NPO in 2009

Nieuwe activiteiten en deelnemingen

Begin juli 2009 start de NPO met HD-uitzendingen van Nederland 1, 2 en 3. Rond dezelfde periode wordt het format van Radio 6 gewijzigd. De zender gaat zich richten op jazz en daaraan gerelateerde stromingen als jazz en blues. In december 2008 verdwenen al de laatste programma’s van de Concertzender en werd een centrale muziekredactie ingevoerd. De Concertzender wordt in november 2009 overgenomen door de lokale publieke Omroep Salto  Amsterdam. Omroepvereniging MAX, die een erkenning voor 5 jaar van minister Plasterk heeft gekregen, kondigt aan een eigen omroepblad te willen beginnen. De speciaal op ouderen gerichte omroep heeft daartoe eind februari 2010 een ‘letter of intent’ met De Telegraaf getekend, die de gids zou moeten uitgeven.

 

Organisatorische wijzigingen

Tijdens de nieuwjaarsreceptie op 8 januari 2009 laat Henk Hagoort, voorzitter van de raad van bestuur, weten dat de NPO onbestuurbaar dreigt te worden als het aantal omroepen maar blijft groeien. Als het mogelijk is dat aspirant-omroepen toetreden moeten er ook omroepen kunnen afvloeien, zo luidt zijn stelling. Later dat jaar wordt voor de eerste keer in de historie een aspirant-omroep een langer verblijf in het bestel ontzegd. De beslissing van minister Plasterk om LLiNK geen definitieve erkenning te geven is voornamelijk gestoeld op het rapport van de visitatiecommissie en de adviezen van het Commissariaat voor de Media, de Raad voor Cultuur en de raad van bestuur NPO. Volgens die adviezen heeft LLiNK zijn toegevoegde waarde in de praktijk niet waargemaakt. Met name het voornemen om op internet en met nieuwe media het publiek te betrekken bij het thema van de duurzaamheid werd niet waargemaakt. Ook de zwakke financiële basis van LLiNK was voor de minister een reden om geen erkenning te verlenen. LLiNK is in bezwaar gegaan tegen het besluit. MAX, de andere aspirant-omroep, heeft zijn toegevoegde waarde voor het bestel wel waargemaakt en krijgt groen licht van de minister. Ook wanneer LLiNK in 2010 het bestel zal verlaten, zal het aantal omroepverenigingen desondanks zijn toegenomen door de komst van WNL en PowNed. Beide nieuwkomers hebben een voorlopige erkenning gekregen van de minister en mogen per 1 september 2010 publieke zendtijd vullen. Beide initiatieven hebben hun wortels binnen TMG-gelieerde bedrijven: het initiatief WNL is gelanceerd door De Telegraaf en PowNed door het aan TMG verbonden GeenStijl.

Op 1 januari 2009 krijgt de bestuurlijke splitsing van de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) zijn beslag. De NOS wordt gesplitst in Stichting NOS en Stichting NPO. Hiermee wordt de radioen televisietak van de NOS formeel losgemaakt van het bestuurlijke deel dat voortaan ook formeel als NPO door het leven gaat. Eerder was de merknaam NPO al ingevoerd. Dit alles is een gevolg van een door de politiek gewenste splitsing, die per 1 januari 2010 in de Mediawet 2008 ook formeel wordt bekrachtigd. In de zomer van 2009 wijzigt de naam van de educatieve omroep Teleac/NOT in Teleac. De naamswijziging vindt plaats twaalf jaar na de fusie tussen Teleac en NOT (Nederlandse Onderwijs Televisie).

 

Stopgezette activiteiten en deelnemingen

Ondanks dat het aantal themakanalen van de NPO al in de zomer van 2008 is teruggebracht naar 12 zenders (voorheen 17), is een jaar later de discussie over nut en wenselijkheid nog niet verstomd. In juni 2009 laat Henk Hagoort weten dat on demand de toekomst heeft en dat themakanalen voor de NPO maar een tussenoplossing zijn om niche-groepen te bedienen. Zoals vrijwel elk jaar barst weer een discussie los over reclame bij de publieke omroepen, waarbij nu  de focus ligt op de advertenties op de publieke websites. Minister Plasterk laat in 2010 weten kritisch te willen kijken naar online reclame bij de publieke omroep en er wordt een onderzoek ingesteld naar de impact van deze reclame. De commerciële concurrenten blijven kritiek uitoefenen op de publieke omroep en wijzen op het naar hun oordeel ongelijke speelveld. Zo stelt TMG-topman Ad Swartjes bij de presentatie van de jaarcijfers van TMG dat het budget van de publieke omroepen zou moeten worden gehalveerd en dat de publieke taakopdracht scherper en duidelijker moet worden geformuleerd. Bij die gelegenheid laat Swartjes ook weten dat de Tijdelijk wet mediaconcentraties moet worden verruimd door dagbladuitgevers toe te staan meer dan 35 procent van de dagbladmarkt te bezitten.

