Trends in 2005

De media zijn in 2005 onverminderd in beweging. De samenwerking tussen krantentitels en de introductie van nieuwe, digitale radio- en televisiezenders wijzigen het medialandschap doorlopend. In het oog springende verschuivingen zijn het opgaan van het Algemeen Dagblad en vijf regionale krantentitels in een joint venture van PCM Uitgevers en Koninklijke Wegener en de komst van televisiezender Talpa. Aangezien al deze veranderingen en verschuivingen in het medialandschap van groot belang zijn voor het onderzoek van de Monitor Mediaconcentraties, worden in dit hoofdstuk allereerst de belangrijkste trends weergegeven.

 

Crossmediale ontplooiing bij mediabedrijven

De komst van televisiezender Talpa heeft gevolgen voor de kijktijdaandelen en, in het verlengde daarvan, voor de verdeling van mediabestedingen over de zenders. Uitgevers van betaalde dagbladen krijgen op hun beurt te maken met dalende oplagecijfers en advertentie-inkomsten. Om het publiek en daarmee de adverteerders te behouden, kijken beide groepen steeds vaker over de grenzen van het eigen mediaplatform heen. Voor een bestendige toekomst zijn omroepen en uitgevers genoodzaakt crossmediale initiatieven te ontplooien.

Omroepen lijken steeds meer op zoek te gaan naar nieuwe afzetmogelijkheden voor hun programma’s via internet en mobiele telefonie. Sinds enige tijd is het bijvoorbeeld mogelijk om op je mobiele telefoon (Vodafone Live!) en op de spelcomputer Sony Playstation naar het televisienieuws van RTL te kijken. RTL haalt een groeiend deel van de omzet uit het ontvangen en versturen van sms-berichten tijdens televisieprogramma’s. Vanaf het voorjaar van 2005 biedt de omroep tevens video-on-demand aan via zijn website. Afgezien van reeds uitgezonden series en films is ook unieke content, zoals niet eerder uitgezonden materiaal van “Idols”, te downloaden. In december 2005 wordt RTL door KPN betrokken bij het pilotproject “NStv”, waarbij reizigers in de trein gebruik kunnen maken van internet en digitale televisie. Bij de voortzetting hiervan medio 2006 besluit NS echter verder te gaan met KPN, dat de nieuwsbeelden voortaan zelf zal leveren.

Talpa en andere aanbieders verzorgen inmiddels vergelijkbare diensten als “Uitzending Gemist” van de Publieke Omroep. Talpa lanceert daarbij nog acht digitale radiokanalen die exclusief via internet te beluisteren zijn. Meer dan de andere omroepen profileert Talpa zich vanaf het eerste uur als een multimediaplatform. De omroep pleit voor nauwere samenwerking met de adverteerders, daarbij wijzend op de crossmediale mogelijkheden van televisie en radio enerzijds en internet en mobiele telefonie anderzijds.

Ook uitgevers zijn al geruime tijd actief op internet. De laatste jaren ontstaan vooral initiatieven op het gebied van de advertentiemarkt. Uitgevers trachten de teruglopende advertentie-inkomsten van de dagbladen op te vangen door de rubrieksadvertenties te vertalen naar een online variant. “Speurders.nl” van Telegraaf Media Groep is een van de meest succesvolle voorbeelden. Telegraaf Media Groep neemt eind 2005 belangen in enkele datingsites, terwijl Koninklijke Wegener zich begeeft op de markt voor veilingsites en in april 2006 samen met NDC/VBK de uitgevers een platform voor familieberichten opricht: “mensenlinq.nl”.

Sinds de tweede helft van de jaren negentig verzorgen steeds meer dagbladtitels online nieuwsportals. Daarnaast proberen PCM Holding en TMG lezers te behouden met e-papers: één-op-één digitale versies van dagbladen, al dan niet gecombineerd met deelabonnementen op het papieren dagblad. Eind 2005 rondt ook Wegener een pilot af met een e-paper voor De Gelderlander. Als grootste uitgever van regionale dagbladen experimenteert deze uitgever begin 2006 met online portals voor de uitwisseling van regionaal nieuws en regionale informatie. Crossmediale producten worden verder ook aangewend om jongeren voor nieuws te interesseren: weekblad “Peper” (Wegener) en het dagblad “nrc.next” (PCM) zijn speciaal op de doelgroep gerichte, multimediale krantenproducten. TMG richt zich bij het aanspreken van jongeren meer op amusement en begint in februari 2006 met live televisie via de internetcommunities “sugababes.nl” en “superdudes.nl”. Daarnaast neemt de uitgever in het voorjaar 2006 een belang in weblog annex nieuwssite “geenstijl.nl”.

