Trends in 2011

Al een aantal jaren achtereen staat de Mediamonitor stil bij de gevolgen van de economische crisis voor de mediasector. Ook dit keer valt aan deze trend niet te ontkomen.

 

Afscheid van De Pers en minder vaak HP/De Tijd

Eind maart 2012 valt het doek voor gratis dagblad De Pers, dat zich afficheerde als de enige gratis kwaliteitskrant die niet vooral ANP-berichten overnam, maar met een eigen redactie achtergrondverhalen, interviews en opiniërende artikelen bracht. Dagblad De Pers werd in 2006 opgericht door investeerder Marcel Boekhoorn die daarna tientallen miljoenen euro’s investeerde in het blad. In maart 2009 sloot Mountain Media een overeenkomst met uitgeverij Wegener, die tegen betaling van een vaste jaarlijkse vergoeding van 16 miljoen euro de hele commerciële exploitatie van Dagblad De Pers overnam. Door de sterk verslechterde omstandigheden op de advertentiemarkt slaagt echter ook Wegener er niet in om de commerciële exploitatie van Dagblad De Pers te verbeteren. Uitzicht op vooruitgang op korte of middellange termijn ziet het concern niet, waardoor wordt besloten de samenwerking met Mountain Media te verbreken. Partijen bereiken overeenstemming over beëindiging van de overeenkomst, waarbij Wegener een afkoopsom van 45 miljoen euro betaalt. Op de markt van gratis dagbladen blijven nu alleen nog Metro en Spits over.

Slechte financiële resultaten leiden ook tot de beslissing om de verschijningsfrequentie van het opinieblad HP/De Tijd terug te brengen van wekelijks naar maandelijks. Dit zal naar verwachting het karakter van het blad aantasten, nu het niet meer in staat is om in te spelen op de actualiteit.

 

Hernieuwde strategieën van de uitgevers

De druk die de printsector in de huidige economische omstandigheden ondervindt, dwingt niet alleen de eigenaren van Dagblad De Pers en HP/De Tijd tot maatregelen. Ook de Telegraaf Media Groep (TMG) en Wegener zien zich genoodzaakt hun afhankelijkheid van inkomsten uit papieren uitgaven terug te dringen en in te zetten op nieuwe uitgeefconcepten en andere platforms dan de gebruikelijke.

In tegenstelling tot wat de teruglopende oplage doet vermoeden, vormen de inkomsten van TMG uit abonnementen op betaalde dagbladen en uit de losse verkoop ook in 2011 nog een zeer stabiele inkomstenbron (figuur 1). Verhoudingsgewijs is de oplage de afgelopen jaren als bron van inkomsten juist belangrijker geworden. Dat blijkt uit de netto-omzet op concernniveau gesegmenteerd naar opbrengsten uit advertentieverkoop, oplage en overige activiteiten (onder andere uit distributie en drukwerk voor derden). In 2007 maakten de inkomsten uit de betaalde dagbladen 39 procent uit van de omzet en in 2011 is dat 47 procent. Dit ondanks kostenstijgingen (van onder andere papier) enerzijds en dalende oplage anderzijds.

Figuur 1

TMG-Wegener

De toenemende afhankelijkheid van de papieren uitgaven wordt ook door TMG als een steeds groter wordend risico herkend. Uit de berichtgeving van Het Financieele Dagblad in december blijkt dat het concern voor 2012 rekening houdt met een verlaging van de advertentie-inkomsten met meer dat 10 procent en een verdere daling van de oplage. TMG is daarom voornemens de afhankelijkheid van de advertentie- en oplage-opbrengsten van print terug te brengen van nu nog ruim 70 procent naar 50 procent van de inkomsten. In totaal is TMG van plan om 300 miljoen euro te investeren en een deel daarvan zal worden ingezet om andere krantenbedrijven op te kopen. Wat internet betreft sloeg TMG al eerder een slag door onder andere de overname van de sociale netwerksite Hyves.

Wegener treft een gelijke problematiek als TMG als het gaat om de ontwikkelingen op het gebied van inkomsten uit oplage. Figuur 1.1 toont aan dat ook Wegener relatief gezien afhankelijker is geworden van de opbrengsten uit betaalde dagbladen: in 2011 maakt deze inkomstenbron 40 procent van de omzet uit, een stijging van 6 procentpunten ten opzichte van de situatie in 2007.