 

Financiële positie

Het aan de Stichting NPO toegekende budget in 2009 bedroeg 761,7 miljoen euro. Een deel van de publieke financiering wordt gedragen door de Ster-inkomsten. Deze bedroegen over 2008 226 miljoen euro, zo werd in mei 2009 bekend gemaakt: een stijging van bijna 18 procent ten opzichte van het jaar ervoor toen het nettoresultaat 192 miljoen euro was. De groei in advertentie-inkomsten valt grotendeels te verklaren uit de bij adverteerders populaire grote sportevenementen als het EK Voetbal en de Eredivisie die de NPO sinds 2008 weer uitzendt. De cijfers van de Ster over 2009 zijn op het moment van drukken nog niet bekend. Voor 2010 is een budget van 789,1 miljoen euro aangevraagd. Het verschil ten opzichte van het budget 2009, circa 27,4 miljoen euro, bestaat uit indexering (7,1 miljoen euro), een budgetaanvraag voor het WK Voetbal 2010 van 20 miljoen euro en een budgetaanvraag ter bevordering van het produceren van maatschappelijke documentaires van 1,6 miljoen euro. Anders dan voorheen wordt voor de Rijksvoorlichtingsdienst geen budget meer aangevraagd (bedroeg 1,3 miljoen euro). Door de zogeheten ‘ontschotting’, het verdwijnen van het onderscheid tussen hoofd- en neventaken als gevolg van de inwerkingtreding van de nieuwe Mediawet, wordt het budget niet langer per platform (radio, televisie, internet) aangevraagd.

Voor de landelijke publieke omroep was 2009 het jaar waarin een aantal belangrijke wetswijzigingen zijn doorgevoerd. Zo zijn diverse programmavoorschriften uit de Mediawet gehaald en onderdeel gemaakt van de prestatieovereenkomst die is gesloten tussen de NPO en de minister. De minister heeft dankzij diverse wetswijzigingen een meer toezichthoudende rol op de Nederlandse Publieke Omroep gekregen, met name op het terrein van benoemingen en het takenpakket. Verder zijn de toetredingsvereisten voor bestaande nieuwe omroepverenigingen aangescherpt. De TROS heeft van het Commissariaat voor de Media een forse boete van 270.000 euro gekregen voor overtreding van het sponsor- en dienstbaarheidsverbod. Mede gelet op het hoge aantal overtredingen wilde het Commissariaat aanvankelijk geen positief advies geven over het verlenen van een nieuwe erkenning aan deze omroep. Nadat de TROS had toegezegd om in de toekomst beter de mediawettelijke voorschiften na te leven, werd door de minister een nieuwe erkenning verleend.

Naar aanleiding van de prestatieovereenkomst van de Nederlandse Publieke Omroep is er voor het eerst een evaluatie geweest. Het Commissariaat voor de Media heeft daarbij een positieve beoordeling gegeven, weliswaar met de kanttekening dat een verdere financiële uitwerking van beleidsvoornemens wenselijk is.

Op het terrein van de geestelijke en kerkelijke genootschappen, de zogeheten artikel 2.42- omroepen, is er veel onrust geweest over de zendtijd voor de stroming van de Moslims. Nadat de zendtijd via de SVIZ werd verdeeld over NMO en NIO, manifesteerden zich bij de NMO steeds meer financiële problemen die in april 2010 zelfs zijn uitgemond in een door de rechter uitgesproken faillissement. Voor de nieuwe concessieperiode heeft het Commissariaat zendtijd toegewezen aan de Stichting Moslimomroep Nederland (SMON), een nieuw initiatief dat in plaats van NMO en NIO de zendtijd zal vullen.

Deel deze pagina