Televisie in 2006

Figuur 1
Marktaandelen op de Nederlandse televisiemarkt

Kijktijd

Figuur 1 toont de onderverdeling naar marktaandelen volgens de Tijdelijke wet mediaconcentraties. Hierin wordt het aandeel ‘video, dvd en hd’ buiten beschouwing gelaten. In tabel 1 wordt aanvullend een beeld van de totale markt gegeven.

Tabel 1
Nederlandse televisiemarkt

In 2006 is opnieuw sprake van een toename in de kijktijd per dag, zij het dat de stijging ditmaal gering is. Werd in 2005 in totaal gemiddeld 195 minuten per dag naar de televisie gekeken, een jaar later is dat 197 minuten.

De marktaandelen van Nederland 1 en 2 laten in 2006 een behoorlijke verandering zien ten opzichte van de jaren ervoor. Het aandeel van Nederland 2, is door de jaren heen steeds groter geweest dan dat van Nederland 1, maar het verschil is in 2006 erg klein geworden. De oorzaak hiervan ligt voor een groot deel bij de herindeling van de drie publieke zenders in 2006. Naar verwachting zal het marktaandeel van Nederland 2 in 2007 verder afnemen en dat van Nederland 1 verder groeien.

De in 2004 ingezette daling van het marktaandeel van RTL Nederland houdt aan. Ondanks een niet geringe stijging naar 5,5 procent bij RTL5, veroorzaakt de forse afname bij RTL4 (een verschil van 1,1 procentpunt ten opzichte van 2005) een gezamenlijke daling. SBS Nederland is in de periode 2002-2006 stabiel gebleven. Bij Talpa is voor het eerst het marktaandeel over een heel jaar te zien. Van de specialistische zenders zijn het vooral de de jeugdzenders Nickelodeon en Jetix die marktaandeel inleveren.

Het marktaandeel van alle commerciële omroepen gezamenlijk is de laatste vijf jaar verder toegenomen, in totaal met bijna 6 procent en in 2006 uitkomend op ruim 54 procent. Daartegenover  staat het marktaandeel van de publieke omroepen dat in dezelfde periode 3 procentpunten is gekrompen.

Een categorie die buiten de aanbieders en zenders om van invloed is op het kijkgedrag, is het gebruik van video, dvd en hd. In de periode 2002-2006 is dit aandeel met jaarlijks een half procentpunt toegenomen.

 

Aanbiedersconcentratie

Figuur 2
Aanbiedersconcentratie

In figuur 2 is de mate van concentratie van de Nederlandse televisiemarkt te zien over de periode 1988-2006. De categorieën ‘overige zenders’ en ‘video / dvd / hd’ zijn buiten beschouwing gelaten. De concentratie wordt uitgedrukt zowel in C3 als in HHI, de Herfindahl Hirschman Index.

In 1988 is er een monopoliepositie voor de Publieke Omroep. De HHI is in deze tijd dan ook 1. Er wordt weliswaar naar buitenlandse publieke en commerciële omroepen gekeken, maar deze zenders zijn niet speciaal op Nederland gericht. Met de komst van de commerciële omroepen met Nederlandstalige programma’s neemt de concentratie aanzienlijk af. Echter, met een HHI van 0.24 is de televisiemarkt in 2006 nog altijd sterk geconcentreerd. Bij een HHI onder 0.18 is pas sprake van ‘matige’ concentratie.

Het marktaandeel van de drie grootste aanbieders, in de grafiek grootheid C3, geeft aan dat er tot 2000 sprake was van een stabiele situatie met een minimum van 97 procent. Vanaf 2000 zet een daling in, met in 2006 een C3 van 82 procent.

Bereik

Met het bepalen van de hoeveelheid tijd die er naar een bepaalde zender wordt gekeken, is nog niet bekend hoeveel mensen over een hele dag bezien op een zender afstemmen. Een marktaandeel is gebaseerd op de totale kijktijd van de mensen die op één dag naar de televisie kijken en geeft aan naar welke zenders er het langst is gekeken. Het bereik wordt daarentegen gemeten aan de hand van de totale bevolking van zes jaar en ouder en geeft aan hoeveel mensen er naar  de verschillende zenders hebben gekeken. In tabel 2 is per zender aangegeven hoeveel mensen binnen 24 uur minimaal één minuut naar de zender kijken, afgezet tegen het marktaandeel.

Tabel 2
Bereik televisiezenders

Nederland 2 die in 2005 dagelijks meer dan de helft van de televisiekijkers wist te bereiken, is in 2006 van de eerste naar de derde plek opgeschoven. Zowel Nederland 1 als RTL4 hebben in 2006 meer kijkers getrokken dan Nederland 2. Ondanks de verschuiving in kijktijd tussen Nederland 1 en Nederland 2, blijft het marktaandeel van Nederland 2 wel boven dat van Nederland 1. Het gemiddelde dagbereik van Tien is lager dan dat van RTL7, maar het marktaandeel van Tien is wel hoger dan dat van RTL7. De volgorde in bereikcijfers komt dus niet volledig overeen met de volgorde in marktaandelen. Wanneer deze situatie naar de praktijk wordt vertaald, betekent dit dat er meer minuten naar Tien is gekeken dan naar RTL7, maar dat er meer mensen naar RTL7 hebben gekeken dan naar Tien. Oftewel: bij Tien kijken minder mensen een langere tijd en bij RTL7 kijken meer mensen een korte tijd.

 

Regionale markten

Figuur 3 geeft een overzicht van de regionale publieke televisiemarkten per provincie. Commerciële zenders zijn buiten beschouwing gelaten. Er is voor gekozen om het marktaandeel over 24 uur te laten zien, in plaats van alleen het tijdvak 18:00-24:00 zoals in 2005. Hierdoor ontstaat een completer beeld.

Figuur 3
Marktpositie regionale publieke televisiezenders

Groningen en Friesland zijn de provincies waar het meest naar regionale publieke televisiezenders wordt gekeken, met respectievelijk 4,0 en 3,7 procent van de totale televisiemarkt. De op Groningen gerichte televisiezender TV Noord beslaat met 3,8 procent bijna het gehele markt aandeel van de regionale televisie in die provincie. Een andere zender die in Groningen wordt bekeken is TV Drenthe, met een marktaandeel van 0,1 procent.

Opvallend is het verschil in marktaandeel tussen de verschillende provincies. In Flevoland wordt het minst vaak naar regionale televisie gekeken, gevolgd door Utrecht, Zuid-Holland West en Noord-Holland.

Deel deze pagina