Een daling van het aantal abonnees van regionale kranten met 225.000 in tien jaar tijd heeft het Wegener-concern doen besluiten het roer drastisch om te gooien. Net als TMG richt Wegener het vizier op een toekomst in het digitale domein. “Digital first, print second” verkondigt Mecom baas Toumaziz tijdens een massabijeenkomst van het personeel. Ter uitvoering van de nieuwe strategie zal Wegener op 12 december 2012 starten met een digitaal mediaportfolio met aanbod van nieuws, informatie, achtergronden en commentaar. Voor de diensten zal betaald moeten worden, net als voor apps voor smartphones en tablets. Digitale strategieën kunnen door uitgevers op verschillende manieren worden gerealiseerd.

Zij kunnen er in de eerste plaats voor kiezen vooral leverancier van content te blijven. De daling in de printverkoop moet dan gecompenseerd worden met een uitbreiding van de core business enerzijds en met een (gedeeltelijke) overstap naar een multimediaal ingericht productieproces anderzijds. Alle hoop voor de toekomst is dan gevestigd op de compensatie door het vergroten van inkomsten uit digitale activiteiten, in het bijzonder door middel van betaalde content. Sommige uitgevers gaan verder en zetten, in aanvulling op de ‘ traditionele’ uitgeefactiviteiten, stappen in sectoren als e-commerce en internettechnologie. Daarnaast richten zij zich vaak niet meer alleen op nationale markten.

Dat vooral het radicaal verleggen van de focus naar digitale activiteiten in de breedste zin des woords succes kan opleveren, leert een voorbeeld uit het buitenland. In Duitsland boekt uitgeversconcern Axel Springer in 2011 een recordomzet en realiseert het een forse winststijging.

De totale omzet van het bedrijf stijgt met ruim 10 procent. De problemen waar de printsector ook in Duitsland mee kampt, weet Axel Springer in 2011 vooral met digitale activiteiten ruimschoots te vereffenen. De omzet uit onder meer online marktplaatsen en online marketing stijgt met 35,2 procent naar 962 miljoen euro op een totale omzet van 3,2 miljard euro.

 

Zijn apps de oplossing voor de uitgevers?

Op zoek naar innovatie en alternatieve bronnen van inkomsten, maken uitgevers steeds vaker gebruik van apps. Volgens het onderzoek Trends in Digitaal Lezen van Intomart GfK heeft inmiddels al ruim één op de vijf Nederlanders een dagblad-app gedownload. Dit hangt mede samen met de snelle opkomst van tablets en smartphones in Nederland. Medio 2011 beschikt 6 procent van de bevolking over een tablet en 38 procent over een smartphone. Meer dan de helft van al die smartphone-gebruikers heeft een of meerdere media-gerelateerde apps op het apparaat gezet. De meest succesvolle apps worden aangeboden door nu.nl, De Telegraaf en Veronica Magazine. Uit hetzelfde onderzoek van Intomart GfK komt naar voren dat digitaal aanbod aanvullend bereik toevoegt aan de papieren uitgave.Waar de uitgevers nieuwe verdienmogelijkheden zien, gooit Apple wat roet in het eten door beperkingen te introduceren voor abonnementsdiensten voor de iPhone en de iPad.

Zo eist Apple 30 procent van de opbrengst als een abonnement via haar App-store wordt afgesloten. Ook mogen abonnementen niet elders voor een lagere prijs worden aangeboden dan in de App-store. Tevens verbiedt Apple dat uitgevers in hun applicaties links opnemen die de gebruiker terecht laten komen op een website waar dezelfde content of abonnementen te koop zijn als via de app. Een verdere hindernis is dat consumenten die in de App-store een abonnement afsluiten, specifiek moeten aangeven dat zij ermee akkoord gaan dat hun persoonsgegevens aan de uitgevers bekend worden gemaakt. De uitgevers vrezen dat veel mensen dat niet zullen doen, terwijl kennis van die gegevens belangrijk is in de relatie tussen uitgevers en adverteerders. Uiteindelijk komt Apple de uitgevers enigszins tegemoet door af te zien van een vergoeding van 30 procent als abonnementen via de eigen website van de uitgever worden verkocht.

