Dagbladen in 2007

Oplage

In 2007 is de Tijdelijke wet mediaconcentraties (Twm) van kracht geworden. Deze wet heeft tot doel te voorkomen dat een mediabedrijf een te dominante positie krijgt op de dagbladenmarkt. Bij fusies en overnamen mogen bedrijven op grond van de Twm over niet meer dan 35 procent op de dagbladenmarkt komen te beschikken. Aanvullend mogen bedrijven over niet meer dan 90 procent op twee of drie van de volgende markten samen beschikken: de dagbladenmarkt, de televisiemarkt en de radiomarkt. De gezamenlijke markt telt in dit geval op tot 300 procent. In figuur 1 is te zien dat alle dagbladaanbieders in 2007 ruim onder de grens van 35 procent blijven. Nederland telt in 2007 15 aanbieders van dagbladen die gezamenlijk 43 titels hebben, verspreid over 31 kernkranten. In 2006 waren er 15 aanbieders met 41 titels en 29 kernkranten.

Figuur 1

markt-dagbladen

Naast de berekening van de marktaandelen volgens de Twm is in tabel 1 een berekening volgens de Mediamonitor opgenomen. Een uitleg over de verschillen tussen de twee berekeningen is in de methodische verantwoording te vinden. Koninklijke Wegener is sinds 1 november 2007 voor 87 procent in handen van Mecom, de investeerder die eerder de MGL-dagbladen (Dagblad de Limburger en Limburgs Dagblad) van Telegraaf Media Groep opkocht. Hierdoor heeft Mecom een sterke positie op de Nederlandse regionale dagbladenmarkt verkregen.

 

Tabel 1

Marktaandelen

In 2007 is de totale jaaroplage ten opzichte van voorgaande jaren behoorlijk gegroeid. Dit heeft vooral te maken met twee gratis nieuwkomers op de krantenmarkt: in januari werd Dagblad de Pers gelanceerd en vier maanden later kwam DAG op de markt. DAG is een gezamenlijk product van PCM Uitgevers en KPN. Mede dankzij deze twee kranten bereikt de jaaroplage van de gratis dagbladen in 2007 een nieuw record van 408 miljoen; in 2006 was dit nog 227 miljoen. Sinds november 2007 kan DAG tegen betaling aan huis worden bezorgd en is daarmee ook een betaald dagblad geworden. Vooralsnog is het aantal betalende abonnees gering en wordt deze krant in dit rapport als gratis beschouwd.

De totale jaaroplage van de betaalde dagbladen loopt in 2007 enigszins terug met 23 miljoen exemplaren. Bij zo goed als alle dagbladen is een daling in hun marktaandeel te zien. De enige betaalde krant waarbij sprake is van een vergroting van het marktaandeel is PCM Uitgevers’ nrc.next. Dat marktaandeel stijgt van 1 naar 1,3 procent.

De daling is het grootst bij de in 2005 opgerichte AD-dagbladen. In 2006 hadden deze kranten nog een marktaandeel van 11,3 procent. In 2007 is dit teruggelopen naar 9,3 procent.

Ook een deel van de oplage van betaalde kranten wordt gratis verspreid (tabel 2). In totaal wordt 4,7 procent van de gehele oplage van betaalde kranten gratis uitgedeeld. Wanneer hier de gratis kranten bij worden geteld, komt het totaal op 30,6 procent. Dit totaal ligt in 2007 aanzienlijk hoger dan in 2006. De verklaring hiervoor is de komst van de twee nieuwe gratis dagbladen, DAG en De Pers.

 

Tabel 2

Gratis-oplage

Het Parool is in 2007 net als in 2006 de betaalde krant met het grootste aandeel gratis verspreidingen: 23 procent. Cobouw en nrc.next verspreiden eveneens nagenoeg één op de vijf kranten gratis. Over het algemeen zijn er weinig verschillen met de aandelen over 2006.

