Televisie in 2011

In 2011 wordt er gemiddeld 191 minuten per dag televisie gekeken. De grootste aanbieders op de televisiemarkt zijn al jaren de Nederlandse Publieke Omroep en Bertelsmann. Ook SBS Nederland, vanaf 2011 in handen van Sanoma Group, is een belangrijke speler. Samen hebben deze drie aanbieders een stabiel aandeel van 88 procent. Het grootste bereik kent Nederland 1: dagelijks kijkt meer dan de helft van de Nederlandse bevolking naar deze zender.

Kijktijd

De gemiddelde kijktijd per dag fluctueert de afgelopen tien jaar (figuur 1). Na een constante toename van 179 minuten in 2002 tot 2006 waarin uiteindelijk 197 minuten per dag naar de televisie wordt gekeken, daalt de kijktijd in 2007 met ruim 10 minuten per dag. Bij het vergelijken van de kijktijden dient rekening te worden gehouden met het feit dat Stichting KijkOnderzoek vanaf 2008 naast de reguliere meting ook ‘uitgesteld kijken’ meeneemt in de  berekening van de marktaandelen. Hieronder valt het binnen zeven dagen na uitzending bekijken van een programma met bijvoorbeeld een hd- of videorecorder.

Figuur 1
Gemiddelde kijktijd per dag

Het totale aandeel van de landelijke en regionale publieke omroepen neemt al jaren iets af en daalt in 2011 met bijna 3 procentpunten (tabel 1). De commerciële omroepen hebben daarentegen met een lichte vergroting van hun gezamenlijke aandeel te maken. Het verlies bij de publieke omroepen komt verder ten goede aan de categorie ‘overige’, met daarin onder meer niet-landelijke commerciële zenders, buitenlandse zenders en lokale zenders. Het aandeel van deze categorie wordt in de loop der jaren steeds groter.

Tabel 1
Nederlandse televisiemarkt

Het gezamenlijke aandeel van de drie landelijke zenders van de Nederlandse Publieke Omroep laat door de jaren heen een golfbeweging zien. Die wordt met name veroorzaakt doordat er in de even jaren, zoals 2008 en 2010, grote sportevenementen zijn waar bij de publieke omroepen veel aandacht aan wordt besteed. Vergeleken met 2010 is er in 2011 sprake van een verlies van bijna 3 procentpunten. Ten opzichte van 2009 is dit nog maar 2 procentpunten. Op zenderniveau hebben alle zenders met een daling te maken. Het opvallendst is deze bij Nederland 1. De regionale publieke omroepen lijken op een stabiel punt te zijn beland met een aandeel van 1,7 procentpunt.

De grootste commerciële aanbieder is al lange tijd Bertelsmann. In 2011 heeft deze Duitse aanbieder een aandeel van 26 procent: 1,5 procentpunt meer dan in 2010 en 3 procentpunten meer dan vijf jaar geleden. Alle zenders van deze aanbieder hebben met een groei te maken, maar RTL4 zorgt voor het grootste verschil. Bij de zenders RTL5, RTL7 en RTL8 gaat het om enkele tiende procentpunten. Bij RTL5 lijkt de daling te zijn gestuit.

Sanoma Group, sinds medio 2011 het concern achter de SBS-zenders, heeft drie zenders die in 2011 gezamenlijk voor een marktaandeel van 16 procent zorgen. Het aandeel van de grootste zender SBS6 daalt in 2011 tot 9,1 procent. Net 5 heeft eveneens met een daling te maken, zij het slechts met 0,2 procentpunt ten opzichte van 2010. Veronica weet de kijkers juist wat langer aan zich te binden, zo blijkt uit het groeiende aandeel van 3,4 procent.

Bij de overige aanbieders is Viacom International Media Networks (voorheen MTV Networks) de grootste. In 2011 start deze aanbieder met het uitzenden van Kindernet en TeenNick en stopt TMF. Al met al blijft het gezamenlijke aandeel ten opzichte van 2010 nagenoeg gelijk. Discovery Communications Benelux heeft sinds een aantal jaren te maken met een langzame daling. In 2011 start de vrouwenzender TLC, waarmee de aanbieder een nieuwe doelgroep aan zich tracht te binden. De zender deelt het kanaal met Animal Planet: Animal Planet overdag, TLC in de avonduren. Deze beperking van de uitzendtijd leidt tot een daling in het marktaandeel van Animal Planet.

 

Concentratie

Figuur 2
Mate van concentratie op de landelijke televisiemarkt

De aanbiedersconcentratie op de landelijke televisiemarkt is in figuur 3.5 weergegeven. Bij de berekening zijn de regionale zenders en de categorieën video, dvd en hd buiten beschouwing gelaten.

De C1 geeft het aandeel van de grootste aanbieder aan. Het aandeel schommelt de afgelopentien jaar rond de 40 procent en is de gehele periode weggelegd voor de Nederlandse Publieke Omroep. De C2 bestaat uit de twee grootste aanbieders: de NPO en Bertelsmann. De C3 omvat ook SBS Broadcasting (per 2011: Sanoma Group). In de periode 2005-2007 is zowel bij de C1 als bij de C2 en de C3 een tijdelijke daling te zien. Deze wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van Talpa Media op de televisiemarkt, waardoor de mate van concentratie enigszins afneemt.

