Trends in 2015

De Mediamonitor signaleert al een aantal jaar dat de mediamarkten in Nederland steeds internationaler worden. Naast zoekmachines en platformaanbieders zijn in Nederland de meeste commerciële televisiezenders en dagbladen in buitenlandse handen en worden ook de YouTube-kanalen steeds meer gecoördineerd en gecontroleerd door partijen die veelal onderdeel zijn van grootse mediabedrijven uit het buitenland. Reden te meer om op deze plek Nederland te vergelijken met een aantal andere landen.

 

Tijdbesteding

Om trends over mediagebruik zuiver in beeld te brengen is longitudinale monitoring nodig. Vooralsnog zijn er afzonderlijke joint industry commitees (JIC’s) verantwoordelijk voor de meting van bereik van de geschreven pers (NOM), radio (NLO), televisie (SKO). Voor internet was het JIC STIR. Deze organisatie is intussen opgeheven en de meting is gestopt.

De in de verschillende markten geaccepteerde bereikcijfers zijn voor de Mediamonitor een belangrijke bron. Deze laten voor dagbladen en radio en sinds 2015 ook voor televisie een daling zien. Het digitale gebruik wordt daarbij (nog) niet of onvoldoende gemeten. Om in een tijd waarin media in toenemende mate digitaal worden geconsumeerd toch media-overstijgend veranderingen te kunnen volgen hebben de verschillende JIC’s en het Sociaal Cultureel Planbureau een tweejaarlijks tijdbestedingsonderzoek ontwikkeld dat vooral het mediagebruik in kaart brengt: media:tijd is in 2016 voor de tweede keer gepresenteerd.

De resultaten hebben betrekking op de verschillende mediatypen en laten vooral zien hoe sterk het mediagebruik tussen verschillende leeftijdsgroepen verschilt. De generatie die met de opkomst en ontwikkeling van tv is opgegroeid (nu 65 jaar en ouder) kijkt dagelijks bijna 4 uur naar televisie, luistert ongeveer 2,5 uur naar radio en besteedt met 42 minuten meer tijd aan het lezen van een dagblad dan het gebruik van een online platform. Jongeren, 13-19 jaar, kijken 1,5 uur televisie, luisteren minder dan drie kwartier naar radio en besteden nog geen 5 minuten aan het lezen van dagbladen en tijdschriften samen.

Wie alleen het gebruik van tv, radio en geschreven pers volgt, zou tot de conclusie komen dat jongeren minder media gebruiken. Niets is minder waar. Hun tijdsbesteding aan online platformen overstijgt het tv-gebruik van de groep 65 jaar en ouder met 8 minuten. Online richten jongeren zich vooral op bellen en chatten. Daarnaast scoort luisteren naar muziek hoog en besteden jongeren ongeveer evenveel tijd aan gamen, sociale media en aan het kijken naar online video’s. De minste aandacht is er voor browsen en e-mail.[1]

Ook als de online activiteiten bij tv, radio en geschreven pers worden betrokken blijven de leeftijdsgroepen een sterk afwijkend patroon vertonen. De 13-19-jarigen luisteren minder, kijken minder en lezen verhoudingsgewijs bijna niet, maar communiceren veel (tabel1).

Tabel 1 Tijdsbesteding aan media-activiteiten in minuten per dag

13-19 jaar 65 jaar en ouder Totaal 13+
Luisteren 95 163 162
Kijken 135 234 184
Lezen 11 81 43
Communiceren 132 29 66

Bron: media:tijd 2015

De vaste telefoon, in de groep 65 jaar en ouder nog steeds het voor communicatie meest gebruikte apparaat, wordt nagenoeg niet door de jongste leeftijdsgroep gebruikt; in meer dan de helft van de gevallen wordt via smartphone gecommuniceerd.

