Het televisieaanbod in analoog en digitaal doorgegeven RTV-pakketten (2013)

Inleiding

Driekwart van de Nederlanders beschikt inmiddels over een digitale televisieaansluiting. Zowel het aanbod als het gebruik van digitale televisiezenders is daarmee de afgelopen jaren toegenomen. Via het digitale signaal kunnen distributeurs middels compressie meer zenders aanbieden dan via analoge signalen en in een hogere beeld- en geluidskwaliteit. Verschillende kabelexploitanten zijn ten gevolge van deze ontwikkelingen reeds gestopt met de doorgifte van zenders via analoge signalen of hebben aangekondigd op termijn volledig over te stappen op digitale doorgifte.

De Mediawet 2008, artikel 6.13, stelt wettelijke eisen aan de samenstelling van de analoge radio- en televisiepakketten (RTV-pakketten). Deze eisen zijn gebaseerd op de schaarste-principes. Om te beginnen moet een basispakket minimaal 15 televisiezenders (en 25 radiozenders) bevatten. Daarnaast stelt de ‘must carry regel’ dat een kabelexploitant de programma’s van de landelijke publieke omroep (Nederland 1, 2 en 3), de lokale en regionale publieke omroep van het verzorgingsgebied en de Vlaamse publieke zenders (VRT Eén en Ketnet/ Canvas) moet doorgeven in het analoge basispakket. Een distributeur die het basispakket via een digitaal signaal verspreidt, dient de must carry regel ook toe te passen, namelijk als meer dan de helft van de aangeslotenen op zijn kabel-, glasvezel- of telefoonnetwerk het zenderaanbod op digitale wijze ontvangt. Een nieuw wetsvoorstel, dat in oktober 2012 naar de Tweede Kamer is verstuurd, bepaalt wettelijke minimumaantallen die onafhankelijk zijn van de distributietechniek.[1] Het voorstel hanteert een minimum van 15 zenders bij analoge doorgifte en van 30 zenders bij digitale doorgifte. Digitenne vormt hierop een uitzondering: in verband met de beperkte bandbreedte zal daar een minimum van 25 zenders gelden. De zogeheten kabelraden adviseren de kabelexploitanten over een pluriforme samenstelling van het basispakket aan (radio- en) televisiezenders. Hierbij houden zij onder andere rekening met de maatschappelijke, culturele en religieuze behoeften in een gemeente (Mediawet 2008, artikel 6.21). Deze kabelraden zullen met de inwerkingtreding van de gewijzigde Mediawet komen te vervallen.

De ontwikkelingen op het gebied van technologie en wetgeving illustreren de transitiefase waarin de hele waardeketen zich bevindt, van de aanbieder van een televisiezender en de distributeur van een RTV-pakket tot aan de gebruiker. Uit de gastbijdrage van de SKO is al duidelijk naar voren gekomen hoe het kijkgedrag is veranderd. Dit is niet los te zien van het veranderende televisieaanbod. In dit stuk wordt dan ook ingezoomd op het televisiezenderaanbod in de verschillende RTV-pakketten van de grootste distributeurs. De centrale vraag richt zich op de manier waarop de digitale pakketten het televisielandschap aanvullen ten opzichte van het aanbod dat via analoge pakketten aan de consument wordt doorgegeven. Het onderscheid tussen de analoog en digitaal doorgegeven pakketten wordt vanuit verschillende perspectieven benaderd.

 

Methode

Van de voornaamste distributeurs van analoge en/of digitale RTV-pakketten is het aanbod aan televisiezenders in kaart gebracht. Hiermee wordt inzicht verkregen in de overeenkomsten en verschillen in de samenstellingen van het analoge en het digitale televisiezenderaanbod in de pakketten.