De HHI geeft een waarde die uiteen kan lopen van 1 tot nagenoeg 0. Wanneer er sprake is van een waarde van 0,18 of hoger, wordt er ook wel gesproken van een sterk geconcentreerde markt. Ondanks dat de HHI de afgelopen tien jaar met fluctueringen licht is gedaald tot 0,28 in 2011, is er nog steeds sprake van sterke concentratie.

Bereik

Naast het aantal minuten dat er naar een bepaalde zender of aanbieder gekeken wordt, kunnen veranderingen op de televisiemarkt ook worden uitgedrukt in ‘bereik’. Eerdere jaren heeft de Mediamonitor steeds gebruik gemaakt van cijfers die betrekking hebben op het aantal mensen van de totale bevolking dat op een dag minimaal vijftien minuten op de zender in kwestie heeft afgestemd. Vanaf dit jaar is om redenen van beschikbaarheid de vijftien minuten verlaagd naar een minuut. Wanneer er een minuut op een zender is afgestemd, heeft de zender de kijker bereikt en telt deze persoon mee in de bereikcijfers.

Ondanks dat de kijktijd per dag in 2011 hetzelfde is als in 2010, neemt het bereik van bijna alle zenders af, zelfs bij de zenders die hun marktaandeel zien stijgen. Net als in 2010 is Nederland 1 van de Nederlandse Publieke Omroep de zender met het hoogste bereik: gemiddeld kijkt op een dag de helft van alle Nederlanders van zes jaar en ouder minimaal een minuut naar deze zender (tabel 2). RTL4 en SBS6 volgen op enige afstand met respectievelijk 43 en 34 procent. Deze top-drie is al jaren dezelfde, maar wel hebben alle drie de zenders in 2011 met een daling van ongeveer 3 procentpunten te maken.

Tabel 2
Gemiddeld dagbereik televisiezenders

De enige zenders die in 2011 gemiddeld per dag meer mensen weten te bereiken, zijn nichezenders National Geographic Channel en Comedy Central. Het grote verlies bij Animal Planet wordt met name veroorzaakt doordat de zender vanaf juli 2011 niet meer 24 uur per dag te bekijken is.

Regionale markten

Op landelijk niveau blijft het kijktijdaandeel van de publieke regionale omroepen ten opzichte van 2010 gelijk, maar toch is er bij deze omroepen sprake van een dalende trend. De marktaandelen van de afzonderlijke omroepen en hoe die zich de afgelopen vijf jaar hebben ontwikkeld is terug te vinden in tabel 3.

Tabel 3
Marktaandeel regionale publieke televisiezenders

Groningen is met 4,6 procent de provincie waar in 2011 het meest naar de regionale publieke televisiezenders wordt gekeken. De andere noordelijke provincies Friesland en Drenthe volgen met respectievelijk 3,9 en 3,4 procent. In de Randstadprovincies zijn de aandelen het laagst: hier is het marktaandeel afgerond slechts 1 procent.

In 2008 zien de zenders in de meeste provincies hun aandeel dalen ten opzichte van 2007.Groningen heeft met 0,8 procentpunt het grootste verschil. In 2010 en 2011 is er in deze provincie echter sprake van een groei waarmee het aandeel van 2007 wordt overstegen. Friesland toont een soortgelijke schommeling: van 3,3 procent in 2007 naar 2,8 procent in 2008 en 3,9 procent in 2011. Zeeland is in 2007 nog de provincie met het op één na grootste aandeel voor de regionale publieke omroepen; in 2011 is het aandeel met nagenoeg een procentpunt gedaald.

De marktaandelen zoals deze in tabel 3 zijn weergegeven, zijn gezamenlijke aandelen van alle regionale publieke omroepen die in een bepaalde provincie worden bekeken. Tabel 4 laat voor 2011 een gedetailleerdere onderverdeling per provincie zien.

Tabel 4
Marktaandelen televisiemarkt per provincie

In 2011 is de regionale publieke zender met het hoogste kijktijdaandeel per provincie te vinden in Groningen. TV Noord heeft in deze provincie een aandeel van 4,5 procent. In de provincie Groningen wordt nagenoeg niet naar andere regionale publieke zenders gekeken: dit aandeel is slechts 0,1 procent. In Friesland, Drenthe en Overijssel is er meer aandacht voor de zenders van andere regio’s.

De landelijke publieke zenders zijn het populairst in Zeeland. In deze provincie wordt bijna 40 procent van de kijktijd aan deze zenders besteed. In Flevoland wordt het minste op de landelijke publieke zenders afgestemd. Daar zijn vooral de commerciële zenders populair met een marktaandeel van meer dan 50 procent. Voor de meeste provincies geldt dat meer dan de helft van de kijktijd wordt besteed aan de commerciële zenders; alleen in Overijssel, Gelderland en Zeeland besteedt men dagelijks minder dan 50 procent van de kijktijd aan de commerciëlen.

Onder ‘overige’ vallen onder meer lokale, digitale, buitenlandse en regionale commerciële zenders. Deze categorie is in Limburg het hoogst, mogelijk doordat daar vaker op een zender uit Duitsland of België wordt afgestemd dan in de overige provincies. Noord-Holland heeft met 14,7 procent het laagste percentage in deze categorie. Onder meer lokale stadszender AT5 is hierin opgenomen.

Deel deze pagina