 

Sociale media en journalistiek

Een voordeel van sociale media is dat informatie makkelijk en snel gedeeld kan worden onder een grote groep mensen. Wereldwijd worden sociale media dan ook gebruikt voor het vergaren en verspreiden van nieuws; niet alleen door de gewone burger, ook door journalisten. Aan het voordeel schuilt uiteraard ook een gevaar. Wanneer informatie eenmaal gedeeld is, is het niet meer ongedaan te maken. Onderzoek van ING laat zien hoe journalisten in verschillende landen aankijken tegen het gebruik van sociale media in hun vak (figuur 1).

1.1-sociale-media

Ongeveer de helft van de Nederlandse journalisten geeft aan dat sociale media een betrouwbare bron van informatie zijn en dat bij het uitoefenen van hun functie de sociale media de belangrijkste bron van informatie zijn geworden. Het is dan ook niet vreemd dat driekwart van de Nederlandse journalisten ziet dat sociale media steeds meer invloed op het nieuws hebben.

Wanneer deze cijfers vergeleken worden met andere Europese landen valt op dat met name de Duitse journalisten wat terughoudender zijn als het gaat om het gebruik van sociale media. Slechts 32 procent beschouwt sociale media als betrouwbare bron. Des te opvallender is het dat wel de helft van deze journalisten aangeeft dat sociale media de belangrijkste bron van informatie zijn. De journalisten in het Verenigd Koninkrijk zijn meer overtuigd van de betrouwbaarheid van de sociale media. Dat de sociale media steeds meer invloed hebben op het nieuws staat voor deze journalisten buiten kijf.

De Amerikaanse journalisten vertonen soortgelijke opvattingen ten opzichte van sociale media als de collega’s in het Verenigd Koninkrijk.

 

Gebruik sociale en oude media in Europa

Hoe verhoudt zich het gebruik van sociale media ten opzichte van de traditionele media? Eind 2015 heeft de Europese Commissie een rapportage uitgebracht over het gebruik van de geschreven pers, radio, tv, internet en sociale media in alle EU-landen. Hieruit blijkt dat televisie nog steeds het medium is dat dagelijks in de EU het meest wordt gebruikt, gevolgd door internet, radio, geschreven pers en sociale media. Het gebruik van bijna al deze platformen is sinds de laatste meting eind 2014 licht teruggelopen, alleen het gebruik van sociale media neemt toe.

Qua mediagebruik wijken de gebruikers in Duitsland het sterkst af van die in Nederland. Het EU-gemiddelde wijkt echter nog sterker af. De verschillen tussen de landen zijn opmerkelijk. Tabel 2 laat de resultaten voor Nederland en de buurlanden zien. Duitsland en Nederland zijn de landen waar meer dan de helft van de bevolking dagelijks geschreven pers leest, met afstand gevolgd door België en het Verenigd Koninkrijk. Nederland en Duitsland komen met percentages van respectievelijk 55 en 57 ruimschoots boven het Europese gemiddelde van 31 procent uit.

Tabel 2 Dagelijks gebruik in 2015 (in procenten)

Geschreven pers Radio TV via TV-set of internet Internet Sociale media Gemiddelde afwijking t.o.v. NL
België 37 65 82 66 36 13,2
Duitsland 57 71 84 60 26 14,8
Frankrijk 27 57 84 68 36 13,6
Nederland 55 55 81 86 53 0
VK 29 50 79 74 44 10,8

Bron: Standard Eurobarometer 84: 2015

In Duitsland en België wordt nog relatief veel naar de radio geluisterd en ook in Nederland stemmen, met 55 procent van de bevolking, dagelijks bovengemiddeld veel personen op radio af.

In vergelijking met het EU-gemiddelde wordt alleen in Duitsland en Frankrijk evenveel tv gekeken. De overige landen laten percentages zien tussen 77 en 84 procent.

Het internetgebruik is juist groot: geen van de eerder genoemde landen scoort onder het EU-gemiddelde. Nederland is hierbij koploper en Duitsland laat het laagste aandeel zien.