Voor het onderzoek zijn in totaal 8 distributeurs van analoge en/of digitale RTV-pakketten geselecteerd. Dit zijn de voornaamste beheerders en/of serviceproviders van kabel-, telefoon-, glasvezel-, en ethernetwerken.[2] Distributeurs die RTV-pakketten via satelliet verspreiden zijn in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Risico’s voor de pluriformiteit van het zenderaanbod zijn hier vrijwel niet van toepassing omdat het aanbod bestaat uit een groot aantal te ontvangen zenders. Anders dan bij de kabel-, glasvezel- en telefoonnetwerken, waar operators een sleutelpositie hebben in het geven van toegang, vindt bij satelliet nauwelijks of geen selectie plaats van de zenders die worden doorgegeven. Bovendien maakt het aantal huishoudens in Nederland dat zijn RTV-pakket via de satelliet ontvangt een relatief klein deel uit van de distributiemarkt. Telecombedrijven die de diensten van andere distributeurs onder eigen vlag verkopen zijn eveneens buiten beschouwing gelaten. Zo biedt T-Mobile Online bijvoorbeeld KPN Digitenne of satelliettelevisie van CanalDigitaal aan en geven XS4ALL en Telfort de diensten van KPN door. De analoge televisiepakketten worden hoofdzakelijk door de grootste kabel- en glasvezelnetwerken verspreid, te weten: UPC, Ziggo, Delta en Glashart Media. De distributeurs van uitsluitend digitale televisiepakketten maken gebruik van alle beschikbare infrastructuren. In dit onderzoek zijn de pakketten van Glashart Media, Vodafone en KPN opgenomen, deze worden (ten dele) verspreid via een glasvezelnetwerk. KPN maakt naast glasvezel ook gebruik van het telefoonnetwerk (DSL) en de ether (Digitenne). Tele2, dat tevens onderdeel van het onderzoek uitmaakt, verspreidt zijn pakketten uitsluitend via DSL.

Op 1 december 2011 zijn de websites van de distributeurs geraadpleegd voor de zenderoverzichten van de radio- en televisiepakketten. Per distributeur zijn de televisiezenders uit de analoge en de digitale basis- en pluspakketten in een database geregistreerd. Onder pluspakketten worden de pakketten verstaan die tegen een aanvullende vergoeding, bovenop de prijs van het basispakket, worden doorgegeven. In deze categorie zijn niet alleen de pakketten opgenomen met tientallen extra zenders, maar ook de thematische pakketten die met enkele zenders op een specifiek(e) onderwerp of doelgroep zijn gericht en de pakketten met abonneezenders.[3] Na deze primaire dataverzameling zijn aanvullende gegevens van de verschillende televisiezenders verzameld op basis van database Mavise [4] van het European Audiovisual Observatory (EAO). Het betreft gegevens over het genre van een televisiezender, het licentietype (publiek of commercieel), de eigenaar, de taal, het jaar van lancering en het technische format (bijvoorbeeld HD-zender).

De zendersamenstelling van de pakketten is vervolgens geanalyseerd op verschillende eigenschappen. Het onderscheid tussen analoog en digitaal loopt als rode draad door de resultaten heen. Om te beginnen is het overlappende zenderaanbod geanalyseerd en is in kaart gebracht hoeveel zenders exclusief in een specifiek pakket worden aangeboden. In de tweede plaats is de mate van concentratie nader onderzocht, op basis van het aantal televisiezenders dat aan dezelfde eigenaar toebehoort. Tot slot is een aparte analyse uitgevoerd om de diversiteit van de televisiezenders in de verschillende pakketten in kaart te brengen. De genreclassificatie is in zijn geheel overgenomen van Mavise. De methodische verantwoording bij dit rapport geeft een volledig overzicht van de onderzochte basis- en pluspakketten. Tevens wordt daarin nader toegelicht welke zendertypen of formats wel of niet zijn opgenomen in het onderzoek.

In de volgende paragrafen wordt achtereenvolgens ingegaan op de markt van televisiepakketten in Nederland, de aanbieders achter de televisiezenders, het pakketaanbod getypeerd aan de hand van verschillende eigenschappen van de televisiezenders en de inhoudelijke diversiteit van de pakketten.

 

Markt van distributeurs

De 8 onderzochte distributeurs bieden tezamen 45 RTV-pakketten aan via verschillende distributietechnieken (tabel 1). Hiervan is 9 procent een analoog basispakket, 20 procent een digitaal basispakket en de overige 71 procent een digitaal pluspakket. De analoge pakketten zijn alleen basispakketten en worden, in tegenstelling tot de digitale pakketten, door slechts de helft van de onderzochte distributeurs aangeboden. Voor de analoge pakketten geldt dat deze alleen in combinatie met een pluspakket worden aangeboden als het analoge signaal extra bij een digitaal pakket wordt doorgegeven (bijvoorbeeld voor een tweede televisietoestel).

