Piet Bakker (2013)

30 jaar kranten in Nederland: consolidatie en monopolievorming

Introductie

Vergeleken met veel andere landen is Nederland nog steeds een krantenland. De oplage daalt weliswaar en daarmee ook het lezen van kranten, maar de cijfers zijn nog steeds hoog. In 2012 was de dagelijkse totale oplage zo’n vier miljoen terwijl 8,5 miljoen mensen elke dag een krant lezen. Dat is lager dan halverwege de jaren negentig bijvoorbeeld, maar de cijfers verschillen nauwelijks met de situatie in de jaren tachtig – qua aantallen althans.

De grootste verandering betreft niet de hoeveelheid kranten, maar vooral welke kranten dat zijn en hoe die kranten verspreid worden. Het zijn minder titels van minder uitgevers dan een aantal decennia geleden – vooral op regionaal gebied. In de regio is tegenwoordig de one-paper-city het dominante model terwijl er zelfs al enkele no-paper-cities zijn. Bovendien verschijnen nu alle kranten – op De Telegraaf na – in tabloidformaat. Sinds 15 jaar kennen we in Nederland ook gratis dagbladen, een innovatie die overigens alweer op z’n retour is.

In deze bijdrage worden deze ontwikkelingen over een lange termijn gepresenteerd: oplagen, uitgevers, titels, leesgedrag, formatwijzingen, concentratie en monopolievorming. Centraal staan de ontwikkelingen over de laatste 30 jaar. Sommige ontwikkelingen spelen zich relatief recent af (de opkomst van digitale kranten, de introductie van tabloids) terwijl over andere trends (leesgedrag, bezoek websites) niet altijd gegevens over een langere periode beschikbaar zijn. Zaken als oplages, uitgevers en monopolies kunnen echter over de gehele periode worden weergegeven.

Een overzicht over een langere periode biedt inzicht in hoe trends zich door de tijd ontwikkelen, ze bieden daarmee mogelijk ook een blik in de toekomst van de traditionele en digitale kranten.

 

Nederland binnen Europa

Binnen Europa behoort Nederland tot de top als we de penetratie van kranten per 100 inwoners bekijken. In totaal (gratis en betaald) staat Nederland op de negende plaats in 2012. Als we alleen naar de betaalde oplage kijken moet Nederland tien landen voor zich laten gaan. Scandinavische landen en Duits- en Engelssprekende landen zitten in dezelfde groep met een penetratie van 25 kranten per 100 inwoners. In Zuid- en Oost-Europa is de penetratie van dagbladen aanzienlijk lager. Die landen kenmerken zich veel meer door een tv-cultuur; kranten zijn daar in feite nooit een massamedium geweest. Het Europese gemiddelde ligt op 16 betaalde en 3 gratis kranten in 2010.

dagbladen-per-100-inwonersOver de laatste twee jaar zijn geen volledige gegevens beschikbaar. De gegevens die er zijn, wijzen overigens op een gestaag teruglopende oplage van betaalde kranten. Bij gratis kranten is die terugloop in sommige gevallen zelfs zeer heftig, zo werden er in Luxemburg, Denemarken, Nederland, Griekenland, Macedonië en Spanje titels gesloten in 2011 en 2012. Deze verschuivingen zijn niet in de grafiek opgenomen.

Omdat kranten in Europa gemiddeld door twee à drie mensen worden gelezen (dit is op te maken uit de gegevens van World Press Trends over landen waar het totale leesgedrag wordt gemeten), betekent een penetratie van 25 dat een ruime meerderheid van de bevolking in dat land elke dag kennis neemt van een krant.

Oplageontwikkelingen

De totale verspreide oplage per nummer van dagbladen in Nederland is in 2012 ruim vier miljoen, dat is een half miljoen minder dan in 1980. Tot 1997 is er sprake van een zeer stabiele oplage, met fluctuaties van maximaal 1 procent. Vanaf 1997 wordt de oplage als jaargemiddelde gemeten in plaats van in één week, wat een daling van ongeveer 5 procent tot gevolg had (tot dat jaar concentreerden dagbladen hun marketingcampagnes in de week van de meting waardoor de oplage kunstmatig werd verhoogd). In 1998 daalt de oplage dan ook. In 1999 worden Metro en Sp!ts geïntroduceerd, in 2005 is er de fusie tussen AD en zeven regionale kranten, in 2007 komen De Pers en DAG erbij. Gratis dagbladen zien hun oplage sterk stijgen vanaf 1999 waardoor het oplageverlies van betaalde kranten teniet wordt gedaan. In 2008 verdwijnt DAG en daalt de totale oplage structureel. De betaalde oplage daalt echter al permanent vanaf 1998.

