Dagbladen in 2011

De oplagedaling op de dagbladenmarkt zet zich voort in 2011. Niet alleen het aantal afgesloten abonnementen, maar ook de verspreiding via losse verkoop neemt steeds meer af. De procentuele verhouding tussen de verschillende aanbieders blijft gelijk ten opzichte van 2010. Het aandeel van de drie grootste uitgevers samen is 70 procent. Wat betreft bereik hebben de meeste titels met een daling te maken, maar dit blijft binnen de perken. Ook op de regionale markt zijn er minimale verschillen te zien ten opzichte van 2010. Mecom blijft met 51 procent verreweg de grootste aanbieder van het regionale nieuws.

 

Oplage

Figuur 1
2011-dagbladen-figuur-1

In de eerste jaren van de 21ste eeuw is er met een totale jaaroplage van tussen de 1,4 en 1,5 miljard sprake van een redelijk stabiele situatie op de dagbladenmarkt. Vanaf 2007 verandert het beeld. In dat jaar komen twee nieuwe dagbladen op de markt met een gratis verspreiding, DAG en Dagblad De Pers, wat leidt tot een stijging in de oplage. Lang duurt dit echter niet. In 2009 hebben nagenoeg alle titels met een verminderde oplage te maken en stopt DAG met verschijnen. In 2010 en 2011 zet de daling door.

Het oplageverlies van de afgelopen jaren is zowel terug te vinden in het aantal afgesloten abonnementen als in de losse verkoop. In 2002 worden er 1,1 miljard abonnementen afgenomen, in 2011 nog maar 890 miljoen. De losse verkoop halveert bijna en zakt van 110 naar 58 miljoen. Het aandeel ‘overige’, waaronder de gratis verspreide dagbladen vallen, neemt wel wat toe.

De verhouding tussen de verschillende aanbieders is in 2011 niet veel anders dan in 2010 (tabel 1). De grootste aanbieder is Telegraaf Media Groep (TMG). Het gezamenlijke marktaandeel van deze uitgever is in een jaar slechts 0,2 procentpunt verkleind. Ten opzichte van 2009 is er echter sprake van een verschil van 2,6 procentpunten. Dit wordt met name veroorzaakt doordat dagblad De Telegraaf vanaf januari 2010 aandeel moet inleveren wegens het stoppen met de zondageditie.

Tabel 1

2011-dagbladen-tabel-1

Na TMG is het Britse Mecom, dat in totaal negen regionale dagbladen in bezit heeft, de grootste aanbieder. Sinds Wegener in 2007 is overgenomen, zijn de marktaandelen van de verschillende titels vergroot. Een uitzondering hierop zijn de dagbladen van Media Groep Limburg (MGL), Limburgs Dagblad en Dagblad de Limburger, die in 2011 een minimale achteruitgang laten zien ten opzichte van 2010.

De derde grote uitgever is De Persgroep, dat sinds 2009 eigenaar is van een aantal titels die voorheen door PCM Uitgevers werden uitgebracht. De overname lijkt een gunstige werking te hebben gehad op de marktaandelen van de verschillende dagbladen, aangezien die vooral zijn toegenomen. In totaal verzorgt De Persgroep een vijfde van de totale jaaroplage op de dagbladenmarkt, waarbij de helft afkomstig is van de AD-dagbladen.

Bij de overige titels valt Dagblad De Pers op. In tegenstelling tot Sp!ts en Metro heeft dit gratis verspreide dagblad twee achtereenvolgende jaren te maken met een vergroting van het aandeel. Toch wordt in maart 2012 wegens tegenvallende advertentie-inkomsten beslotenom met de papieren versie te stoppen.

De marktaandelen in tabel 1 geven een beeld van de procentuele verhoudingen tussen aanbieders en titels bij een totale markt van 100 procent. Wanneer de aandelen worden omgerekend naar verspreide oplage per dagblad, valt op dat bijna alle dagbladen het afgelopenjaar hebben ingeleverd (tabel 2).

Tabel 2

Gemiddelde verspreide oplage per nummer

Slechts vier kranten weten in 2011 hun oplage te vergroten. Met name Dagblad De Pers maakt een groei door: de oplage wordt 15 procent groter. Ook het Friesch Dagblad verspreidt in 2011 per nummer een hogere oplage. Kleinere toenames zijn te zien bij de twee titels van Lux Media. Zo wordt de oplage van nrc.next met 0,6 procent vergroot en de oplage van NRC Handelsblad met 0,5 procent.

