebruik (2008)

Onderzoeksbureau Veldkamp heeft onder 1195 respondenten een vragenlijst verspreid, waarmee het gebruik van nieuwstitels van verschillende media in kaart gebracht kan worden. Het onderzoek is uitgevoerd onder een steekproef van de Nederlandse bevolking vanaf 13 jaar en ouder. Zowel computerbezitters (85 procent) als niet computerbezitters (15 procent) zijn ondervraagd. De resultaten zijn gewogen op de volgende variabelen: sekse, leeftijd, opleiding. Het onderzoek heeft plaatsgevonden tussen september en december 2007, waarbij de dagen van de week evenwichtig verspreid zijn.

Per meting zijn de volgende bruto steekproeven uitgezet:

week 37 week 41 week 45 week 50 totaal

Capi@Home 340 340 340 340 1360

Schriftelijk 200 200 200 200 800

Bruto uitgezet 2160

 

De opbouw van de respons bij de verschillende metingen is in onderstaande tabel weergegeven:

week 37 week 41 week 45 week 50 totaal percentage van totaal

Capi@Home 223 217 235 239 914

Capi@Home (in %) 66 64 69 70 67 76

Schriftelijk 281

Schriftelijk (in %) 35 24

Totaal 1195 100

Allereerst is de respondent gevraagd of hij/zij gisteren televisie, radio, dagbladen, teletekst, internet of opiniebladen heeft gebruikt. Vervolgens is per titel gevraagd in te schatten hoeveel minuten aan het desbetreffende nieuws is besteed. Zo is getracht te voorkomen dat de respondent niet goed op de hoogte was van het verschil tussen een e-paper en een internetsite van een dagblad en tussen het kijken naar het nieuws van de NOS via uitzendinggemist.nl, via de NOSnieuwssite of via NOS Teletekst op televisie.

 

Data-analyse

Voorafgaand aan het onderzoek zijn alle mogelijke nieuwstitels in kaart gebracht. Eén radiozender die daarbij om onverklaarbare reden buiten beschouwing is gebleven, is Radio 10 Gold, met in 2007 een gemiddeld dagbereik van drie procent. In enkele gevallen hadden de respondenten moeite met het noemen van het aantal minuten en hebben dan “weet niet” geantwoord. “Weet niet” is uiteindelijk bij de verwerking van de gegevens vervangen door het gemiddelde van een bepaalde nieuwstitel. Het is voorgekomen dat respondenten in plaats van alleen de duur van het beluisterde radionieuws, het totale radiogebruik van de dag ervoor hebben geschat. Met hulp van de variabele “aantal nieuwsprogramma’s waar een respondent naar heeft geluisterd” zijn deze gevallen gecorrigeerd (per programmaonderdeel maximaal tien minuten).

Een probleem is dat er bij nieuws op de radio soms geen afzonderlijke titels bestaan of dat het niet mogelijk is om alle onderdelen apart te onderzoeken vanwege het feit dat de respondenten meestal wel een zender kunnen noemen waarop ze het nieuws hebben beluisterd, maar niet kunnen zeggen hoe het specifieke nieuwsonderdeel heet. Daarom is bij de vragen over radio voor alle zenders gevraagd of er nieuws is beluisterd en is er vervolgens alleen voor de zenders met actualiteitenprogramma’s gevraagd of de respondent deze heeft beluisterd.

Om de samenhang van de interesses (politiek, economie, sport, showbizz, cultuur en weer), leeftijd en opleiding met de waardering van de verschillende mediatypes (als informatiebron voor het volgen van nieuws- en actualiteiten) aan te geven, zijn partiële correlatiecoëfficiënten berekend. Bij de berekening daarvan wordt de invloed van andere variabelen constant gehouden. Alle niet significante uitkomsten worden beschouwd als geen invloed (0). De significante correlaties kunnen als volgt worden samengevat: als de correlatie kleiner dan .10 is, dan is de invloed klein, tussen .10 en .20 matig, tussen .20 en .30 aanzienlijk en bij .30 of groter is de invloed sterk.

Hieronder zijn de gebruikte vragenlijst en de onderzoeksbeschrijving in pdf-formaat te downloaden. Op verzoek kan het SPSS-bestand met de ruwe data toegemaild worden.

Deel deze pagina