Trends in 2014

Al veertien jaar volgt het Commissariaat voor de Media de belangrijkste trends en ontwikkelingen in de mediawereld. Jaarlijks wordt hiervan verslag gedaan in de Mediamonitor. Dit jaar zijn een aantal organisaties, die branchebreed in de media opereren, gevraagd trends vanuit hun perspectief met ons te delen. Van de volgende instellingen zijn reacties verwerkt: Immovator, een netwerkorganisatie die zich richt op de crossmediasector; VCO, de branchevereniging voor commerciële omroepen met voor Nederland bestemde programma’s; Groep Publiekstijdschriften (GPT), de belangenorganisatie van magazinemediabedrijven; NLCR, de branchevereniging voor Nederlandse niet-landelijke commerciële radiostations.

De visies van de verschillende partijen komen grotendeels overeen: het toenemende bereik van YouTube wordt nadrukkelijk genoemd. Alle noemen de versmelting van mediatypen en -markten als een van de opvallendste trends en de crisis waar met name de regio mee kampt blijft opmerkelijk. Daarnaast is er extra aandacht voor de toenemende aanbiedersconcentratie op de mediamarkten. Op deze ontwikkelingen wordt op de komende pagina’s nader ingegaan.

Gezien de grote verschillen in opzet en omvang van de aangeleverde bijdragen is ervoor gekozen om citaten uit de teksten te selecteren. De volledige bijdragen van de organisaties zijn hier terug te vinden.

 

Trend 1. Online video’s

Steeds meer partijen richten zich op online video’s mede door de populariteit ervan onder jongeren, de groep die met lineair tv-kijken steeds moeilijker te bereiken valt. Met name op het gebied van YouTube-kanalen is een enorme groei te zien.

 

YouTube in Nederland

Door de introductie van kanalen waarvoor de kanaalaanbieder redactioneel verantwoordelijk is, is YouTube als exploitant vergelijkbaar met andere contentaanbieders. Wanneer je als kijker niets wilt missen van een bepaald YouTube-kanaal, dan kun je je erop abonneren. Als abonnee wordt het kanaal, nadat je bent ingelogd, zichtbaar op de homepage van YouTube. Vervolgens is eenvoudig te zien of er nieuwe filmpjes zijn toegevoegd aan het kanaal. Het aantal abonnees is dan ook een indicatie voor de populariteit van een kanaal. Populair zijn de kanalen van jongeren die iets heel nieuws presenteren. Hun succes kan worden verklaard: “YouTube is the reason why I get to see something new and learn every day. The world looks very different in YouTube.” [1]

Gerangschikt op het aantal abonnees ziet in 2015 de top-20 van YouTube-kanalen gericht op Nederland er als volgt uit. Ter afbakening is alleen gekeken naar de kanalen van Nederlandse makers en waarin Nederlands gesproken wordt.

Tabel 1. Top-20 YouTube-kanalen van Nederlandse creators en Nederlands gesproken

Kanaal (gerangschikt op abonnees ’15) Onderwerp Views '15 Abonnees '15 Abonnees '13 MCN
1 EnzoKnol Reality 365.158.434 778.187 15.810 Divimove
2 StukTV Reality 141.993.513 703.423 23.150 Social1nfluencers
3 KUD Humor 179.426.040 624.120 294.300 NewbeChannels
4 Dusdavidgames Games 210.275.831 570.017 202.820 Divimove
5 Dagelijks HaaDee Games 187.793.325 541.563 98.450 Divimove
6 The Voice Kids TV 334.082.070 523.310 6.220 RTL MCN
7 Dylan Haegens Reality 52.765.430 403.108 65.620 Social1nfluencers
8 Beauty Gloss Kleding/make-up/verzorging 159.181.997 402.694 146.070 Social1nfluencers
9 GameMeneer Games 98.903.365 338.824 1.770 Divimove
10 Dit is Milan Reality 43.714.274 316.453 60.170 Divimove
11 BanjoMovies Reality 52.043.822 288.063 158.310 NewbeChannels
12 Eveline Maureen Knutselen 132.283.504 266.999 0 -
13 Mertabi Humor 42.524.587 265.798 89.670 RTL MCN / NewbeChannels
14 Fun Reality 27.778.090 258.511 65.790 RTL MCN
15 Zu5e Reality 20.839.943 230.342 0 RTL MCN
16 TheKelVlog Reality 17.781.413 228.321 24.890 Mediakraft Nederland
17 Gekke Markie Reality 15.508.064 225.842 0 Divimove
18 Vako Games Games 56.820.206 219.384 58.900 Divimove
19 Meisje Djamila Reality 61.313.164 215.375 0 NewbeChannels
20 Fifalosophy Games 24.595.407 214.323 1.210 Divimove

Bron data: SocialBlade
Peildatum 20 juli 2015. Waarden kunnen door de bron zijn afgerond.

De snelle ontwikkeling van YouTube als medium wordt duidelijk in de vergelijking tussen het aantal abonnees in 2013 en in 2015. Van de twintig kanalen die in 2015 in de top staan, waren vier nog niet actief in 2013. Deze kanalen zijn in korte tijd extreem snel gegroeid. Bij de kanalen die in 2013 al actief waren, valt op dat verdubbeling van het aantal abonnees meer regel dan uitzondering is. De grootste procentuele groei is te zien bij twee gamekanalen: GameMeneer en Fifalosophy, nummers 9 en 20. Het kanaal met de minst snelle stijging van het aantal abonnees is BanjoMovies, nummer 11.Zes Nederlandstalige YouTube-kanalen hebben op de peildatum meer dan een half miljoen abonnees. Koplopers zijn EnzoKnol en StukTV, die beide filmpjes bieden met belevenissen van de makers, die ook wel ‘creators’ worden genoemd. Een verschil tussen EnzoKnol en StukTV is het aantal views, het aantal keer dat alle video’s van een kanaal bij elkaar zijn bekeken. Bij eerstgenoemde ligt dit op 365 miljoen, bij StukTV op 142 miljoen.

Wanneer alleen gekeken wordt naar kanalen afkomstig uit Nederland, zonder de eis van de Nederlandse taal, valt op dat de top-20 wordt gedomineerd door muziek. Nederland kent vele dj’s die wereldwijd succes hebben. Daarnaast leent muziek zich er goed voor om een internationaal publiek te bedienen. Op de peildatum heeft de Nederlandse dj Hardwell 2,6 miljoen abonnees en 410 miljoen views. Het enige muziekkanaal dat nog wel in bovenstaande top-20 is opgenomen, is het kanaal van The Voice Kids. Dit vanwege de oorsprong van de beelden: deze zijn afkomstig van de uitzendingen van het gelijknamige televisieprogramma.