In Nederland spelen ook sociale media een grotere rol dan in de andere landen. Duitsland belandt wat dit betreft op de laatste plek binnen de EU.

In Nederland worden alle mediatypes relatief veel gebruikt. Een pluriform aanbod en gebruik kan een bijdrage leveren aan meer vertrouwen in de media.

 

Vertrouwen in sociale en oude media in Europa

Een centrale functie van media in een democratie is de weg te wijzen naar maatschappelijk belangrijke informatie. Persvrijheid en redactionele onafhankelijkheid van aanbieders van nieuws zijn daarbij essentieel. Om de uitingen van media goed te kunnen ontvangen moet de gebruiker echter ook vertrouwen in media hebben. Onlangs heeft de staatssecretaris verkondigd: „We hebben in Nederland een vrije en gevarieerde pers. Dat is iets om trots op te zijn.”[2] Maar in hoeverre vertrouwen Nederlanders de pers en hoe verhoudt zich dat ten opzichte van andere Europese landen? De Europese Commissie heeft dit onderwerp aan bod laten komen in het eerder besproken onderzoek.

Tabel 3 Vertrouwen in media 2015 (in procenten), tussen haakjes de resultaten voor 2001

Geschreven pers Radio TV Internet Sociale media
België 54 (60) 63 (74) 58 (76) 32 16
Duitsland 46 (43) 61 (60) 55 (61) 30 15
Frankrijk 48 (61) 53 (63) 34 (52) 28 11
Nederland 63 (57) 66 (71) 57 (75) 43 19
VK 22 (20) 50 (65) 48 (71) 26 11
Gemiddelde van 28 EU-landen in 2015 43 55 48 35 20
Hoogste van 28 EU-landen 63
 (Nederland)
85
(Zweden)
75
(Zweden)
48
(Polen)
35
(Roemenië)
Laagste van 28 EU-landen 22
(Verenigd Koninkrijk)
37
(Griekenland)
20
(Griekenland)
22
(Zweden)
8
(Zweden)

Bron: Standard Eurobarometer 84: 2015 / Standard Eurobarometer 56: 2001

De dagbladen en tijdschriften genieten in Nederland het meeste vertrouwen van alle EU-landen. In het Verenigd Koninkrijk daarentegen is sprake van het minste vertrouwen (tabel 3).

Als het om televisie gaat, is het vertrouwen hierin in de laatste 15 jaar zowel in Nederland als in de omringende landen behoorlijk achteruit gegaan. Nederland heeft in vergelijking met andere Europese landen relatief veel vertrouwen in sociale media, ondanks dat ook Nederlanders sociale media veel minder vertrouwen dan oude media.

Recent is in de VS de vraag onderzocht wat een positief effect heeft op het vertrouwen in nieuws.[3] De meest belangrijke factor is accuraatheid: 85 procent van alle respondenten gaf aan dat kloppende feiten zeer of extreem belangrijk zijn. Duidelijk wordt dat de respondenten sceptisch zijn als het gaat om nieuws op sociale media. Wat voor twee derde van de groep die zich over het nieuws via facebook op de hoogte houdt meest belangrijk is, “is trust in the original news organization that produced the content.”

 

Risico’s voor mediapluralisme

In de jaarlijkse Europese Media Pluralism Monitor wordt stilgestaan bij de risico’s met betrekking tot mediapluralisme. In 2015 zijn 19 Europese landen onderzocht.[4] Als het gaat om de basisprincipes als bescherming van de vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie, de bescherming van journalistieke standaarden en de onafhankelijkheid van de nationale mediatoezichthouders is er in de meeste landen een laag risico. Nederland is achter Duitsland het land met de laagste waarde. Alleen in Roemenië wordt een verhoogd risico waargenomen vanwege de economische omstandigheden waarin journalisten zich staande moeten houden.