Aantal onderzochte pakketten

De voornaamste speler in het glasvezelnetwerk is Glashart Media dat zijn RTV-pakketten aan consumenten aanbiedt via vele (kleinere) serviceproviders. De beheerder van het glasvezelnetwerk waarop Glashart Media opereert, Reggefiber, is in 2008 een joint venture aangegaan met KPN. KPN heeft met ingang van december 2012 een meerderheidsaandeel in Reggefiber en is voornemens dit uit te breiden naarmate Reggefiber meer huishoudens op het netwerk heeft aangesloten. Anders dan Glashart Media opereren Vodafone en KPN zelf als serviceprovider op het glasvezelnetwerk van Reggefiber. Ziggo, UPC, CAIW en Delta zijn van oudsher de grootste kabelexploitanten. Deze partijen hebben met de opkomst van digitale televisie via het telefoon- en glasvezelnetwerk, het zogeheten IPTV, concurrentie gekregen van telecombedrijven zoals KPN en Tele2. KPN is zowel beheerder van als serviceprovider op het telefoonnetwerk. Tele2 is enkel serviceprovider en opereert op het telefoonnetwerk van KPN.

KPN is de enige distributeur die gebruik maakt van verschillende distributietechnieken. Allereerst wordt onder de merknaam Digitenne een digitaal basispakket aangeboden dat via de ether wordt verspreid. Daarnaast is er een uitgebreider digitaal basispakket via de telefoonlijn (DSL) of, afhankelijk van de beschikbaarheid, het glasvezelnetwerk.

 

Analoge en digitale doorgifte

De 45 RTV-pakketten bevatten eind 2011 tezamen 317 unieke televisiezenders (tabel 2). Ter vergelijking: het aantal vrij te ontvangen televisiezenders via de satelliet is ruim 300. Met een gemiddeld aantal zenders van 58 in de digitale basispakketten, is de pakketomvang bijna verdubbeld ten opzichte van het gemiddelde van 35 zenders in de 4 analoge pakketten. Het aantal televisiezenders dat consumenten voor een extra vergoeding in de digitale pluspakketten kunnen ontvangen, is met gemiddeld 92 verreweg het hoogst. Deze categorie is tevens het meest variabel, met pakketten die uiteenlopen van enkele tot tientallen televisiezenders. Zoals eerder vermeld, zijn onder deze noemer zowel de pluspakketten geschaard waarvan een distributeur er doorgaans 1 aanbiedt als de vele thematische pakketten met een beperkt aantal zenders, waaronder de abonneezenders.

Televisiezenders per type pakket

Exclusief en overlappend zenderaanbod

De toegevoegde waarde van de digitale basispakketten blijkt als deze worden vergeleken met de analoge voorgangers: de digitale pakketten bieden gemiddeld 39 ‘exclusieve’ televisiezenders aan die niet in de 4 analoge pakketten worden doorgegeven (tabel 3). Abonnees van Glashart Media ontvangen met een digitaal basispakket via het glasvezelnetwerk in totaal 83 televisiezenders, terwijl ze met een analoog basispakket 39 zenders ontvangen. Andersom geldt echter dat 59 van de 83 zenders uit het digitale pakket een aanvulling vormen op het analoog verspreide zenderaanbod. Delta-abonnees met een digitaal basispakket ontvangen slechts 15 ‘exclusieve’ zenders meer dan de abonnees die analoog naar de televisie kijken. Hoewel Delta op dit punt dus niet hoog scoort, is het aantal zenders in het analoge pakket van deze distributeur aanzienlijk hoger dan dat van UPC en Ziggo.

Zenderaanbod

Naast het exclusieve aanbod is er de nodige overlap tussen de RTV-pakketten in die zin dat zenders via verschillende pakketten kunnen worden afgenomen. Figuur 1 laat zien dat geen enkele zender uit het analoge pakket nog uitsluitend via deze weg wordt verspreid. Van alle 51 zenders uit de analoge pakketten komen er 32 ook voor in een digitaal basispakket en 19 in zowel een digiaal basis- als een pluspakket. Van alle 150 zenders in de onderzochte digitale basispakketten worden 25 zenders uitsluitend in dit pakkettype doorgegeven. Van de 260 zenders die worden aangeboden in pluspakketten, worden 167 zenders uitsluitend in dit type pakket aangeboden.