 

Multichannelnetwerken

Steeds vaker wordt de zelfstandige kanaalaanbieder vertegenwoordigd door een zogenoemd multichannelnetwerk (MCN).[2] MCN’s zorgen voor een groter bereik van kanalen, meer commerciële inkomsten uit bijvoorbeeld product placement of merchandising, ondersteuning van de videoproducties en samenwerking tussen kanalen. Grote Nederlandse kanalen, zoals StukTV en Beautygloss, worden vertegenwoordigd door Social1nfluencers, onderdeel van Sanoma/SBS. Een andere bekende MCN is Divimove, een Europees netwerk met meer dan 1.600 creators en inmiddels voor 51 procent in handen van RTL-dochter FremantleMedia.[3] Een van hen is Enzo Knol, op dit moment de populairste ‘vlogger’ (video-logger) van Nederland. De in de VS gevestigde MCN’s zijn nog beduidend groter. Zo vertegenwoordigt het wereldwijd opererende Fullscreen, in handen van o.a. Comcast, een netwerk met meer dan 30.000 kanalen, en Maker Studios, onderdeel van Disney, een netwerk met meer dan 5.000 YouTube-kanalen.[4]

De YouTube-kanalen zijn erg in trek bij 15 tot 35-jarigen, de favoriete commerciële doelgroep die door lineaire televisie steeds moeilijker te bereiken valt. De jongeren uit deze groep vinden hier een eigen plek waar hun ouders nauwelijks van weten of gebruik van maken: “Waar jongerenzenders als MTV en BNN onderdeel zijn van het standaard tv-zenderpakket, zijn deze YouTube-kanalen echte jongerendomeinen. Volwassenen spelen hier geen rol en weten vaak niet eens van het bestaan van deze kanalen, simpelweg omdat ze op een andere manier tv-kijken.”[5] Dat is voor de reclame-industrie erg aantrekkelijk: commerciële boodschappen die op lineaire televisie niet mogen worden uitgezonden, kunnen deze doelgroep via YouTube-kanalen direct en indirect bereiken.

Immovator ziet een duidelijke verschuiving in de manier van adverteren: “Adverteren via online video zal aan populariteit winnen, maar niet op de traditionele manier. Alternatief is ‘native advertising’.” Er is nog nauwelijks onderzoek naar gedaan, maar in de VS zijn de eerste stappen voor een zelfregulatiesysteem al gezet.[6]

 

Bereik

Twee op de drie Nederlanders kijkt ten minste een keer per maand naar YouTube video’s.[7] Wie jongeren wil bereiken, kan YouTube als platform gebruiken om dicht bij deze doelgroep te komen. Een voorbeeld van zo’n succesverhaal is een inzamelingsactie van Giro 555.[8] Normaliter wordt bij een inzamelingsactie met name gebruikgemaakt van kranten, tijdschriften, radio en televisie. In het voorjaar van 2015 richtte Giro 555 zich daarnaast tot de YouTube-gemeenschap voor steun aan het rampgebied in Nepal. Bekende en onbekende vloggers hebben zich massaal ingezet; filmpjes werden geüpload naar een speciaal opgezet platform, waarbij voor elke duizend views een euro zou worden overgemaakt. StukTV reisde zelfs naar het rampgebied om daar verslag te doen van de situatie. Dit alles heeft het bereik van de actie aanmerkelijk vergroot.

In mei 2015 maakt Sanoma bekend de ‘millennials’, de generatie van 17 tot 24 jaar, in de toekomst ook via meerdere kanalen te gaan benaderen. Het MCN Social1nfluencers zal daarbij nadrukkelijk worden betrokken. Omdat deze generatie minder naar televisie kijkt, maar wel naar vloggers op YouTube, ziet CEO Peter de Mönnink mogelijkheden om die groep kijkers ook te koppelen aan andere content van Sanoma.[9]

Dat naast het kopen van MCN’s ook coproducties mogelijkheden bieden om het bereik onder jongeren te vergroten, laten de Duitse omroepen ARD en ZDF zien. Zij ontwikkelen zelf een jeugdportaal, gericht op de doelgroep 14 tot 29 jaar, dat in 2016 van start zal gaan. Bij de ontwikkeling van formats wordt nauw samengewerkt met bekende vloggers als LeFloid, die meer dan 2,5 miljoen abonnees aan zich heeft gebonden.[10]

 

Gebruik mobiele apparaten

De toenemende interesse voor online video valt samen met een verschuiving in het gebruik van mobiele apparaten.

De Media Standaard Survey (MSS)[11] laat zien welke apparaten worden gebruikt voor de toegang tot internet (figuur 1). In 2012 zijn pc en laptop nog duidelijke koplopers, maar twee jaar later heeft de pc al plaats moeten maken voor de smartphone. Uit het onderzoek ‘Trends in Digitale Media & Entertainment’ van GfK[12] blijkt dat 49 procent van de Nederlanders een mobiel apparaat gebruikt om naar online video’s te kijken.

Sanoma/SBS heeft laten onderzoeken hoe het gebruik van online video’s er precies uitziet.[13] Verreweg de populairste dienst om online video’s te bekijken is YouTube, uitzending gemist staat op nummer 2 en Netflix en videoland.nl op nummer 11 en 18.[14]

1.1-Apparaten-versus-YouTube

 

Eind april 2005 wordt het eerste YouTube-filmpje geüpload.[15] In 2011 wordt wereldwijd ongeveer 50 uur per minuut aan videomateriaal geüpload, in 2014 is dat opgelopen tot 100 uur per minuut en in 2014 staat de teller al op 300 uur per minuut (figuur 1). Dat YouTube de afgelopen maanden enorm gegroeid is, is dan ook een understatement. Meer aanbieders proberen met meer videoaanbod hun doelgroep te bereiken en zo hogere reclame-inkomsten te genereren.Uit onderzoek van NewCom blijkt dat in Nederland de afgelopen jaren het gebruik redelijk stabiel is gebleven, het aantal Nederlanders dat wel eens gebruikmaakt van YouTube schommelt rond de zeven miljoen. Ruim een miljoen daarvan maakt dagelijks gebruik van de videodienst.[16]

 

Trend 2. De dagbladencrisis; crisis in de regio

Met alle nieuwe ontwikkelingen die gaande zijn voor de consument en de adverteerder, lijken aanbieders op de dagbladenmarkt steeds meer moeite te hebben om het hoofd boven water te houden. Regionale dagbladen verliezen meer bereik dan landelijke dagbladen en dit geldt ook voor de regionale omroepen; ook zij bereiken via zowel radio als tv steeds minder Nederlanders. Oftewel, ‘crisis in de regio’.

