Trends in 2008

In 2008 en 2009 is er sprake van een allesoverheersende trend, namelijk de economische crisis die begon bij de banken maar zich daarna in vele sectoren van het economische leven deed voelen. De mediasector is daarbij niet buiten schot gebleven. In het bijzonder de bladensector staat onder druk met tegenvallende advertentie-inkomsten, inkrimpingen in redacties en verder teruglopende oplagecijfers. Niet alleen de bladen krijgen last van het zware economische weer. Ook de commerciële omroep die afhankelijk is van advertentie-inkomsten zal terugloop van die inkomsten gaan merken. Zorgelijke geluiden klinken al bij de commerciële radiostations die grote sommen geld hebben moeten betalen voor het gebruik van etherfrequenties, welk geld nu in een somber klimaat moet worden terugverdiend. Het is geen gewaagde voorspelling dat de recessie waarin Nederland is beland de komende tijd ook voor de mediasector de dominante trend zal blijven.

 

Dagbladen

In de aanloop naar het verschijnen van minister Plasterks persbrief en de discussie in de Tweede Kamer over deze brief lieten de dagbladuitgevers luidkeels van zich horen. Opvallend was dat zij in de verhalen over de zware tijden die de bladen doormaken veelvuldig de beschuldigende vinger uitstaken naar de publieke omroep. Die zou door de activiteiten van de Ster veel advertentiegeld bij hen weghouden. Er werd gepleit voor volledige afschaffing van de Ster in navolging van Frankrijk waar sinds 1 januari 2009 de publieke omroep reclamevrij is en de pers een financiële injectie van zeshonderd miljoen euro kreeg. De Franse president lanceerde daarnaast nog het plan voor een gratis jaarabonnement op een krant voor jongeren van 18 jaar. Ook op het gebied van nieuwe media zoals internet zouden de dagbladuitgevers zich onvoldoende kunnen ontplooien door de (financiële) voorsprong die de publieke omroep met behulp van belastinggeld heeft genomen.

In het debat met de Kamer maakte de minister duidelijk dat hij niet bereid is structurele financiële steun te verlenen aan de sector. Wel stelde de minister een bedrag van acht miljoen euro per jaar beschikbaar dat bestemd is voor innovatie in de pers. Het geld is afkomstig van de opbrengsten van de Ster. Hiermee is voor de eerste keer sinds de invoering van de Mediawet gebruik gemaakt van het wetsartikel dat afroming van de reclame-inkomsten van de publieke omroep ten gunste van de pers mogelijk maakt. Nieuw is dat nu ook gratis kranten aanspraak kunnen maken op uitkeringen van het Stimuleringsfonds voor de Pers.

In januari 2009 mengde uitgever Sanoma zich in het debat. De grootste tijdschriftuitgever van ons land en via dochter Ilse Media eigenaar van de populaire nieuwssite nu.nl is van mening dat financiële steunmaatregelen van de overheid aan commerciële dagbladuitgevers tot concurrentievervalsing leiden.

Nadat een Kamermeerderheid daarom vroeg heeft de minister een commissie ingesteld onder voorzitterschap van voormalig minister van cultuur en media Brinkman die drie maanden de tijd heeft gekregen om advies uit te brengen over mogelijke innovatie in de sector. Daarnaast zal de commissie een advies uitbrengen over de toekomst van de nieuws- en opinievoorziening in Nederland, toegespitst op de rol van de pers.

Dat de dagbladen in een benarde situatie zijn aanbeland staat buiten kijf. De advertentie- inkomsten blijven dalen en de totale oplage van de Nederlandse dagbladen daalde in het laatste kwartaal verder met 5,5 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2007. De Telegraaf stevende af op een recordverlies en Mecom is noodlijdend. De uitgevers zijn inmiddels zover uitbezuinigd dat slechts snijden in het aantal redactionele medewerkers rest. Voorbeelden daarvan zijn te vinden bij de Volkskrant die de contracten van enkele buitenlandcorrespondenten opzegt en bij Wegener dat freelancebudgetten gaat terugschroeven en journalisten die het concern verlaten niet meer vervangt. NDC kwam met het bericht over het ontslag van tientallen medewerkers, terwijl de FD-groep stevige saneringen staat te wachten. In het kielzog van ingrepen bij het FD moet overigens ook BNR nieuwsradio mee in de saneringsgolf. Op die manier krijgt ook de enige concurrent van Radio 1 klappen van de malaise op de dagbladenmarkt. De pluriformiteit in de nieuwsvoorziening op de radio is daar niet mee gediend.

