Lokale dagbladedities (2006)

Dit onderzoek heeft als doel het in kaart brengen van alle regionale dagbladen in Nederland, de bijbehorende regionale edities en de lokale berichtgeving. Dit gebeurt zowel voor 2006 als voor 1987, zodat er een uitspraak over de ontwikkeling kan worden gedaan.

 

Edities 1987 en 2006

Door voor het jaar 1987 te kiezen kan er gebruik worden gemaakt van bestaande gegevens, die zo goed als compleet zijn. Verschuren en Memelink (Media-atlas van Nederland, 1989) hebben voor 1987, nog voor de tweede grote fusiegolf, alle regionale dagbladedities in kaart gebracht. Ter aanvulling en controle van de gegevens uit 1987 is elke krant opgezocht in het digitale bestand van de Koninklijke Bibliotheek. Hierna zijn enkele aanpassingen aan het overzicht van Verschuren en Memelink uit 1987 gedaan. Daarnaast is tevens gebruik gemaakt van enkele gegevens van Piet Bakker. Het jaar 1987 wordt vergeleken met het meest recente jaar, 2006.

Voor 2006 zijn eerst alle regionale dagbladtitels en edities van verschillende uitgevers in Nederland in kaart gebracht. Vervolgens is per e-mail aan alle redacties van de in kaart gebrachte regionale dagbladen gevraagd welke edities er bij een bepaald dagblad horen. Van alle redacties is een antwoord ontvangen. Aanvullend is de verkregen informatie gecontroleerd door het bekijken van e-papers, die voor een groot aantal dagbladedities op internet verkrijgbaar zijn.

Onder dagbladtitel wordt een unieke naam verstaan (bijvoorbeeld Brabants Dagblad). Meerdere lokale edities uit aangrenzende verspreidingsgebieden hebben vaak dezelfde titel (Brabants Dagblad, editie Bommelerwaard, Brabants Dagblad, editie Oss en omgeving enzovoort). In deze gevallen is sprake van een regionale titel. In sommige gevallen bestaat een titel slechts uit één lokale editie (zoals het Friesch Dagblad) in andere gevallen kan een titel uit bijvoorbeeld vijftien edities bestaan (De Gelderlander). Het aantal lokale edities is dus gelijk of groter dan het aantal titels.

Van een lokale editie van een dagblad is sprake als het lokale deel uit ten minste een afzonderlijke pagina met lokale berichten bestaat. Lokale berichten zijn berichten die uit het kernverspreidingsgebied van de editie afkomstig zijn, oftewel: lokale berichten richten zich op de gemeenten waar ook de editie zich op richt. Lokale berichten zorgen ervoor dat een bepaalde dagbladeditie zich onderscheidt van andere edities van dezelfde titel. Lokale berichten verschillen van bovenlokale berichten doordat de nieuwswaarde van de directe nabijheid uitgaat. De lokale editie moet aan de voorwaarden van een dagblad voldoen, het lokale deel moet dus minimaal vijf keer per week verschijnen. De Metropooledities van De Telegraaf in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag verschijnen minder dan vijf keer per week (alleen van dinsdag t/m vrijdag) en vallen dus niet onder het begrip regionaal dagblad. De edities Rotterdam en Amsterdam van Metro (maandag t/m vrijdag) en Almere Vandaag (dinsdag t/m zaterdag) voldoen echter wel aan de definitie. Voorbeelden van een regionaal dagblad zijn Het Parool, De Gooi en Eemlander, editie Hilversum en Plassengebied en het AD Rotterdams Dagblad, editie Rotterdam en Voorne/Putten.

 

Lokale berichtgeving 1987 en 2006

Voor de analyse van de lokale berichtgeving zijn dagbladedities geselecteerd die zowel in 1987 als in 2006 bestaan. Per jaar wordt een virtuele week geanalyseerd, met de volgende zes data in 2006: maandag 27 maart, dinsdag 20 juni, woensdag 11 januari, donderdag 7 december, vrijdag 21 maart en zaterdag 1 juli. Voor een vergelijking is in 1987 voor de volgende virtuele week gekozen: maandag 30 maart, dinsdag 23 juni, woensdag 14 januari, donderdag 10 december, vrijdag 24 maart en zaterdag 4 juli.

Tien dagbladedities zijn geselecteerd aan de hand van de representativiteit van de verschillende uitgevers voor Nederland en de mate van beschikbaarheid in de Koninklijke Bibliotheek. Voor elke gekozen regionale dagbladeditie is er uit het kernverspreidingsgebied een grote (groter dan 40.000 inwoners) en een kleine gemeente (kleiner dan 40.000 inwoners) gekozen. Vervolgens zijn alle dorpen/plaatsen binnen de geselecteerde gemeenten op een rij gezet, omdat alle berichten uit deze dorpen/plaatsen moeten worden gecodeerd.

