Otto Scholten en Nel Ruigrok (2009)

Bronnen in het nieuws: een onderzoek naar ANP-berichten in nieuws en achtergrondinformatie in Nederlandse dagbladen 2006-2008

1. Inleiding

Het boek Flat Earth News van de Engelse onderzoeksjournalist Nick Davies is één lange en felle aanklacht tegen de steeds verdergaande commercialisering in de mediawereld.[1] Die heeft volgens hem de journalistiek in een ernstige crisis gestort en dreigt zelfs te leiden tot haar definitieve einde. Steeds minder journalisten moeten steeds meer ‘productie’ draaien met als gevolg dat steeds vaker halve leugens en hele onwaarheden gepubliceerd worden. “Redacteuren” – zo betoogt Davies – “mogen de straat niet meer op om de waarheid te vinden, omdat ze tien producties per dag moeten leveren. Tijd is vreselijk belangrijk voor een journalist, om contacten op te doen en informatie te controleren. Al die megalomane uitgeverijen die alleen maar winst willen maken, menen dat het krimpen van redacties de kwaliteit van de journalistiek niet aantast. Een misrekening: het streven naar winst tast kwaliteitsjournalistiek meer aan dan ideologische of politieke propaganda. (..) Voor mijn boek (..) heb ik tweeduizend artikelen uit Engelse kwaliteitskranten onderzocht, om te zien of er aanwijzingen waren dat de feiten gecheckt waren. Dat zou natuurlijk in 100 procent van de stukken het geval moeten zijn, maar het was twaalf. Het gevolg: lezers vertrouwen ons niet meer. We moeten voor ons eigen beroep in de bres springen en zorgen dat we veranderen, maar niet sterven. In een wereld waarin vogelgriep in Vietnam directe gevolgen heeft voor ons hier in het westen, hebben we goede feitelijke informatie nodig. En die komt niet van Twitter”, aldus Davies in één van de vele interviews bij een bezoek aan Nederland.[2]

Behalve met eigen onderzoek, onderbouwt Davies zijn vaak felle betoog met een onderzoek uitgevoerd door een aantal Britse mediaonderzoekers [3] naar de herkomst van binnenlands nieuws in vijf Britse kranten (the Guardian, Independent, Times, Telegraph en Daily Mail), de avondbulletins van BBC en ITV en twee programma’s van Radio 4 (World at One en Today). Uit het onderzoek blijkt dat een aanzienlijk deel van het binnenlandse nieuws in de vijf onderzochteBritse kranten geheel of gedeeltelijk gebaseerd is op berichten van persbureaus of van andere media [4]. Bovendien komt uit dat onderzoek naar voren dat 30 procent van de artikelen in deze kranten geheel of gedeeltelijk gebaseerd is op PR-materiaal.[5] Onder meer op deze bevindingen baseert Davies zijn conclusie dat de journalistiek een verlengstuk geworden is van pers- en PR-bureaus en haar belangrijkste taak – waarheidsvinding – verwaarloost.

Onderzoek bij vier Nederlandse kranten geeft een ‘minder dramatisch’ beeld te zien, zoals blijkt uit het persbericht van de Radboud Universiteit Nijmegen.[6] Dat onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het binnenlandse nieuws gedurende twee weken in het najaar van 2008 in AD, NRC Handelsblad, de Volkskrant en de Gelderlander. Wat de drie landelijke dagbladen betreft concluderen de onderzoekers “dat weliswaar de leugen er niet regeert, maar het persbureau wel meeregeert. Het voorverpakkingsaandeel blijkt gemiddeld hoger dan de lezer uit de berichtgeving kan opmaken, en persbureaunieuws bepaalt in aanzienlijke mate de nieuwsagenda van ook landelijke dagbladen”.[7]