Een ander onderzocht aspect is de mate van onafhankelijkheid waarin de media opereren ten opzichte van de politiek. Hierbij is gelet op banden tussen overheid en veelgebruikte nieuwsdiensten, de mate waarin de overheid adverteert in de media of subsidies verstrekt en politieke inmenging bij de distributie van media. Bij 7 van de 19 landen wordt op dit punt een laag risico waargenomen. Dit zijn onder meer Nederland en Duitsland. Landen met een verhoogd risico zijn bijvoorbeeld Polen, Ierland, Oostenrijk en Spanje.

Het enige aspect waarbij de onderzoekers landen zien met een hoog risico voor de mediapluralisme is de marktconcentratie en eigendom van meerdere soorten media bij één partij. Het gaat dan om de landen Finland, Luxemburg, Litouwen, Polen en Spanje. Landen met een laag risico zijn onder meer Kroatië, Cyprus en Slovenië. Met name de aanwezigheid van enkele grote aanbieders op de markten voor print, radio en televisie wordt voor Nederland als een hoog risico gezien. De onderzoekers merken op dat – in tegenstelling tot enkele andere landen – de eigendomsverhoudingen in Nederland wel inzichtelijk zijn. Dit vanwege de voorwaarden die de Kamer van Koophandel stelt aan ondernemers om hun jaarrekeningen te deponeren, de aanwezigheid van openbare registers en de jaarlijkse monitoring van de Mediamonitor.

 

Groot-Nederlandse mediamarkten

Zoals ook de Europese Media Pluralism Monitor opmerkt, kent Nederland een klein aantal spelers die over een groot aandeel beschikken van het Nederlandse medialandschap. Zo is 2015 het jaar waarin De Persgroep uitgroeit tot een speler die nagenoeg de helft van de Nederlandse dagbladenmarkt in handen heeft. De Persgroep is een opmerkelijke partij. Zij is in verhouding tot Sanoma en RTL in weinig landen actief, maar op twee nationale markten in hetzelfde taalgebied ruim aanwezig. Hoe verhouden de Vlaamse mediamarkten zich ten opzichte van hun Nederlandse equivalenten, ontstaat er een gezamenlijk Vlaams verzorgingsgebied?

In 2003 betreedt De Persgroep Nederlandse bodem door grootaandeelhouder van Het Parool te worden en twee jaar later neemt het Noordzee FM over dat verder gaat als Nederlandse tak van Q-Music. In 2009 wordt De Persgroep eigenaar van de Perscombinatie-Meulenhoff (PCM) en wordt daarmee de nummer drie op de Nederlandse dagbladenmarkt. Na de overname van Mecom, de nummer twee op de Nederlandse dagbladenmarkt is de Persgroep nu de met afstand grootste aanbieder op de Nederlandse dagbladenmarkt. Opmerkelijk genoeg is de Persgroep niet de enige Vlaamse aanbieder op de Nederlandse dagbladenmarkt gebleven: Concentra neemt in 2014 de portefeuille van Media Groep Limburg over en Mediahuis, een joint venture van hetzelfde Concentra en Corelio, krijgt tenslotte in 2015 via een dochtervennootschap de titels NRC Handelsblad en nrc.next van NRC Media Holding in handen.

Met behulp van het rapport Mediaconcentratie in Vlaanderen van de Vlaamse mediatoezichthouder wordt eerst inzichtelijk hoe de afzonderlijke mediamarkten in Vlaanderen georganiseerd zijn. Afsluitend wordt ingegaan op concentratie in Vlaanderen vergeleken met de concentratie in Nederland.

 

Print

Drie uitgevers verzorgen samen het totale aanbod aan betaalde dagbladen in Vlaanderen. De titels De Standaard, Het Belang van Limburg, Het Nieuwsblad/De Gentenaar en Gazet van Antwerpen worden uitgebracht door Mediahuis. De Morgen en Het Laatste Nieuws/De Nieuwe Gazet zijn afkomstig van De Persgroep en De Tijd wordt uitgebracht door Mediafin, dat op zijn beurt voor de helft in handen is van De Persgroep.