 

Op weg naar een luxeproduct?

“Among the major sectors, only newspapers suffered continued revenue declines last year – an unmistakable sign that the structural economic problems facing newspapers are more severe than those of other media.” Dit stond al in 2011 te lezen in het rapport ‘The state of the news media’.[17] Dagbladen stoppen met verschijnen of hebben een beduidend lagere oplage dan in 2000. Na een piek in 1970 begon langzaam de crisis van dagbladen in de VS. Al twintig jaar geleden was het lezen in de VS geen vanzelfsprekendheid meer en las minder dan de helft van de bevolking dagelijks een dagblad.[18] In Nederland bleef de totale oplage van alle dagbladen tussen 1980 en 2000 stabiel.[19] In de Mediamonitor is echter duidelijk naar voren gekomen dat er intussen sprake is van een trend van dalende papieren oplages.[20] De komst van gratis verspreide dagbladen leek een kentering te betekenen, maar die was van korte duur. Paul Disco, docent Media, Informatie en Communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam, vergelijkt kranten nu al met houtskoolbriketten “Die kopen we ook nog steeds, maar vooral als luxeproduct voor de barbecue. We hebben ze niet meer nodig voor de dagelijkse verwarming van ons huis.”[21] Volgens de Franse socioloog Bourdieu hebben dagbladen niet alleen de functie te informeren, maar ook de functie om de hoger van de lager opgeleiden te onderscheiden.[22] Dat het bereik van het NRC, de Volkskrant, Trouw en het Financieele Dagblad in niet of veel mindere mate daalt dan die van andere dagbladen, kan worden gezien als een eerste bevestiging van deze hypothese.[23]

 

Gratis verspreide dagbladen

Metro en Sp!ts werden op 21 juni 1999 in Nederland gelanceerd met een bij elkaar opgetelde oplage van meer dan een half miljoen. Daarmee begon in Nederland de revolutie van de gratis krant, die zijn hoogtepunt beleefde in 2007 en 2008, toen de oplage meer dan verdrievoudigd was ten opzichte van 1999.[24] In de daarop volgende jaren verdween een groot deel van de oplage van gratis dagbladen even snel als die was gestegen.[25] Op 9 oktober 2014 verscheen, na vijftien jaar, de laatste editie van Sp!ts. Nu is er met Metro nog maar één gratis dagblad over. Dat is niet alleen een Nederlands fenomeen, maar een internationale trend.

In Europa steeg het aantal gratis verspreide dagbladen en hun oplage tot ongeveer 2007. Toen waren er in 31 Europese landen 140 gratis dagbladen met een totale oplage van 27 miljoen. Vanaf 2010 zette de daling in en in 2013 waren er nog maar 65 titels over in 23 landen, met een gezamenlijke oplage van 14 miljoen.[26]

Metro is met afstand het grootste gratis dagblad in Zweden. Het verscheen voor het eerst in 1995[27] en vanaf 2000 kwamen er steeds meer gratis dagbladen bij. In 2006/2007 telde het land de meeste gratis bladen en de hoogste oplagen. Daarna daalde het aantal titels en hun oplage tot 2009, sindsdien is het redelijk stabiel.

In Griekenland groeiden de gratis dagbladen tussen 2004 en 2010. Ook Metro werd in Griekenland uitgegeven, maar is in 2012 gestopt. Van de vier gratis verspreide dagbladen is er uiteindelijk één overgebleven, die wordt regionaal verspreid met een oplage van een paar duizend exemplaren. In Frankrijk is de totale oplage van gratis dagbladen sinds 2007 bijna onveranderd. Er zijn in 2015 drie bladen actief: DirectMartin Plus, 20 Minutes en Metro. Direct Soir is in 2010 gestopt en verwacht wordt dat Metro binnenkort zal stoppen met de printeditie. Finland telde twee kranten, waarvan er nu nog één over is. In Denemarken begon het in 2001 met twee gratis dagbladen, met een piekperiode in 2006 en 2007 met tien titels en een zeer hoge totale oplage. Intussen is er ook in Denemarken met MetroXpress slechts één krant overgebleven. Een vergelijkbaar beeld is in Tsjechië te zien.

 

De lezers

De drijvende kracht achter het succes van gratis dagbladen waren de nieuwe lezers. Vooral jongeren die niet tot de groep van dagbladlezers behoorden, begonnen toen met het lezen van gratis kranten. Onderzoeker Piet Bakker constateert dan ook in 2004 “dat het aantal krantenlezers in feite is gegroeid sinds de introductie van de gratis titels en dat sinds vijf jaar jongeren weer goed vertegenwoordigd zijn bij de dagbladlezers.”[28] De verdwenen jonge lezer was terug,[29] maar dit was van korte duur. Sinds 2010 daalde het bereik van gratis dagbladen van 19 naar 9 procent. De komst van de smartphone heeft zeker aan de daling van het bereik van gratis dagbladen bijgedragen. Maar, zo schreef Trouw in 2014, Tom (22), wachtend op de trein van 08.40 uur naar Den Helder, wordt wel bereikt: ”Nee, ik lees die gratis kranten eigenlijk niet. Ja, soms. Als de batterij van m’n telefoon leeg is.”[30]

Het onderzoek ‘Media:Tijd’ maakt het centrale probleem van alle dagbladen duidelijk: ze worden door jongeren niet meer gelezen. Daarnaast leest slechts 20 procent in de leeftijdsgroep 35-49 een krant. Dat is de fase in het leven dat er een huishouden is gesticht en in vroegere tijden een abonnement op een krant daar gewoon bijhoorde. Het is niet waarschijnlijk dat dit aandeel is verdrievoudigd wanneer de mensen in deze groep zijn doorgegroeid tot de leeftijdsgroep 65+. Het is waarschijnlijker dat op dat moment een groot deel van de papieren oplage van dagbladen is verdwenen.

