Trends in 2007

De Nederlandse mediasector kenmerkte zich ook in 2007 door aanhoudende dynamiek en verandering. Vorig jaar besteedden wij ruim aandacht aan de trend naar crossmedialiteit: aanbieders van mediadiensten en mediaproducten zijn meer en meer tegelijkertijd actief op de verschillende distributieplatforms radio, televisie, internet en print. Deze trend zette zich in 2007 voort. Daarnaast signaleerden wij dat veel nadrukkelijker dan in het verleden buitenlandse investeringsmaatschappijen en hedge funds actief zijn geworden op de Nederlandse mediamarkt. Ook aan deze trend is nog geen eind gekomen. Naast deze twee trends, die de toekomst van de mediasector sterk bepalen, hebben in 2007 ook andere veranderingen en nieuwe omstandigheden hun sporen in de sector achtergelaten.

 

Tijdelijke wet mediaconcentraties

In de Monitor over 2006 is uitvoerig stil gestaan bij de invoering van de Tijdelijke wet mediaconcentraties in 2007. Daar werd in de branche reikhalzend naar uitgekeken omdat diverse partijen overnameplannen hadden. Kort gezegd introduceert de wet een grens van 90 procent eigendom op een totaal van 300 procent van de markten van dagbladen, radio en televisie tezamen. Toen het nieuwe ruimere regime van de wet een feit was, volgden direct enkele meldingen, waarover het Commissariaat advies heeft uitgebracht aan de NMa. Door de positieve beslissingen van de NMa kon de Telegraaf Media Groep een belang van 85 procent nemen in Sky Radio Group en kon RTL Nederland het station Radio 538 overnemen van Talpa. Als voorlopig sluitstuk heeft het Engelse mediabedrijf Mecom, dat zich binnen Europa manifesteert op de markt van regionale dagbladen, het Wegener-concern overgenomen.

 

Televisie

De zender Tien van Talpa Media begon van aanvang af (augustus 2005) met een ambitieuze programmering waarin Nederlands drama en sport, en bij start van de zender ook nieuws in het programma NSE, een prominente plaats kregen. Ondanks de flinke investeringen behaalde de zender echter niet het succes dat oprichter John de Mol verwachtte. Door de tegenvallende resultaten kwam overleg op gang met SBS en RTL Nederland over een mogelijke overname van Talpa. Eind juni 2007 resulteerden de onderhandelingen in een overname door RTL Nederland. Dit betekende het einde van de zelfstandige televisiezender. Alleen enkele van de meest aansprekende formats zoals de dramaserie Gooische Vrouwen en de omstreden reality show De Gouden Kooi verhuisden naar de zenders van RTL evenals enkele presentatoren. Met zijn inbreng verwierf De Mol ruim 26 procent van de aandelen RTL Nederland.

Behalve programma’s en presentatoren verhuisden ook de rechten op het uitzenden van samenvattingen van wedstrijden uit de voetbal Eredivisie mee naar RTL. Bij de nieuwe tender die in 2007 werd uitgeschreven was RTL echter niet bereid om bedragen neer te leggen die eerder door Talpa voor de rechten waren betaald. De rechten op samenvattingen kwamen in handen van de NOS, die daarvoor 21 miljoen euro per jaar aan de Eredivisie CV betaalt. Eerder verwierf Talpa de rechten voor 35 miljoen euro. Voor de Eredivisie CV betekende de uitkomst van de tender aldus een gevoelige aderlating. Om het verlies aan inkomsten te compenseren, proberen de gezamenlijke clubs nu zelf met ingang van het nieuwe seizoen de live uitzendingen uit te baten op een aantal nieuwe kanalen die in samenwerking met Endemol geëxploiteerd zullen worden. Het publiek zal voor de wedstrijden extra moeten gaan betalen, ofwel voor een pakket of per afzonderlijke wedstrijd. Dit is na het mislukken van de zender Sport 7 de tweede keer dat zal moeten blijken of het publiek bereid is te betalen voor ontvangst van voetbalwedstrijden.

Een nieuwe speler in 2007 is de zender Het Gesprek die met het programmeren van lange vraaggesprekken een nieuw format introduceerde. Qua kijkcijfers is Het Gesprek nog geen groot succes. De kijkcijfers van deze zender worden inmiddels niet meer gepubliceerd.

Na langslepende procedures is komen vast te staan dat het juridisch niet haalbaar is om de RTLzenders, inmiddels vier in getal, onder Nederlandse regelgeving te brengen. De binnenlandse commerciële omroepen moeten daardoor niet alleen de concurrentie met de publieke omroep aangaan, maar ook met zenders die vanuit het buitenland uitzenden en op onderdelen aan lichtere regels gebonden zijn dan de Nederlandse. De roep om liberalisering van de regels voor binnenlandse omroepen, waardoor voor alle betrokken partijen een gelijk speelveld ontstaat, is dan ook steeds luider gaan klinken. Om aan die geluiden tegemoet te komen is inmiddels een wetsvoorstel ingediend dat voorziet in versoepeling van reclame- en sponsorregels voor commerciële omroepen.

