Televisie in 2008

Dankzij evenementen als de Olympische Spelen en het EK voetbal neemt de Publieke Omroep in 2008 een toenemend deel van de kijktijd voor haar rekening. De grote commerciële aanbieders hebben met een minder sterke groei te maken. Bij de niet-landelijke zenders is zowel in kijktijd als in bereik sprake van dalende cijfers ten opzichte van 2007.

 

Kijktijd

Figuur 1
Marktaandelen op de Nederlandse televisiemarkt

Figuur 1 toont de kijktijdaandelen van de verschillende aanbieders op de televisiemarkt in 2008. Ten opzichte van vorig jaar zijn de drie grootste partijen SBS Nederland, RTL Nederland en de Nederlandse Publieke Omroep nog verder gegroeid waardoor zij nu meer dan tachtig procent van de markt in handen hebben. In tabel 1 is een overzicht van de totale televisiemarkt in de afgelopen vijf jaar te zien. Opgemerkt moet worden dat Stichting KijkOnderzoek vanaf januari 2008 een nieuwe manier van meten heeft. Vanaf dan wordt ook uitgesteld kijken meegenomen bij het bepalen van de marktaandelen. Met name bij het vergelijken over meerdere jaren dient met deze verandering rekening gehouden te worden. De marktaandelen die hier worden getoond kunnen afwijken van de marktaandelen zoals berekend voor de Tijdelijke wet mediaconcentraties.

Tabel 1
Nederlandse televisiemarkt

Over heel 2008 is de totale kijktijd gemiddeld 184 minuten per dag. De daling die in 2007 is ingezet is daarmee niet tot een einde gekomen. De kijktijd is twee minuten lager dan in 2007 en zelfs dertien minuten lager dan in 2006. Het aandeel van de publieke omroepen gezamenlijk is in 2008 met 3,5 procentpunten toegenomen ten opzichte van 2007. Deze stijging gaat ten kosten van de commerciële omroepen, de overige zenders en de categorieën dvd en video.

De drie publieke landelijke zenders kenden in 2008 een groei van hun aandeel. Op zenderniveau is deze groei met name te zien bij Nederland 1. Een verklaring hiervoor vormen de programma’s die in 2008 rondom de Olympische Spelen en de Europees Kampioenschappen voetbal zijn uitgezonden, waar veel naar gekeken is. De daling in kijktijd waar de Nederlandse Publieke Omroep sinds 2005 mee te maken had, is hiermee tot een einde gekomen. Vergeleken met 2004, toen deze evenementen eveneens op de publieke omroep te zien waren, is er echter wel sprake van een vermindering in kijktijdaandeel. De regionale publieke zenders hebben in 2008 net als voorgaande jaren met een lichte daling van hun marktaandeel te maken.

Net als voorgaande jaren is RTL Nederland de grootste commerciële aanbieder op de televisiemarkt. Het aandeel van RTL4 neemt echter nog steeds af. Het verschil ten opzichte van 2005 is in 2008 opgelopen tot 2,7 procentpunten. Met name de in 2007 nieuw opgerichte zender RTL8 zorgt ervoor dat het totale aandeel van deze aanbieder verder afneemt. Het gezamenlijke marktaandeel van SBS Nederland neemt in 2008 verder toe. Dit is vooral te danken aan het succes van SBS6: een stijging van 0,9 procentpunt ten opzichte van 2007. De afstand tot RTL4 wordt hierdoor steeds kleiner. Ook het aandeel van Net5 neemt steeds verder toe. De aandelen van de overige landelijke commerciële aanbieders zijn ten opzichte van 2007 nagenoeg gelijk gebleven.

De categorieën video en dvd hebben al meerdere jaren met een verkleining van kijktijdaandelen te maken en ook in 2008 is dat het geval met een verschil van respectievelijk 0,8 en 1,1 procentpunt. Dit jaar is deze verandering mede te verklaren doordat Stichting KijkOnderzoek nu ook uitgesteld kijken bij de verschillende zenders registreert.

 

Aanbiedersconcentratie

In figuur 2 is te zien in welke mate er sprake is van een aanbiedersconcentratie op de televisiemarkt. Deze aandelen zijn gebaseerd op de kijktijdaandelen exclusief de categorieën video, dvd en hd. Door de jaren heen is een licht dalende trend te zien. In 2008 is er sprake van een stijging door de toename van aandelen bij de Nederlandse Publieke Omroep en de verdwijning van aanbieder Talpa Media in 2007. Naast de Publieke Omroep zijn de twee andere grote partijen RTL Nederland en SBS Nederland. De drie partijen samen beheersen ongeveer 86 procent van de televisiemarkt.