 

Tabel 2. Nieuwsmediabereik Nederlandse bevolking in 2013 (in procenten)

Leeftijdscategorie (live) nieuws op tv Papieren dagblad Dagblad via apparaat Nieuwssites/-app bezoeken
13-19 19 9 2 6
20-34 24 11 4 12
35-49 34 20 7 12
50-64 55 43 5 7
≥65 jaar 67 60 4 4
Totaal 42 30 5 9

Bron: Media:Tijd TBO 2013[31]

Het bereik van papieren dagbladen neemt ieder jaar af. In 2009 las 68,3 procent van de Nederlandse bevolking een dagblad, in 2014 komt dit bereik met 53,2 procent waarschijnlijk voor het laatst boven de 50 procent. In de VS wordt al twintig jaar niet eens de helft van de bevolking bereikt door een dagblad. Daarmee kan het lezen van een dagblad niet meer als gemeengoed worden bezien, jongeren zullen als ze ouder zijn ook niet meer vanzelfsprekend een abonnement nemen.

 

De financiële situatie

Als lezers de papieren dagbladen de rug toekeren, als de grote adverteerders voor andere media kiezen, als rubrieksadvertenties verhuizen naar sociale media, Funda, Marktplaats of Ebay, dan heeft dit gevolgen voor de dagbladuitgevers.

De Mediamonitor volgt de ontwikkelingen van de grote dagbladuitgevers TMG, De Persgroep en Mecom. NDP Nieuwsmedia voert jaarlijks de bedrijfstak- en omzetenquête uit die inzicht geeft in de omzet van de hele branche.[32] Zoals verwacht daalden de advertentie-inkomsten sterk, van 951 miljoen euro in 2002 naar 511 miljoen in 2010. In dezelfde periode steeg de omzet uit de lezersmarkt (abonnementen en losse verkoop) van 883 naar 966 miljoen euro. In de afgelopen jaren daalt de omzet uit de lezersmarkt maar licht: tussen 2012 en 2013 met 2 procent en tussen 2013 en 2014 met 1 procent. De advertentieomzet kampt daarentegen met verliezen van 13 procent tussen 2011 en 2012, 18 procent tussen 2012 en 2013 en 6 procent tussen 2013 en 2014. Reorganisaties en besparingen op persoon zijn een gevolg van de crisis in de dagbladensector. Niet alleen in de dagbladenwereld verdwijnen werkplekken. Immovator ziet een branchebrede trend: “De werkgelegenheid in de media- en entertainmentindustrie laat al langere tijd een negatieve ontwikkeling zien. Die is terug te voeren op het disruptieve effect van digitalisering op de traditionele mediasector, de economische crisis en de bezuinigingen bij de omroepsector.”

 

Concentratie

In Nederland is de aanbiedersconcentratie op de mediamarkten hoog en het aandeel buitenlandse aanbieders neemt gestaag toe. Dat betreft niet alleen de distributiemarkten, het geldt ook voor de contentmarkten televisie en dagbladen:

  • In 2004 koopt het Britse Apax Partners een meerderheidsbelang in PCM;
  • In 2007 neemt het Britse Mecom de Limburgse dagbladen over en verwerft het een meerderheidsbelang in Wegener;
  • In 2009 wordt de Belgische De Persgroep eigenaar van PCM;
  • In 2014 wordt de Media Groep Limburg overgenomen door het Belgische Concentra;
  • In 2015 neemt De Persgroep Wegener over en wordt de overname goedgekeurd van NRC Media Holding door het Belgische Mediahuis.

Op basis van de marktaandelen in 2014 neemt de concentratie toe en is 55 procent van de dagbladenmarkt nu in Vlaamse handen.

 

Maar hoe staat de Vlaamse dagbladenmarkt ervoor? De dagbladenmarkt in Vlaanderen is in 2013 overzichtelijk en met een HHI[33] van 0,42 zeer geconcentreerd.[34] De totale dagbladoplage is verdeeld over drie uitgevers. Het Mediahuis, een joint venture van Corelio (62 procent) en Concentra (38 procent), heeft op basis van oplage een marktaandeel van 52 procent. De Persgroep is de nummer twee met een aandeel van 37 procent. Mass Transit Media NV, waarin Concentra met 51 procent over een meerderheidsbelang beschikt, heeft een aandeel van 10 procent. Dagbladen zijn hier, in tegenstelling tot een groot deel van de Nederlandse markt, niet in bezit van buitenlandse bedrijven. Dat geldt overigens niet alleen voor België, maar ook voor Duitsland.[35]

 

Meer met minder

Sinds 1 januari 2015 bestaat er geen oplage-instituut HOI meer. Wel wordt de naam nog gebruikt als keurmerk voor een aangepaste gecertificeerde oplagemeting door het National Onderzoek Multimedia (NOM), dat zich al langer richt op het meten van bereik van papieren en digitale versies van dagbladen en tijdschriften.[37] De aanpassingen van de verdienmodellen en de capaciteit hebben vooral gevolgen voor de mediabedrijven. Reorganisaties als gevolg van overnames en kostenbesparingen gaan gewoon door en leiden doorgaans tot minder werknemers. Dalende oplages hebben daarnaast ingrijpende gevolgen voor drukkerijen[38], maar bijvoorbeeld ook voor regionale formules.[39] Het aantal werkloze journalisten was nooit eerder zo hoog en het aantal vrije arbeidsplekken nooit eerder zo klein.

 

De regio kleurt grijs

Als er sprake is van reorganisatie of ontslagrondes, dan zijn vaak regionale dagbladen het slachtoffer. Als vervolgens lokale edities verdwijnen, ontstaan er kale plekken in de regio.[40] De gevolgen van de bezuinigingen bij de regionale dagbladen worden steeds ernstiger, omdat er op dit moment weinig werkende alternatieven zijn voor dit medium. Vooral de lokale pers verliest aan betekenis.[41] De resultaten van het onderzoek ‘Nieuwsvoorziening in de regio 2014’ bevestigen het beeld dat er op dit moment verhoudingsgewijs weinig lokale informatie beschikbaar is in kleinere gemeentes.[42] Het is volgens het onderzoek aannemelijk dat dit beperkte aanbod binnen tien jaar grotendeels zal verdwijnen. Maar misschien is het tijd om niet alleen naar het aanbod te kijken, maar ook de behoeftes van de burger mee te wegen. Uit het onderzoek blijkt, tot verrassing van de onderzoekers, dat de burger in de kleinere gemeente met het beperkte aanbod aldaar even tevreden is als de burger uit de grote stad, die veel meer aanbod tot zijn beschikking heeft. Dit zou kunnen betekenen dat de interesse beperkt is.