In het project De Nederlandse Nieuwsmonitor hebben we voor de jaren 2006, 2007 en 2008 van alle artikelen uit een steekproef van landelijke dagbladen enkele algemene kenmerken vastgelegd, waaronder de bron die bij artikelen vermeld wordt. In combinatie met alle berichten van het ANP van een dag eerder dan de data uit de steekproef van landelijke dagbladen, opent dat de mogelijkheid na te gaan hoeveel artikelen (deels) gebaseerd zijn op berichten van het ANP, los van de vraag welke bron dagbladen zelf vermelden. De in dit onderzoek ontwikkelde methode van automatische inhoudsanalyse stelt ons in staat om het Nijmeegse onderzoek te verbreden en te verdiepen. In totaal hebben we voor bijna 60.000 artikelen met nieuws en achtergrondinformatie in negen landelijke dagbladen kunnen nagaan of en zo ja in welke mate ze sporen van berichten van het ANP bevatten. Het verslag van het onderzoek is als volgt opgebouwd. In paragraaf 2 geven we een korte beschrijving van het databestand en van de wijze waarop de gegevens verzameld zijn. In paragraaf 3 volgt een toelichting op de gehanteerde onderzoeksmethode, we zetten uiteen hoe we bepalen of en in welke mate artikelen in dagbladen (deels) gebaseerd zijn op berichten van het ANP. In paragraaf 4 wordt duidelijk in welke dagbladen welk deel van de artikelen met nieuws en achtergrondinformatie (deels) gebaseerd is op berichten van het ANP. In paragraaf 5 gaan we na welke bron dagbladen vermelden bij artikelen in de categorie ‘bericht ANP overschrijven’. In paragraaf 6 sluiten we af met conclusies en gaan we in op de ‘hamvraag voor de discussie: hoe erg is het eigenlijk?'[8]

2. Continu Nieuwsmonitor 2006-2008

In de Continu Nieuwsmonitor wordt een aantal algemene kenmerken van artikelen in de dagbladen vastgelegd, te weten:

  • het onderwerp van de berichtgeving (politiek, economie, cultuur, sport, gezondheidszorg enzovoort);
  • de vorm of het genre van de berichtgeving (verslaggeving, achtergrond, commentaar, brieven van lezers);
  • de gebruikte bronnen (persbureau(s), eigen redactie, expert enz.);
  • voor zover het om Nederlands politiek nieuws gaat de gebruikte secundaire bronnen (wie komt hoe aan het woord in de berichtgeving en in combinatie met wie en met welk thema).

De Continu Monitor 2006 omvat de landelijke dagbladen De Telegraaf, AD, de Volkskrant, NRC Handelsblad, NRC Next,Trouw en de gratis dagbladen Spits en Metro. Vanaf 2007 is ook het gratis dagblad De Pers in de Continu Monitor opgenomen. Om technische redenen ontbreken vooralsnog regionale dagbladen.

Per kwartaal is een steekproef getrokken van een zogenaamde ‘samengestelde week’. Dat wil zeggen dat de steekproef uit elk kwartaal een maandag, een dinsdag, een woensdag, een donderdag, een vrijdag en een zaterdag bevat. De steekproef is voor elke krant gelijk, zodat de dagbladen in principe uit hetzelfde nieuwsaanbod een keus gemaakt hebben. Het vastleggen van de kenmerken van de duizenden artikelen is aan de hand van een uitgebreide codeerinstructie [9] door (betaalde) codeurs gedaan. De dataverzameling bevat in totaal bijna 86.000 artikelen (zie tabel 1).

Tabel 1
1.-Aantal-artikelen-landelijke-dagbladen

Vanuit de lezers gezien is de vraag naar de herkomst van nieuws niet voor alle nieuwsvormen aan de orde. Voor sommige nieuwsvormen geldt dat de herkomst per definitie bekend is. Dat geldt voor hoofdredactionele commentaren [10], brieven van lezers, columns,bijdragen van externe deskundigen op opiniepagina’s en recensies van boeken, tentoonstellingen, films, concerten en theatervoorstellingen. Voor andere nieuwsvormen is de vraag naar de herkomst niet of nauwelijks relevant. Dat geldt vooral voor de categorie ‘service informatie’: overzichten van radio en tv-programma’s, bioscoopagenda e.d. Artikelen die qua nieuwsvorm in één van  deze categorieën vallen, hebben we daarom in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Daarmee spitsen we het onderzoek naar de herkomst van nieuws toe op ‘nieuwsberichten en achtergrondinformatie’. Deze categorieën zijn goed voor bijna 70 procent van het totaal aantal artikelen (57.129 van de in totaal 85.780, zie tabel 2).