In 2005 ontplooien uitgevers tevens veel nieuwe activiteiten op het gebied van radio en televisie. Waar tijdschriftenuitgever Sanoma al enige tijd actief is met de online zenders “Radio Libelle” en “Wheelz.tv” (Sanoma’s Men Magazines), worden audio en bewegend beeld een steeds vanzelfsprekender onderdeel van de online nieuwsportals van Het Financieele Dagblad en De Volkskant. In februari 2005 richt De Volkskrant (PCM) samen met televisieproducent Palazzina de joint venture VP-TV op. Hierbinnen vindt redactionele samenwerking plaats bij het maken van actualiteitenprogramma’s, wat voor de nieuwe publieke zendgemachtigde MAX resulteert in een programma over het nieuwe zorgstelsel. NRC (PCM) start een boekenprogramma in samenwerking met de VPRO en gaat voor de nieuwe titel nrc.next een samenwerkingsverband aan met RTLZ voor het actualiteitenprogramma “Who’s Next”. Een opvallend bericht is de aankondiging van TMG en SBS om in het najaar van 2006 te komen met een gezamenlijk nieuwsprogramma op televisie.

Zoals het er nu uitziet zal het aantal crossmediale initiatieven op mediagebied voorlopig blijven toenemen. Gezien de aanhoudende oplagedaling van betaalde dagbladen en de toenemende concurrentie op omroepgebied, zijn uitgevers en omroepen genoodzaakt hun activiteiten over meerdere mediaplatformen te spreiden, terwijl de groeiende populariteit van internet als platform èn als infrastructuur de behoefte aan applicaties en content bij netwerkexploitanten voorlopig in stand houdt.

 

Titelconcentratie versus nieuwe dagbladproducten

Titelconcentratie – de afname van het aantal dagbladtitels, waarbij in veel gevallen voormalig zelfstandige, regionale dagbladen opgaan in één nieuwe titel – lijkt sinds jaren onomkeerbaar. In het nabije verleden voegde Koninklijke Wegener de titels Deventer Dagblad, Apeldoornse Courant en de Zwolse Courant samen tot “De Stentor” en liet NDC/VBK de uitgevers (voorheen “NDC Holding” en “Veen Bosch & Keuning Uitgevers”) de titels Nieuwsblad van het Noorden, Groninger Dagblad en Drentse Courant opgaan in “Dagblad van het Noorden”. De oorspronkelijke titels worden edities van het nieuwe dagblad of verdwijnen in het geheel.

In 2005 bereiken Wegener en PCM Uitgevers overeenstemming over een joint venture, waarbinnen het landelijke Algemeen Dagblad en vijf regionale dagbladtitels worden samengevoegd. Qua titelconcentratie is dit een unieke gebeurtenis. Na goedkeuring van de Europese Commissie verschijnt met ingang van 1 september het nieuwe AD. Paradoxaal genoeg leidt de toegenomen titelconcentratie tot een afname van de aanbiedersconcentratie. Uit twee bestaande uitgevers/ aanbieders heeft zich immers een zelfstandige aanbieder (AD Nieuwsmedia) afgesplitst.

Telegraaf Media Groep rondt eind 2005 een reorganisatie af, waarna Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Leidsch Dagblad, Gooi- en Eemlander en Almere Vandaag onder één hoofdredactie komen te vallen met het Noordhollands Dagblad. Binnen “HDC Media” is het binnen- en buitenlands nieuws van bovengenoemde kranten afkomstig van één centrale redactie. De regionale redacties blijven bestaan voor de regionale nieuwsvoorziening.