 

Ook persdiensten ontkomen niet aan de economische neergang

Niet alleen de bladen, maar ook toeleveranciers van nieuwsberichten maken moeilijke tijden door. Zo komen er in 2011 bij ANP 33 banen te vervallen, wat overeenkomt met 15 procent van de arbeidsplaatsen. Naar eigen zeggen ondervindt ANP prijsdruk door concurrentie van persbureau Novum. Bovendien worden uitgevers van kranten steeds terughoudender met het uitgeven van geld voor de afname van nieuws bij persbureaus. Dat veel nieuws gratis op het internet te vinden is, speelt daarbij een rol. De inkomstensituatie is ook onzeker doordat ANP nog in onderhandeling is over nieuwe contracten met grote afnemers als TMG en Wegener, die zelf ook te kampen hebben met financiële problemen. Een van de manieren waarop ANP de problemen het hoofd wil bieden, is het aanbrengen van meer flexibiliteit in de organisatie. In dat kader zal meer met freelance contracten gewerkt gaan worden.

 

Bezuinigingen bij de landelijke publieke omroep

2011 is een jaar van de waarheid voor de landelijke publieke omroep. In juni laat minister Van Bijsterveldt van OCW een brief aan de Kamer verschijnen waarin zij nadere uitwerking geeft aan de in het regeerakkoord aangekondigde plannen voor de hervorming van het landelijke publieke omroepbestel. De belangrijkste elementen zijn een omvangrijke bezuinigingsopdracht en het terugdringen van het aantal media-instellingen in het bestel. Dat laatste moet voornamelijk bereikt worden door fusies van omroepverenigingen. De minister maakt duidelijk dat zij in november een definitief fusieplan verwacht en dat bij uitblijven daarvan gedwongen fusies aan de orde zullen komen. Zover laat de publieke omroep het niet komen. Tijdig wordt een plan gepresenteerd dat voorziet in het terugdringen van het aantal spelers op het tamelijk overvolle veld. Als de voornemens daadwerkelijk gerealiseerd worden, zijn er in de erkenningperiode die in 2016 ingaat drie fusieomroepen, te weten AVRO-TROS, KRO-NCRV en VARA-BNN. De resterende drie omroepen EO, MAX en VPRO kunnen als stand alone verenigingen verder, als zij erin slagen een nieuwe erkenning te verkrijgen. De aspirantomroepen PowNed en WNL zullen ook moeten fuseren, maar met wie is onzeker. Er zal pas duidelijkheid komen als vast komt te staan dat zij zijn toegegroeid naar het minimaal vereiste ledental van 150.000 en dat zij hun toezeggingen op het gebied van het leveren van toege voegde waarde hebben waargemaakt. PowNed laat overigens al weten niets te voelen voor een fusie en houdt een slag om de arm of zij na afloop van de huidige erkenningperiode in het bestel wil blijven. Naast de verenigingen zullen de NOS en NTR als taakorganisaties hoekstenen van het publieke bestel vormen. De media-instellingen moeten ieder voor zich in het voorjaar van 2012 bij de minister een plan indienen waarin staat hoe zij hun bijdrage aan de bezuinigingstaakstelling willen invullen.

Ingrijpende veranderingen staan ook voor de deur voor de kleine niet-ledengebonden zendgemachtigden op religieuze en geestelijke grondslag. De zogeheten 2.42-omroepen, vernoemd naar het artikel in de Mediawet waaraan zij hun status ontlenen, moeten aansluiting vinden bij een van de verenigingen of bij de NTR. De IKON heeft al een keuze gemaakt voor de NCRV en HUMAN is klaar voor integratie met de VPRO, op welke omroepvereniging ook de Boeddhistische Omroep zich oriënteert. De overige 2.42-instellingen zijn in gesprek met de NTR, met uitzondering van het RKK dat al sinds jaar en dag het verzorgen van de programmering in handen heeft gegeven van de KRO.

Een substantieel deel van de bezuinigingsopdracht van 200 miljoen euro moet worden opgebracht door ingrepen bij de Wereldomroep. Het is de bedoeling dat vrijwel alle taken van de Wereldomroep komen te vervallen en dat de ene taak die resteert, het verspreiden van het vrije woord in gebieden waar dat nodig wordt geacht, wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De minister laat de Wereldomroep weten dat die niet langer gebonden is aan de prestatieovereenkomst, zodat tijd en energie gestoken kunnen worden in het opstellen van een reorganisatieplan en een sociaal plan.