verspreide-oplage-in-Nederland-

Gratis kranten hebben uiteraard alleen maar een verspreide oplage, bij betaalde kranten is de verspreide oplage soms behoorlijk veel hoger dan de betaalde oplage. In 2012 was 12 procent van Trouw, Het Financieele Dagblad en nrc.next gratis, 11 procent van de Volkskrant, 10 procent van De Telegraaf, 9 procent van AD, en 7 procent van NRC Handelsblad. Regionale kranten verspreiden tussen de 5 en 10 procent van hun oplage gratis, met uitzondering van Het Parool waar de gratis oplage bijna 20 procent is. Die gratis oplage gaat naar medewerkers, relaties en adverteerders, maar wordt vooral gebruikt voor marketingacties.

 

Regionale en landelijke titels

Bij betaalde kranten is de situatie tot 2000 redelijk stabiel. De echte klappen volgden in jaren daarna, de jaren waarin internet Nederland veroverde. Tussen 2000 en 2005 daalde de totale betaalde oplage met 15 procent, in de vijf volgende jaren met 23 procent. Sinds 2006 wordt de losse verkoop ook strenger gemeten door HOI waardoor de oplage extra daalde.

betaalde-oplage

De verschuiving van regionaal naar landelijk na 2005 komt door de fusie van het AD met de zeven regionale titels Utrechts Nieuwsblad, Amersfoortse Courant, Rotterdams Dagblad, Haagsche Courant, Goudsche Courant, de Dordtenaar en Rijn en Gouwe. Het is een punt van discussie of AD nu een landelijke krant is met regionale edities of een keten van regionale kranten met één landelijk katern. Voor dat laatste is overigens wel wat te zeggen. In 2005, het jaar dat de regionale kranten en het AD voor het laatst apart verschenen, maakten de regio-titels 64 procent van de gezamenlijke oplage uit. Omdat ook de abonnees van het landelijke AD die in gebieden woonden waar nu een nieuwe landelijk/regio-titel verscheen deze editie kregen, werd het aandeel van de regio-edities eigenlijk alleen maar groter. Op grond van de informatie die het AD over edities en landelijk bereik op de website publiceert, is in 2012 naar schatting 30 procent van de oplage puur landelijk, alle andere abonnees krijgen een AD/regio-editie op de mat. Wanneer AD als regionaal beschouwd zou worden, is de landelijke oplage in 2012 niet 1,6 miljoen maar 1,4 miljoen; de regionale oplage stijgt van 1,3 naar 1,6 miljoen.

Ook bij De Telegraaf doet zich de regio-landelijk kwestie voor, de krant geeft namelijk ook edities uit in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Maar bij De Telegraaf is alleen de Amsterdamse editie het gevolg van een fusie (met De Courant Het Nieuws van de Dag in 1998), de overige edities werden later gelanceerd.

 

Gratis dagbladen

Op 21 juni 1999 werden Metro en Sp!ts geïntroduceerd in Nederland. Sinds het najaar van 2012 zijn beide titels onderdeel van het Telegraaf-concern, dat in 2000-2001 ook de gratis middagkrant news.nl uitgaf. PCM publiceerde in 2007-2008 DAG terwijl Dagblad De Pers (2007) het tot 2011 in papieren vorm uithield. Deze sector kende een hoogtepunt in de jaren 2007 en 2008 toen de totale gratis oplage boven de 1.8 miljoen lag. Na de sluiting van DAG en De Pers liep de oplage fors terug. Bij Sp!ts werd in 2012 de oplage verlaagd. Vergeleken met 2007 is de oplage van gratis kranten met twee derde gedaald.

Gratis kranten verschijnen vijf dagen per week, tussen 2003 en 2005 had Metro echter ook een weekend-editie; De Pers bracht De Pers op Zaterdag uit in 2007 en 2008.