Stagnatie in advertentieverkopen kan tot gevolgen leiden voor de redactionele onafhankelijkheid en betrouwbaarheid van kranten. Dagbladen blijken in dit tijdsgewricht bereid te zijn om ver te gaan om het adverteerders naar de zin te maken. Hoofdredacteur Brouwers van gratis dagblad Sp!ts – tevens lid van de commissie Brinkman – stelde zonder schroom dat zijn krant de mogelijkheid biedt gegarandeerde redactionele content in te kopen. Als voorbeeld van een dergelijke deal noemde hij de zomerrubriek ‘Rabo on Tour’, een aan de Tour de France gelinkte serie artikelen waarin een podium voor de Rabobank werd geboden. Bij dagblad De Pers lijkt soortgelijke redactionele samenwerking mogelijk. Op de kritiek van collega’s dat hij zich veel te veel in laat met de commercie reageerde hoofdredacteur Brouwers met de opmerking dat Sp!ts niets anders doet dan wat andere kranten ook doen. Sp!ts komt daar naar zijn zeggen alleen eerlijker voor uit.

Vanzelfsprekend heeft het vertrek van redactionele medewerkers zijn weerslag op de inhoud van de dagbladen. Ervaringen in de Verenigde Staten leren dat na het vertrek van medewerkersde krant begint te verschralen. Er verdwijnen katernen of kranten verschijnen niet meer elke dag en tot slot verschijnt de krant niet meer op papier. Dit dreigende scenario zou zich ook in Nederland kunnen gaan voordoen.

Op landelijk niveau zijn er nog alternatieven in het geval de kwaliteitspers mocht wegvallen. Er resteren dan de gratis kranten, de commerciële en de publieke omroep, een website als nu.nl en het ANP om het publiek van nieuws te voorzien, zij het dan zonder achtergrondverhalen.

Op lokaal niveau, waar nu al praktisch geen concurrentie is, zullen bij het wegvallen van kranten reële alternatieven voor de nieuwsvoorziening ontbreken. Het gebruik van lokale radio en televisie is blijkens kijk- en luistercijfers te verwaarlozen, gemeentelijke informatie is niet onafhankelijk en huis-aan-huisbladen zullen ook last van de economische crisis krijgen. Het dreigende verdwijnen van lokale edities van regionale dagbladen kan een onvoorspelbaar risico voor lokaal nieuws in Nederland betekenen.

Tot slot is het verdwijnen van een papieren krant die met recht een instituut kan worden genoemd het vermelden waard. Bijna tweehonderd jaar is de Staatscourant op papier verschenen.Met ingang van 2009 komt daaraan een einde. Zodra de Wet Elektronische Bekendmaking van kracht zal zijn (naar verwachting per 1 juli 2009) is de Staatscourant nog uitsluitend elektronisch te raadplegen. Vanaf 1 januari 2009 is de krant ontdaan van alle redactionele bijdragen en bevat zij alleen officiële publicaties van de overheid.

 

Publiek bestel

De Nederlandse publieke omroep wordt gekenmerkt door de openheid van het bestel. Om de vijf jaar kunnen nieuwe initiatieven proberen een voorlopige erkenning te verkrijgen. In de aanloop naar de erkenningverlening die in 2009 zal plaats vinden, meldden zich in 2008 en begin 2009 een groot aantal nieuwe omroepinitiatieven. Wij noemen in dit bestek Wakker Nederland, PowNed, Omroep C, omroep voor dieren Piep!, multiculturele omroep Zenit en Afro-omroep SME. Al deze organisaties deden een poging om voor 1 april 2009 ten minste 50.000 leden aan zich te binden.