 

Concentratie

In figuur 2 is te zien wat het aandeel van de grootste, twee grootste en drie grootste aanbieder(s) op de dagbladenmarkt is. Deze aandelen zijn uitgedrukt in respectievelijk C1, C2 en C3. De specialistische dagbladen zijn buiten beschouwing gelaten. De gratis dagbladen zijn vanaf 2002 wel opgenomen in de figuur.

Figuur 2

c1-c2-c3

Tot 1995 is Telegraaf Media Groep de grootste aanbieder op de dagbladenmarkt, waarna deze positie wordt overgenomen door PCM Uitgevers. Zeven jaar later neemt Telegraaf Media Groep toch weer de leiding. De op één na grootste aanbieder is in 1988 VNU. In 1991 neemt het aandeel van, de inmiddels verdwenen, NDU toe en wordt deze de op één na grootste aanbieder tot 1995. Vanaf 1999 wordt het dagbladenlandschap gedomineerd door Telegraaf Media Groep, Koninlijke Wegener en PCM Uitgevers. Door de overname van Wegener door Mecom is deze investeringsmaatschappij sinds 2007 de derde grote uitgever van Nederland.

Figuur 3

HHI

De aanbiedersconcentratie kan tevens worden uitgedrukt in HHI, de Herfindahl Hirschman Index. De HHI volgt de ontwikkeling van de C1, C2 en C3 en laat met een waarde hoger dan 0,18 sinds 1994 een sterke concentratie zien (figuur 3). De komst van gratis dagbladen in 2002 heeft er voor gezorgd dat deze concentratie is afgenomen tot 0,18 in de laatste twee jaren. In 2007 is het niveau van 1994 weer terug.

 

Bereik

De bereikcijfers in tabel 3 tonen het aandeel mensen van dertien jaar en ouder dat in één week een bepaald dagblad heeft gelezen. Net als bij de marktaandelen staat De Telegraaf als het gaat om het bereik bovenaan. Dit dagblad is een van de vier kranten met een bereik van meer dan tien procent. De tweede en derde positie zijn weggelegd voor de gratis kranten Metro en Sp!ts.

Tabel 3

Bereik

Een vergelijking met de marktaandelen in tabel 1 laat zien dat de gratis dagbladen Metro en Sp!ts ondanks een beduidend lager marktaandeel dan De Telegraaf, een nagenoeg gelijk bereik hebben. Hieruit is op te maken dat een exemplaar van deze gratis kranten vaker door meerdere mensen gelezen wordt dan dat bij De Telegraaf het geval is. Dit geldt niet voor alle gratis kranten. Zo heeft De Pers een hogere oplage dan Sp!ts maar slechts een bereik van zes procent.

 

Regionale markten

In tabel 4 zijn de marktaandelen van de betaalde dagbladen onderverdeeld naar provincie. Sinds de komst van het nieuwe AD is het niet meer mogelijk om een duidelijke grens tussen de regionale en landelijke markt te trekken. De marktaandelen zijn namelijk gebaseerd op de cijfers van HOI Online, die voor het AD alleen een gezamenlijke oplage van de acht dagbladtitels laat zien. In tabel 4 wordt dan ook niet het marktaandeel van de regionale titels per provincie getoond, maar de aandelen van de gezamenlijke betaalde dagbladen.

De aanbieder met de grootste landelijke oplage is in 2007 Mecom. Deze investeringsmaatschappij heeft, vooral door de overname van Wegener, in vijf provincies een marktaandeel van meer dan vijftig procent. Telegraaf Media Groep heeft met een aandeel van zestig en een aandeel van vijftig procent het grootste marktaandeel in respectievelijk Noord-Holland en Flevoland. Opvallend is dat deze uitgever samen met PCM Uitgevers in alle provincies wel enigszins vertegenwoordigd is. Dit komt vooral door de landelijke kranten van beide uitgevers. NDC/VBK daarentegen heeft alleen in de noordelijke provincies aanzienlijke marktaandelen van rond de zestig procent. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de totale verspreide oplage van betaalde dagbladen in deze provincies relatief klein is.

Tabel 4

Regionalen

 

Deel deze pagina