 

Tabel 3: Bereik regionale media (in procenten)

2009 2010 2011 2012 2013 2014
Regionale dagbladen 33,7 33 30,8 29,9 27,8 25,8
Regionale omroepen televisie
(dagelijks vanaf 1 minuut)
18,4 17,3 16,4 14,9 12,9 11,9
Regionale omroepen radio
(dagelijks vanaf 8 minuten)
12,3 11,9 11,3 10,4 10,8 9,5

Bron data: Mediamonitor

 

Opmerkelijk blijft dat regionale dagbladen meer bereik verliezen dan landelijke dagbladen. Sinds 2009 daalde het bereik van de betaalde regionale dagbladen met 7,9 procentpunt (van 33,7 procent naar 25,8 procent), maar het bereik van de betaalde landelijke dagbladen slechts met 5,2 procentpunt (van 36,7 procent naar 31,5 procent). Dit is niet typisch Nederlands. In het Verenigd Koninkrijk is de oplage van regionale bladen sinds 2000 met bijna 60 procent gedaald, die van bovenregionale bladen ‘maar’ met iets meer dan 40 procent.[43] Het is overigens niet zo dat de Nederlander voor zijn behoefte aan regionaal en lokaal nieuws in toenemende mate gebruikmaakt van regionale televisie en radio. Ook de regionale publieke omroepen bereiken via zowel televisie als radio steeds minder Nederlanders. In vijf jaar is het bereik van regionale publieke televisie gedaald met 35,3 procent, dat van de regionale dagbladen met 23,4 procent en dat van regionale publieke radio met 22,8 procent. Het gezamenlijke probleem van de regio en de papieren dagbladen zit niet aan de aanbodkant.

 

Trend 3. Versmelting van markten

Jarenlang heeft de Mediamonitor de ontwikkelingen op de verschillende mediamarkten gepresenteerd aan de hand van de afzonderlijke traditionele markten voor televisie, radio, dagbladen en tijdschriften. Het wordt echter steeds moeilijker om nog van afzonderlijke markten te spreken: er ontstaan niet alleen kruisbestuivingen tussen mediatypen, ook niet-mediagerelateerde bedrijven begeven zich op het terrein van media – en vice versa. Immovator vat deze trend samen: “De juiste content of diensten via de juiste media op het juiste moment en de juiste plaats – dat is volgens velen dé manier waarop je voor consumenten relevant kunt zijn”.

 

Verbreding van het media-aanbod

“De belangrijkste ontwikkeling bij magazines is de transformatie van magazines naar mediamerken” volgens GPT. Door overnames en nieuwe initiatieven worden mediabedrijven groter en breder inzetbaar. Een voorbeeld is Sanoma, van oorsprong een uitgever van tijdschriften, dat televisiebedrijf SBS Nederland koopt en zo zijn portefeuille van tijdschriften en websites verbreedt met televisiezenders. Gecombineerd met het succes van websites als nu.nl maakt dit Sanoma tot een allround mediaspeler. Voor Sanoma is het nu aanmerkelijk eenvoudiger om merken niet alleen actief te laten zijn op de tijdschriften- of televisiemarkt, maar ze breed op te bouwen en de lezer en kijker optimaal te bereiken.

Niet alleen printproducten worden mediamerken, de convergentie betreft natuurlijk ook de omroepwereld. De VCO ziet als “een van de belangrijkste ontwikkelingen in het medialandschap de convergentie die plaatsvindt tussen voorheen gescheiden mediadomeinen.” Zo spreekt de NPO in zijn concessiebeleidsplan 2016-2020[44] over NPO Plus, een eigen video-on-demanddienst tegen betaling. In 2014 is de dienst onderdeel geworden van NLziet, het gezamenlijke project van de NPO, RTL en SBS. Het is de bedoeling dat NPO Plus ook zelfstandig aangeboden wordt. Daarnaast wil de omroep zich meer bezighouden met het verspreiden van materiaal via de ether. Een plan voor de overname van de uitzendfrequentie van Digitenne in 2017 is reeds ingediend.[45]

Ook radiozenders experimenteren met het vergroten van hun bereik en stemmen meer af op de behoeftes van het publiek. “Luisteraars hebben meer behoefte aan visuele ondersteuning” geeft NLCR aan. Steeds vaker komt het voor dat radioprogramma’s de luisteraars via webcams in de studio laten meekijken. Deze streams zijn vervolgens te volgen via apps, internet of televisie en worden ook wel visual radio genoemd. Toch zetten trends niet altijd door. NLCR ziet maar beperkte toename in webradio: “Luisteren naar radio via mobile neemt wel toe, maar de grote groei loopt naar ons idee terug. De trend van digitaal luisteren via kabel en ether neemt wel een snelle vlucht.”

De verschillende omroepen vergroten hun bereik onder jongeren door meer samen te werken met populaire YouTube-sterren. De populariteit van deze sterren is dermate groot dat er multichannelnetwerken zijn ontstaan waarbij de commerciële belangen van meerdere YouTubers worden vertegenwoordigd door een bedrijf.

 

Verbreding buiten het media-aanbod

Enerzijds vervagen de grenzen tussen verschillende mediatypen en mediabedrijven, anderzijds ontstaan nieuwe samenwerkingen tussen media en niet-mediagerelateerde producten en diensten. Voor Immovator is 2014 dan ook “een kanteljaar voor slimme technologie die media en andere diensten in ons leven aan elkaar verbindt, en compleet nieuwe content op gaat leveren.”

Van deze laatste variant is Google een goed voorbeeld. Het bedrijf, dat groot werd dankzij de zoekmachine op internet, staat bekend om zijn vele overnames.[46] Van satellietbeelden (SkyBox Imaging) tot slimme thermostaten (NestLabs) en van mobieltjes (Motorola) tot een videodienst (YouTube); Google doet er alles aan om een zo compleet mogelijk pakket in eigen beheer te hebben en te houden. Het gaat daarbij niet alleen om aankopen om huidige diensten te kunnen verbeteren, er wordt ook gekeken naar nieuwe terreinen die veroverd kunnen worden. In augustus 2015 wordt bekend dat Google een eigen conglomeraat opricht onder de naam Alphabet, om zo de verschillende disciplines die zich door de jaren heen onder Google hebben geschaard meer zelfstandig te kunnen laten opereren.[47]

Een ander voorbeeld is de Amerikaanse webwinkel Amazon, die in 2014 videodienst Twitch overnam.[48] In juli 2015 wordt bekend dat Jeremy Clarkson, James May en Richard Hammond, de drie voormalige presentatoren van het Britse autoprogramma Top Gear, zijn gecontracteerd door Amazon om een nieuwe serie te maken over auto’s, exclusief voor Amazon Prime.[49]

Als het om nieuws gaat, zijn er steeds meer grote technologiebedrijven die ervoor kiezen om zelf aan het stuur van de journalistiek te staan. Zo zocht Twitter in 2013 een ‘Head of News’. Deze persoon moest zich gaan bezighouden met het uitdragen van de mogelijkheden van Twitter bij journalisten en nieuwsredacties.[50] Ook Apple heeft in juni 2015 een vacature voor ervaren journalisten die nieuwsberichten voor een nieuwsdienst moeten gaan selecteren.[51] Daarnaast lanceren zowel Google als Facebook in 2015 een platform om het de journalist zo eenvoudig mogelijk te maken om artikelen te schrijven en te verspreiden, respectievelijk Newslab en Instant Articles.

