Trends in 2013

Nog steeds economische crisis

Het Spot TV Jaarrapport wijst uit dat de netto mediabestedingen in 2013 opnieuw zijn gedaald. Dit raakt alle klassieke mediatypes: in vergelijking met 2012 dalen de bestedingen bij dagbladen met 17 procent, bij publiekstijdschriften met 12 procent, bij televisie met 5 procent en bij radio met 2 procent. Daarnaast loopt het aantal abonnementen op dagbladen terug, neemt de omzet van uitgeverijen af en stijgt het aantal faillissementen. Een en ander leidt tot minder journalisten in vaste dienst en meer freelancers. Hoewel het aantal werkloze journalisten iets minder snel is gestegen dan in 2012, neemt het aantal werklozen in 2013 nog altijd met 31 procent toe. Mogelijk heeft deze ontwikkeling haar weerslag op de producten die worden aangeboden. Het meest in het oog springende voorbeeld uit 2013 is de grootste uitgever van tijdschriften, Sanoma. Uit het aanbod van dit concern worden meer dan 30 titels opgeheven, in de verkoop gezet of samengevoegd. Daaronder bevinden zich bekende mannenbladen als Panorama, Playboy en Nieuwe Revu. De hele operatie kost veel werknemers hun baan.

Om de teruglopende advertentie-inkomsten te compenseren, zoeken uitgevers naar andere manieren om inkomsten te genereren. Het Financieele Dagblad bijvoorbeeld, verspreidt in 2013 een pensioenbijlage met de mededeling “mede mogelijk gemaakt door AEGON. De redactie is onafhankelijk”. Hoewel expliciet wordt aangegeven dat de scheiding tussen commercie en redactie is gehandhaafd, roept dit vragen op met betrekking tot de redactionele onafhankelijkheid. Dit voorbeeld staat niet op zichzelf; ook buiten de dagbladenmarkt zal de financiële druk ertoe leiden dat creatieve financieringsmogelijkheden worden gezocht om het hoofd boven water te houden.

Hoewel het economisch tij inmiddels, heel voorzichtig, lijkt te keren, is daar bij de dagbladen niets van te merken. Sp!ts is het meest recente slachtoffer: in oktober 2014 valt het doek voor dit gratis dagblad. Van de vier gratis dagbladen die ooit gelijktijdig verschenen, bestaat alleen Metro nog. Langzaam gaat het roer binnen de sector om. Een indicatie daarvoor is de koerswijziging van instanties die zich voorheen speciaal met de dagbladpers bezighielden. De Nederlandse Dagbladpers gaat tegenwoordig door het leven als NDP Nieuwsmedia en het Stimuleringsfonds voor de Pers is inmiddels Stimuleringsfonds voor de Journalistiek gaan heten. Cebuco, de marketingorganisatie voor dagbladen, is per januari 2014, na een periode van 78 jaar, zelfs helemaal opgeheven en ook het instituut dat de oplagecijfers verzamelt, HOI, beleeft in 2014 mogelijk zijn laatste jaar.

Ook de hoge en nog steeds toenemende concentratie op de dagbladenmarkt dreigt naar een nieuw niveau te worden getild. Na speculaties over een overname van de portefeuille van Mecom wordt eind juni 2014 bekendgemaakt dat de Persgroep van plan is vrijwel alle activiteiten van Mecom over te nemen; alleen Media Groep Limburg zal aan Concentra worden doorverkocht. Na deze overname blijven dan maar twee grote uitgeefconcerns over, die meer dan driekwart van de dagbladenmarkt (2013: 79,7 procent) in handen hebben. Te verwachten is dat de aanbiedersconcentratie verder toeneemt, zeker nu reeds wordt gespeculeerd over een fusie van de regionale dagbladen van TMG en NDC en een mogelijke overname van NRC Media.

Hoe nieuw is nieuw eigenlijk?

Onophoudelijk worden nieuwe mediaconcepten ontwikkeld, maar ook wordt regelmatig teruggegrepen op de kracht van oude titels. Prominente personen uit de wereld van de nieuwe media investeren in de sector van de traditionele, geschreven pers. Zo neemt Chris Hughes, medeoprichter van Facebook, in 2012 het tijdschrift The New Republic over en Jeff Bezos, oprichter van Amazon, wordt in 2013 voor 250 miljoen dollar eigenaar van dagblad The Washington Post.