Aanbod van zenders

Onder meer ten gevolge van de zogenoemde must carry verplichting, overlapt het aanbod aan landelijke televisiezenders (45 in totaal) bij de 4 onderzochte analoge pakketten. Gemiddeld komen 26 zenders in een analoog pakket (van gemiddeld 31 zenders in totaal) ook in een of meer concurrerende analoge pakketten voor (tabel 4). Naast de Nederlandse en Vlaamse publieke zenders betreft dit veelal de grootste op Nederland gerichte commerciële televisiezenders (SBS6, Net 5, RTL 4, 5, 7, 8) en de publieke zenders uit onder meer Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië. Met een overlappercentage van 96 procent komen in het pakket van Ziggo relatief de meeste zenders voor die ook in andere analoge pakketten worden aangeboden.

Aantal overlappende landelijke zenders

In alle onderzochte digitale basispakketten komen 123 (unieke) landelijke zenders voor, per pakket zijn dit er gemiddeld 47. Van deze 47 worden gemiddeld 24 zenders in een of meerdere digitale basispakketten doorgegeven. Dit is relatief weinig in verhouding tot de analoge basispakketten.

Gesteld kan worden dat de digitale pakketten zich meer van elkaar onderscheiden qua zenderselectie dan de analoge pakketten (tabel 5). Niet geheel onlogisch, gezien de aanzienlijk grotere capaciteit van digitale ten opzichte van analoge doorgifte. Verhoudingsgewijs komen de zenders uit het pakket van KPN Digitenne en Tele2 het vaakst voor in andere pakketten: 67 en 66 procent van de zenders wordt niet uitsluitend door deze aanbieders verspreid. Met 39, 44 en 45 procent aan zenders die ook elders worden aangeboden, scoren CAIW, Vodafone en Glashart Media het laagst: deze pakketten hebben de meeste ‘eigen’ zenders in het digitale basispakket.

Aantal overlappendelijke zenders

Aanbieders van televisiezenders

Concentratie

Hoewel de distributeurs een sleutelrol spelen als het gaat om de doorgifte van televisiezenders in de vorm van pakketten, zijn het de eigenaren van de televisiezenders die daadwerkelijk invulling geven aan wat de kijker ziet op het scherm. De 317 televisiezenders uit de onderzochte pakketten zijn in 71 procent van de gevallen eigendom van een privaat mediabedrijf; 28 procent van de zenders behoort toe aan een publieke aanbieder. Het overige procent is  een mengvorm van publiek en privaat; het betreft onder andere de (pan-)Europese nieuwszender Euronews.

Rang aanbieder

De in totaal 302 televisiezenders [5] zijn in handen van 110 verschillende nationale en internationale mediabedrijven. Hieruit kan worden opgemaakt dat een eigenaar gemiddeld 3 televisiezenders heeft. In werkelijkheid hebben de top-5 bedrijven tezamen 30 procent van deze 302 zenders in handen. De aanbieder die het grootste aantal zenders bezit is Liberty Global. In Nederland is dit het moederbedrijf van UPC en Chellomedia; laatstgenoemde is de eigenaar van onder andere Film1 en Sport1. De 21 zenders van Liberty Global’s verschillende Europese divisies bestrijken 6 verschillende genres: film-, sport-, lifestyle-, muziek-, entertainment- en kinderzenders. Op de tweede plaats staat de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) met 20 zenders (merk op dat kanaaldeling apart is geteld, evenals simulcast HD-zenders) in 10 verschillende genres [6]. Op de derde plaats staat het Britse concern News Corporation met 19 zenders, waaronder de nieuwszenders Sky News International en Fox News Channel, National Geographic en diverse Phoenix en Star-zenders die op Aziatische doelgroepen zijn gericht. De in Nederland doorgegeven zenders van News Corporation beslaan 6 verschillende genres: kinder-, film-, nieuws-, fictie-, documentaire- en minderhedenzenders. De vierde grootste  aanbieder is Viacom met 17 muziek-, entertainment- en kinderzenders van MTV Networks (Europe). Tot slot staan de 13 regionale publieke omroepen op de vijfde positie. Deze omroepen zijn in dit onderzoek samengenomen onder de noemer van de Stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking (ROOS). Men dient zich echter te realiseren dat de regionale publieke omroepen zelfstandige organisaties zijn en dat ROOS hun belangen behartigt.