In het wetgevingstraject dat moet leiden tot omvorming van het publieke bestel wordt een eerste voorstel tot wijziging van de Mediawet 2008 ingediend. Het hoofdbestanddeel van dit wetsontwerp is de opheffing van de Wereldomroep als publieke media-instelling. Hiermee nadert het einde van een instituut dat vanaf 1947 uitzendingen heeft verzorgd voor buitenlanders en Nederlanders in het buitenland. Als eerste stap in de afbouw van de activiteiten komt in mei 2012 een einde aan uitzendingen in de Nederlandse taal.

 

Nieuw overnameplan voor AT5

Het Amsterdamse AT5, dat de programma’s produceert voor lokale omroep SALTO, heeft jarenlang in financieel zwaar weer verkeerd. Uitsluitend door steun van de gemeente is het mogelijk gemaakt om de activiteiten te continueren. Pogingen om de positie van het bedrijf te verstevigen door te fuseren met de regionale omroep RTV Noord-Holland, hebben geen resultaat opgeleverd.

In 2011 wordt een doorbraak bereikt als Het Parool, de AVRO en RTV Noord-Holland tot overeenstemming komen om AT5 over te nemen. Zij stellen daarbij wel aanvullende voorwaarden aan de gemeente, die alle kosten van het sociaal plan voor overtollig personeel voor haar rekening zal moeten nemen. In februari 2012 stemt de Amsterdamse gemeenteraad daarmee in,  evenals met het voorstel om vanaf 2013 jaarlijks een financiële bijdrage te leveren van 2,8 miljoen euro.

 

“Onfatsoenlijke journalistiek”

In het Verenigd Koninkrijk ontstaat in 2011 grote ophef als naar buiten komt dat journalisten van het door Rupert Murdoch’s NewsCorp uitgegeven schandaalblad News of the World op grote schaal gebruik maakten van afluisterpraktijken. Aanvankelijk lijkt het alleen te gaan om het afluisteren van bekende politici en artiesten. Later blijkt dat ook gewone burgers doelwit zijn geweest, zoals slachtoffers van de terroristische aanslagen in Londen op 7 juli 2005. Het dieptepunt in de affaire wordt bereikt met het hacken van de mobiele telefoon van het vermiste meisje Milly Dowler. De activiteit op haar telefoon gaf hoop, die niet veel later ongegrond bleek toen zij vermoord werd gevonden. De praktijken van het zondagsblad leiden tot ettelijke civiele rechtszaken en een onderzoek door het Britse parlement. Eigenaar Rupert Murdoch en zijn zoon James, die eveneens aan het blad verbonden was, moeten zich voor een parlementaire commissie verantwoorden.

Het spreekt voor zich dat alle ontwikkelingen het blad en zijn uitgever geen goed doen. De publieke opinie keert zich tegen News of the World, adverteerders blijven weg en de voorgenomen overname van BSkyB door NewsCorp komt in gevaar. Murdoch besluit daarop de uitgave van News of the World te staken. Op 11 juli 2011 verschijnt de laatste editie die een oplage bereikt van 4,5 miljoen exemplaren. News of the World werd in 1843 opgericht en verscheen sindsdien elke zondag. De laatste jaren werden wekelijks rond 3 miljoen exemplarenverkocht. Het opgedoekte Britse blad krijgt in februari 2012 een opvolger in The Sun on Sunday.

Op bescheidener schaal ontspint zich in eigen land een discussie over fatsoen in de journalistiek. In het opinie- en discussieprogramma Buitenhof betoogt columniste Naema Tahir dat iemand als PowNed-verslaggever Rutger Castricum geweerd zou moeten worden uit het Haagse politieke circuit. Door diens directe en nogal brutale benadering zou het niet meer om de inhoud maar louter nog om de vorm gaan. De wijze waarop PowNed journalistiek bedrijft, zou bovendien talentvolle mensen ervan weerhouden een politieke carrière te beginnen, uit beduchtheid voor confrontaties met journalistieke methodes waar zij geen adequate reactie op hebben. Als PowNed in een uitzending de persoonlijke confrontatie zoekt, mengt ook Tahirs echtgenoot, de rechtsfilosoof Kinneging, zich in de discussie. In een programma bij de publieke omroep betrekt hij de stelling dat het wellicht beter zou zijn om niet alleen journalisten als Castricum, maar alle journalisten de toegang tot het Binnenhof te ontzeggen. Deze opvatting leidt voornamelijk tot afkeurende reacties.