Bakker2-Oplage-gratis-dagbladen

Behalve landelijke gratis kranten zijn er ook lokale modellen. In 1983 verscheen gedurende drie weken de gratis krant Eindhovens Nieuwsblad. In 2005 begon het Telegraaf-concern met Almere Vandaag, aanvankelijk vier keer per week, maar in 2006 en 2007 verscheen de krant vijf dagen per week, medio 2007 ging men terug naar vier dagen. Barneveld Vandaag (Wegener, 2006-2008) verscheen vier dagen per week, Alphen.cc (TMG) kwam in de periode 2010-2012 ook vier dagen per week uit. Metro heeft overigens ook een Rotterdamse (sinds 2004) en een Amsterdamse editie (sinds 2005).

 

Digitale oplage

In 2012 bestond minder dan 2 procent van de totale betaalde oplage uit digitale exemplaren (pdf-kranten op de pc, laptop of tablet). De ruim 50.000 betaalde digitale exemplaren worden vooral door Het Financieele Dagblad, NRC Handelsblad, nrc.next, de Volkskrant en Reformatorisch Dagblad verspreid. Bij Het Financieele Dagblad is 20 procent digitaal, bij NRC en Reformatorisch Dagblad 9 procent. Hierbij zijn niet inbegrepen de betaalde toegang tot websites (Het Financieele Dagblad en Nederlands Dagblad) of het gebruik van betaalde apps die iets anders dan de replica van de krant bevatten zoals de apps van de Mecom-kranten en de NRC Reader.

digitale-betaalde-oplage-per-titel

Dekking

In het begin van de jaren tachtig werden er in Nederland 87 betaalde kranten per 100 huishoudens verspreid. Dertig jaar later is dat gehalveerd: 43 exemplaren (19 voor regionale titels, 24 landelijk). Als ook de exemplaren worden meegerekend die worden doorgegeven – kranten die samen met de buren worden gelezen – daalt de dekking van 96 naar 53.

dekking

Dekking geeft de verspreiding van betaalde kranten over huishoudens aan, het lezen van kranten kan daar niet rechtstreeks uit afgeleid worden. Per huishouden lezen namelijk vaak meerdere mensen een krant en bovendien worden in sommige huishoudens meerdere kranten gelezen.

 

Krantenlezers

In 2003 gaf ruim 75 procent van de Nederlanders aan dagelijks een krant te lezen, 71 procent las een betaalde krant. Die percentages zijn in de afgelopen 10 jaar gezakt naar 60 en 54. Vanaf 2005 worden er meer landelijke kranten gelezen dan regionale, dat komt door de fusie van het AD.

dagbladlezers

Niet alleen het aantal lezers verandert, ook de samenstelling van de lezerskring verschuift. De dagbladlezer vergrijst. Tien jaar geleden (2002-2004) was 26 procent van de lezers van betaalde kranten onder de 35 jaar, in 2012 ging dat om 21 procent; het percentage 65-plussers steeg daarentegen van 20 naar 25.

Tussen dagbladen zijn ook grote verschillen op het gebied van welstand. Op basis van huishoudinkomen, opleidingsniveau en het bezit van een eigen huis worden vijf welstandscategorieën geconstrueerd. Het Financieele Dagblad, NRC Handelsblad, nrc.next en de Volkskrant hebben een relatief kapitaalkrachtig en hoogopgeleid publiek met meer dan 60 procent van de lezers in de twee hoogste welstandklassen, bij AD en De Telegraaf zit 40 procent in die categorie.

welstandsniveau

Websitebezoek

Het bezoek aan websites van dagbladen nam sterk toe tijdens de laatste jaren. In 2007 bezochten 4.8 miljoen mensen (35 procent van de bevolking van 13 jaar of ouder) de websites van kranten, in 2012 was dat gestegen naar 6.9 miljoen (50 procent). Dat bezoek was minimaal één maal per maand, gemiddeld steeg het van 14 bezoeken in 2007 naar 21 bezoeken in 2012. Per bezoek worden er tussen de 4 en 5 pagina’s bekeken. Hierbij is mobiel bereik (op smartphones en tablets) niet ingegrepen.

Websitebezoek

De best bezochte krantenwebsites zijn van De Telegraaf en AD die per maand tussen de 20 en 30 procent van de Nederlanders bereiken. De Volkskrant en NRC bereiken rond de 10 procent, wat nog steeds meer dan één miljoen unieke bezoekers betekent. De best bezochte nieuwssites in Nederland zijn van nu.nl en nos.nl – zij bereiken 35 à 40 procent van de Nederlandse internetters.

