Televisie in 2010

In de afgelopen tien jaar zijn zenders zoals Het Gesprek, Talpa/Tien, Nickelodeon, RTL8, Animal Planet, Disney XD en Disney Channel gestart met uitzenden op de Nederlandse televisiemarkt. Het Gesprek en Talpa/Tien waren een kort leven beschoren. Beide zenders hebben niet langer dan drie jaar uitgezonden. Andere verdwenen zenders zijn onder meer Yorin, Jetix, The Box en Kindernet. Laatstgenoemde is sinds april 2011 weer terug. Bij de landelijke publieke omroep is er qua aantal zenders niets veranderd in tien jaar. Wel is in 2006 een nieuw programmeringsmodel ingevoerd, met een verandering in de verhouding tussen de drie zenders tot gevolg. Het gebruik van hd- en dvd-recorders en de mogelijkheden van het internet, hebben het voor de kijker eenvoudiger gemaakt om televisie-uitzendingen later terug te kijken.

 

Tien jaar kijktijd

Figuur 1
Gemiddelde kijktijd per dag

De totale kijktijd bedroeg in 2010 gemiddeld 191 minuten per dag. Vergeleken met tien jaar eerder betekent dit dat men gemiddeld bijna een half uur per dag langer televisie heeft gekeken. In de tussenliggende jaren heeft de kijktijd een schommeling meegemaakt met 192 minuten in 2004 en 186 minuten in 2007. In de even jaren zijn er sportevenementen als het EK en WK voetbal en de Olympische Spelen, die doorgaans voor meer televisiepubliek zorgen. Bij de vergelijking over de jaren heen dient rekening gehouden te worden met het feit dat Stichting KijkOnderzoek vanaf 2005 ook het kijkgedrag van bezoek meerekent en vanaf 2008 naast de reguliere meting ook ‘uitgesteld kijken’ meeneemt in de berekening van de marktaandelen.

De verhouding tussen de commerciële omroepen en de publieke omroepen is door de jaren heen nauwelijks veranderd (tabel 1). Zo wordt de helft van de kijktijd besteed aan de commerciële aanbieders en hebben de publieken een marktaandeel van in de dertig procent. Het resterende deel wordt gevuld met het kijken naar video/dvd/hd en overige zenders, waaronder buitenlandse zenders, themakanalen, niet-landelijke commerciële en lokale zenders.

Nagenoeg driekwart van de markt is in handen van de Nederlandse Publieke Omroep, RTL Nederland en SBS Nederland. Dit beeld is de afgelopen tien jaar niet veranderd. In 2001 had de Nederlandse Publieke Omroep een marktaandeel van 36 procent. In 2004 was dit aandeel nog onveranderd, maar gaandeweg kwam hier een daling in. In 2007 was er een verschil van vijf procentpunten ten opzichte van 2001. Op zenderniveau is Nederland 3 het minst opvallend; bij deze zender is in tien jaar tijd slechts een verschil van 1,5 procentpunt te zien. Nederland 1 en Nederland 2 tonen een fluctuerender verloop, met name in de periode 2004-2007. In die periode deed een nieuw programmeringsmodel haar intrede, waarbij de omroepen en hun programma’s op een andere manier geprogrammeerd werden dan voorheen.

De twee grootste commerciële aanbieders zijn RTL Nederland en SBS Nederland. Eerstgenoemde heeft al jaren een stabiele positie op de Nederlandse televisiemarkt: een kwart van de totale kijktijd wordt aan de zenders van deze omroep besteed. De komst van nieuwe zender RTL8 in 2007 heeft er tot op heden nog niet voor gezorgd dat de aanbieder zijn aandeel heeft weten te vergroten. RTL4 is al die jaren de grootste zender. Ondanks een daling in 2007, ligt het marktaandeel van deze zender het gehele decennium rond de vijftien procent. Ook RTL5 laat een eenduidig beeld zien. Deze zender had in 2007 weliswaar juist te maken met een toename, maar gemiddeld is er sprake van een marktaandeel van vier procent. In 2005 is zender Yorin omgedoopt tot RTL7, met een nieuwe programmering tot gevolg. SBS Nederland heeft drie zenders die in 2010 gezamenlijk voor een marktaandeel van zestien procent zorgden. De grootste zender is SBS6 met in de afgelopen tien jaar een aandeel van tien procent. Net 5 en Veronica (tot september 2003 onder de noemer V8) volgen op afstand met respectievelijk 3,5 en 3,1 procent in 2010.De overige aanbieders volgen eveneens op afstand. De grootste is MTV Networks met een aandeel van vier procent in 2010. De grootste zenders van deze aanbieder zijn Nickelodeon en Comedy Central. Muziekzenders MTV en TMF hebben in de tien jaar tijd nooit een groter aandeel dan één procent gekend. Ook de zenders van de andere aanbieders bereiken niet meer dan één procent van de totale kijktijd. Uitzondering hierop is Tien van Talpa Media. In 2007 had deze zender een marktaandeel van drie procent. Halverwege dat jaar besloot eigenaar John de Mol om een deel van de programma’s aan RTL Nederland te verkopen en de zender op te heffen.