Tabel 2
2.-Aantal-artikelen-nieuwsberichten-en-achtergrondinformatie

Alle analyses over de herkomst van nieuws zijn gebaseerd op de ruim 57.000 artikelen met nieuws en achtergrondinformatie. Van deze artikelen hebben we de vermelde bron vastgelegd. Daarbij onderscheiden we vier typen vermelde bron, te weten: ‘eigen medewerker’, ‘ANP’, ‘ander persbureau’ en ‘geen bron vermeld’.

De cijfers in tabel 3 geven een eerste indicatie van de mate waarin dagbladen een voor de lezer herkenbare bron vermelden. Daarmee is de herkomst van nieuws zeker niet afdoende in kaart gebracht. Artikelen met ‘geen bron vermeld’ kunnen in werkelijkheid wel degelijk (deels) gebaseerd zijn op een bericht van het ANP. Het dagblad Trouw bijvoorbeeld vermeldt bij geen enkel artikel als bron ‘persbureau’. Een deel van die berichten verschijnt dezelfde dag in (vrijwel) letterlijk dezelfde bewoordingen in onder andere het gratis dagblad Metro met als bron ‘ANP’. Met andere woorden: in Trouw verschijnen wel artikelen met als bron ‘ANP’, de krant vermeldt alleen de bron niet. Verder is het waarschijnlijk dat een aantal artikelen met als vermelde bron ‘eigen medewerker’ deels gebaseerd is op een bericht van het ANP. In paragraaf 5 komen we op dit punt terug.

Tabel 3
3.-Vermelde-bron-bij-artikelen

De aldus verzamelde gegevens presenteren we in tabel 3 op twee manieren. Allereerst vermelden we per krant het percentage artikelen per vermelde bron (kolom ‘artikelen’). Uit ervaring en onderzoek is bekend dat artikelen sterk in lengte (kunnen) verschillen. Rekening houdend met dat gegeven wegen we de artikelen naar lengte, uitgedrukt in het aantal woorden (kolom ‘woorden’).

Voor het aandeel van de gebruikte bronnen blijkt het nogal verschil te maken of we uitgaan van het aantal artikelen dan wel van het aantal woorden. Gemeten in het aantal artikelen (ongewogen) is over alle kranten gezamenlijk bijna 24 procent afkomstig van een persbureau. Gemeten in aantal woorden (gewogen) daalt dat tot minder dan 11 procent. Met andere woorden, persbureaus leveren vooral korte berichten, eigen medewerkers nemen de lange(re) artikelen voor hun rekening. Of we nu meten in aantal artikelen dan wel in aantal woorden, de verschillen in brongebruik tussen de dagbladen zijn groot en het patroon steeds hetzelfde: in alle kranten ligt het aandeel van de eigen medewerkers gemeten in aantal woorden aanzienlijk hoger dan gemeten in het aantal artikelen. Voor persbureaus en ‘geen bron’ geldt het omgekeerde. In de verdere rapportage geven we de uitkomsten steeds weer uitgaande van het aantal woorden.

3. Sporen van berichten van persbureau ANP in artikelen met nieuws en achtergrondinformatie: de methode

We hebben in de onderzochte dagbladen uit de jaren 2006-2008 in totaal 57.129 artikelen gevonden met nieuws en achtergrondinformatie. Een deel van deze artikelen is geheel of gedeeltelijk gebaseerd op berichten van het ANP. Om te bepalen voor welk deel van de artikelen dit geldt, leggen we artikelen en berichten van het ANP naast elkaar en gaan met behulp van automatische inhoudsanalyse na of en in hoeverre berichten van het ANP en artikelen overlap vertonen. Dit doen we in twee stappen. Allereerst bepalen we of een artikel (deels) gebaseerd  is op een ANP-bericht. Vervolgens gaan we na in hoeverre er sprake is van een overeenkomst tussen het artikel en het ANP-bericht.