Tabel 4 Overzicht voornaamste perstitels Vlaanderen 2014

Aanbieder Titel Marktaandeel
(in procenten)
Gemiddelde oplage
per nummer
Aantal nummers
per jaar
Mediahuis 52,4
De Standaard 9,2 101.375 303
Belang van Limburg 9,1 101.038 303
Het Nieuwsblad/De Gentenaar 24,6 272.202 303
Gazet van Antwerpen 9,5 105.077 303
De Persgroep 34,6
De Morgen 5,2 57.552 302
Het Laatste Nieuws/De Nieuwe Gazet 29,3 323.925 303
Mediafin De Tijd 3,1 34.752 254
Mass Transit Media Metro 9,9 109.228 209

Bron: Mediaconcentratie in Vlaanderen / CIM Pers echtverklaring 2014

België heeft meer gratis kranten dan Nederland. De bekendste voorbeelden van gratis bladen zijn Metro, De Streekkrant en de Zondag. Metro wordt uitgebracht door Mass Transit Media (waar Concentra voor 51 procent een deelneming in heeft).

De Vlaamse tijdschriftenmarkt kent net als de Nederlandse een groot aantal titels, waarbij titels komen en gaan. Er is, net als in Nederland, sprake van een krimpende markt. Sanoma, Roularta Media Group en De Persgroep verzorgen het grootste aanbod.

 

Televisie

Net als de Nederlandse kent de Vlaamse landelijke publieke omroep drie kanalen: Eén (voor een breed publiek), Canvas (voor verdieping) en Ketnet (voor kinderen en jongeren). In 2014 was het kanaal van Ketnet nog gedeeld met het eveneens publieke OP12. Wegens bezuinigingen en tegenvallende kijkcijfers is het aanbod van OP12 weggevallen. De vrijgekomen ruimte wordt nu ingevuld als ‘uitwijk- en servicekanaal’ voor Eén en Canvas.

Tabel 5 Marktaandelen Vlaamse televisiezenders 2015

Aanbieder Zender Marktaandeel
>1,5 (in procenten)
VRT 38,5
Eén 31,7
Canvas 5,0
Ketnet/OP12 1,8
Medialaan 30,4
VTM 20,6
2BE 4,9
Vitaya 4,9
De Vijver Media/SBS Belgium 11,7
Vier 7,8
Vijf 3,9

Bron: CIM TV – Noord, 2015, tijdvak 02-26uur, 4 jaar en ouder – GfK

De Persgroep is in Vlaanderen ook actief op de televisiemarkt. De grootste commerciële omroep in Vlaanderen is Medialaan, een voortvloeisel van een samenwerking tussen De Persgroep en Roularta Media Group. De derde grote aanbieder van de Vlaamse televisiemarkt is De Vijver Media, dat in 2011, gesteund door Sanoma, SBS Belgium overnam. Sanoma en voormalig dagbladuitgever Corelio bezitten allebei een derde van de aandelen van De Vijver Media.

 

Radio

De publieke omroep van Vlaanderen verzorgt op landelijk niveau vier zenders: algemeen nieuws en informatie op Radio 1, cultuur en klassieke muziek op Klara, populaire muziek op MNM en Studio Brussel met nieuws en cultuur voor een breed publiek. Daarnaast zijn er speciaal voor ontvangst middels DAB/DAB+ de zenders Nieuws+, Klara Continuo en MNM Hits. Aandacht voor regionaal nieuws en Nederlandstalige muziek is er op Radio 2, gericht op vijf verschillende Vlaamse gebieden.

Tabel 6 Marktaandelen Vlaamse radiozenders 2015

Aanbieder Zender Marktaandeel
 > 1,0 (in procenten)
VRT 59,3
Radio 1 6,6
Klara 1,9
MNM 10,4
Studio Brussel 12,0
Radio 2 (regionaal) 28,4
Medialaan 23,4
Q Music 14,7
JOE fm 8,7
Vlaanderen Eén Nostalgie 6,0

Bron: CIM Radio, Noorden, tijdvak 5-5 uur, W2 2015, 12 jaar en ouder

Sinds 2001 zijn er ook commerciële aanbieders actief op de landelijke radiomarkt: 4fm en de Vlaamse Media maatschappij (VMMa). In 2007 werd 4fm (tegenwoordig JOE fm) overgenomen door VMMa (tegenwoordig Medialaan geheten) en is er naast de VRT slechts één andere landelijke aanbieder.