Een journaliste van NRC Handelsblad brengt haar werkgever in verlegenheid met berichtgeving over de gezondheidstoestand van prins Friso na zijn ernstige ski-ongeluk. De journaliste bezocht samen met haar echtgenoot, die neurochirurg van professie is, de Universiteitskliniek in Innsbruck waar de prins was opgenomen. Zij spraken daar met een afdelingshoofd die naar eigen zeggen uitsluitend in algemene zin verteld zou hebben hoe lawineslachtoffers behandeld worden. De journaliste projecteert deze uitleg op de toestand van de prins, wat leidt tot een verhaal met een te positief beeld van de medische vooruitzichten. Een woordvoerder van het Oostenrijkse ziekenhuis bestempelt de werkwijze als zeldzaam en onethisch. Hoofdredacteur Vandermeersch van NRC Handelsblad biedt uiteindelijk publiekelijk zijn verontschuldigingen aan voor de publicatie van het gewraakte artikel.

 

Veranderend mediagebruik

In januari 2012 presenteert Stichting KijkOnderzoek de jongste cijfers over de ontwikkelingen in het Nederlandse televisielandschap. De cijfers zijn onder meer gebaseerd op de door TNS NIPO uitgevoerde Media Standaard Survey (MSS). MSS is een samenwerkingsverband tussen bereikonderzoeken op het gebied van radio, print, internet en televisie in Nederland. Uit de gegevens blijkt dat de groei van digitale televisieontvangst onverminderd doorzet. Een stijging is eveneens waar te nemen bij het aantal huishoudens dat beschikt over een harddiskrecorder. In 2011 groeit het percentage van 32 naar 36 procent. Internettoegang via het televisietoestel, oftewel ‘connected tv’, wint eveneens aan populariteit met een stijging van 6 naar 8 procent in de tweede helft van 2011. Meer dan de helft van de verkochte televisies in Nederland zijn al zogeheten smart tv’s die uitgerust zijn voor deze dienst. Toch blijft het daadwerkelijke gebruik van connected tv-diensten nog ver achter bij de verkoopcijfers. Veel mensen zijn niet bekend met de mogelijkheden of hebben hun toestel niet op het internet aangesloten.

 

Slimme televisietoestellen

Televisietoestellen en hun technische mogelijkheden hebben zich de laatste jaren in snel tempo ontwikkeld. Platte toestellen met zeer hoge resolutie hebben de huiskamer veroverd en zullen naar verwachting in het jaar 2012, als er meerdere grote evenementen plaatsvinden, verder oprukken. Intussen werkt elektronicafabrikant Samsung in samenwerking met Google aan de volgende generatie toestellen. Met de nieuwe Google-televisie kan de gebruiker straks internetten, online video’s bekijken en speciale apps voor bijvoorbeeld videospelletjes downloaden. Daarmee stopt de ontwikkeling van de techniek echter nog niet. De volgende stap bestaat uit de presentatie van een televisietoestel dat kan worden bestuurd met handgebaren. Zappen gebeurt dan met het zwaaien van een hand. Daarnaast kan het apparaat reageren op gesproken commando’s en via een ingebouwde camera wordt het gezicht van de kijker herkend, waarna het persoonlijke profiel met voorkeurzenders en websitefavorieten wordt geladen. Om te voorkomen dat consumenten met de aankoop van een nieuw toestel wachten tot een nieuwe technologische innovatie is aangebracht, werken fabrikanten aan een module die kan worden geladen met software. Zo wordt verzekerd dat de televisie in ieder geval de eerste vijf jaar na aankoop de voortschrijdende stand der techniek kan bijhouden.

‘HbbTV’ staat voor hybrid broadcast broadband tv, een technologie die omroepdiensten combineert met diensten die via internet worden aangeboden. Via het omroepsignaal worden extra gegevens meegezonden die door televisietoestel, blu-ray-speler of settop-box gecombineerd worden met gegevens van internet. Daarbij kan gedacht worden aan uitgebreide teletekst met grafieken, foto’s en filmpjes, een mediatheek met video-op-aanvraagdiensten zoals uitzending gemist, of het stemmen op kandidaten van een wedstrijd (televoting). De meeste Europese landen, met uitzondering van landen als het Verenigd Koninkrijk en Italië, hebben gekozen voor dezelfde standaard. Een belangrijk verschil met stand-alone apps op connected tv’s, is dat bij HbbTV de additionele informatie rechtstreeks aansluit bij de uitzendingen en dat de omroepen nauw betrokken zijn bij het aanbod.