Per dag en editie is allereerst het totale aantal pagina’s geteld en aansluitend het aantal pagina’s voor de regionale en lokale delen. Daarbij worden pagina’s die volledig uit advertenties bestaan niet meegerekend. Als een krant op tabloid formaat verschijnt, is het aantal pagina’s bij de berekening gehalveerd. Vervolgens is gekeken naar berichten die betrekking hebben op de geselecteerde kleine en grote gemeente. Of een bericht afkomstig is van of bedoeld is voor een bepaalde gemeente wordt gescand met behulp van drie criteria:

• de naam van een gemeente (Amsterdam, maar ook “onze gemeente”)

• een inwoner (Amsterdammer, maar ook lokale bekendheden)

• een plaats/wijk uit de gemeente (Jordaan).

Als de naam van een gemeente, een bepaalde inwoner, een plaats of wijk uit de gemeente in de titel of in de eerste zin wordt vermeld, kan worden verondersteld dat de gemeente een prominente rol in het bericht speelt. Om te bepalen of een bericht daadwerkelijk lokaal is, moet de codeur kijken naar de titel, de plaats die onder de titel wordt genoemd en moet de eerste alinea worden gelezen. Per lokaal bericht moet worden vermeld in welke context het bericht is geplaatst (voorpagina, regionale berichtgeving, lokale berichtgeving of cultuur, sport, economie etc), of er een foto of illustratie bij hoort en hoe groot het bericht is (klein = één kolom, waarbij het bericht maximaal twee keer zo lang als breed is; groot = groter dan een kwart pagina). Om lokale berichten buiten de lokale of regionale katernen te coderen wordt er gewerkt met drie indicatoren:

• de meerderheid van de bij het bericht betrokken bevolking ligt binnen de gekozen gemeente,

• de hoofdrolspelers van het bericht zijn afkomstig uit de gemeente

• de in de berichtgeving centraal staande gebeurtenis vindt plaats in de gemeente.

De inhoudsanalyse wordt verricht met behulp van een handleiding, een codeboek en een codeerschema. Het coderen van de berichten is uitgevoerd dor acht studenten. Deze studenten, allen met een universitaire achtergrond, hebben in totaal 120 dagbladedities gecodeerd. Om de betrouwbaarheid van het onderzoek te waarborgen, is een hele dag besteed aan het geven van een training op het gebied van coderen. Voor deze training is speciaal een codeurhandleiding geschreven, die uitgebreid is behandeld. De betrouwbaarheidstoets vond plaats aan het einde van de trainingsdag. De acht codeurs moesten afzonderlijk van elkaar de Gooi- en Eemlander, editie Hilversum en Plassengebied, van 6 december 2006 coderen. Aan de hand van een mastercodering van de onderzoekers is gekeken in hoeverre de coderingen van de acht codeurs hiermee overeenkwamen.

Het centrale regiodeel is door alle codeurs juist herkend, alleen één codeur heeft de media pagina (met vele berichten uit Hilversum) als regionaal bezien. Het totale aantal pagina’s en de pagina’s van de lokale/regionale delen zijn door bijna alle codeurs overeenkomstig ingedeeld.

Ten behoeve van de inhoudsanalyse moesten alle lokale berichten worden gecodeerd. Voorwaarde daarvoor is een juiste selectie van te coderen berichten. In totaal is 92,0 procent van alle berichten juist geselecteerd. Gemiddeld hebben de codeurs 1,6 berichten gemist en 1,1 berichten fout gecodeerd, dat betekent dat het totale aantal berichten met 96,7 procent overeenstemt. Van de juist geselecteerde berichten is de aanwezigheid van een foto/illustratie met 100 procent en de grootte met 94,8 procent overeenstemming gecodeerd. De drie indicatoren voor betrokkenheid konden niet worden beoordeeld omdat er niet voldoende berichten buiten het regionale deel waren.

Het eigenlijke codeerwerk heeft plaatsgevonden in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. De betrouwbaarheid van het coderen werd gegarandeerd door twee onderzoekers (supervisors) rond te laten lopen, zodat deze problemen en onduidelijkheden die tijdens het coderen ontstonden zoveel mogelijk konden verhelpen. Daarnaast werd tussendoor door de onderzoekers hier en daar een dagblad voor de tweede keer gecodeerd, om zo te kunnen bepalen of de codeurs wel nauwkeurig en consequent waren in hun

codeerwerk. Tevens is aan het einde van de twee codeerdagen door meerdere codeurs een dagbladeditie van een collega codeur getest, om zo eventuele systematische afwijkingen eruit te kunnen filteren. De codeurs zijn met de problemen geconfronteerd om verbetering te bewerkstelligen. Vele problemen ontstonden bij het coderen van de sportberichtgeving in het sportkatern, met name wanneer de codeurs moesten beslissen of de afkorting van een sportclub voor een lokale club stond of niet. Meestal zijn de namen van sportclubs niet bekend bij de codeur. Deze problemen konden worden opgelost door de betreffende namen op internet op te zoeken (bijvoorbeeld: als AZ voor een club uit Alkmaar staat, dan is het een lokale hoofdrolspeler).

De gebruikte documenten zijn hieronder in PDF-formaat te downloaden. Een gratis PDF-viewer is op de website van Adobe te downloaden.

Deel deze pagina