Een trend waarbij oud en nieuw gecombineerd worden, is het online aanbieden van artikelen uit dagbladen en tijdschriften. In Nederland start begin 2014 het initiatief Blendle. Op de website kunnen artikelen worden gekocht en vervolgens gelezen op desktop, tablet of smartphone. Om het concept bekend te maken onder een breder en jonger publiek, werkt Blendle vanaf medio 2014 samen met nu.nl, de bestbezochte nieuwssite van Nederland. Daarbij wordt de bezoeker van nu.nl bij verschillende nieuwsberichten in een apart kader geattendeerd op gerelateerde achtergrondartikelen, opiniestukken en interviews via Blendle. De homepage van Blendle laat de voorpagina’s zien van een groot aantal Nederlandse kranten en tijdschriften. Wie een van de voorpagina’s aanklikt, kan door de krant of het tijdschrift bladeren en een artikel naar keuze aanschaffen. Een enigszins vergelijkbaar concept hanteert het initiatief eLinea, dat het ook mogelijk maakt voor een vast bedrag per maand onbeperkt te kiezen uit het aanbod. Lezers lijken geïnteresseerd in deze nieuwe aanbodsvormen, maar er klinken kritische geluiden van freelance journalisten, die menen dat zij inkomsten mislopen doordat te weinig rekening zou worden gehouden met hun rechten.

Naast de mengvormen van gedrukte berichtgeving en online aanbod, zijn ook concepten ontwikkeld waarbij de digitale lezer nieuwe content alleen online ter beschikking wordt gesteld. Een voorbeeld daarvan is het online platform De Correspondent, dat is opgericht na een succesvolle crowdfundingsactie. De Correspondent zegt erin geslaagd te zijn om in korte tijd 30.000 mensen bereid te vinden jaarlijks 60 euro te betalen voor een lidmaatschap. Dit kan erop duiden dat online journalistiek die verdieping biedt financiële potentie heeft.

Uit een onderzoek van NOM Printmonitor blijkt dat in 2013 het lezen van digitale versies van dagbladen en tijdschriften toeneemt. Deze trend doet zich vooral voor bij de dagbladen. Of deze trend zal doorzetten, hangt mede af van de bereidheid van lezers om voor content te betalen. Dat hier mogelijkheden liggen, is aangetoond door het Duitse dagblad Bild, dat medio 2013 een digitaal betaalmodel introduceert en in december zegt al 150.000 abonnees in zijn bestand te hebben. De komende jaren zullen duidelijk maken of de goede start van betaalmodellen een vervolg krijgt en of de abonnees van het eerste uur hun abonnement gaan verlengen.

Meer nieuws en meer context

In 2006 is WikiLeaks opgericht, een website waarop klokkenluiders de ruimte krijgen documenten te publiceren die misstanden bij overheden onthullen. De activiteiten van WikiLeaks trokken voor het eerst veel aandacht toen duizenden documenten en schokkend videomateriaal over de oorlogen in Afghanistan en Irak werden gepubliceerd. Voorafgaand aan publicatie op de site wikileaks.com wordt het materiaal doorgaans onder embargo ter beschikking gesteld aan traditionele nieuwsmedia als de New York Times, The Guardian en tijdschrift Der Spiegel. In 2013 treedt de Amerikaan Edward Snowden naar buiten met een reeks onthullingen over spionageactiviteiten van de Amerikaanse NSA. Hij kiest ervoor om niet WikiLeaks te gebruiken voor zijn onthullingen, maar het materiaal via een journalist direct in handen te spelen van dagbladen The Washington Post en The Guardian. Met de introductie van de site publeaks.nl krijgt Nederland in 2013 zijn eigen klokkenluiderssite. Zestien mediaorganisaties, waaronder het AD, De Groene Amsterdammer, de Volkskrant, de NOS, RTL Nieuws en persbureau ANP, participeren in de site waar, volgens hen, veilig kan worden ‘gelekt’. Wie van Publeaks gebruikmaakt, kan zelf kiezen welk medium de informatie ontvangt.