 

Uitgevers

Landelijk werd er slechts op bescheiden schaal gefuseerd door kranten. Bij de fusies waar landelijke titels bij betrokken waren, slokte een landelijke titel een regionale krant op. Het Vaderland (Den Haag) werd in 1981 een bijlage van AD en NRC Handelsblad, het Nieuws van de Dag werd in 1998 in De Telegraaf opgenomen terwijl AD in 2005 met zeven regionale titels fuseerde. Regionaal kwamen er overigens ook nieuwe initiatieven bij. De Telegraaf startte regio-edities in Amsterdam (1998), Rotterdam (2002), Den Haag (2005) en Utrecht (2012), Metro heeft een Rotterdamse (2004) en een Amsterdamse (2005) editie.

Het aantal dagbladuitgevers liep tussen 1988 en 1997 terug van 24 naar 10. In die periode ontstond Wegener dat Audet, Tijl, Twentsche Courant, Van der Loeff, Kluwer, Oostelijke Dagblad Combinatie, VNU, Sijthoff en PZC opnam. De uitgevers van Leeuwarder Courant en Nieuwsblad van het Noorden werden NDC, De Telegraaf nam regionale uitgevers in Noord- en Zuid-Holland over. De Nederlandse Dagblad Unie ging naar de Perscombinatie, de Waarheid verdween.

Er verschenen ook nieuwe dagbladuitgevers: BDU (Barneveldse Krant) in 1985, Metro in 1999 en in 2007 Mountain Media (De Pers). Mecom nam Wegener en MGL (Limburgs Dagblad en Dagblad de Limburger) over terwijl Metro in 2012 naar TMG ging en De Persgroep na Het Parool ook voormalig Parool-eigenaar PCM overnam. Egeria werd de nieuwe uitgever van de voormalige PCM-kranten NRC Handelsblad en nrc.next (NRC Media).

De grote sanering in de Nederlandse uitgeefwereld vond plaats tussen 1988 en 1996; in de periodes daarvoor en daarna bleef het aantal uitgevers relatief stabiel.

aantal-dagbladuitgevers

Behalve dat er minder uitgevers zijn, hebben de grootste uitgevers ook een steeds groter deel van de markt in handen. In 1981 hadden de grootste vier uitgevers van betaalde kranten een gezamenlijk marktaandeel van ruim 50 procent, in de loop van de jaren negentig liep dat op naar de 80 procent terwijl het in het laatste decennium meer dan 90 procent is; Wegener (Mecom), TMG en de Persgroep (PCM) domineren de markt.

Als de marktaandelen van alle dagbladen (inclusief gratis kranten) in 2012 worden bekeken, zijn die drie uitgevers plus NRC Media goed voor meer dan 90 procent van de markt. In 2012 heeft TMG, de grootste Nederlandse uitgever, belangen in zowel gratis, regionale als landelijke kranten, de Persgroep heeft behalve drie landelijke titels één regionale krant (Het Parool). Vier uitgevers zijn alleen regionaal actief (Mecom, NDC, Friesch Dagblad en BDU), Het Financieele Dagblad en NRC Media opereren alleen landelijk.

nummeroplage-per-uitgever

Titels

Op landelijk gebied veranderde het titelaanbod van dagbladen nauwelijks. Het Parool werd van een landelijke een regionale krant terwijl De Waarheid verdween.

Op regionaal gebied daarentegen vond er een enorme sanering plaats. In 1981 werden er 49 verschillende regionale titels en titel-combinaties (bijvoorbeeld Twentsche Courant/Overijssels Dagblad of Winschoter Courant/Dagblad de Noord-Ooster) uitgegeven. In 1990 was dat gedaald naar 39, in 2000 naar 31; in 2010 waren er nog 18 van over, een aantal dat in 2013 niet veranderd is. Vooral de herstructureringen bij Wegener leidden tot een fikse afname van het aantal titels.

Van de specialistische dagbladen in Nederland zijn er in 2012 twee over, waarbij het Financieele Dagblad zich ontwikkelde tot een algemeen medium. Cobouw, verschijnend dinsdag tot en met vrijdag, wordt veelal niet tot de dagbladen gerekend maar behoort formeel wel degelijk tot deze categorie; in de oplagecijfers wordt de krant over het algemeen niet meegerekend, men is geen lid van de NDP en wordt door HOI bij de vakbladen ingedeeld. Verdwenen titels zijn Economisch Dagblad en Dagblad Scheepvaart (in 1987), de Nederlandse Staatscourant (in 2009) en Agrarisch Dagblad (in 2010).

