NPO in 2011

Bij de landelijke publieke omroepen staat 2011 in het teken van het treffen van voorbereidingen voor het realiseren van de forse, door de overheid opgelegde, bezuinigingsopdracht. Plannen worden gesmeed voor het reduceren van kosten in de komende jaren, het laten afvloeien van personeel en het komen tot fusies tussen omroepen.

Nederlandse Publieke Omroep in 2011

 

Organisatorische wijzigingen

Na de aangekondigde bezuinigingsmaatregel van 200 miljoen euro op het mediabudget in het conceptregeerakkoord (1) in 2010, staat 2011 voor de Nederlandse Publieke Omroep volop in het teken van het uitwerking geven aan de opgelegde korting van 127,3 miljoen euro in 2015. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) beoogt een vereenvoudiging van het landelijke publieke bestel in 2016.

In de eerste uitwerking van het regeerakkoord eind 2010 (2), verkondigt minister Van Bijsterveldt na 2016 nog maar acht erkenningen te verlenen, tegenover de huidige 21 erkenningen voor de concessieperiode 2011-2015 (zie organisatiestructuur hierboven). In mei 2011 maakt de NPO per brief aan de minister zijn fusievoorstel bekend. Het aantal omroepen wordt inderdaad tot acht teruggebracht: twee taakorganisaties (NOS en NTR) en zes omroepverenigingen, waarbij EO, VPRO en MAX zelfstandig blijven en drie fusieomroepen worden gevormd: VARA/BNN, KRO/NCRV en AVRO/TROS. De randvoorwaarden die de omroepen aan de fusies verbinden, zendtijd en budgetgaranties, worden niet gehonoreerd, zo blijkt als de minister in juni met haar volledige uitwerking van het regeerakkoord komt.(3) De aspirant-omroepen WNL en PowNed zullen aansluiting moeten zoeken bij een van de fusieomroepen. De activiteiten van kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag, de zogeheten 2.42-omroepen, zullen eveneens moeten aansluiten bij aanverwante omroepverenigingen of de NTR.

In het voorjaar van 2012 verwacht de minister een voortgangsrapportage van de koepelorganisatie NPO over de uitwerking van de bezuinigingen op basis van het efficiency onderzoek van de Boston Consulting Group (4) dat medio 2011 openbaar wordt. Daarnaast dienen alle omroepverenigingen afzonderlijk invulling te geven aan de besparingen over de periode 2012-2015 en de daarbij behorende frictiekosten. Tot slot werken de NPO en de Stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking (ROOS) tezamen aan een voorstel voor de integratie van de regionale en landelijke publieke omroepen.

In maart 2011 kondigt de NPO aan de omvang van de raad van bestuur te zullen terugbrengenvan drie naar twee leden en de raad van toezicht van zeven naar vijf leden. Voor het verkleinen van de raad van bestuur is een wetswijziging nodig. Per 1 januari 2012 wordt Shula Rijxman benoemd tot nieuw lid van de raad van bestuur. Met Henk Hagoort en Ruurd Bierman telt de raad daarmee voor het kalenderjaar 2012 drie leden. Met ingang van 1 juni 2013 loopt de tweede termijn van Bierman af en zal de raad van bestuur uit twee leden bestaan.

De wettelijke splitsing van de Stichting NPO en de NOS is per 1 januari 2010 geëffectueerd. Door het in werking treden van een wetswijziging, moet de minister van OCW zelf een raad van toezicht van de NOS instellen en benoemen. Doordat de minister pas op 1 december 2011 de benoemingen doet, verkeert de NOS vijf maanden zonder raad van toezicht, aangezien de voormalige leden reeds per juli 2011 zijn teruggetreden.

 

Stopgezette activiteiten en deelnemingen

De NPO kondigde in het Concessiebeleidsplan 2010-2016 reeds aan het aantal themakanalen en websites te willen reduceren. Het aantal themakanalen wordt in 2012 teruggebracht van twaalf naar acht, zo blijkt uit de Meerjarenbegroting 2012-2016 die in het najaar van 2011 openbaar wordt. De kanalen Consumenten24, Spirit24, Geschiedenis24 en Sterren24 staken hun uitzendingen via de digitale televisieplatforms, de content blijft echter via internet beschikbaar. In de mediabrief waarin de minister haar bezuinigingsmaatregelen heeft uitgewerkt, krijgt de NPO een concrete taakstelling mee met betrekking tot het verminderen van het aantal websites: ten minste 35 procent van de websites gaat de komende jaren offline. De NPO presenteert de eerste plannen hiertoe in het voorjaar van 2012.