De voorgenomen wijziging van de Mediawet heeft ook veel implicaties voor de publieke omroep. Een van de belangrijkste is de erkenning dat de publieke omroep meer doet dan het verzorgen van radio- en televisieprogramma’s. Die erkenning komt tot uitdrukking door de techniekneutrale benadering die het wetsvoorstel, ook wel aangeduid als Multimediawet, kiest. In de wet is niet langer sprake van omroepprogramma’s, maar van het meeromvattende begrip ‘mediadiensten’.

Naast de programmanetten Nederland 1, 2 en 3 verzorgen de publieke omroepen onder de noemer Nederland 4 een groot aantal themakanalen op het web en in digitale kabelpakketten. Omdat nagenoeg iedere omroep ook thematisch in het aanbod aanwezig wil zijn, groeide het aantal themakanalen op televisie in 2007 tot zeventien. De raad van bestuur van de NPO heeft in juli 2008 echter besloten dit aantal met vijf te verminderen. Daarbij is overwogen dat er niet genoeg publiek is voor alle kanalen en dat het onderhouden van themakanalen een behoorlijke kostenpost is.

 

Dagbladen en opinietijdschriften

Na de kortstondige aanwezigheid en het rumoerige vertrek van Apax bij PCM, zorgde de overname van Wegener door investeerder Mecom wederom voor opschudding. De nieuwe eigenaar stelde een rendementseis van twintig procent waardoor tientallen banen bij de regionale bladen op de tocht kwamen te staan. Het personeel kwam in actie en dreigde het verschijnen van enkele titels te blokkeren. Partijen zijn daarna weer met elkaar in gesprek gegaan.

Begin 2008 werd het krantenlandschap verrijkt met een nieuwe uitgave. Het AD bracht de eerste dagelijkse sportkrant in Nederland uit. Vooralsnog was AD Sportwereld Pro bedoeld als experiment. Augustus 2008 heeft de uitgever besloten het Sportwereld experiment niet te continueren.

Op de markt van gratis dagbladen is het in 2007 dringen geworden voor de titels Metro, Sp!ts, De Pers en DAG, die het niet allemaal even makkelijk hebben om te overleven. Vooral dagblad De Pers boekt minder gunstige financiële resultaten. Toch is de door sommigen wel voorspelde shake out achterwege gebleven.

Net als de dagbladen hebben ook de opiniebladen te lijden onder teruglopende lezersaantallen en dalende advertentie-inkomsten. Voorjaar 2008 hield het blad Opinio op te verschijnen omdat investeerder Roel Pieper de financiering staakte. De uitgever van HP/De Tijd speelde met de gedachte om de verschijningsfrequentie terug te brengen naar één maal in de twee weken wat een drastische ingreep zou zijn voor een blad dat geacht wordt de actualiteit te becommentariëren. Eind juli 2008 presenteerde de redactie een reddingsplan voor het blad. Men toonde zich bereid om de redactie met eenderde in te krimpen onder de voorwaarde dat wekelijkse verschijning verzekerd zou zijn.

 

Distributie

UPC was de eerste kabelexploitant die inzette op de zogeheten triple play strategie. Dit betreft het aanbieden van zowel omroep als telefonie en internet via de kabel. Aanvankelijk boekte UPC met dit concept magere resultaten, maar het publiek lijkt nu rijp voor het idee. Tussen 2005 en 2008 verdrievoudigde het aantal huishoudens dat de drie diensten bij één provider afneemt. In 2005 nam nog maar 7 procent van de huishoudens televisie, telefonie en internet bij een en dezelfde aanbieder af, in 2008 kwam dat percentage op 24 procent te liggen.

Een andere ontwikkeling is de gestage groei van het aantal internet-breedbandaansluitingen. In 2007 werd de drempel van 5,5 miljoen aansluitingen gepasseerd. Omdat op een zeker moment het verzadigingspunt zal zijn bereikt, vlakt de groei overigens wel wat af. Nederland behoort met landen als Noorwegen, Denemarken en Zwitserland tot de koplopers in de wereld als het om breedbandaansluitingen gaat. Een verklaring voor het hoge aantal aansluitingen kan worden gevonden in de hoge dekkingsgraad van koper- en kabelnetwerk. Behalve door het grote aantal aansluitingen onderscheidt Nederland zich verder door de relatief lage prijs die voor breedbandinternet wordt betaald.