 

Tabloids

In 2003 ging de eerste Nederlandse krant, het Agrarisch Dagblad, over op tabloid. In 2004 volgde Het Parool, in 2005 introduceerde Trouw als eerste landelijke titel het kleinere formaat. In de jaren daarop lieten alle kranten – behalve De Telegraaf – het broadsheet formaat vallen. Twee kranten, het Nederlands Dagblad en het Financieele Dagblad – verschijnen in het tussen-formaat Berliner.

Overgang-naar-tabloidformaat

Een andere verschuiving is die van avond- naar ochtendverschijning. In Nederland verschijnen nu vrijwel alle kranten in de ochtend. Belangrijke uitzonderingen zijn NRC Handelsblad, Het Parool en het Reformatorisch Dagblad.

 

Monopolievorming

In 1981 werd door vakblad De Journalist onderzoek gedaan naar de monopolie- en concurrentiesituatie in alle Nederlandse gemeenten. In dat jaar konden inwoners in 58 procent van de ruim 800 gemeenten kiezen uit meerdere regionale kranten, in 1990 was dat gedaald tot 52 procent van 672 gemeenten, in 2000 ging het om 38 procent van 537 gemeenten en in 2012 om 21 procent van 415 gemeenten. Het aantal monopoliegemeenten schommelt tussen de 320 en 350, hun percentage verdubbelt bijna van 41 in 1981 naar 78 in 2013. Daarnaast is er een klein aantal (gemiddeld vijf) plaatsen zonder regionale krant.

gemeenten-met-concurrentie

Als we kijken naar inwoners in monopolie- en concurrentiegemeenten zien we een sterke stijging van het percentage mensen dat niet meer kan kiezen uit verschillende regionale kranten, in 1981 ging dat om 36 procent, in 2013 is dat meer dan verdubbeld: 84 procent.

Het aantal mensen in een no-paper-city is gestegen naar 275.000 (2 procent) in 2013. Dat komt vooral doordat Almere sinds 2003 geen dagblad meer heeft. In de provincie Flevoland is de positie van de regionale krant uiterst zwak. In Urk, Lelystad en Zeewolde heeft De Stentor een dekking van 2 of 3; in heel Flevoland (157.000 huishoudens) worden niet meer dan 8.000 dagbladen verspreid.

concurrentie-en-monopolie

Verschillen op het gebied van monopolievorming tussen provincies zijn groot. In Friesland kan vrijwel iedereen nog kiezen tussen verschillende kranten (van verschillende uitgevers); ook in Limburg en Zeeland is er voor een belangrijk deel van inwoners nog een keuze tussen titels.

Concurrentie tussen kranten is in veel gevallen echter zwak. Dat komt doordat de tweede krant een dekking van minder dan 5 exemplaren per 100 huishoudens heeft (in 2012 in 37 van 87 concurrentie-gemeenten) of doordat er geconcurreerd wordt tussen kranten van hetzelfde concern (in 46 van de 87 gevallen). In Zeeuws-Vlaanderen wisselen concurrentiekranten PZC en BN/De Stem kopij uit; in Limburg delen Limburgs Dagblad en Dagblad de Limburger hun artikelen. Alleen in Friesland is volwaardige concurrentie tussen kranten van verschillende concerns.

concurrentie-en-monopolie-per-provincie

Nieuwsbladen

Behalve betaalde dagbladen verschijnen er ook betaalde nieuwsbladen (een à vier keer per week) in sommige gemeenten. In 1988 waren dat er 95, in 2000 65, in 2012 nog 46. De oplage van deze titels halveerde in dezelfde periode van 480.000 naar 230.000.

oplage-en-aantal-nieuwsbladen

De meeste nieuwsbladen – gemiddeld 80 procent – verschijnen één maal per week. Er zijn drie titels die drie maal per week verschijnen in 2012: de Meppeler Courant (Boom, oplage ruim 10.000), de Opregte Steenwijker Courant (Boom, oplage 6.400) en de Baarnsche Courant (uitgeverij Bakker, oplage 7.250). In 1988 verschenen er nog zeven titels drie maal per week. In 2012 zijn er zeven nieuwsbladen die twee maal per week verschijnen; in 1988 waren dat er zestien. Sommige titels verschijnen echter wel op een andere dag onder dezelfde titel als huis-aan-huisblad om adverteerders een volledige dekking te geven.