 

Nieuwe activiteiten en deelnemingen

Vanaf 2011 worden de live internetstreams van de zenders Radio 1, 2, 3FM, 4, 5 en 6 en de themakanalen in betere kwaliteit doorgegeven en wordt er een app gelanceerd voor Uitzending Gemist.

In augustus 2011 lopen de experimenten met een viertal nieuwe diensten af, te weten Uitzending Gemist op bestelling, interactieve service menu’s op digitale televisieplatforms (‘rode knop’-dienst), drie zogeheten lineaire mixkanalen video voor de doorgifte van content naar mobiele platforms en twaalf digitale radiothemakanalen.

De Raad van State spreekt zich in september 2011 uit in de bezwaarprocedure die de brancheverenigingen van dagbladuitgevers en commerciële televisie- en radio-omroepen in 2010 hebben aangespannen tegen het besluit van de voormalige minister van OCW waarin toestemming voor de diensten is verleend. In reactie op de uitspraak van de Raad van State dienen de partijen begin 2012 een klacht in bij de Europese Commissie.

De toekomst van de publieke radiozender FunX is onderwerp van bespreking omdat de huidige financiering van FunX door de NPO, de vier grote Randstadsteden en het ministerie van OCW per 1 januari 2013 ophoudt. In 2011 ontvangt FunX circa 2,8 miljoen euro aan subsidies (waarvan 1,8 miljoen euro van de vier steden en het ministerie en 2 miljoen euro van de NPO) en brengen de reclame-inkomsten 565 duizend euro op.

 

Financiële positie

Het in 2011 aan de Stichting NPO toegekende budget bedraagt 778,8 miljoen euro.(5) Een deel van de publieke financiering wordt gedragen door de inkomsten van Stichting Ether Reclame (Ster) die worden afgedragen aan het ministerie van OCW. De Ster-inkomsten worden voor 2011 geraamd op 190 miljoen euro, dat is 10 miljoen lager dan de Ster gemiddeld op jaarbasis opbrengt. Het nettoresultaat van Ster was in 2010 met 214 miljoen euro nog hoog uitgevallen, onder meer door de verschillende sportevenementen (die in de even jaren plaatsvinden).

Ten opzichte van 2010 is het budget van de NPO voor 2011 circa 10 miljoen euro lager, ondanks indexatie van 1,5 procent en een eenmalig budget voor innovatie en nieuwe media. Het verschil zit in de eenmalige bijdragen die in 2010 waren toegekend voor sportevenementen, programmavernieuwing en maatschappelijke documentaires. Daarnaast verliep de jaarlijkse vergoeding voor de overschakeling van analoge naar digitale televisie in 2010.

Voor 2012 heeft de minister van OCW een budget (inclusief NOB en CoBo) van 777 miljoen euro toegekend.(6) Het accres, de jaarlijkse prijscompensatie op het mediafonds, van circa 15,5 miljoen euro (2 procent) wordt toegevoegd aan de Algemene Media Reserve waaruit de frictiekosten voor de reorganisaties worden gefinancierd. Dit is de eerste maatregel voordat in 2013 de formele bezuinigingskorting wordt toegepast.

1 Vrijheid en verantwoordelijkheid: Concept Regeerakkoord VVD-CDA (30 september 2010).
2 Ministerie van OCW (3 december 2010). Kamerbrief Uitwerking regeerakkoord onderdeel media.
3 Ministerie van OCW (3 december 2010). Kamerbrief Uitwerking regeerakkoord onderdeel media.
4 The Boston Consulting Group (31 augustus 2011). Efficiëntieonderzoek Landelijke Publieke Omroep.
5 Ministerie van OCW (26 november 2010). Kamerbrief Mediabegroting 2011.
6 Ministerie van OCW (25 november 2011). Kamerbrief Mediabegroting 2012.

Deel deze pagina