Tegenover het verdwijnen van zelfstandige titels en redacties staat sinds enige tijd het verschijnen van allerlei nieuwe regionale krantenproducten, betaald dan wel gratis. Voorbeelden van dergelijke kranten die in 2005 voor het eerst verschijnen zijn De Vallei (uitgave van De Gelderlander), Metro Amsterdam, Telegraaf Metropool Den Haag en nieuwsblad alphen.cc. Ze verschijnen tussen de drie en vijf keer per week en beschikken over een eigen regionale redactie. Voor binnen- en buitenlands nieuws vallen zij onder de hoofdredacteur van de krant of krantengroep waaraan zij gelieerd zijn. Veel van deze nieuwe, regionale krantenproducten verschijnen op tabloidformaat. Het voorbeeld van Parool om over te gaan op tabloidformaat vindt in 2005 op landelijk niveau navolging bij Trouw (PCM) en het nieuwe AD. Wegener bereidt zich in 2005 voor om al haar dagbladen binnen afzienbare tijd als tabloid uit te brengen.

Fusies van regionale dagbladen enerzijds en het ontstaan van nieuwe regionale kranten (al dan niet op tabloidformaat) anderzijds: het is vooralsnog niet duidelijk of het aandeel regionaal nieuws in de bewuste dagbladen hierdoor wijzigt. Toekomstig onderzoek van de Monitor Mediaconcentraties moet hier meer inzicht in geven. In hoofdstuk zes wordt alvast dieper ingegaan op de in dit kader relevante organisatie van landelijke nieuwsredacties bij dag- en opiniebladen, televisie, radio en internet.

 

Groot aantal overnames bij radiozenders

Een groot aantal radiozenders verandert tussen mei 2005 en februari 2006 van eigenaar. In mei 2005 verkoopt Talpa Media Holding het ‘vrije’ kavel (d.w.z. ‘kavel zonder formatverplichtingen van overheidswege’) Noordzee FM aan De Persgroep. Onder deze Belgische uitgever, die een meerderheidsbelang in Het Parool heeft, begint Noordzee FM een nieuw leven als “Q Music”. De verkoop was, gezien wettelijke beperkingen, noodzakelijk om het ‘vrije’ kavel waarop Radio 538 uitzendt te kunnen overnemen. Bij deze overname is tevens de voormalige internetzender Juize FM inbegrepen, die eind 2005 in 65 procent van de Nederlandse huishoudens ook via de kabel te ontvangen is. Talpa wordt hierdoor in één klap de grootste aanbieder na de Publieke Omroep en streeft hiermee de Sky Radio Groep voorbij.

Begin 2006 worden twee van de drie grote dagbladuitgevers rechtstreeks actief op het gebied van radio-omroep. PCM Holding neemt de twee zenders van de Arrow Media Group over en kort daarna wordt Sky Radio Limited verkocht aan Telegraaf Media Groep en ING. TMG en PCM volgen hiermee het voorbeeld van FD Mediagroep, waarbinnen sinds 2003 een dagblad (Het Financieele Dagblad), een website en een radiozender (BNR Nieuwsradio) samenwerken. PCM brengt door de verzelfstandiging van AD Nieuwsmedia het marktaandeel op de dagbladenmarkt

terug van 27 procent naar 23 procent en komt daarmee onder de wettelijke grens van de crossownershipbepalingen in de Mediawet. TMG kan op basis van dezelfde wet niet verder gaan dan een minderheidsbelang van 30 procent in Sky Radio Limited, omdat het marktaandeel van 32 procent op de dagbladenmarkt de toegestane grens van 25 procent overschrijdt.

SBS Broadcasting stapt opnieuw in de radiowereld met de overname van de zender Yorin FM van RTL Nederland. In de loop van 2006 wordt de zender door SBS omgedoopt in Caz!. TMG is via haar belang van 20 procent in de moederorganisatie van SBS indirect ook mede-eigenaar van deze zender. Opvallend is verder het meerderheidsaandeel dat twee voormalige radio-ondernemers najaar 2005 verwerven in Slam!FM. Medio 2006 wordt dit aandeel uitgebreid naar 100 procent.

De vraag in hoeverre deze overnametrend bij radio zal voortduren, hangt voor een belangrijk deel af van aanpassingen in de Mediawet. Van een eventuele versoepeling van de crossownershipbepalingen is in 2005 in elk geval geen sprake. In juni 2006 wordt echter door het Kabinet een voornemen in die richting aan de Tweede Kamer bekendgemaakt: een onderneming zou maximaal 35 procent van de dagbladenmarkt mogen bezitten en maximaal 90 procent van de gezamenlijke markten televisie, radio en kranten (uitgaande van een totaal van 300 procent).