Vlaanderen Eén is een samenwerkingsverband tussen een aantal van oudsher regionale commerciële omroepen die samen een landelijke zender verzorgen.

In de praktijk is er geen commerciële aanbieder die regionale radio verzorgt. In 2015 zijn er 292 lokale omroepen op de radiomarkt. Zeventig procent hiervan is deel van een samenwerkingsverband met andere omroepen.

 

Aanbiedersconcentratie Nederland en Vlaanderen

In tegenstelling tot het Nederlandse medialandschap kennen de Vlamingen beduidend minder buitenlandse aanbieders op de verschillende mediamarkten. Dat heeft vooral ermee te maken dat de Vlaamse uitgevers anders dan in Nederland direct of indirect[5] niet alleen op de dagbladenmarkt, maar ook grootschalig op de radio- en televisiemarkt actief zijn.

Om de mate van aanbiedersconcentratie weer te geven in een waarde kan gebruik worden gemaakt van de zogenoemde C3, het aandeel van de drie grootste aanbieders op de totale markt, en de Herfindahl Hirschman Index, kortweg HHI[6]. Bij een HHI kleiner dan 0,10 spreekt men van een ongeconcentreerde markt. Tussen 0,10 en 0,18 is ook wel sprake van een gematigd geconcentreerde markt en bij een HHI groter dan 0,18 wordt gesproken van een sterk geconcentreerde markt. Een HHI van 1 betekent dat de betreffende markt door slechts één partij wordt bediend.

In tabel 7 zijn de C3 en HHI van de Vlaamse mediamarkten afgezet tegen de C3 en HHI van de Nederlandse mediamarkten. Bij radio is zowel voor de Vlaamse als Nederlandse markt de C4 weergegeven, het gecumuleerde aandeel van de vier grootste aanbieders.

Tabel 7 Aanbiedersconcentratie in Vlaanderen en Nederland

Mediamarkt Vlaanderen (2014) Nederland (2015)
C3 (in procenten) HHI C3 (in procenten) HHI
Dagbladen 100 0,42 85 0,34
Televisie 81 0,26 84 0,26
Radio 89 0,45 85 0,24

Bron: Mediaconcentratie in Vlaanderen 2015 en Mediamonitor

Meest in het oog springend is het aandeel van 100 procent voor de drie grootste aanbieders op de Vlaamse dagbladenmarkt. Het gaat hierbij om de aanbieders Mediahuis (deels in handen van Concentra), De Persgroep en Mediafin (voor de helft in bezit van De Persgroep). Deze partijen hebben in 2015 ook op directe of indirecte wijze invloed op meer dan de helft van de Nederlandse dagbladenmarkt.

De grootste drie aanbieders van dagbladen in Nederland zijn de Telegraaf Media Groep, De Persgroep en Mediahuis. Zij verzorgen gezamenlijk 85 procent van de markt. Ondanks dat de Nederlandse dagbladenmarkt met een HHI van 0,34 sterk geconcentreerd kan worden genoemd, steekt de Vlaamse markt met een HHI van 0,42 hier met kop en schouders bovenuit. Oorzaak van het verschil is dat er in Nederland naast de drie grote uitgevers meer aanbieders actief zijn op de dagbladenmarkt dan in Vlaanderen.

De televisiemarkten in Nederland en Vlaanderen liggen wat betreft aanbiedersconcentratie niet ver uit elkaar. Zowel in Vlaanderen als in Nederland is er een sterke publieke omroep, met daarnaast twee commerciële aanbieders: Bertelsmann en Sanoma Group in Nederland en Medialaan en De Vijver Media in Vlaanderen.