VCO ziet nog een andere ontwikkeling: “Met betrekking tot de toegang van de kijker fungeren de pakketaanbieders als gatekeepers. De pakketaanbieders concurreren met eigen content met de traditionele content aanbieders die afhankelijk zijn van de infrastructuur.” Ook de Nederlandse pakketaanbieders experimenteren met het vergroten van hun merk. Zo is KPN niet meer alleen een partij om je telefoon-, televisie- of internetabonnement af te sluiten: in juni 2015 kondigt KPN aan zich te begeven op de markt voor contentproductie.[52] Abonnees van het KPN-netwerk zullen gratis toegang krijgen tot exclusief materiaal. De serie Brussel zal daar als eerste uitgebracht worden, daarnaast is er aandacht voor sport en muziek.

De vervaging van de grenzen binnen domeinen, maar ook tussen verschillende branches, leidt tot een grijs gebied in regelgeving. VCO ziet een “toenemende macht van auteurs en collectieve beheersorganisaties” die “leiden tot kostenstijgingen en het ontstaan van illegale circuits zoals Popcorntime”. Er ontstaan producten en diensten die de dans weten te ontspringen als het gaat om regulering. Volgens VCO loopt de regelgeving “achter bij deze ontwikkelingen. Door uit te blijven gaan van gescheiden werelden dreigt het doel zoals bijvoorbeeld de bescherming van minderjarigen, ondermijnd te worden.” Een oudere stelling van de WRR wordt hierdoor weer actueel: “In het mediabeleid van de toekomst moet de overheid de maatschappelijke risico’s in het medialandschap vaststellen per afzonderlijke functie. Bijvoorbeeld, de vraag of er sprake is van pluriformiteit moet niet langer meer voor één afzonderlijk medium (bijvoorbeeld televisie) worden bekeken, maar per afzonderlijke functie.” [53]

Nagedacht moet worden wat dit betekent voor regels omtrent reclame en de bescherming van minderjarigen, maar ook met betrekking tot de aandacht voor gokken, alcohol en drugs.

 

 

Trend 4. Meer en mondiaal

De Mediamonitor heeft als wettelijke taak om “ontwikkelingen ten aanzien van concentraties en financieel-economische omstandigheden op de nationale en internationale mediamarkten en de gevolgen daarvan voor de pluriformiteit en onafhankelijkheid van de informatievoorziening” te onderzoeken.[54] Deze taak leidt tot rapportages waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe de mediamarkten evolueren.

In het voorjaar van 2015 heeft het Commissariaat een onderzoek gepubliceerd over de onafhankelijkheid van Nederlandse nieuwsredacties. In het artikel komen mogelijke risico’s voor de onafhankelijk van de journalistiek naar voren. Een daarvan is een toenemende aanbiedersconcentratie: steeds minder aanbieders bepalen het beleid van de nieuwstitels. Doordat titels verdwijnen, worden samengevoegd of worden overgenomen door reeds bestaande aanbieders, wordt de concurrentie en daarmee de controlefunctie onderling steeds kleiner.

 

Aanbiedersconcentratie

Onderstaande figuur toont hoe het aantal aanbieders op de markten voor dagbladen, radio en televisie door de jaren heen is afgenomen. Overzichten van de verschillende markten zijn te vinden op de website van de Mediamonitor. Voor onderstaande figuur dient opgemerkt te worden dat ter afbakening het aantal niet-landelijke commerciële aanbieders op de radio- en de televisiemarkt is beperkt tot één. Daarnaast is er geen onderscheid gemaakt tussen aanbieders met één titel of zender en de aanbieders die meerdere titels of zenders verzorgen.

2-Aantal-aanbieders

Opgesplitst naar type mediamarkt is te zien dat er in 2006 veertien verschillende aanbieders actief waren op de dagbladenmarkt, twaalf op de radiomarkt en tien op de televisiemarkt. Vier jaar later waren dit respectievelijk twaalf, tien en negen aanbieders en in 2014 stond de teller voor de categorieën radio en televisie op negen en voor dagbladen op tien.

Niet alleen het aantal aanbieders per markt heeft te maken met een dalende trend, ook het aantal unieke aanbieders binnen de drie markten gezamenlijk neemt af. Zo verzorgen in 2006 28 unieke aanbieders het aanbod op de markten voor dagbladen, radio en televisie; acht jaar later is dat aantal geslonken tot 23. Procentueel gezien nemen binnen het aantal unieke aanbieders de spelers met een buitenlands moederconcern een steeds grotere rol in. In 2006 had 43 procent van de aanbieders een buitenlands moederconcern, in 2014 is dit percentage opgelopen tot 48 procent. Het gaat daarbij om De Persgroep op de dagbladen- en radiomarkt; Mecom en Concentra op de dagbladenmarkt; Bertelsmann, Sanoma Group, The Walt Disney Company, Discovery Communications, Eurosport, Viacom en News Corp. op de televisiemarkt.

Het aantal aanbieders op de mediamarkten neemt af en het aanbod wordt steeds meer verzorgd door buitenlandse spelers. Tegelijkertijd is er een opmars aan de gang waarbij de mondiale technologiebedrijven zich op de markt van de inhoud begeven en daarbij met algoritmes kunnen bepalen en sturen wat voor de gebruiker wel en geen nieuws is (zie ook trend 3). In de Mediamonitor zal naar voren komen wat deze ontwikkelingen betekenen voor de onafhankelijkheid, maar ook voor de diversiteit en toegankelijkheid van het aanbod.