Een nieuwe ontwikkeling op het gebied van nieuwsgaring is de zogeheten robotjournalistiek; het automatisch genereren van nieuwsberichten met gebruikmaking van algoritmes. Een programmeur van LA Times slaagt er begin 2014 in om met deze techniek binnen drie minuten na een aardbeving een bericht daarover online te zetten. Deze journalistieke prestatie maakt veel reacties los, zowel positief als negatief. Sommige journalisten zien deze ontwikkeling als een mogelijkheid om eenvoudige berichten uit handen te geven aan een robot, zodat zij meer tijd hebben voor verdieping. Anderen geloven niet dat de techniek werkt of vrezen juist voor hun baan. Hoe de lezer tegen robotjournalistiek aankijkt, is nog onbekend. Eerste onderzoeken wijzen voorzichtig uit dat als het om simpele, neutrale berichten gaat, de journalist van vlees en bloed niet veel betrouwbaarder wordt gevonden dan de robot.

Boeken

Het zijn lastige tijden voor de boekenbranche. Bij uitgevers en boekhandelaren staan verkopen en omzet onder druk. Zo moet winkelketen Polare uitstel van betaling aanvragen, waarna blijkt dat een faillissement onafwendbaar is. Een aantal vestigingen maakt een doorstart, maar een aanzienlijk deel van de keten moet voorgoed de deuren sluiten. De algemene trend van teruglopende boekverkopen heeft mogelijk aan de problemen bijgedragen. Tot 2009 nam de omzet nog toe, daarna raakt de economische crisis ook de verkoop van boeken: de omzet daalt van 642 miljoen euro in 2009 naar 525 miljoen euro in 2013. De toename van de verkoop van e-boeken – 38 procent binnen een jaar – is niet voldoende om het verlies te compenseren, maar de hoop blijft gevestigd op het succes van het e-boek. Deze hoop is grotendeels gebaseerd op ontwikkelingen in de Verenigde Staten: uit onderzoek in opdracht van de Book Industry Study Group blijkt dat bijna één op de drie verkochte boeken daar inmiddels een e-boek is. Dat in Nederland verhoudingsgewijs veel minder e-boeken worden verkocht, komt wellicht doordat zij in vergelijking met het buitenland vrij duur zijn en doordat de auteursrechtelijke bescherming niet optimaal functioneert. Naar schatting wordt hier voor negen van de tien gedownloade boeken niet betaald.

Al eerder introduceerden de makers van Spotify in de muziekbranche de mogelijkheid om tegen geringe betaling legaal toegang te krijgen tot een omvangrijke muziekbibliotheek. Dankzij de abonnementen op Spotify en enkele vergelijkbare diensten kan de internationale federatie van platenmaatschappijen, IFPI, begin 2014 melden dat de verkoop van muziek in Europa voor het eerst sinds twaalf jaar weer in de lift zit. Grote uitgevers zien dit voorbeeld als een nieuwe kans voor het boek en werken aan een soortgelijke streamingdienst voor hun producten. In 2013 wordt met Oyster een abonnementenservice voor e-boeken in de markt gezet. In juli 2014 introduceert Amazon met Kindle Unlimited een met Spotify vergelijkbare dienst, waarbij de Amerikaanse lezer voor 9,99 dollar per maand onbeperkt toegang krijgt tot een grote collectie e-books en luisterboeken. Ook in Nederland duiken de eerste abonnementsvormen op.

Gebruik sociale media

Uit onderzoek van CBS is gebleken dat tot 2010 de desktop en de laptop de meest dominante apparaten voor internetgebruik waren. Momenteel voeren tablets en smartphones de lijst aan. Nederlanders zijn steeds vaker online; niet meer hoofdzakelijk thuis achter de computer, maar meer en meer ook buitenshuis. Het toenemend gebruik van internet zal ook zijn weerslag hebben op het gebruik van sociale media. ‘Sociale media’ is een verzamelnaam voor zeer uiteenlopende diensten. Zo zijn er sociale netwerken als Facebook en LinkedIn, waar het eigen profiel centraal staat. Daarnaast zijn er blogs, zoals Blogspot en Twitter, waarop een eigen mening wordt geventileerd, waarop anderen dan weer kunnen reageren. Ook diensten waarop ‘user generated content’ wordt gedeeld, zoals YouTube en Vimeo, kunnen tot de sociale media worden gerekend, net als sites die bestaan bij de gratie van samenwerking, zoals Wikipedia. In 2013 en begin 2014 verschijnen drie onderzoeken, van GfK, Multiscope en Newcom, waarin het gebruik van sociale media nader is geanalyseerd. De onderzoekers komen onafhankelijk van elkaar tot de vaststelling dat in 2013 ongeveer negen miljoen Nederlanders een account op Facebook hebben. Het gemiddeld aantal bezoeken neemt in 2013 verder toe, al is de groei geringer dan de jaren daarvoor. Een reden daarvoor kan zijn dat jongeren ook gebruik zijn gaan maken van nieuwe diensten als Instagram en Pinterest. Twitter is in alle drie de onderzoeken een opvallende verliezer. Nederlanders zeggen hun Twitter-account niet op,maar het aantal geplaatste berichten wordt in 2013 meer dan gehalveerd. Volgens Newcom is 11 procent van de Nederlandse gebruikers bij Twitter afgehaakt, meestal omdat het gebruik van de dienst te veel tijd kost of te weinig oplevert.