De radiomarkt kent zowel in Vlaanderen als in Nederland vier aanbieders die bij elkaar veruit het grootste deel van de markt bedienen: 90 procent in Vlaanderen en 85 procent in Nederland. Er is echter wel een verschil te zien als het om HHI gaat. Net als op de dagbladenmarkt is er in Vlaanderen slechts een gering aantal aanbieders actief terwijl Nederland naast de vier grote aanbieders meer kleinere partijen kent. Dit verklaart een HHI van respectievelijk 0,45 en 0,24. In beide gevallen wordt gesproken van een sterk geconcentreerde markt.

 

De gezamenlijke dagbladenmarkt

Ondanks hoge concentratie van alle markten in Vlaanderen en Nederland is er op de radio en televisiemarkt sprake van verschillende aanbieders per land. Op de dagbladenmarkten zijn echter dezelfde spelers aanwezig. Hoe zou de markt eruit zien als er sprake is van één Groot-Nederlandse dagbladenmarkt?

Op basis van het aantal inwoners is de verhouding België : Nederland ongeveer 30:70. Wanneer deze verhouding wordt toegepast op de marktaandelen van De Persgroep, Mediahuis, Concentra en Telegraaf Media Groep (TMG) ontstaat een volgend overzicht.

Tabel 8 Aandeel grootste dagbladuitgevers bij een gezamenlijke markt

Aandeel in Vlaanderen (2014) Aandeel in Nederland (2015) Vlaams aandeel in gezamenlijke markt Nederlands aandeel in gezamenlijke markt Totaal aandeel in gezamenlijke markt
De Persgroep 37,7 47,4 11,3 33,2 44,5
TMG 31,8 0 22,3 22,3
Mediahuis 52,4 6,1 16 4,3 20,0
Concentra 9,9 4,4 3,0 3,1 6,1
Totaal 92,9

Verreweg de grootste speler zou De Persgroep zijn met een aandeel van 45 procent. TMG en Mediahuis verzorgen beide een vijfde van de markt en Concentra volgt met een aandeel van 6 procent. De aandelen van de van origine Vlaamse uitgevers bij elkaar opgeteld wijst uit dat in een Groot-Nederlandse dagbladenmarkt nagenoeg twee derde wordt verzorgd door onze zuiderburen.

[1] Media:tijd 2015 SPOT-analyse (2016). Geraadpleegd via: http://screenforce.nl/wp-content/uploads/2016/06/20160621-MediaTijd-2015-SPOT-analyse.pdf, sheets 10 en 17.
[2] De Telegraaf (15 juni 2016). Video Denk oogst hoon. p. 11.
[3] American Press Institute (17 april 2016). A new understanding: What makes people trust and rely on news. Geraadpleegd via: https://www.americanpressinstitute.org/publications/reports/survey-research/trust-news/
[4] E. Brogi, L.Ginsborg, e.a. (2015). Monitoring Media Pluralism in Europe. Testing and Implementation of the Media Pluralism Monitor 2015 – Policy Report. Geraadpleegd via: http://monitor.cmpf.eui.eu/mpm2015/results/
[5] Indirect via deelnemingen of samenwerkingsverbanden/joint ventures zoals De Persgroep via Mediahuis, Medialaan (50 procent De Persgroep) en Concentra en Corelio via Mass Transit Media (51 procent Corelio), De Vijver Media (50 procent Concentra) en Mediahuis (62 procent Corelio/38 procent Concentra)
[6] De HHI wordt berekend door de marktaandelen in proporties (25 procent = 0,25) van alle aanbieders op een markt te kwadrateren en op te tellen. De uiterste grenzen waarbinnen de concentratie zich afspeelt, zijn ‘1’ (maximale concentratie ofwel monopolie) en ‘1/n’, waarbij ‘n’ het aantal aanbieders is.

Deel deze pagina