De eerste stap – het traceren van sporen van een ANP-bericht in een artikel – gaat als volgt.

1. We hebben een databestand met ruim 57.000 artikelen met nieuws en achtergrondinformatie in 2006, 2007 en 2008 gepubliceerd in dagbladen.

2. Uit de database van het ANP hebben we alle berichten gedownload van de dag voorafgaand aan de dag waarop de ruim 57.000 artikelen gepubliceerd zijn.

3. Met behulp van automatische inhoudsanalyse hebben we getraceerd hoeveel combinaties van woorden in een artikel en een ANP-bericht overeenkomen. [11]

4. De overlap wordt op twee manieren berekend. [12]

a. Vanuit het ANP-bericht. Een voorbeeld: een bericht van het ANP bestaat uit 100 woorden, in een artikel worden 20 woorden in dezelfde volgorde teruggevonden. Het artikel vertoont dus 20 procent overlap met het ANP-bericht.

b. Vanuit het artikel. Een voorbeeld: een artikel bevat 150 woorden, 15 woorden worden in dezelfde volgorde getraceerd in een bericht van het ANP. Het ANP-bericht vertoont met andere woorden 10 procent overlap met het artikel.

Na een vergelijking van honderden ANP-berichten en artikelen, zijn we tot een aantal criteria gekomen die er op wijzen dat een artikel (deels) gebaseerd is op een ANP-bericht.

  • een ANP-bericht vertoont meer dan 5 procent overlap met een artikel;
  • een ANP-bericht vertoont tussen de 3 en 5 procent overlap met een artikel en het artikel vertoont meer dan 10 procent overlap met het ANP-bericht;
  • een ANP-bericht vertoont tussen de 1 en 3 procent overlap met een artikel en het artikel vertoont meer dan 13 procent overlap met het ANP-bericht.

Ter toelichting geven we een voorbeeld van een artikel dat 5,1 procent overlap vertoont met een ANP-bericht. Daarmee voldoet het net aan het eerstgenoemde criterium. [13]

Voorbeeld van een artikel mogelijk gebaseerd op ANP-bericht

Na het selecteren van de artikelen waarin we sporen van ANP-berichten hebben gevonden, gaan we in de tweede stap na wat ‘(deels) gebaseerd op bericht van het ANP’ precies inhoudt. Met andere woorden, in welke mate overlappen berichten van het ANP en artikelen (deels) gebaseerd op berichten van het ANP elkaar? Na intensieve bestudering van de artikelen hebben we besloten dat er sprake is van overlap wanneer er vier opeenvolgende woorden overeenkomen in het persbericht en het artikel. Uitgaande van deze definitie van overlap komen we vervolgens tot de volgende categorieën:

1. Bericht van ANP en artikel in krant komen vrijwel letterlijk overeen; berichten van het ANP die in (zeer) licht ingekorte vorm als artikel verschijnen vallen in deze categorie. Artikelen vallen in deze categorie als voldaan wordt aan de volgende criteria:

  • overlap bericht ANP – artikel is 60 procent of meer;
  • overlap artikel – bericht ANP is 60 procent of meer.

2. Bericht van ANP is weliswaar vrijwel letterlijk overgenomen maar bericht en artikel vallen niet samen, journalist heeft informatie toegevoegd. Artikelen vallen in deze categorie indien voldaan wordt aan de volgende criteria:

  • overlap bericht ANP – artikel is 60 procent of meer;
  • overlap artikel – bericht ANP is minder dan 60 procent;
  • het aantal woorden van het artikel is minimaal 1,25 maal het aantal woorden van bericht ANP.

