Dagbladen in 2010

In de afgelopen tien jaar zijn er nieuwe titels verschenen, maar ook verdwenen. PCM heeft met nrc.next een nieuw dagblad op de markt gebracht om zo een jonger publiek te bedienen. Zeven regionale dagbladen hebben samen met het Algemeen Dagblad een nieuw AD gevormd en de drie gratis landelijke dagbladen Metro, Sp!ts en Dagblad De Pers hebben zich blijvend gevestigd. DAG verscheen als nieuw, gratis dagblad, maar stopte na ruim een jaar. Andere verdwenen dagbladen zijn Almere Vandaag, Agrarisch Dagblad en de Nederlandse Staatscourant. De eerste twee titels bestaan nog wel als krant, maar verschijnen minder dan vijf maal per week waardoor zij niet meer als dagblad worden gezien. De Staatscourant is alleen nog digitaal verkrijgbaar.

Sinds de komst van de gratis kranten zijn steeds meer dagbladtitels op het compactere tabloidformaat overgestapt. Op aanbiedersniveau hebben het Britse Mecom en de Belgische De Persgroep gezorgd voor een internationale inbreng op de tot dan toe voornamelijk Nederlandse markt. Al deze ontwikkelingen hebben echter niet gezorgd voor een groei van de algehele markt. In 2007 was er sprake van een piek in de totale oplage, maar na dat jaar is de totale jaaroplage met ruim tien procent gedaald.

 

Tien jaar oplage

Figuur 1
Jaaroplage Nederlandse dagbladen

In 2001 was de totale jaaroplage op de Nederlandse dagbladenmarkt 1.502 miljoen. In de jaren die volgden is deze oplage geslonken, tot in 2007. Toen deden twee nieuwe dagbladen hun intrede op de markt: DAG en Dagblad De Pers. Dit leidde tot een oplage van 1.572 miljoen. In 2009 verkleinde de markt echter door een verminderde oplage bij vrijwel alle titels en door het verdwijnen van DAG. In 2010 zette deze daling voort.

Door de jaren heen is de oplage die verspreid wordt via abonnementen afgenomen: in 2001 was dit 1.141 miljoen, in 2010 nog maar 919 miljoen. De terugloop van de losse verkoop is nog drastischer, van de op deze manier in 2001 verspreide oplage is nog maar een kwart over. Onder ‘overige’ vallen onder andere de gratis verspreide dagbladen.

Tabel 1 toont de marktaandelen op de dagbladenmarkt voor de jaren 2001, 2004, 2007 en 2010 op aanbieders- en titelniveau. In 2001 werden de kranten voor negentig procent tegen betaling aangeboden. Tien jaar later hebben de gratis kranten een opmars gemaakt en behaalden zij in 2010 een gezamenlijk aandeel van 21 procent.

De gehele periode is de Telegraaf Media Groep de grootste aanbieder op de Nederlandse dagbladenmarkt, ook na verkoop van de twee Limburgse dagbladen van Media Groep Limburg (MGL) aan Mecom in 2006. De grootste krant van Nederland, De Telegraaf, heeft weliswaar met een geleidelijk kleiner wordend aandeel te maken, maar had in 2010 alsnog een ruim vier procentpunten groter marktaandeel dan de AD-dagbladen gezamenlijk. Gratis krant Sp!ts ziet het aandeel door de jaren alsmaar groter worden. De tweede grote aanbieder van Nederland was tot voor kort Koninklijke Wegener. In 2007 nam Mecom een meerderheidsaandeel in de uitgeverij en werd daarmee in één keer de op één na grootste aanbieder. In 2010 had De Persgroep een marktaandeel van 20,7 procent, waarmee zij dicht in de buurt komt van had aandeel van Mecom, dat op 22,4 procent ligt. Zowel Mecom/Koninklijke Wegener als De Persgroep/PCM Uitgevers hebben in hun verloop een dip in 2007. Dit wordt veroorzaakt door AD Nieuwsmedia, de joint-venture waarin zij allebei voor vijftig procent zeggenschap hebben. Vanaf 2009 is AD Nieuwsmedia volledig eigendom van De Persgroep.

Opmerkelijk is dat zondagsedities niet overeind zijn gebleven. De Twentsche Courant Tubantia en De Telegraaf zijn in 2004 gestart met een zondagskrant maar zijn hier vijf jaar later mee gestopt. Ook Metro is tijdelijk op een extra dag verschenen: van 2003 tot en met 2005 was er een zaterdagkrant. Ook deze krant had niet het beoogde effect. Wel is Metro erin geslaagd lokale edities uit te brengen in Amsterdam en Rotterdam.

Bij de gratis dagbladen heeft alleen Dagblad De Pers een dalend marktaandeel. Dit dagblad wordt vanaf 2009 alleen nog in de Randstad verspreid. Na de verkoop van NRC Handelsblad en nrc.next door De Persgroep aan Lux Media hebben beide titels hun aandeel licht weten te vergroten.