Door de wettelijke introductie van een nieuwe methodiek voor de verdeling van zendtijd en financiële middelen, de zogeheten glijdende schaal, lieten ook de tien bestaande omroepverenigingen zich niet onbetuigd op het gebied van ledenwerving. In het systeem van de glijdende schaal kan ieder lid extra immers meer geld en zendtijd opleveren. Door de felle ledenjacht is de praktijk van kortingen en cadeautjes in de media en in de politiek weer op de agenda komen te staan.

Wat nieuwe initiatieven aanvankelijk over het hoofd zagen is dat een ledenbestand van 50.000 personen niet automatisch een voorlopige erkenning oplevert. De gewijzigde Mediawet die in maart 2009 door de Tweede Kamer is aangenomen, schrijft voor dat een nieuwe toetreder een stroming moet vertegenwoordigen die nog niet in het bestel aanwezig is. Naast toegevoegde waarde op dat vlak moet uit het beleidsplan van de vereniging bovendien blijken dat er sprake zal zijn van toegevoegde waarde op programmatisch gebied en het bereiken van nieuwe doelgroepen. Door het aanscherpen van de eis van toegevoegde waarde heeft de wetgever terug willen keren naar de oorspronkelijke bedoelingen van de Mediawet.

De grote belangstelling voor een plaats in het bestel ontlokte de voorzitter van de raad van bestuur van de NPO de verzuchting dat de bestuurlijke drukte in Hilversum wel erg groot dreigt te worden. Daarvoor had ook de regering al aangegeven dat het bestel de neiging heeft om alsmaar uit te dijen, omdat er bij elke ronde wel omroepverenigingen bij komen maar er nooit een verdwijnt. Om die beweging enigszins te redresseren zal in de Mediawet een regeling worden opgenomen die het makkelijker maakt om slecht presterende omroepverenigingen hun erkenning te ontnemen.

Van alle initiatieven zijn – afgaand op hun eigen beweringen – uiteindelijk alleen Wakker Nederland en Powned erin geslaagd om meer dan 50.000 leden te werven. Wakker Nederland is een initiatief van De Telegraaf en zegt een tegenwicht te willen bieden tegen het vermeende linkse karakter van de publieke omroep. Powned is geïnitieerd door de website van GeenStijl, eigendom van De Telegraaf. “Gewoon omdat het kan” luidde de motivering om een omroepvereniging te beginnen.

Willen de twee verenigingen voor een voorlopige erkenning in aanmerking komen dan zal, gelet op het karakter van non-commercialiteit van de publieke omroep, ontvlechting moeten plaats vinden tussen de omroepverenigingen en de commerciële instellingen die aan hun wieg hebben gestaan.

Bij alle interne beroering in Hilversum en Den Haag krijgt de publieke omroep ook weer nadrukkelijk te maken met de Europese dimensie. Na de eerdere staatssteunzaak waarin de Europese Commissie zich zeer kritisch over Nederland heeft uitgelaten, kwam in 2008 een mogelijke aanpassing van de Europese Omroepmededeling in beeld. Eurocommissaris mevrouw Kroes bracht naar buiten dat zij in een gewijzigde mededeling de regels voor staatssteun verder wilde aanscherpen.

De kern van het ontwerpvoorstel is een toets vooraf van alle individuelenieuwe plannen van de publieke omroep, waarbij beoordeeld zou moeten worden of activiteiten het publieke belang dienen en concurrentieverhoudingen niet al te erg verstoren. De Eurocommissaris heeft vooral het oog op nieuwe media-activiteiten van de publieke omroep, omdat die veel klachten over concurrentievervalsing oproepen.

De regeringen van verschillende lidstaten en publieke omroeporganisaties hebben zich in een consultatieronde fel verzet tegen de plannen. Een Nederlandse lobby tegen verscherping van de Omroepmededeling kreeg uiteindelijk de steun van achttien lidstaten. Deze zijn van mening dat de activiteiten van publieke omroepen als nationaal beleid beschouwd moeten worden. Het ontwerpvoorstel is daarna niet ingediend. Een bijgestelde versie is voorgelegd aan de lidstaten die in een consultatieronde tot 8 mei 2009 de gelegenheid hebben gekregen om een reactie te geven.