Hoewel sociale media voor velen een vast onderdeel zijn geworden van het dagelijks leven, zijn er signalen dat het gebruik ervan in de toekomst niet zal blijven groeien. Onderzoekers van de Amerikaanse Princeton University voorspellen dat de Facebook-hype in 2017 voorbij zal zijn, omdat 80 procent van de gebruikers het medium de rug zal toekeren. Facebook wedt met het oog op de toekomst dan ook niet op één paard. Nadat het in 2012 al Instagram had overgenomen voor 1 miljard dollar, wordt begin 2014 bekendgemaakt dat Whatsapp is overgenomen voor een bedrag van 19 miljard dollar.

Lineaire televisie: het einde in zicht?

Volgens onderzoek uit de Verenigde Staten kijken steeds minder mensen lineair en neemt het aantal huishoudens zonder televisie toe. Het publiek wijkt uit naar digitaal gebruik van bewegend beeld via mobiele apparatuur. In Nederland is deze trend nog niet zichtbaar. Volgens de SKO-rapportage Moving Pictures 2013 handhaaft televisie vooralsnog haar dominante positie. De ervaring leert echter dat mediatrends vaak in de Verenigde Staten beginnen. In de SKO-rapportage valt op dat nu al een groep kijkers een afwijkend kijkpatroon vertoont. De groep jongeren tot negentien jaar besteedt minder dan de helft van de kijktijd (46 procent) aan kijken naar een televisiescherm. Jongeren zijn de ‘early adaptors’ als het gaat om kijken naar video-on-demand (VOD).

De trend dat lineair televisie kijken in betekenis afneemt, is langlopend. Tot het eind van de jaren ‘70 was alles op het televisiescherm uitsluitend lineair. Met de komst van de videorecorder konden programma’s opeens worden opgenomen, gekocht of gehuurd. Daarna verscheen de digitale videorecorder en momenteel zijn de mogelijkheden van de digitale televisie nog veel groter.

Lineaire televisie wordt gedefinieerd als alle vormen van televisiekijken waarbij de kijker geen invloed heeft op het tijdstip van uitzending. Bij uitgesteld kijken, wat door de SKO als televisiekijken wordt gekwalificeerd, kan wel invloed op het moment van kijken worden uitgeoefend, maar is de kijker nog steeds aangewezen op het programma dat wordt uitgezonden. Bij digitale televisie, die intussen vier van de vijf Nederlanders bereikt, kunnen de kijkers door een druk op de pauzeknop een programma tot vaak 60 minuten stopzetten – en vervolgens zelf bepalen wanneer ze verder kijken.

Betaalkanalen als FilmNet, Canal+, Sport1 en Film1 hebben het in Nederland altijd moeilijk gehad. Halverwege de jaren ‘90 ontstond zelfs commotie toen Sport7 voetbalrechten verwierf en de kijker daar een bescheiden vergoeding voor wilde laten betalen. De zender, die door alle tegenwind geen lang leven was beschoren, was zijn tijd vooruit: inmiddels is het geen vreemd concept meer om voor content te betalen. Uitgevers van muziek, boeken, tijdschriften en dagbladen hopen te profiteren van deze veranderde houding, maar dat geldt ook voor visuele mediadiensten, die steeds meer aanbod lineair en on-demand tegen betaling ter beschikking stellen. De toegenomen bereidheid tot betaling blijkt onder meer uit de grote interesse voor Amerikaanse series die worden aangeboden op HBO en Netflix.