Tabel 1
Nederlandse dagbladenmarkt

De marktaandelen in tabel 1 geven een beeld van de procentuele verhoudingen tussen verschillende aanbieders en titels bij een totale markt van honderd procent. De totale oplage toont echter dat er in de laatste jaren een behoorlijke inkrimping is geweest, ruim tien procent tussen 2001 en 2010. In tabel 2 is te zien dat bijna alle dagbladen in deze periode hebben ingeleverd wanneer de aandelen worden omgerekend naar verspreide oplage per nummer.

Tabel 2
Gemiddelde verspreide oplage per nummer

Slechts twee kranten die gedurende de gehele tien jaar hebben bestaan, hebben te maken met een groei: de gratis verspreide Metro en Sp!ts. Ten opzichte van 2007 tonen zij echter ook een daling. De grote landelijke dagbladen De Telegraaf, De Volkskrant en NRC Handelsblad laten de gehele periode een dalende trend zien van zo’n twintig procent. Ook de regionale dagbladen tonen een steeds kleiner wordende oplage.

 

Aanbiedersconcentratie

De mate van aanbiedersconcentratie op de dagbladenmarkt is in de afgelopen tien jaar enigszins afgenomen. De figuur laat ten eerste de aandelen van de grootste, twee grootste en drie grootste aanbieders (C1, C2 en C3) zien en ten tweede de Herfindahl-Hirschman-Index (HHI).

De drie grootste aanbieders zijn al jaren de Telegraaf Media Groep, Mecom/Koninklijke Wegener en De Persgroep/PCM Uitgevers. Tot 2005 was de C1 in de dertig procent. De C2 had een waarde bovenin de vijftig procent en de C3 lag rond tachtig procent. De periode na 2005 kende een lichte daling, de drie grootste aanbieders hadden een minder groot gezamenlijk aandeel dan voorheen. In 2010 is er sprake van een C1 van 27 procent, een C2 van 50 procent en een C3 van 71 procent.

Bij een HHI lager dan 0,18 wordt er gesproken van een niet-geconcentreerde markt. In de afgelopen tien jaar was hiervan alleen sprake tussen 2006 en 2008. In 2009 nam De Persgroep AD Nieuwsmedia en PCM Uitgevers over waardoor de waarde steeg naar 0,19 in 2009. In 2010 is de HHI-waarde 0,18, waardoor nu weer gesproken wordt van een geconcentreerde markt.

Figuur 2
Mate van concentratie op de dagbladenmarkt

 

Bereik

Tabel 3 toont het aandeel Nederlanders van dertien jaar en ouder dat gemiddeld een nummer van een dagblad heeft gelezen. De meeste titels laten een daling zien. Dat wil zeggen dat steeds minder mensen de betreffende titels lezen. Toch zijn er ook titels die hun bereik (gering) weten te vergroten, zoals De Telegraaf, de Limburgse MGL-dagbladen en Eindhovens Dagblad.

Dagblad De Telegraaf heeft net als in 2009 het grootste bereik, vijftien procent. Deze krant wordt gevolgd door twee van de drie gratis dagbladen, Metro en Sp!ts. Ondanks hun hoge positie hebben zij wel te maken met een daling van respectievelijk één procentpunt en 0,6 procentpunt. De AD-dagbladen zorgen gezamenlijk voor een bereik van elf procent. Alle overige kranten bereiken minder dan tien procent van de Nederlanders van dertien jaar en ouder.

De verschillen ten opzichte van 2009 beperken zich over het algemeen tot enkele tienden procentpunten. Zes titels blijven op hetzelfde niveau.

Tabel 3
Gemiddeld nummerbereik

 

Regionale markten

De marktaandelen van de regionale dagbladen per provincie zijn in onderstaande figuur weergegeven. Net als in de afgelopen jaren worden de meeste regionale dagbladen gelezen in Friesland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. In al deze provincies bestaat meer dan 67 procent van de totale oplage van betaalde dagbladen uit regionale dagbladen. In Flevoland worden de minste regionale dagbladen gelezen: slechts eenvijfde van de totale oplage is regionaal.

Ten opzichte van 2009 zijn de aandelen nagenoeg gelijk gebleven. De grootste afwijking is te zien in Zeeland, waar het aandeel regionale dagbladen met een procentpunt stijgt. Friesland en Overijssel hebben beide een afwijking van een halve procentpunt. De een vergroot het aandeel, de ander verlaagt het.

Figuur 3
Marktaandeel regionale dagbladen in 2010

Tabel 4 laat zien dat in de verschillende provincies sprake is van een hoge aanbiedersconcentratie. In tegenstelling tot de landelijke markt heeft de Telegraaf Media Groep niet het grootste aandeel op de markt voor betaalde regionale dagbladen. Mecom is het beste vertegenwoordigd: in Overijssel, Gelderland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg is ruim meer dan negentig procent van de betaalde regionale dagbladen in handen van deze Britse aanbieder. Ook in Flevoland en Noord-Holland is Mecom met een behoorlijk aandeel aanwezig. De Persgroep heeft in twee provincies een groot aandeel: in Utrecht (92 procent) en in Zuid-Holland (89 procent). In de noordelijke provincies heeft NDC/VBK de uitgevers nagenoeg een monopolie als het gaat om het aanbieden van betaalde regionale dagbladen.

Tabel 4
Markt voor betaalde regionale dagbladen per provincie

Deel deze pagina