De dagbladuitgevers, die van mening zijn dat de publieke omroep een te grote vrijheid heeft om markverstorende activiteiten te ontplooien, hebben begin januari 2009 een klacht ingediendbij de Europese Commissie over het publieke omroepbeleid in Nederland.

 

Mediawet 2008

De Mediawet ondergaat in snel tempo drie ingrijpende wijzigingen. In de eerste fase is de Mediawet 2008 tot stand gebracht, die in de loop van 2009 verder zal worden gewijzigd door het wetsvoorstel dat de erkenningen en de financiering van de publieke omroep regelt. Tot slot zal aan het eind van 2009 de Europese richtlijn inzake Audiovisuele Mediadiensten in de nationale wetgeving geïmplementeerd moeten zijn.

De Mediawet 2008 die op 1 januari 2009 van kracht is geworden heeft enkele belangrijke wijzigingen met zich meegebracht voor zowel de publieke als de commerciële omroep.

Voor de publieke omroep is het onderscheid tussen hoofd- en neventaken vervallen, zodat internetactiviteiten en themakanalen nu als vanzelfsprekende onderdelen van de publieke mediaopdracht worden beschouwd. Zij hoeven voortaan niet meer afzonderlijk getoetst te worden. De toets op toelaatbaarheid van het verrichten van nevenactiviteiten blijft uiteraard wel bestaan. Anders dan voorheen wordt deze toets nu uitgevoerd voordat de omroep met de activiteit is aangevangen.

Een andere belangrijke wijziging is dat de gedetailleerde programmavoorschriften met percentages voor cultuur, kunst, educatie en informatie zijn komen te vervallen. Zij zijn vervangen door een prestatieovereenkomst die de publieke omroep met de minister van OCW sluit. In de Mediaonitor is al de tendens aangestipt om de reclame- en sponsorregels voor de commerciële omroep te versoepelen. Dit om een gelijk speelveld te creëren voor de binnenlandse commerciële omroepen in hun concurrentie met het buitenland, in het bijzonder de Luxemburgse RTL zenders. Door de wetswijziging is het de commerciële omroep nu toegestaan om films vaker te onderbreken, om binnen een bepaald uur vaker een reclameblok uit te zenden en om onder voorwaarden gebruik te maken van de mogelijkheden van split screen advertising.

SBS begon voorzichtig te onderzoeken waar voor haar kansen lagen binnen het nieuwe reclameregime. In enkele programma’s werd het aantal reclameblokken fors opgevoerd. Het publiek reageerde op de vele onderbrekingen echter zo negatief dat al na enkele dagen aan het experiment een eind kwam.

 

Regionale omroep

Sinds januari 2006 is de financieringssystematiek voor de regionale omroepen gewijzigd in die zin dat de volledige verantwoordelijkheid in handen is gelegd van de provinciale overheid. Deze kreeg daarbij de opdracht van een minimale zorgplicht die inhoudt dat er een garantie is voor de instandhouding van ten minste één regionale omroep die door het toepassen van een reële index zodanig moet kunnen functioneren dat het niveau van de activiteiten in 2004 gehandhaafd kan blijven.

In 2008 is de nieuwe financieringsstructuur geëvalueerd. Daaruit kwam ondermeer naar voren dat door het systeem op zich de financiering eenvoudiger en transparanter is geworden, maar dat er wel zorgen zijn over de beschikbare budgetten. Het niveau van de activiteiten van 2004 is weliswaar behouden, maar dit is volgens de omroepen onvoldoende om noodzakelijke investeringen in internet en crossmediale activiteiten te bekostigen. De inspanningen op deze terreinen kunnen alleen op peil worden gehouden door budgettaire en personele verschuivingen die ten koste zijn gegaan van radio- en televisieactiviteiten. Opinie en achtergrondjournalistiek, die tot de core business van de regionale omroepen behoren, komen daardoor onder druk te staan. Daarbij komt dat ook de regionale omroepen niet aan de gevolgen van de economische recessie ontkomen. Zo kondigt de regionale omroep Drenthe aan dat een populair zomerprogramma dit jaar niet kan worden uitgezonden vanwege tegenvallende reclameinkomsten. De zendtijd zal worden gevuld met herhalingen. Met een financieel tekort van acht ton lijkt RTV Noord eveneens in zwaar weer terecht te komen.