Friesland (9 titels in 2012; 14 in 1988), Utrecht (6 titels in 2012; 10 in 1988) en Limburg (10 titels in 2012; 14 in 1988) hebben veel nieuwsbladen en zijn in 2012 samen goed voor bijna de helft van de oplage van nieuwsbladen. Flevoland, Groningen en Zeeland hebben weinig titels (ieder één in 2012) en ook een lage oplage.

nieuwsbladoplage-per-provincie

Vier titels hebben in 2012 een oplage van 10.000 of meer. De tien grootste titels hebben een gemeenschappelijke oplage van 93.000, wat neerkomt op een gezamenlijk marktaandeel van 40 procent.

Nieuwsbladen-per-uitgever

Concernvorming is bescheiden in de nieuwsbladsector, alhoewel veel uitgevers naast het nieuwsblad ook huis-aan-huisbladen uitgeven. Twee uitgevers (NDC en BDU) zijn tevens actief als dagbladuitgever. Vijf uitgevers geven meer dan een titel uit, Boom is daarvan de grootste met vier titels in Drenthe, Friesland en Overijssel (gezamenlijke oplage 30.000); BDU geeft ook vier titels uit (Gelderland en Utrecht) met een gezamenlijk oplage van 24.000. Gilsing geeft zeven titels uit in Limburg (oplage ruim 10.000).

 

Conclusie

Het medialandschap is de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Dat is niet alleen een cliché, het is ook waar. Er is bij dagbladen trouwens geen permanent dalende oplage, vooral sinds 2000 daalt de totale oplage. De dempende werking van gratis kranten is pas sinds 2008 uitgewerkt, omdat die nu ook hun oplage zien dalen. Digitaal nieuwslezen manifesteert zich tot dusver vooral in de groeiende cijfers voor websitebezoek, betaalde abonnementen op digitale kranten zijn in aantal nog bescheiden alhoewel er wel een stevige groei te zien is.

Concentratie en consolidatie zijn de overheersende trends sinds de jaren negentig, het aantal titels en het aantal uitgevers daalde sterk. Dat blijkt vooral uit regionale ontwikkelingen: een sterk groeiend percentage one-paper-cities en zelf enkele no-paper-cities.

Als de oplagen van de papieren kranten zich blijven ontwikkelen zoals ze nu doen, zijn het vooral de regionale titels, De Telegraaf, het AD en het Nederlands Dagblad die zich zorgen moeten maken. Zij dalen sterker dan gemiddeld.

Bij de betaalde digitale abonnementen tonen, van de kranten die deze vorm laten meten, vooral Het Financieele Dagblad en NRC een forse groei. Websitebezoek lijkt in de laatste jaren een verzadigingspunt te hebben bereikt; voor mobiel bereik en het lezen op tablets is nog geen betrouwbare meting voorhanden, alhoewel een groei daar te verwachten is. Betaalde websitetoegang staat nog in de kinderschoenen in Nederland, bij het Het Financieele Dagblad lijkt dat wel een succesvol model te zijn, maar die krant kan gezien haar bijzondere karakter nauwelijks als voorbeeld dienen voor andere titels.

De zorgen gelden met name bij de regionale ontwikkelingen. Omdat daar nagenoeg geen volwaardige digitale initiatieven voorhanden zijn, ontwikkelen uitgevers nauwelijks betaalde alternatieven op dat gebied. De gratis websites zullen ook op langere termijn onvoldoende inkomsten opleveren om kwaliteitsjournalistiek in de lucht te houden.

 

Dr. Piet Bakker is lector Massamedia en Digitalisering aan Hogeschool Utrecht. Hij heeft publicaties op zijn naam staan over onder meer onderzoeksjournalistiek, mediageschiedenis, nieuwe media, dagbladen en lokale journalistiek.


Gebruikte bronnen

Voor deze publicatie is – naast eigen onderzoek – gebruik gemaakt van:

–           Cebuco Dagbladen Oplage Specificaties

–           het Handboek voor de Nederlandse Pers,

–           jaarverslagen van het Bedrijfsfonds voor de Pers

–           Kranten in de Regio (NVJ, 1982)

–           NDP-jaarverslagen

–           Word Press Trends / World Association of Newspapers database

–           www.cebuco.nl

–           www.hoi-online.nl

–           www.nnp.nl

–           www.nommedia.nl

–           www.oplagen-dagbladen.nl

–           www.stir.nl

Deel deze pagina