 

Tot slot

In 2005 was aanleiding en achtergrond voor het WRR-rapport Focus op Functies dat het medialandschap in beweging was. De trends 10 jaar geleden waren vooral televisiekijken via internet, radioluisteren via mobiele telefoon of I-pod, abonnementen voor een digitale krant, de opkomst van gratis kranten en steeds meer buitenlandse spelers.[55] In 2015 kijken we naar YouTube-kanalen via smartphones, zijn sociale media groot geworden en is de neergang van persproducten ingezet.

 

 

[1] The Atlantic (14 februari 2015). How YouTube changed Journalism. Geraadpleegd via: http://www.theatlantic.com/technology/archive/2015/02/how-youtube-changed-journalism/385523/
[2] Emerce (28 juni 2014). De nieuwe geldmachines voor medialand: MCN’s. Geraadpleegd via: http://www.emerce.nl/nieuws/nieuwe-geldmachines-medialand-mcns
[3] Emerce (30 januari 2015). Fremantle (RTL Group) verwerft meerderheid in Divimove. Geraadpleegd via: http://www.emerce.nl/nieuws/rtl-verwerft-meerderheid-divimove
[4] Gugel, B. (2014). Sind YouTube-Netzwerke die neuen Sender? Geraadpleegd via: http://www.die-medienanstalten.de/fileadmin/Download/Publikationen/Digitalisierungsbericht/2014/Digitalisierungsbericht_2014_Web.pdf, p. 19-31.
[5] MarketingTribune (20 februari 20115). Jongeren kijken meer tv dan ooit. Geraadpleegd via: http://www.marketingtribune.nl/online/nieuws/2015/01/[marketingtrends]-jongeren-kijken-meer-tv-dan-ooit/index.xml
[6] Federal Trade Commission (maart 2014). Self-Regulation in the Alcohol Industry. Geraadpleegd via: http://www.ftc.gov/system/files/documents/reports/self-regulation-alcohol-industry-report-federal-trade-commission/140320alcoholreport.pdf
[7] Verenigde Internet Exploitanten (oktober 2014). Geraadpleegd via: http://www.vinex.nl/resultaten/archief/
[8] Lips, Roek; Wenneker, Titia en Tebbe, Frank (24 juni 2015). Hoe Giro 555 YouTube inzette om young millennials te bereiken. Geraadpleegd via: http://www.denieuwereporter.nl/2015/06/hoe-giro-555-youtube-inzette-om-young-millenials-te-bereiken/
[9] Emerce (20 mei 2015). Sanoma/SBS wil millennials via meerdere kanalen raken. Geraadpleegd via: http://www.emerce.nl/nieuws/sanomasbs-millennials-via-meerdere-kanalen-raken
[10] Der Spiegel (14 maart 2015). Neues Jugendportal: ARD und ZDF suchen Hilfe bei YouTube-Stars. Geraadpleegd via: http://www.spiegel.de/kultur/tv/youtube-stars-ard-und-zdf-suchen-hilfe-bei-lefloid-und-co-a-1023432.html
[11] Media Standaard Survey (2014). Geraadpleegd via: https://kijkonderzoek.nl/images/MSS/MSS_2014_rapportage_150302.pdf
[12] GfK (18 juni 2015). Bijna alle jongeren bezitten een smartphone. Persbericht GfK. Geraadpleegd via: http://www.gfk.com/nl/news-and-events/press-room/press-releases/paginas/bijna-alle-jongeren-bezitten-smartphone.aspx
[13] Sanoma/SBS (21 april 2015). Tweederde van de Nederlanders kijkt regelmatig online video. Geraadpleegd via: http://www.sanoma.nl/pagina/persnieuws/tweederde-van-de-nederlanders-kijkt-regelmatig-online-video/
[14] Motivaction (2015). Onderzoek Online Video. Geraadpleegd via: http://www.sanoma.nl/media/uploads/files/2014/05/21/onderzoek_online_video_rapport.pdf
*Voor de figuur zijn de volgende bronnen geraadpleegd: http://youtube-global.blogspot.nl/2012/01/holy-nyans-60-hours-per-minute-and-4.html, http://googleblog.blogspot.nl/2011/05/thanks-youtube-community-for-two-big.html, http://youtube-global.blogspot.nl/2013/05/heres-to-eight-great-years.html, http://www.reelseo.com/youtube-300-hours/ en https://kijkonderzoek.nl/images/MSS/MSS_2014_rapportage_150302.pdf
[15] Frankwatching (14 februari 2015). 10 jaar YouTube: van eerste stapjes naar een grote jongen. Geraadpleegd via: http://www.frankwatching.com/archive/2015/02/14/10-jaar-youtube-van-eerste-stapjes-naar-een-grote-jongen-infographic/
[16] NewCom (2015). Nationale social media onderzoek 2015, p5-7.
[17] Pew Research Centre (2011). State of the news media 2011. Geraadpleegd via: http://www.stateofthemedia.org/overview-2011/
[18] Pew Research Centre (27 september 2012). In Changing News Landscape, Even Television is Vulnerable. Geraadpleegd via: http://www.people-press.org/2012/09/27/in-changing-news-landscape-even-television-is-vulnerable/
[19] Commissariaat voor de Media (2013). 30 jaar kranten in Nederland: consolidatie en monopolievorming. Geraadpleegd via: http://www.mediamonitor.nl/gastauteurs/piet-bakker-2013/
[20] Commissariaat voor de Media (2015). Dagbladen in 2014. Geraadpleegd via: http://www.mediamonitor.nl/mediamarkten/dagbladen/dagbladen-in-2014/
[21] Nu.nl (15 mei 2015). De krant als luxeproduct: Is de neergang echt onstuitbaar? Geraadpleegd via: http://www.nu.nl/weekend/4048509/krant-als-luxeproduct-neergang-echt-onstuitbaar.html
[22] Schoenbach, K. et al. (1999). Distinction and Integration: Sociodemographic Determinants of Newspaper Reading in the USA and Germany, 1974-96. European Journal of Communication, 14 (s): 225-239.
[23] Commissariaat voor de Media (2015). Dagbladen in 2014. Geraadpleegd via: http://www.mediamonitor.nl/mediamarkten/dagbladen/dagbladen-in-2014/
[24] Commissariaat voor de Media (2007). De gratis revolutie. Geraadpleegd via: http://www.mediamonitor.nl/gastauteurs/piet-bakker-2007/