Alle tegenwind ten spijt blijven de regionale omroepen het op de radiomarkt goed doen. Zij bezetten qua marktaandeel nog steeds de derde plaats. Bij de televisie daarentegen zien de resultaten er aanzienlijk minder florissant uit. Het marktaandeel ligt al jaren rond de 2 procent, terwijl het gemiddeld dagbereik daalde van 6,1 procent in 2007 naar 5,5 procent in 2008. Nu de behoefte aan regionale televisie kennelijk niet al te groot is, zouden de regionale omroepen zich af moeten vragen of het niveau van hun investeringen in het relatief dure medium televisie gerechtvaardigd is. Wellicht verdient het aanbeveling om alternatieven te onderzoeken

voor de huidige manier van televisie maken. Het idee van een regionaal venster op een landelijk net is uit beeld verdwenen, maar zou afgestoft kunnen worden. Meer samenwerking tussen de regionale omroepen of zelfs fusies tussen regionale televisiestations zou overwogen kunnen worden.

 

Distributie

Een interessante ontwikkeling op de kabel zijn de pogingen van het bedrijf YouCa om toegang te krijgen tot de netwerken van de grote kabelaars Ziggo en UPC. YouCa is zelf geen omroep, maar wenst kale capaciteit te huren bij kabelmaatschappijen waarbij de ruimte vervolgens aan derden ter beschikking wordt gesteld om zo diensten te leveren aan aangeslotenen op de kabel. Voorts denkt YouCa, naast het verhuren van capaciteit, het analoge pakket met korting aan consumenten te kunnen verkopen. Met het huren van capaciteit willen de initiatiefnemers innovatie bevorderen op de markt van digitale radio en televisie.

UPC verzet zich tegen de verplichting om haar kabel open te stellen voor gebruik door anderen. Zij stelt daar onder de huidige wetgeving niet toe verplicht te zijn. OPTA denkt daar anders over mede gelet op de omstandigheid dat UPC en Ziggo met samen een marktaandeel van 81 procent een dominante positie innemen. De opvatting van OPTA wordt gedeeld door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in een uitspraak in een door UPC aangespannen beroepszaak. YouCa kan zich intussen ook gesterkt voelen door de opvatting van de Europese Commissie dat de kabel opengesteld kan worden voor andere gebruikers dan de eigenaar van het net. YouCa is van zins om vanaf 2010 een rol in de markt te gaan spelen.

Een ander opvallend initiatief is afkomstig van Ilse Media dat onderdeel is van het Sanoma concern. Het bedrijf kondigde de start aan van nu.tv dat te zien zal zijn op bepaalde telefoons van KPN. Nu.tv zal gevuld worden met door het ANP geproduceerde nieuwsbulletins en met langere items over onderwerpen als muziek en de beurs. De plannen voorzien in de verdere uitrol van nu.tv naar andere platforms in 2009.

 

Bescherming publiek

De mediaregelgeving kent verschillende voorschriften om het kijkerspubliek te beschermen tegen mogelijke schadelijke invloeden van het medium televisie. Het bekendst is wel het systeem van de Kijkwijzer dat als uitvloeisel van de Europese richtlijn jeugdigen beoogt te beschermen door pictogrammen in beeld te brengen die waarschuwen tegen geweld, seks, ruw taalgebruik en dergelijke. Voor de invoering van dit systeem bestond al de praktijk van het in beeld brengen van een tandenborstel bij reclame voor zoetwaren.