Het aantal zenders per aanbieder is in figuur 3.2 tegen elkaar afgezet, waarmee de titelconcentratie inzichtelijk wordt gemaakt. Opvallend is een relatief kleine groep mediabedrijven die meerdere zenders in handen heeft en een grote hoeveelheid eigenaren van een enkele televisiezender. De grootste, de 2 grootste en de 3 grootste aanbieders hebben tezamen respectievelijk 7, 14 en 20 procent van de zenders in handen. Deze situatie is typerend voor aanbieders die zich met een specifieke (thematische) zender op een bepaalde niche doelgroep richten. De digitale televisiemarkt lijkt een heterogene markt als het gaat om het aanbod van veel verschillende zenders. In dat opzicht kan de markt worden vergeleken met bijvoorbeeld de tijdschriftensector met zijn grote hoeveelheid titels binnen verschillende categorieën.

 

Doorgifte van de publieke zenders

Eerder kwam de must carry verplichting reeds ter sprake waarin is vastgelegd dat een analoog basispakket ten minste een televisiezender van de lokale en van de regionale publieke omroep in een verzorgingsgebied dient te bevatten. Als een distributeur aan meer dan de helft van de aangeslotenen op zijn kabel-, glasvezel- of telefoonnetwerk een digitaal basispakket verspreidt, dan dient het digitale basispakket eveneens aan de must carry regels te voldoen. Voor de verspreiding via de ether, zoals het pakket van KPN Digitenne, gelden thans geen verplichtingen. Het aantal lokale en regionale publieke zenders dat in de analoge en digitale basispakketten wordt doorgegeven, is weergegeven in tabel 6. Een lokale publieke zender (al dan niet van de eigen gemeente van de aangeslotene) wordt nog niet in alle digitale basispakketten doorgegeven omdat nog niet alle lokale publieke omroepen de technische voorzieningen hebben getroffen die nodig zijn om over te stappen van analoge naar digitale doorgifte. Het vergt de nodige tijd en financiële middelen om deze overstap in heel Nederland te realiseren.

Lokale en regionale publieke zenders

Alle 13 regionale publieke zenders worden thans in het merendeel van de digitale basispakketten doorgegeven. Dit is een aanzienlijke uitbereiding van het aanbod in vergelijking met de analoge doorgifte van enkel de regionale publieke zender uit de eigen provincie/regio van de aangeslotene. CAIW geeft standaard 1 regionale publieke zender door en biedt alle 13 regionale zenders in een pluspakket aan.

CAIW, Glashart Media, Vodafone en Ziggo bieden Nederland 1, 2 en 3 in het basispakket aan in HD-kwaliteit. Van de themazenders van de NPO komen Journaal 24 en Politiek 24/Sport 24 het meest voor in een basispakket, de overige zenders wordt hoofdzakelijk in pluspakketten aangeboden (tabel 7).

Zenders van de NPO

Zenderaanbod in RTV-pakketten

Ontwikkeling en taal

Het aanbod van televisiezenders in de analoge en digitale basis- en pluspakketten is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Hoewel figuur 3 slechts van tweederde (200 zenders) van de onderzochte televisiezenders het jaar van oprichting laat zien, indiceert het een duidelijke trend. Hoewel voor alle typen pakketten geldt dat het een gemêleerd gezelschap van oudere en nieuwere televisiezenders betreft, bestaan de digitale basis- en pluspakketten voor een groot deel uit televisiezenders die het afgelopen decennium zijn gestart.