Figuur 2
Televisiemarkt: aandeel van de grootste, twee grootste en drie grootste aanbieders

Wanneer de aanbiedersconcentratie wordt uitgedrukt in HHI (Herfindahl Hirschman Index) ontstaat een figuur zoals afgebeeld in figuur 3. Een HHI van 0,18 of hoger betekent een sterk geconcentreerde markt. De figuur toont dat de televisiemarkt de afgelopen twintig jaar constant sterk boven de 0,18 is geweest, ondanks de deconcentratie.

Figuur 3
Televisiemarkt HHI

Bereik

De gepresenteerde marktaandelen en de aanbiedersconcentratie zijn gebaseerd op het aantal minuten dat er per dag naar een zender is gekeken. Bij “bereik” wordt het aantal mensen van de totale bevolking gemeten dat op een dag minimaal vijftien minuten op de zender in kwestie heeft afgestemd.

Het gemiddelde dagbereik van alle zenders in 2008 was 76,8 procent. Dat betekent een daling van bijna een procentpunt ten opzichte van het bereik in 2007. In tabel 2 is een overzicht te zien van het bereik van alle zenders.

Tabel 2
Gemiddeld dagbereik televisiezenders

De top-drie van zenders met het grootste bereik in 2008 is dezelfde als de top-drie in 2007: Nederland 1, RTL4 en SBS6. Nederland 1 zorgt in 2008 voor een vergroting van het bereik met meer dan twee procentpunten. De overige zenders van de publieke omroep boeken wat minder succes; Nederland 3 heeft eveneens te maken met een stijging, maar tegelijkertijd weten Nederland 2 en de regionale publieke omroepen minder kijkers te trekken.

De drie grootste zenders van RTL Nederland hebben allemaal te maken met een afname van hun bereik. Bij SBS Nederland zijn de verschillen minder groot en is de situatie redelijk stabiel. Dit geldt tevens voor de overige commerciële aanbieders.

 

Regionale markten

De marktaandelen van de regionale publieke televisiezenders zijn per provincie in figuur 3.8 weergegeven. Vergeleken met het voorafgaande jaar hebben vooral de uiterst noordelijke en zuidelijke provincies met een daling van hun marktaandeel te maken. De grootste daling is te zien in Groningen, waar bijna met een procentpunt minder naar de regionale publieke televisiezenders is gekeken dan in 2007. Dit staat gelijk aan een verkleining van het kijktijdaandeel met meer dan een vijfde. De grootste stijging van dit aandeel vindt met 0,3 procentpunt plaats in Drenthe.

Figuur 4
Marktaandeel regionale publieke televisiezenders

De provincies waar het meest naar de regionale publieke zenders wordt gekeken, zijn Groningen, Drenthe, Overijssel en Zeeland. De marktaandelen zijn daar tussen 3,0 en 3,1  procent. Bij de overige provincies lopen de aandelen uiteen van 1 procent in Flevoland tot 2,8 procent in Friesland.

De marktaandelen zoals deze in de figuur zijn weergegeven zijn gezamenlijke aandelen van alle publieke regionale omroepen die in een bepaalde provincie worden bekeken. In tabel 3 is dit aandeel opgesplitst in een aandeel van de grootste partij en een aandeel van de overige zenders die bekeken worden. Van alle regionale publieke omroepen heeft TV Noord in Groningen met (slechts) 3 procent het grootste aandeel.

Tabel 3
Marktaandelen televisiemarkt per provincie

In de tabel is verder te zien dat de landelijke publieke zenders in Drenthe het beste worden bekeken. Daar heeft deze categorie een marktaandeel van meer dan 42 procent. De provincie waar in plaats van naar de publieke met name naar de commerciële landelijke zenders wordt gekeken is Flevoland. Dit is de enige provincie waar de landelijke commerciële zenders een marktaandeel van meer dan 60 procent behalen.

Onder de categorie ‘overige’ vallen de lokale en overige regionale commerciële zenders, maar het betreft voornamelijk de zenders die vanuit het buitenland worden doorgegeven. Provincies die aan België en Duitsland grenzen zoals Zeeland en Limburg behalen in deze categorie dan ook het grootste marktaandeel met respectievelijk 14 en 13 procent.

Deel deze pagina