In de Mediawet 2008 werden maatregelen opgenomen om het publiek te vrijwaren van programma’s van zenders die zich schuldig maken aan haatzaaien. Een omroep die tijdens de looptijd van zijn erkenning twee keer onherroepelijk veroordeeld zou worden op grond van het strafrechtelijke artikel dat aanzetten tot haat en discriminatie verbiedt, zou niet meer mogen uitzenden. Deze regeling stuitte op onoverkomelijk verzet van de Eerste Kamer en is daarom niet in werking getreden. Een bepaling die wel in de van kracht geworden wet terecht is gekomen, is het verbod op reclame voor alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur.

Begin 2009 verlegde de aandacht van de politiek zich naar reclame die mensen aanspoort leningen aan te gaan. Reclame voor dergelijke financiële producten zou in ieder geval moeten vermelden dat ‘lenen geld kost’. Ter bescherming van het publiek wilde men echter nog een stap verder gaan door voor te schrijven dat bedoelde reclame pas na een bepaald tijdstip in de avond uitgezonden zou mogen worden. Bovendien zou de reclame niet mogen vertonen of vermelden waar een krediet zoal voor gebruikt kan worden.

Niet alleen door goede raad en opvoeding in voorlichtingsspots van Postbus 51, maar ook in wettelijke voorschriften voor de media lijkt de overheid zich steeds sterker te profileren als hoeder van een lichamelijk, psychisch en financieel gezonde samenleving.

 

Commerciële radio

Het beeld van de commerciële radiosector wordt in 2008 en begin 2009 bepaald door het verdwijnen van zenders die via de kabel, via internet en via de ether uitzonden. Ter illustratie van de trend noemen wij hier slechts enkele voorbeelden.

Omdat de stations niet rendabel waren te maken, staakte Talpa de kabeldoorgifte van Radio Noordzee Nationaal en Juize FM. Dit laatste station met vrijwel landelijke dekking werd wel gezien als de commerciële tegenhanger van het publieke FunX. Enkele aan Radio 538 gelieerde internetstations zoals Love Radio en Power FM staakten eveneens hun uitzendingen.

Uit de ether verdwenen de zenders Arrow Jazz FM en Arrow Classic Rock. Het Agentschap Telecom beëindigde de uitzendingen omdat een schuld aan de staat was opgebouwd van ongeveer 9 miljoen euro en er geen zicht op betaling was. Voor de vrijgekomen frequenties is een belangstellingsregistratie opengesteld. Belangstellenden moeten wel op voorhand een bedrag van 1,2 miljoen euro meenemen.

 

Internet

Een ontwikkeling die gaande is betreft de groeiende nieuwsfunctie van sociale sites zoals Twitter er een is. De aanwezigheid van dergelijke sites brengt een versnelling aan in de verspreiding van nieuws. Een bekend voorbeeld daarvan was de snelheid waarmee door het gebruik van Twitter het nieuws over de noodlanding van een vliegtuig op de Hudson de wereld werd ingestuurd. Omdat steeds meer nieuwsmakers, waaronder politici hun wederwaardigheden via een microblog met anderen delen, groeit de belangstelling van journalisten voor deze vorm van communicatie. Door gericht de uitlatingen van bepaalde mensen te volgen, komen zij als het ware bij de geboorte van het nieuws te zitten.

De vraag is wel wat de toenemende snelheid waarmee berichten de wereld in worden gestuurd betekent voor de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de journalistiek.

Na een aanloop van enkele jaren heeft Web TV zich vanuit de experimentele fase ontwikkeld tot een gevestigd online medium. Steeds meer organisaties uit allerlei sectoren van het maatschappelijk leven zijn van Web TV gebruik gaan maken. Zo hebben de zakenwereld, de sportsector en de pers het medium ontdekt. Grote banken als ABN AMRO, de belangrijkste voetbalclubs uit de Eredivisie en dagbladen als de Volkskrant zijn actief geworden met sites die videomateriaal aanbieden. Als belangrijk voordeel van Web TV worden de mogelijkheden van interactie met de doelgroep gezien. Tijdens de uitzendingen kan direct met de kijkers gecommuniceerd worden met chats, actuele berichten of enquêtes. Daarbij komt dat deze manier van communiceren relatief goedkoop is. De verwachting is dat Web TV een verdere vlucht zal nemen.

Deel deze pagina