Metro en Het Parool hebben, beide met een daling van ongeveer 10 procent, te maken met de grootste afname. Hierop volgen Sp!ts en het Nederlands Dagblad met een verkleining van de oplage met ongeveer 7 procent.

 

Concentratie

Figuur 2

Mate van concentratie op de dagbladenmarkt

Op basis van de oplagegegevens kan bepaald worden in welke mate er sprake is van een aanbiedersconcentratie op de dagbladenmarkt. Figuur 2 laat van de afgelopen tien jaar ten eerste de aandelen van de grootste, twee grootste en drie grootste aanbieders (C1, C2 en C3) zien en ten tweede de Herfindahl-Hirschman Index (HHI).In de gehele periode wordt de C3 gevormd door TMG, Koninklijke Wegener/Mecom en PCM Uitgevers/De Persgroep. In 2005 is er sprake van een snelle daling door met name de fusie van zeven regionale dagbladen met het Algemeen Dagblad tot AD Nieuwsmedia, een joint-venture van Wegener en PCM Uitgevers. In 2006 stabiliseert de waarde, waarna deze vanaf 2008 weer toeneemt tot 70 procent in 2011. De C2 en C1 volgen een nagenoeg gelijke ontwikkeling en blijven in 2011 hangen op respectievelijk 49 en 27 procent.

Bij een HHI lager dan 0,18 wordt er gesproken van een niet-geconcentreerde markt. In de afgelopen tien jaar was dit alleen tussen 2006 en 2008 het geval. In 2009 nam De Persgroep  AD Nieuwsmedia en PCM Uitgevers over waardoor de waarde dat jaar steeg naar 0,19. In 2011 is er met een HHI-waarde van 0,18 opnieuw sprake van een geconcentreerde markt.

 

Bereik

Los van oplagecijfers geven bereikcijfers aan wat het aandeel van de Nederlandse bevolking van dertien jaar en ouder is dat gemiddeld een nummer van een dagblad heeft gelezen. In 2011 heeft gemiddeld 64,5 procent van de Nederlanders een dagblad gelezen, 2 procentpunten minder dan in 2010 (tabel 3).

Tabel 3
Gemiddeld nummerbereik dagbladen

Het dagblad met het grootste bereik is al jaren De Telegraaf met een bereik van 15 procent. Titels die eveneens meer dan 10 procent van de bevolking bereiken zijn Metro, de gezamenlijke AD-dagbladen en Sp!ts. Maar ook bij deze kranten neemt het bereik af. Zo verliezen de gratis verspreide dagbladen Metro en Sp!ts beide 0,7 procentpunt.Ook de overige dagbladen hebben grotendeels een verminderd bereik ten opzichte van 2010. Toch blijft het verschil beperkt: het grootste verlies is 0,3 procentpunt bij vier dagbladen. De Volkskrant en De Twentsche Courant Tubantia zijn de enige die een lichte stijging laten zien. Daarnaast blijven vijf titels op hetzelfde bereik als in 2010.

 

Regionale markten

Tabel 4 geeft weer wat per provincie het aandeel is van de betaalde regionale dagbladen ten opzichte van het totale aanbod aan betaalde dagbladen. In de gehele periode 2008-2011 is het marktaandeel van de regionale dagbladen met meer dan 70 procent het hoogst in Noord-Brabant en Limburg. In Flevoland is dit aandeel het laagst: in 2008 18,2 en in 2011 17,7 procent.

Tabel 4

Marktaandeel regionale dagbladen per provincie

Ten opzichte van de aandelen in 2010, zijn er in 2011 minimale verschillen. Het grootste verschil is in Groningen met 1,6 procentpunt. Drenthe en Flevoland volgen met beide een verlies van 1,4 procentpunt.

Tabel 5 toont dat in de verschillende provincies sprake is van een hoge aanbiedersconcentratie. TMG, op landelijk niveau de grootste uitgever, heeft regionaal in slechts één provincie een hoog marktaandeel. Mecom daarentegen heeft in vijf provincies een aandeel van meer dan 90 procent van de betaalde regionale dagbladen. Daarnaast is de Britse aanbieder ook nog in twee andere provincies sterk aanwezig. Met een aandeel van meer dan 80 procent heeft NDC/VBK de uitgevers nagenoeg een monopolie in de noordelijke provincies.

Tabel 5
Markt voor betaalde regionale dagbladen per provincie

Alle provincies bijeengenomen heeft Mecom een aandeel van 51 procent op de markt voor betaalde regionale dagbladen. De Persgroep volgt met 23 procent en TMG en NDC/VBK de uitgevers hebben beide een aandeel van ruim 12 procent.

Deel deze pagina