 

Digitalisering van de distributiemarkt voor radio en televisie

Naast uitgevers en omroepen spelen exploitanten van kabel- en telecomnetwerken de laatste jaren een steeds nadrukkelijker rol op de mediamarkt. Er is een ontwikkeling gaande, waarbij het steeds vaker distributeurs zijn die op zoek zijn naar content, in plaats van (aanbieders van) programma’s die zoeken naar distributiemogelijkheden. Distributeurs zijn niet langer alleen maar onmisbare schakels voor de verspreiding van de online nieuwsportals van de dagbladen en digitale radio- en televisieprogramma’s, zij streven er in toenemende mate naar zelf een rol te kunnen spelen als aanbieder.

Dit laatste vloeit voort uit de toegenomen concurrentie tussen kabel en telecom, enerzijds een gevolg van convergentie, anderzijds van horizontalisering en decentralisatie in de distributiesector. Kabelexploitanten bieden naast radio en televisie ook telefonie en breedbandinternet via hun kabelnetwerk. Deze gemengde, technisch geïntegreerde bundels zijn in de loop der tijd mogelijk geworden door innovatie van het netwerk als gevolg van digitalisering. Hierdoor is de afhankelijkheid van specifieke infrastructuren verdwenen en heeft uitbreiding van de bandbreedte op de kabel plaats kunnen vinden.

Het verdwijnen van gescheiden netwerken voor data, spraak en omroep geeft ruimte voor meer concurrentie tussen aanbieders van infrastructuren. De zogeheten triple play-strategie van kabelexploitanten, die voorziet in bundeling van data, spraak en omroep, kost KPN in 2005 alleen al ruim 200.000 telefonieklanten, die de overstap naar kabel maken. Het bedrijf probeert deze terug te winnen door op haar beurt telefonie en internet in combinatie met radio en televisie via digitale ether aan te bieden, wat haar in 2005 zo’n 110.000 klanten oplevert. Dit alles toont aan dat de huidige, verticaal georiënteerde markt, sinds de opkomst van IP langzaam verder ontkoppelt raakt: er ontstaan horizontale markten op het gebied van content, toepassing, transport en toegang. De grotere macht die IP de eindgebruiker biedt, leidt tevens tot decentralisatie: consumenten kiezen zelf welke muziek, films of nieuwsberichten ze downloaden.

Aangezien exploitanten het meeste voordeel behalen uit klanten die meerdere diensten tegelijkertijd afnemen, zullen zij zich bij het aanbieden van gebundelde pakketten nog meer op elkaars terrein gaan begeven. KPN staat hierbij nationaal sterk, de kabelexploitanten hebben echter regionaal een dominante positie.

De kabelexploitanten rekenen op de doorbraak van digitale televisie in 2005. UPC begint najaar 2005 met het verstrekken van gratis decoders en wordt op de voet gevolgd door Essent Kabelcom, Casema en kleinere exploitanten. De kabelsector krijgt in de loop van 2005 veel kritiek te verduren van de OPTA en de Tweede Kamer over kwesties als de tarieven voor analoge televisie en radio, koppelverkoop van televisie, internet en telefonie en toelatingsproblemen van concurrenten op de kabel. De telecomexploitant KPN probeert aanvankelijk toegang te krijgen tot de netwerken van de kabelexploitanten. Wanneer dit door vormfouten mislukt, beraadt KPN zich op de introductie van digitale televisie via haar eigen netwerk: in eerste instantie via digitale ether van Digitenne, voorjaar 2006 ook op adsl internet met KPN Mine.

De toekomst zal uitwijzen welk distributienetwerk als sterkste naar voren komt. De OPTA signaleert hierbij twee mogelijke scenario’s of een mengvorm van deze scenario’s. In het eerste scenario beperken spelers zich tot het versterken van hun positie als distributeur en concurreren met andere infrastructuren door zoveel mogelijk klanten te werven die een zo groot mogelijk aantal diensten afnemen. Een tweede mogelijkheid is het bieden van toegang, aangevuld met eigen content en applicaties, al dan niet verkregen via exclusieve relaties met aanbieders of door contentaanbieders over te nemen. Een voorbeeld van het laatste zijn de eredivisiewedstrijden die alleen rechtstreeks via Tele2/Versatel te zien zijn. Een voorbeeld van de eerste mogelijkheid is de triple play-strategie van kabelexploitanten.

Deel deze pagina