3. Bericht van ANP is bewerkt en verschijnt in (sterk) ingekorte vorm als artikel in de krant. Artikelen vallen in deze categorie als voldaan wordt aan de volgende criteria:

  • overlap bericht ANP – artikel is meer dan 5 procent en minder dan 60 procent;
  • het aantal woorden van bericht ANP is minimaal 1,25 maal het aantal woorden van het artikel.

4. Bericht van ANP is bewerkt en verschijnt in uitgebreide vorm als artikel in de krant. Artikelen vallen in deze categorie als voldaan wordt aan de volgende criteria:

  • overlap bericht ANP – artikel is meer dan 5 procent en minder dan 60 procent;
  • het aantal woorden van het artikel is minimaal 1,25 maal het aantal woorden van bericht ANP.

5. Bericht van ANP is bewerkt en verschijnt ingekort noch uitgebreid als artikel in de krant;

6. Bericht van ANP is bewerkt en verschijnt ingekort en uitgebreid als artikel in de krant. Artikelen vallen in deze (samengevoegde) categorie als voldaan wordt aan de volgende criteria:

  • overlap bericht ANP – artikel is meer dan 5 procent en minder dan 60 procent;
  • aantal woorden blijft binnen de grenzen zoals aangegeven bij categorie 3 en 4.

Berichten van het ANP en artikelen worden met behulp van een geautomatiseerd inhoudsanalyse instrument met elkaar vergeleken waarna de artikelen eveneens automatisch in één van de onderscheiden categorieën worden geplaatst. Categorie 5 en 6 voegen we samen. Analytisch is het onderscheid wel te maken, in de praktijk (nog) niet. De indicator voor ‘bewerken van een bericht van het ANP’ is de geconstateerde overlap (percentage woorden dat in dezelfde volgorde in bericht ANP en in artikel voorkomt). De indicator voor ‘inkorten/uitbreiden’ is het aantal woorden in het bericht van het ANP en in het artikel. Uit het percentage overlap is af te leiden of en zo ja in welke mate een bericht van het ANP bewerkt is. Uit het aantal woorden valt op te maken of sprake is van inkorten of uitbreiden. Wordt een bericht van het ANP enerzijds ingekort en anderzijds uitgebreid, dan kan het aantal woorden per saldo (ongeveer) gelijk blijven (categorie 6). Wordt een bericht van het ANP ingekort noch uitgebreid dan is dat ook het geval (categorie 5). Idealiter moeten beide categorieën van elkaar te onderscheiden zijn aan de hand van de mate waarin van overlap sprake is. Op dit moment is het instrument nog te weinig verfijnd om dat op een aanvaardbaar niveau van betrouwbaarheid te kunnen doen. In de komende analyses hebben we daarom de categorieën 5 en 6 samengevoegd. Ter toelichting van de methode geven we twee voorbeelden van artikelen, respectievelijk vallend in categorie 3 en 4.

Voorbeeld van een artikel vallend in categorie 3

De overlap tussen een bericht van het ANP en een artikel wordt berekend op basis van het bericht van het ANP en het artikel zoals overgenomen uit de databestanden. Bevatten een bericht van het ANP en/of een artikel in een krant technische fouten, dan kan dat gevolgen hebben voor de indeling van een artikel in één van de 5 categorieën van ‘(deels) gebaseerd op…’.

Het bericht van het ANP in bovenstaande figuur bevat bijvoorbeeld twee slordigheden die van invloed kunnen zijn op de mate van overlap. In de vijfde regel ontbreekt het woord ‘ondervroeg’ dat in Spits toegevoegd is. In de zevende regel staat ‘be nvloed’ in plaats van ‘beïnvloed’. In Spits is dat wel correct vermeld. Het aantal woorden in het bericht van het ANP blijft na correctie gelijk: er komt een woord bij en er valt een woord af, de ene fout heft de andere op. Dat gaat niet op voor de mate van overlap. In de vijfde zin is na correctie in principe sprake van meer overlap. In de praktijk is dat niet het geval: in het artikel in Spits ontbreekt namelijk in dezelfde zin een spatie (‘jaaroud’ in plaats van ‘jaar oud’) met als gevolg dat er geen sprake is van overlap zoals gedefinieerd (vier woorden in dezelfde volgorde achter elkaar).

