Tijdschriften in 2010

In de afgelopen jaren heeft de Mediamonitor inzicht gegeven in de opiniebladenmarkt. In 2009 is er geëxperimenteerd met een uitgebreidere weergave van de markt voor publiekstijdschriften en vanaf dit jaar zal deze markt standaard in de Monitor worden opgenomen.

Vergeleken met de radio-, televisie- en dagbladenmarkt is de tijdschriftenmarkt in Nederland een markt met vele en diverse titels. De definitie van een publiekstijdschrift zoals die door de  Groep Publiekstijdschriften van het Nederlands Uitgeversverbond is opgesteld, luidt als volgt: “een minstens vier keer per jaar verschijnende uitgave, die op eigen initiatief en voor eigen rekening en risico van de uitgever op de markt wordt gebracht. De uitgave kent een redactionele onafhankelijkheid en richt zich op een brede lezerskring van vrouwen en/of mannen, gezinnen, jongeren of kinderen. De inhoud is algemeen informatief, ontspannend en al dan niet meningvormend. De verspreiding van de uitgave kan gratis geschieden of op basis van abonnement en/of losse verkoop.” De Mediamonitor volgt deze definitie, met als extra afbakening dat alleen tijdschriften met een minimale verschijningsfrequentie van tien maal per jaar worden meegenomen. De tijdschriften behorend bij dagbladen en de sponsored magazines worden voor de volledigheid eveneens tot de tijdschriftenmarkt gerekend.

Bij het bepalen van de publiekstijdschriftenmarkt wordt alleen gebruik gemaakt van de titels die gemeld zijn bij het Instituut voor Media Auditing, kortweg HOI. Hierdoor kan het voorkomen dat een titel wel bestaat, maar niet wordt meegenomen in het overzicht. Voorbeeld hiervan is dat er in 2001 slechts één dagbladmagazine bekend is bij HOI, terwijl in dat jaar wel degelijk meer tijdschriften bij dagbladen werden verspreid.

 

Tien jaar oplage

Figuur 1
 Totale jaaroplage Nederlandse publiekstijdschriften

De totale jaaroplage van de publiekstijdschriften bedroeg in 2001 630 miljoen. In de eerste jaren steeg deze oplage, met als toppunt 716 miljoen in 2004. Vanaf 2006 is er sprake van een daling tot 584 miljoen in 2010. De verspreide oplage via abonnementen en lidmaatschappen (exclusief de oplage van leesportefeuilles) heeft in deze jaren een hoogtepunt gekend van 388 miljoen in 2004 en een dieptepunt van 311 miljoen in 2010. Voor de losse verkoop gelden respectievelijk 139 miljoen in 2002 en 93 miljoen in 2010. Onder ‘overige’ vallen onder andere de gratis verspreide tijdschriften.

Het aantal titels toont een ander verloop dan de oplage (tabel 1). In 2001 waren er in totaal 147 titels, wat groeide tot 182 in 2007. In 2010 is er met 165 titels een afname te zien. Door de jaren heen zijn drie categorieën aanhoudend het grootst: radio- en televisiebladen, vrouwenbladen en gezinsbladen. Het aandeel van de radio- en televisiebladen is weliswaar van 39 naar 31 procent gedaald, maar blijft alsnog tien procent hoger dan de vrouwenbladen. Het aantal titels ligt echter bij de vrouwenbladen hoger. De radio- en televisiebladen hebben gedurende het decennium een redelijk constant aantal tussen de twaalf en veertien titels. De vrouwenbladen daarentegen hadden in 2001 22 titels, in 2007 32 titels en in 2010 29 titels. In 2001 en 2004 hadden de gezinsbladen een groter aandeel dan de vrouwenbladen, maar in 2007 is dit omgeslagen door de komst van tijdschrift Vrouw als wekelijkse bijlage bij dagblad De Telegraaf.

Tabel 1
Aandelen en aantal titels per tijdschriftcategorie

Bij de overige categorieën valt de stijging bij de dagbladmagazines op. In 2001 was een aandeel van 0,3 procent te zien, terwijl dit in 2010 6,2 procent is. Dit wordt met name veroorzaakt doordat niet alle dagbladmagazines de gehele periode bij HOI zijn gemeld als apart tijdschrift. De gratis verspreide sponsored magazines weten het aandeel met honderd procent te vergroten: van 4,6 procent in 2001 naar 9,1 procent in 2010. De managementbladen zijn in aantal titels van dertien naar zes gegaan. In het aandeel is dit te zien door de inkrimping van 3,6 naar 1,0 procent.

 

Geselecteerde tijdschriftmarkten

Als vanouds geeft de Mediamonitor inzicht in de markt voor opiniebladen. Daarnaast wordt hier ingegaan op de twee grootste markten: radio- en televisiebladen en vrouwenbladen.

 

Radio- en televisiebladen

Tabel 2 toont de ontwikkeling in de afgelopen tien jaar op de markt voor radio- en televisiebladen. In totaal zijn er binnen deze markt zeven aanbieders actief, met gezamenlijk veertien titels in 2010. Dit levert een totale jaaroplage van 182 miljoen op, 63 miljoen minder dan in 2001.

Bij de aanbieders heeft met name Programmabladen AKN, vanaf 2011 onder de naam Bindinc., te maken met een gestage daling van het aandeel. Desondanks is deze uitgever de hele periode de aanbieder met het grootste marktaandeel. In 2010 zijn zes radio- en televisiebladen afkomstig van Programmabladen AKN die gezamenlijk voor een aandeel van 36 procent zorgen. TVFilm is van deze zes de enige die een tweewekelijkse verschijning kent, de overige vijf komen wekelijks uit. De grootste is Mikro Gids, met een oplage van ruim 400.000 per nummer. Toch is deze gids niet de grootste titel van alle titels die behoren bij een publieke omroep. Dat is namelijk Troskompas van de Hilversumse Media Compagnie. Dat blad heeft wekelijks een oplage van 406.000 stuks.