Het aandeel video/dvd/hd laat zien hoe lang er binnen de totale kijktijd gebruik is gemaakt van deze apparaten. Tot 2007 zat hier een stijgende lijn in, maar in 2010 was dit aandeel beduidend lager. Oorzaak hiervoor is dat het via video-, dvd- of hd-recorder ‘uitgesteld kijken’ van televisieprogramma’s sinds 2008 wordt toegekend aan het aandeel van de zender waar het programma in eerste instantie op is uitgezonden.

Tabel 1
Marktaandelen Nederlandse televisiemarkt

Aanbiedersconcentratie

 Figuur 2
Mate van concentratie op de landelijke televisiemarkt

De mate van concentratie op de televisiemarkt is te zien in onderstaande figuur. Er zijn twee manieren om de aanbiedersconcentratie uit te drukken: met de C1, C2 en C3 of met de Herfindahl-Hirschman- Index (HHI). De eerste maat geeft aan wat het marktaandeel van de grootste (C1), de twee grootste (C2) en de drie grootste aanbieders (C3) op de televisiemarkt is. Zoals tabel 3.11 heeft laten zien is er in de periode waarover in deze Mediamonitor wordt teruggeblikt sprake van een stabiele situatie. De Nederlandse Publieke Omroep, RTL Nederland en SBS Nederland hebben de gehele periode een C3 tussen 84 en 93 procent, een C2 tussen 63 en 73 procent en een C1 rond 40 procent.

De HHI geeft een waarde die uiteen kan lopen van 1 tot nagenoeg 0. Wanneer er sprake is van een waarde van 0,18 of hoger, wordt er ook wel gesproken van een sterk geconcentreerde markt. Ondanks dat de figuur laat zien dat de HHI in de afgelopen tien jaar licht gedaald is tot 0,28 in 2010, is er nog steeds sprake van sterke concentratie.

 

Bereik

Naast het aantal minuten dat er naar een bepaalde zender of aanbieder gekeken wordt, kunnen veranderingen op de televisiemarkt ook worden uitgedrukt in ‘bereik’. Hierbij gaat het om het aantal mensen van de totale bevolking van zes jaar en ouder dat op een dag minimaal vijftien minuten op de zender in kwestie heeft afgestemd. In de tabel is te zien welk bereik de zenders op de Nederlandse televisiemarkt hebben.

De top-drie bestaat in 2010 uit Nederland 1, RTL4 en SBS6. Nederland 1 heeft al jaren het hoogste bereik, zo ook in 2009. In 2010 steeg dit nog verder met twee procentpunten naar 38 procent. Ook de nummer 2, RTL4, heeft te maken met een groei van het aandeel mensen dat op een dag minimaal vijftien minuten naar de zender heeft gekeken. SBS6 bleef, net als met haar marktaandeel, met bereik nagenoeg op hetzelfde niveau als vorig jaar.

Nederland 2 is in een jaar tijd van de vijfde naar de vierde plaats geklommen. Dit heeft deels te maken met de vergroting van het bereik met een procentpunt naar 17,7 procent, maar deels ook met de verkleining van het bereik van Nederland 3 naar 17,6 procent. Een dergelijke verschuiving heeft eveneens plaatsgevonden bij RTL7 en RTL5.

Tabel 2
Gemiddeld dagbereik

Regionale markten

Op landelijk niveau neemt het kijktijdaandeel van de publieke regionale omroepen de afgelopenjaren af. In de figuur is te zien wat de marktaandelen van deze omroepen per provincie zijn en wat in 2010 het verschil is ten opzichte van 2009.

In Groningen heeft men in 2010 nog meer naar de regionale publieke omroepen gekeken dan in 2009. Andere provincies waar relatief veel naar deze omroepen wordt gekeken, zijn Friesland, Gelderland en Drenthe. De Randstadprovincies blijven provincies waar voornamelijk naar andere omroepen gekeken wordt dan de regionale publieke.

De grootste stijging ten opzichte van 2009 is te zien in Groningen. In deze provincie groeide het aandeel met een procentpunt. Verdere stijgingen hebben zich beperkt tot enkele tienden procentpunten. Dit geldt eveneens voor de dalingen.

Figuur 3
Marktaandeel regionale publieke televisiezenders in 2010

De marktaandelen zoals deze in de figuur zijn weergegeven, zijn gezamenlijke aandelen van alle regionale publieke omroepen die in een bepaalde provincie worden bekeken. Tabel 3 laat een gedetailleerdere onderverdeling per provincie zien.

Tabel 3
Marktaandelen televisiemarkt per provincie

TV Noord in Groningen heeft vergeleken met de andere provincies het grootste marktaandeel met 3,7 procent. Omrop Fryslân in Friesland volgt op de tweede plaats. Drenthe en Overijssel kennen naast een publiek voor hun grootste regionale publieke zenders TV Drenthe en TV Oost, ook nog publiek voor de regionale zenders van de omringende provincies.

Van alle provincies wordt in Overijssel (42 procent) en Drenthe (40 procent) het meest naar de landelijke publieke zenders gekeken. Deze zenders zijn het minst populair in Flevoland en Groningen, waar de meeste aandacht uitgaat naar de landelijke commerciële zenders. De inwoners van Noord- en Zuid-Holland kijken eveneens relatief veel naar de commerciële zenders.

Deel deze pagina