Ook het aantal huishoudens dat digitale televisie ontvangt groeit. Het jaar 2007 liet een stijging zien van 10 procentpunten van 28 procent naar 38 procent van het aantal huishoudens in Nederland. De kabel neemt het grootste deel van de abonnees op digitale televisie voor zijn rekening, maar de concurrentie van digitale ethertelevisie neemt toe. Het aantal abonnees van Digitenne steeg van 265 duizend eind 2006 tot bijna 500 duizend eind 2007. Het gegeven dat in Nederland geen analoge ethertelevisie meer wordt uitgezonden is een mogelijke verklaring voor de toename van het aantal abonnees op digitale pakketten.

 

Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten

Een belangwekkende gebeurtenis op Europees niveau was eind 2007 de invoering van de nieuwe Europese richtlijn Audiovisuele Mediadiensten. Deze richtlijn vervangt de uit 1989 daterende en in 1997 herziene richtlijn Televisie zonder Grenzen. De nieuwe richtlijn moet vóór 2010 in de Nederlandse wetgeving worden geïmplementeerd.

De richtlijn brengt niet meer uitsluitend traditionele televisie onder de werking van Europese regelgeving maar audiovisuele mediadiensten. Ook die bijvoorbeeld via internet worden aangeboden. Elementair voor deze diensten is dat zij in hoge mate vergelijkbaar moeten zijn met televisie. Omdat uiteraard niet alle audiovisuele content op internet onder het toezicht van de overheid kan of moet worden gebracht, is de vraag hoe het begrip ‘audiovisuele mediadienst’ nader moet worden ingevuld. De richtlijn is daar niet eenduidig in, zodat door de nationale wetgever nadere invulling aan het begrip moet worden gegeven. Daar heeft de Europese wetgever overigens wel handreikingen voor gegeven. Uit de definitie is allereerst op te maken dat er sprake moet zijn van programma’s. Voorts moet het hoofddoel van de aanbieder het leveren van programma’s zijn. Daarnaast moet de aanbieder van de mediadienst redactionele verantwoordelijkheid dragen. Het vierde criterium is dat het gaat om een massamedium, bestemd voor informatie, educatie en vermaak voor een algemeen publiek, dat de dienst kan ontvangen met standaardapparatuur. Tot slot stelt de richtlijn dat er sprake moet zijn van een economische dienst in de zin van het EG-verdrag. Dat kan blijken uit de omstandigheid dat betaald moet worden om toegang te krijgen tot de dienst of omdat deze gefinancierd wordt met reclame of sponsoring.

 

Vrijheid van meningsuiting

Het voorkomen van te vergaande concentratie binnen de media moet de pluriformiteit in de informatievoorziening waarborgen en draagt daarmee bij aan de vrije meningsvorming in de samenleving. In het verlengde van de vrijheid om informatie zonder beletselen te vergaren, ligt de vrijheid van meningsuiting die in onze democratische rechtsstaat grondwettelijk is vastgelegd. Artikel 7 van de Grondwet bepaalt dat voor het openbaren van gedachten of gevoelens niemand voorafgaand verlof nodig heeft wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. In 2008 stond de vrijheid van meningsuiting meerdere keren in het middelpunt van de belangstelling van het publieke debat.

De meeste aandacht trok PVV-fractievoorzitter Wilders met de aankondiging dat hij een film tegen de Islam wilde uitbrengen. Dit idee leidde in de politiek en in de pers tot heftige reacties van voor- en tegenstanders. In de discussie stond de vraag centraal in hoeverre men zichzelf zou moeten beperken bij het uitoefenen van het recht op vrije meningsuiting. Tevens werd door enkele organisaties gevraagd om de film vooraf te verbieden. Na een lange productieperiode en problemen met het vinden van een distributieplatform verscheen Fitna uiteindelijk op internet. De film bleek grotendeels te bestaan uit videofragmenten die al eerder te zien waren geweest. Na de vertoning bleef verdere opschudding uit en zag het Openbaar Ministerie geen aanleiding tot vervolging.

Een tweede kwestie betrof het verhoor van een cartoonist die zich van het pseudoniem Gregorius Nekschot bedient. Deze werd in zijn woning aangehouden en daarna anderhalve dag vastgehouden als late reactie van het Openbaar Ministerie op een twee jaar eerder ingediende klacht bij het Meldpunt Discriminatie Internet. De aanhouding deed de discussie over de reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting opnieuw oplaaien. Toen deze geluwd was, verscheen in juni 2008 het bericht dat de hoofdredacteur van de site geenstijl.nl op het politiebureau was ontboden om zich te verantwoorden over enkele uitingen op de site.

Deel deze pagina