Televisiezenders naar lanceringsjaar

De (analoge en digitale) basispakketten bestaan voor ongeveer 70 procent uit Nederlandstalige televisiezenders (tabel 8). De pluspakketten bevatten daarentegen 20 procent Engelstalige zenders, 14 procent Turkstalige en nog zenders in vele andere talen. In totaal zijn in de analoge basispakketten 8 verschillende talen aangetroffen en in de digitale basis- en pluspakketten respectievelijk 13 en 15. Dat 8 verschillende talen in de analoge pakketten voorkomen, is relatief veel ten opzichte van de 51 zenders die in totaal analoog worden doorgegeven. Zeker als dit wordt afgezet tegen de 150 en 259 zenders uit het digitale (basis en plus) aanbod. In de digitale pakketten worden niet alleen meer verschillende talen aangeboden, maar ook meer verschillende zenders binnen een taalgroep. Onder de overige talen vallen Chinees (Mandarijn), Fries, Grieks, Hindi, Italiaans, Koerdisch, Pools, Spaans, maar ook de meertalige zenders en die zonder enige tekstcontent.

Taal van de televisiezenders

Diversiteit van genres

Het analoge pakket van Delta vertegenwoordigt 12 verschillende genres en komt daarmee het hoogst uit. Glashart Media en UPC volgen met 11 en Ziggo met 10 genres (tabel 9). Het meest voorkomende genre, ‘algemeen’, betreft de televisiezenders die zich op een breed publiek richten. De zenders die hoofdzakelijk amusement en kinderprogrammering brengen komen daarna veel voor, gevolgd door de zenders van de lokale en regionale omroepen. De nadruk in het UPCpakket lijkt wat meer op de 3 grootste genres te liggen, terwijl Glashart Media ten opzichte van de andere distributeurs meer muziek- en nieuwszenders aanbiedt. Bij de genres film, sport, leefstijl/ vrije tijd, cultuur/educatie en internationaal gaat het slechts om enkele televisiezenders.

Vertegenwoordigde genres

Om de mate van diversiteit statistisch te onderbouwen, is gebruik gemaakt van de diversiteitsindex Simpson’s D. Bij een waarde van 1 zijn alle zenders evenredig over de 12 verschillende genres verspreid en is de diversiteit optimaal. De diversiteitscore laat zien dat het zenderaanbod over de gehele linie met 0,838 divers te noemen is.

Een digitaal basispakket heeft met gemiddeld 14 genres 3 genres meer dan een basispakket dat analoog wordt doorgegeven (tabel 10). Ook hier komen de zenders die een brede groep kijkers proberen aan te spreken het frequentst voor, in dit geval gevolgd door de lokale en regionale publieke zenders. Dat laatste is te verklaren uit de vele pakketten waarin alle 13 regionale publieke zenders worden doorgegeven.

Vertegenwoordigde genres

Het digitale basispakket van CAIW springt met 17 genres boven de andere pakketten uit, terwijl Glashart Media het omvangrijkste pakket heeft qua aantal zenders. Opmerkelijk is dat in het kleine pakket van Digitenne 12 genres zijn vertegenwoordigd, net zoveel als in het grotere pakket van moederbedrijf KPN dat via glasvezel of telefoonlijn wordt verspreid. Tele2, UPC en Ziggo scoren met 13 genres iets onder het gemiddelde, ondanks hun, in vergelijking met Digitenne, grotere zenderaantallen.

Er zijn 8 genres die niet in analoge basispakketten voorkomen, maar die wel in een of meerdere digitale basispakketten zijn vertegenwoordigd, te weten: 18+, dieren, overheid, religie, reizen, fictie, weer en de groep overige. Slechts 4 genres zijn niet vertegenwoordigd in de onderzochte digitale basispakketten, deze komen alleen voor in pluspakketten. Dit zijn de genres komedie, (kans)spelen, zakelijk en minderheden.

Op basis van de diversiteitsmaat scoort CAIW eveneens het hoogst: de waarde van 0,903 is relatief hoog ten opzichte van het gemiddelde van 0,875 (bij evenredige spreiding van alle zenders over de 20 verschillende genres die voorkomen in de digitale basispakketten, heeft de diversiteitsmaat een waarde van 1). De diversiteit van een digitaal basispakket is gemiddeld iets groter dan die van een analoog basispakket, het verschil is echter minimaal. De individuele scores van de digitale pakketten liggen wel verder uit elkaar dan die van de analoge pakketten.