Het artikel in Spits bevat aanzienlijk meer slordigheden. Liefst tien keer ontbreekt een spatie. De computer telt in dat geval één woord in plaats van twee. Na correctie telt het artikel dus 95 in plaats van 85 woorden.

Maar niet alleen het aantal getelde woorden, ook de mate van overlap kan door het ontbreken van een spatie beïnvloed worden. Illustratief is de eerste zin van het artikel. Daarin ontbreekt tot vier keer toe een spatie. Staan die spaties er wel, dan blijkt de eerste zin letterlijk overgenomen te zijn uit het bericht van het ANP. Na correctie van deze zin stijgt het aantal woorden overlap met 15. In totaal ontbreekt in het artikel in Spits zoals gezegd tien keer een spatie. Corrigeren we het artikel van A tot Z dan is de overlap tussen het bericht van het ANP en het artikel in Spits geen 52 maar 85 woorden. Daarmee komt de overlap uit op (85/143) = 59,4 procent. Het aantal woorden in het bericht van het ANP is (143/95) = 1,5 maal zo groot als in het artikel. Ook in gecorrigeerde vorm valt het artikel dus nog (net) in categorie 3.

Het valt niet uit te sluiten dat een artikel in de ‘verkeerde’ categorie terecht komt als gevolg van technische slordigheden zoals het ontbreken van spaties, het foutief spellen of afbreken van een woord. Maar gezien de ruime grenzen die we bij het plaatsen van de artikelen in één van de categorieën van ‘(deels) gebaseerd op …’ aanhouden en gelet op het grote aantal artikelen, is het niet aannemelijk dat dit het eindresultaat ernstig zal verstoren.

Het tweede voorbeeld geeft nauwelijks aanleiding tot commentaar. Noch in het bericht van het ANP noch in het artikel vinden we technische fouten. Het bericht van het ANP is (deels) overgenomen, de krant heeft het bericht met relatief veel informatie uitgebreid.

Voorbeeld van een artikel vallend in categorie 4

4. ANP en dagbladen

Voordat we ingaan op de vraag hoeveel artikelen met nieuws en achtergrondinformatie in de verschillende dagbladen (deels) gebaseerd zijn op berichten van het ANP, geven we een korte schets van het aantal door het ANP per dag verspreide berichten en van de omvang waarin de dagbladen van die berichten gebruik maken.

 

Aantal berichten van het ANP en selectiegraad van dagbladen

Het ANP verspreidt per dag honderden berichten. Van lang niet al die berichten vinden we sporen terug in de verschillende dagbladen, veel berichten passeren de zeef van de diverse redacties niet. In tabel 4 geven we een overzicht van het gemiddeld aantal berichten dat het ANP in 2006, 2007 en 2008 per dag verspreid heeft en van de selectiegraad in de verschillende dagbladen.

Tabel 4
4.-Aantal-door-ANP-verspreide-berichten

Leesvoorbeeld: in 2006 verspreidde het ANP per dag gemiddeld 361 berichten, in de afzonderlijke dagbladen is 20 tot 44 procent van die berichten (deels) terug te vinden.

Vergelijken we 2006 en 2008 met elkaar dan zien we dat het aantal door het ANP verspreide berichten fors toeneemt (van gemiddeld 361 naar 468 per dag) en de selectiegraad per dagblad flink daalt. Met andere woorden: het aanbod van het ANP stijgt, het absolute aantal ANPberichten per krant blijft gelijk of daalt licht.

 

De herkomst van nieuws en achtergrondinformatie: berichten van het ANP getraceerd

Uitgaande van de criteria genoemd in paragraaf 2.3 komen we tot ruim 17.000 artikelen die (deels) gebaseerd zijn op een bericht van het ANP (zie tabel 5).