In Europese buurlanden verwacht men dat het VOD-gebruik de komende jaren sterk zal toenemen. De aankondiging dat Netflix zijn hoofdkantoor naar Nederland gaat verplaatsen en zijn diensten in 2014 ook zal aanbieden in België, Frankrijk en Duitsland, maken die verwachting alleen maar waarschijnlijker. De meest recente Entertainment & Media Outlook van PwC laat zien dat voor Nederland het vermoeden is dat VOD de komende vijf jaar zal verdubbelen.

Alles wijst erop dat on-demand explosief zal groeien. Nieuwe technische snufjes als de Google Chromecast, die van een reguliere televisie goedkoop en makkelijk een smart-tv maakt, kunnen de trend een duw in de rug geven. Lineaire televisie zal echter niet helemaal verdwijnen, al was het maar omdat live-evenementen als lottotrekkingen, voetbalwedstrijden of belangrijke Kamerdebatten zich het best lenen voor lineair kijken.

Landelijke publieke omroep

De landelijke publieke omroep krijgt in 2013 een forse bezuinigingsopdracht te verwerken. Het kabinet besluit om een extra bezuiniging van 100 miljoen euro aan die opdracht toe te voegen, maar de omroeporganisaties zijn van mening dat zij een verdere korting op het budget niet kunnen dragen en tonen verzet. In oktober 2013 komen de omroepmedewerkers massaal bijeen voor een demonstratie op het Haagse Malieveld. Het kabinet besluit uiteindelijk de voorgenomen bezuiniging te halveren.

Intussen vordert de vernieuwing van het publieke omroepbestel. In de aanloop naar de aanvraagprocedures voor nieuwe erkenningen krijgt het bestel gestalte volgens het zogeheten 3-3-2-model: drie samenwerkingsomroepen, drie zelfstandige omroepverenigingen en twee aspirant-omroepverenigingen. Voor de aspiranten PowNed en WNL is wettelijk de mogelijkheid gecreëerd om te kiezen voor een verlengde aspirantstatus. In 2013 zetten de samenwerkingsomroepen essentiële stappen in het fusieproces, met dien verstande dat van BNNVARA en KRO-NCRV alleen op basis van bij de erkenningsaanvraag ingediende stukken is vast te stellen dat de nieuwe structuur aan de mediawettelijke eisen voldoet en dat na het verlenen van een erkenning moet worden afgewacht hoe de samenwerking in de praktijk zal functioneren. BNN-VARA en KRO-NCRV kiezen er namelijk voor om, naast de nieuwe rechtspersoon die de erkenning aanvraagt, de oude verenigingen te laten voortbestaan. AVRO en TROS gaan een stap verder: zij fuseren volledig en heffen de afzonderlijke verenigingen op. Verdere samenwerking is ontstaan door de aansluiting die WNL heeft gevonden bij Omroep MAX en de beoogde samenwerking tussen PowNed en de NTR. HUMAN, die opteert voor de status van aspirant-omroepvereniging, wil samenwerken met de VPRO, zoals zij nu ook al doet als genootschap op geestelijke grondslag.

Persvrijheid

Wereldwijd staat de persvrijheid steeds sterker onder druk. In een land als China is het blokkeren van sites, waarmee de machthebbers problemen hebben, aan de orde van de dag, maar ook dichterbij is sprake van censuur. In Rusland worden kritische sites geblokkeerd en het bewind van de Turkse premier Erdogan zorgt er in 2013 voor dat twitteren een tijd lang niet mogelijk is.

Uit onderzoek van het Freedom House naar de stand van zaken van persvrijheid blijkt dat tussen 2012 en 2013 de persvrijheid in de Centraal-Afrikaanse Republiek het sterkst is gedaald. Egypte en Turkije delen op die lijst de tweede plaats. Plaats negen wordt overigens bezet door de Verenigde Staten. Wereldwijd staat de persvrijheid op het laagste punt in tien jaar; slechts een klein deel van de wereldbevolking leeft in een land waar daadwerkelijk persvrijheid bestaat, stelt Freedom House vast. Nederland, Noorwegen en Zweden scoren gedrieën het best met betrekking tot de vrijheid van de pers.

Deel deze pagina