Onderstaande figuur toont het aantal zenders per genre (gerangschikt naar frequentie) voor de analoge pakketten en de digitale basis- en pluspakketten. De analoge pakketten bevatten gemiddeld relatief meer algemene zenders (o.a. Nederland 1-3, RTL4-7, SBS6 en de publieke zenders uit de buurlanden) en de digitale basispakketten meer lokale en regionale zenders. De analoge pakketten bevatten meestal slechts 1 of 2 regionale publieke zenders. De digitale pluspakketten, die vaak een of meerdere zenders binnen een bepaald thema aanbieden, brengen met hun grote aantallen zowel veel verschillende genres als veel zenders binnen de genres. Datzelfde geldt, hoewel in iets mindere mate, voor de digitale basispakketten. Het zijn onder meer de sport-, film-, 18+, minderheden- en muziekzenders waarmee de pluspakketten zich onderscheiden van de (analoge en/of digitale) basispakketten.

Aantal zenders per genre

Het aantal genres dat in een analoog of digitaal basispakket wordt doorgegeven, is in onderstaande figuur afgezet tegen het aantal zenders waaruit het pakket bestaat. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er een sterk positief verband bestaat tussen het aantal genres en de omvang van het pakket: het aantal genres neemt toe naar mate een pakket meer zenders bevat.[7] Het voorbeeld van de digitale basispakketten van Glashart Media en CAIW laat echter zien dat er uitzonderingen zijn waarbij een omvangrijker pakket niet noodzakelijkerwijs ook de meeste genres bevat.

Aantal zenders versus aantal genres

Conclusie

Dit stuk opende met de vraag op welke manier het zenderaanbod in de digitale televisiepakketten het televisielandschap heeft verrijkt, met name ten opzichte van de basispakketten die analoog worden doorgegeven. De vlucht die de digitale televisiezenders de afgelopen jaren hebben genomen, laat zich kenmerken door het uitgebreide aanbod, onder meer van pluspakketten die elk een eigen doelgroep bedienen met thematische televisiezenders. Deze zenders zijn met name de afgelopen 10 jaar zowel in aantallen als in variatie fors gegroeid. In december 2011 werd geen enkele televisiezender uitsluitend via een analoog signaal doorgegeven. Op grond van deze bevindingen kan worden geconstateerd dat de digitale pakketten een substituut zijn voor de analoog doorgegeven zenders.

Het digitale basispakket is met gemiddeld 59 zenders bijna tweemaal zo omvangrijk als het analoge pakket dat gemiddeld 35 zenders telt. Van deze 35 zenders worden er gemiddeld 27 ook in een ander analoog basispakket aangeboden; voor de digitale basispakketten ligt dit gemiddelde op 29 van de 59 zenders. Dat de samenstelling van de basispakketten in het geval van digitale doorgifte sterker van elkaar verschilt, blijkt ook uit de vertegenwoordiging van de verschillende genres waarin de televisiezenders zijn geclassificeerd: gemiddeld bevat  een analoog basispakket 11 verschillende genres en een digitaal basispakket 14. De grotere bandbreedte biedt de distributeurs van digitale pakketten niet alleen de mogelijkheid om meer zenders in het pakket op te nemen maar ook om voor meer andere zenders te kiezen. Ook bestaat er binnen de digitale pakketten een grotere variatie in de taal waarin wordt uitgezonden dan bij de analoge pakketten. Uit dit alles kan worden geconcludeerd dat de consument in het digitale spectrum duidelijk meer te kiezen heeft.

1. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (5 december 2011). Brief aan de Tweede Kamer inzake Wijziging Mediawet i.v.m. distributie wettelijke minimumpakket radio en televisie.
2. De voornaamste bedrijven zijn vastgesteld op basis van gegevens van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit. Bron: OPTA (10 november 2011). Analyse regulatie televisiemarkt.
3. Bijvoorbeeld Eredivisie Live.
4. Zie: http://mavise.obs.coe.int/
5. Van 8 zenders zijn geen gegevens beschikbaar in de Mavise database en de 7 lokale publieke omroepen zijn in deze analyse buiten beschouwing gelaten.
6. Te weten: algemeen, kinderen, cultuur/educatie, documentaires, entertainment, algemeen, lifestyle, muziek, nieuws, religie en sport.
7. Het correlatiecoëfficiënt (r) heeft een waarde van 0,745 en is berekend op basis van 13 analoge en digitale basispakketten. Er is sprake van een sterke positieve relatie tussen het aantal zenders en het aantal genres dat in een RTV-pakket voorkomt.

Deel deze pagina