 

Second screen

Vanaf de jaren negentig wordt door aanbieders van televisiecontent gezocht naar manierenom de kijkers met modernere technieken dan de telefoon bij het aanbod te betrekken. Aanvankelijk gebeurde dat met vrij eenvoudige settop-boxen en later met hybride toestellen met ingebouwde interactiviteit. Een breuk met de trend om zoveel mogelijk functionaliteit onder te brengen in één apparaat, is de opkomst van interactiviteit via ‘second screen’. De televisie is daarbij het eerste scherm en de laptop, tablet of smartphone het tweede. Het second screen biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om tijdens de uitzending van programma’s te reageren, om actief mee te doen door te stemmen, mee te spelen in een quiz, of om aanvullende informatie te krijgen tijdens sportwedstrijden. De omroepen kunnen op die manier een hechtere relatie krijgen met de kijkers en de kijkers, die tijdens het televisiekijken toch al vaker met een tweede scherm op de bank zitten, krijgen interactiviteit als meerwaarde. Voor zowel de publieke als de commerciële omroepen worden steeds meer applicaties ontwikkeld om het eerste en het tweede scherm technisch met elkaar te verbinden. De NOS biedt second screen-faciliteit bij sportevenementen als de Tour de France en RTL zet het second screen in bij programma’s als The Voice of Holland. Ook langlopende programma’s waarvan de formule al tijden hetzelfde is, beginnen zich te vernieuwen met toevoeging van interactiviteit. Een voorbeeld uit de laatste categorie is het AVRO-programma Tussen Kunst en Kitsch, waar de kijker via second screen mee kan doen aan het taxeren van de items die aan de experts worden voorgelegd.

 

Vrijheid op internet

Auteursrechten en de mogelijke schending daarvan vormen al sinds het populair worden van internet een veelbesproken thema. In 2011 krijgt het debat een nieuwe impuls. Onder invloed van een lobby van machtige entertainmentbedrijven als Disney, Warner, EMI en Sony, woedt in de Verenigde Staten de discussie over invoering van twee wetten: de Protect IP Act (PIPA) en de Stop Online Piracy Act (SOPA). Deze wetsvoorstellen beogen te voorkomen dat auteursrechtelijk beschermd materiaal, zoals muziek en films, gratis van het internet gehaald kan worden. Niet alleen natuurlijke personen die materiaal ter beschikking stellen, maar ook providers moeten aangepakt kunnen worden, als het aan de indieners van de wetsvoorstellen ligt.

Exploitanten van sites als Google en Wikipedia zien de voorgenomen wetgeving als een grote bedreiging. Uit protest gaat de Engelse editie van Wikipedia in januari 2012 korte tijd op zwart. Ook worden in steeds meer landen zogenaamde Piratenpartijen actief die zich inzetten voor de vrijheid van informatie.

De Amerikaanse autoriteiten ondernemen daadwerkelijk actie tegen de site megaupload.com. Na een veroordeling wegens piraterij wordt het bedrijf door de FBI gesloten. De oprichter en enkele medewerkers, onder wie een Nederlandse programmeur, worden in Nieuw-Zeeland gearresteerd en in een internationale actie worden enkele honderden servers, verspreid over de gehele wereld in beslag genomen.

In Nederland spant auteursrechtenorganisatie BREIN een civiele procedure aan tegen internetproviders Ziggo en XS4ALL omdat via hun diensten toegang kon worden verkregen tot de torrentsite van The Pirate Bay. Via die site zijn onder meer gratis muziek en films te vinden. De Haagse rechtbank stelt BREIN in het gelijk en beveelt beide providers om de toegang tot de site te blokkeren. Onder protest, omdat zij niet de rol van politieagent op internet willen spelen, wordt aan het vonnis gehoor gegeven. Ziggo en XS4ALL gaan wel in hoger beroep. Overigens blijkt het voor gebruikers vrij eenvoudig om de blokkade te omzeilen door de aanwezigheid van mirrorsites, waar een exacte kopie van de torrentsite wordt gepubliceerd. Er lijkt hier sprake te zijn van een kat-en-muisspel.

Deel deze pagina