Veronica Uitgeverij brengt het grootste radio- en televisieblad van Nederland uit: Veronica Magazine. Wekelijks verschijnt dit blad met een oplage van meer dan 850.000, wat een kwart van de gehele markt beslaat.

Nieuwkomer Chellomedia Programming biedt alle abonnees van de digitale zenders Film1 en Sport1 een abonnement op een gids met de programmagegevens van de twee zenders. Dit levert een oplage van ruim 500.000 op. Omdat dit tijdschrift maar eens per maand verschijnt, is het marktaandeel van deze aanbieder relatief klein.

Tabel 2
Ontwikkeling marktaandelen radio- en televisiebladen

 

Vrouwenbladen

De markt voor vrouwenbladen heeft de meeste titels van alle categorieën: 29 in 2010. Deze titels zijn ondergebracht bij negen aanbieders (tabel 3). De totale jaaroplage ligt in 2010 op 122 miljoen, 23 miljoen meer dan in 2001.

Tabel 3
Ontwikkeling marktaandelen vrouwenbladen

De grootste aanbieder is Sanoma Uitgevers, vanaf 2011 handelend onder de naam Sanoma Media Nederland. In 2001 had deze Finse uitgever ruim tachtig procent van de markt voor vrouwenbladen in handen. Tot 2010 liep dit aandeel sterk terug, maar besloeg het nog steeds de helft van de markt. Het grootste tijdschrift is Libelle met een aandeel van negentien procent. Margriet volgt op enige afstand met tien procent en Flair met bijna vijf procent.

Het grootste tijdschrift binnen deze markt is niet te vinden bij Sanoma, maar bij de Telegraaf Media Groep: Vrouw. Dit tijdschrift is een vreemde eend in de bijt aangezien dit het enige dagbladmagazine is dat door de markt niet onder die noemer wordt ingedeeld. Doordat het blad wekelijks met dagblad De Telegraaf wordt uitgebracht, lift het mee op de hoge oplage van de krant: wekelijks 736.000. De Telegraaf Media Groep heeft door deze titel een aandeel van 32 procent binnen de markt van vrouwenbladen.

De marktaandelen zijn niet alleen gebaseerd op oplage, maar ook op verschijningsfrequentie. Wanneer een titel wekelijks verschijnt, zal het tijdschrift een groter aandeel hebben dan wanneer het maandelijks verspreid wordt. Van alle bladen die niet wekelijks verschijnen heeft LINDA. de grootste oplage met 168.000. Glamour en Cosmopolitan zijn eveneens maandbladen met een oplage hoger dan 100.000.

 

Opiniebladen

 

Tabel 4
Ontwikkeling marktaandelen opiniebladen

De opiniebladen zorgen voor slechts twee procent van de publiekstijdschriftenmarkt. De vijf aanbieders die in 2010 actief zijn, bezitten allen één titel (tabel 4). In tegenstelling tot de eerder besproken markten hebben de opiniebladen met een redelijk stabiele jaaroplage te maken: 13 miljoen in 2001 en 12 miljoen in 2010.

Verreweg de grootste aanbieder is Reed Business met Elsevier. De gehele periode beschikt deze uitgever over meer dan de helft van de markt en dit aandeel stijgt: van 55,8 procent in 2001 naar 57,7 procent in 2010. De enige titel die eveneens een groei doormaakt is De Groene Amsterdammer. Dit tijdschrift heeft weliswaar na een groei in 2004 een dip meegemaakt in 2007, maar heeft nu een aandeel dat het blad nog niet eerder heeft gehad in de afgelopen tien jaar. Het aandeel van HP/de Tijd neemt door de jaren heen alleen maar af.

Een tijdschrift dat wegens ontbrekende cijfers niet in dit overzicht is opgenomen, is het weekblad Opinio. Dit opinieblad verscheen van januari 2007 tot medio 2008.

 

Bereik

Bereikcijfers geven weer hoeveel Nederlanders van dertien jaar en ouder gemiddeld een nummer van een tijdschrift hebben gelezen. De tabel laat zien welke publiekstijdschriften in Nederland een hoger bereik dan vijf procent hebben. In totaal zijn dit 23 titels. Hiervan zijn negen tijdschriften afkomstig uit de twee grootste categorieën, radio- en televisiebladen en vrouwenbladen. Een andere populaire categorie is gezinsbladen.

Gemiddeld leest eenderde van alle Nederlanders het ledenblad van de ANWB: Kampioen. Het bereik van dit gezinsblad wordt in 2010 alleen maar groter. Op de tweede plaats staat Veronica Magazine met een bereik van 18,8 procent. Ten opzichte van 2009 heeft deze titel juist met een lichte daling te maken.

Met uitzondering van Kampioen, geldt dat alle tijdschriften die in 2009 een bereik hoger dan tien procent hadden, in 2010 hun bereik zagen krimpen. Het grootste negatieve verschil doet zich voor bij Story. Dit tijdschrift had een bereik van 11,2 in 2009 en in 2010 van 10,0 procent.

Naast Kampioen hebben slechts twee andere titels hun bereik vergroot: Vrouw en Voetbal International. Beide titels bereikten in 2010 gemiddeld 0,2 procent meer Nederlanders van dertien jaar en ouder.

Tabel 5
Gemiddeld nummerbereik publiekstijdschriften

Deel deze pagina