[25] Commissariaat voor de Media (2015). Dagbladen in 2014. Geraadpleegd via: http://www.mediamonitor.nl/mediamarkten/dagbladen/dagbladen-in-2014/
[26] Newspaper Innovation (januari 2015). European free dailies: circulation down with 50% since 2007. Geraadpleegd via: http://www.newspaperinnovation.com/index.php/2015/01/01/european-free-dailies-circulation-down-with-50-since-2007/
[27] Informatie over Zweden en de andere landen is afkomstig van http://www.newspaperinnovation.com/
[28] O.a. Bakker, Piet (2004). Vijf jaar gratis dagbladen in Nederland. Gevolgen voor uitgevers en lezers. Geraadpleegd via: http://www.newspaperinnovation.com/wp-content/uploads/bakker2004.pdf
[29] Lauf, E. (2001) The Vanishing Young Reader. Sociodemographic Determinants of Newspaper Use as a Source of Political Information in Europe, 1980-98. European Journal of Communication, 16 (2): 233-243
[30]Trouw (9 oktober 2014). Dag Spits, hallo smartphone. Geraadpleegd via: http://www.trouw.nl/tr/nl/5133/Media-technologie/article/detail/3764929/2014/10/09/Dag-Spits-hallo-smartphone.dhtml
[31] Sonck, N. & De Haan, J. (2015) Media:Tijd in beeld. Dagelijkse tijdsbesteding aan media en communicatie. Sociaal en Cultureel Planbureau: Den Haag., p. 74.
[32] Zie jaarverslagen per jaar http://www.ndpnieuwsmedia.nl/jaarverslag/
[33] Herfindahl-Hirschman Index, waarmee de mate van marktconcentratie wordt aangegeven. Vanaf een waarde van 0,18 wordt gesproken van een geconcentreerde markt.
[34] Vlaamse Regulator voor de Media (2014). Concentratie op basis van verspreiding.Geraadpleegd via: http://vrmrapporten.be/rapporten/mediaconcentratie-2014/3133-concentratie-op-basis-van-verspreiding, tabel 78.
[35] ARD-Werbung Sales&Services (2014). Zeitungsmarkt 2014: Erneut Höchstwert bei Pressekonzentration. Geraadpleegd via: http://www.media-perspektiven.de/publikationen/fachzeitschrift/2014/artikel/zeitungsmarkt-2014-erneut-hoechstwert-bei-pressekonzentration/
[36] Televisiebedrijf Limburg (2015). Jaarverslag 2014, Geraadpleegd via: http://www.kvk.nl/, p. 3.
[37] Nationaal Onderzoek Multimedia (17 november 2014). Fusie NOM-HOI. Geraadpleegd via: http://www.nommedia.nl/nieuws/fusie-nom-hoi/
[38] Bijvoorbeeld Villamedia (25 juni 2015). TMG zet mes in drukkerijen: 168 ontslagen. Geraadpleegd via: https://www.villamedia.nl/artikel/tmg-zet-mes-in-drukkerijen-168-ontslagen
[39] Bijvoorbeeld Villamedia (6 februari 2015). Tweede reorganisatieronde HMC-kranten. Geraadpleegd via: https://www.villamedia.nl/artikel/tweede-reorganisatieronde-hmc-kranten
[40] Commissariaat voor de Media (2013). Regionale dagbladen en lokale dagbladedities (2013). Geraadpleegd via: http://www.mediamonitor.nl/analyse-verdieping/regionale-dagbladen-en-lokale-dagbladedities-2013/
[41] De Volkskrant (21 februari 2015). De regio wordt een dode hoek, bijlage Vonk, p. 3.
[42] Persinnovatie (12 februari 2015). Het is stil in de regio. Geraadpleegd via: http://www.persinnovatie.nl/18924/nl/het-is-stil-in-de-regio
[43] Communic@tions Management Inc. (28 oktober 2013). Daily Newspaper Circulation Trends 2000-2013. Geraadpleegd via: http://media-cmi.com/downloads/CMI_Discussion_Paper_Circulation_Trends_102813.pdf, figure 12.
[44] Nederlandse Publieke Omroep (2015). Concessiebeleidsplan 2016-2020. Geraadpleegd via: http://assets.www.npo.nl/uploads/media_item/media_item/97/56/NPO_Concessiebeleidsplan_2015-1434370090.pdf
[45] Villamedia (18 juni 2015). NPO wil frequentie Digitenne overnemen. Geraadpleegd op: https://www.villamedia.nl/artikel/npo-wil-digitenne-overnemen
[46] BGR (20 januari 2015). The 10 most expensive acquisitions Google has ever made. Geraadpleegd via: http://bgr.com/2015/01/20/google-acquisitions-top-10/
[47] Page, Larry (10 augustus 2015). G is for Google. Geraadpleegd via: http://googleblog.blogspot.in/2015/08/google-alphabet.html
[48] Amazon (25 augustus 2014). Amazon.com to Acquire Twitch. Geraadpleegd op: http://phx.corporate-ir.net/phoenix.zhtml?c=176060&p=irol-newsArticle&ID=1960768
[49] Amazon (30 juli 2015). Amazon wins race to sign Jeremy Clarkson, Richard Hammond and James May for new car show available exclusively for Amazon Prime members. Geraadpleegd op: http://www.amazon.co.uk/b?ie=UTF8&node=7124555031
[50] The Observer (1 mei 2013). Twitter Wants To Get More Journalists On Twitter. Geraadpleegd via: http://observer.com/2013/05/twitter-wants-to-get-more-journalists-on-twitter/
[51] Financial Times (15 juni 2015). Apple News service to hire team of journalists. Geraadpleegd via: http://www.ft.com/intl/cms/s/0/6fc4c824-13ad-11e5-aa7f-00144feabdc0.html#axzz3fr6WR6pp
[52] KPN (15 juni 2015). Unieke Nederlandse televisiecontent gemaakt voor KPN-klanten. Geraadpleegd via: http://corporate.kpn.com/pers/persberichten/unieke-nederlandse-tvcontent-voor-kpn-klanten-1.htm
[53] Wetenschappelijke Rad voor het Regeringsbeleid (20105). Focus op functies: uitdagingen voor een toekomstbestendig mediabeleid. Geraadpleegd via: http://www.wrr.nl/fileadmin/nl/publicaties/PDF-Rapporten/Focus_op_functies.pdf, p. 14.
[54] Artikel 7.21, eerste lid, Mediawet
[55] Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (20105). Focus op functies: uitdagingen voor een toekomstbestendig mediabeleid. Geraadpleegd via: http://www.wrr.nl/fileadmin/nl/publicaties/PDF-Rapporten/Focus_op_functies.pdf, p. 11.

Deel deze pagina