De trend is onloochenbaar: dagbladen steunen voor nieuws en achtergrondinformatie in toenemende mate op berichten van het ANP. Het absolute aantal artikelen (deels) gebaseerd op een bericht van het ANP neemt – De Pers niet meegerekend – van 2006 op 2008 weliswaar iets af, maar het percentage artikelen (deels) gebaseerd op een bericht van het ANP stijgt in vrijwel alle kranten. Metro is de enige uitzondering: het aandeel daalt, het absolute aantal artikelen (deels) gebaseerd op een bericht van het ANP stijgt. Het percentage artikelen (deels) gebaseerd op een bericht van het ANP stijgt het sterkst in NRC Next (+ 8,2 procent), het minst sterk in Spits (+ 0,9 procent).

De cijfers in tabel 5 wijken sterk af van wat de Britse onderzoeksjournalist Davies rapporteert. Verwijzend naar een rapport van onderzoekers uit Cardiff concludeert hij dat 30 procent van de artikelen over binnenlands nieuws in vijf Engelse kranten “were direct rewrites of copy from PA or smaller wire agencies. A further 19 procent of the stories were largely reproduced from the same agencies. A further 21 procent contained elements of them. That is a total of 70 procent of their news stories which are wholly or partly rewritten from wire copy, usually PA”. [16]

 

Tabel 5
5.-Aantal-artikelen-in-dagbladen

Omdat behalve de onderzoeksperiode, ook de opzet van het onderzoek, de gebruikte methode van inhoudsanalyse en de verzameling onderzochte artikelen sterk verschillen, moet bij elke vergelijking van de uitkomsten een (flinke) slag om de arm gehouden worden. Davies maakt – om een voorbeeld te noemen – geen onderscheid tussen berichten van een persbureau en persberichten van bedrijven, maatschappelijke organisaties en politieke partijen (doorgaans kort aangeduid als PR-materiaal). [17] In ons onderzoek maken we dit onderscheid wel en beperken we ons tot de vraag of en zo ja in hoeverre dagbladen artikelen (deels) baseren op berichten van het ANP.

In de meeste dagbladen blijkt een vrij groot verschil te bestaan tussen het percentage artikelen met als vermelde bron ‘ANP’ en het percentage artikelen ‘(deels) gebaseerd op een bericht van het ANP’ (zie tabel 6). In de gratis dagbladen Spits en Metro is het aandeel van het ANP in beide gevallen (aanzienlijk) hoger dan in de overige dagbladen, het verschil tussen ‘ANP als bron vermeld’ en ‘(deels) gebaseerd op bericht ANP’ is juist (aanzienlijk) kleiner dan in de overige dagbladen. Bij de verdere analyse van de artikelen die (deels) gebaseerd zijn op een bericht van het ANP komen we hier op terug. Zit het verschil vooral in artikelen vallend in categorie 4 (bericht ANP bewerken en informatie toevoegen) dan ligt het voor de hand als bron ‘eigen medewerker’ te vermelden. Blijkt het verschil vooral te zitten in artikelen vallend in categorie 1 (bericht ANP overschrijven) dan ligt ‘eigen medewerker’ als vermelde bron juist niet voor de hand.

 

Tabel 6
6.-Percentage-artikelen-met-ANP-als-vermelde-bron

Vergelijking tussen berichten van het ANP en artikelen in dagbladen

In paragraaf 3 hebben we de overlap tussen een bericht van het ANP en een artikel ingedeeld in een aantal categorieën:

1. bericht van ANP en artikel in krant komen vrijwel letterlijk overeen; berichten van het ANP die in (zeer) licht ingekorte vorm als artikel verschijnen vallen in deze categorie;

2. bericht van ANP is weliswaar vrijwel letterlijk overgenomen maar bericht en artikel vallen niet samen, journalist heeft informatie toegevoegd;

3. bericht van ANP is bewerkt en verschijnt in sterk ingekorte vorm als artikel in de krant;

4. bericht van ANP is bewerkt en verschijnt in uitgebreide vorm als artikel in de krant;

5. bericht van ANP is bewerkt en verschijnt ingekort noch uitgebreid of juist ingekort en uitgebreid als artikel in de krant.

Berichten van het ANP zonder meer overschrijven komt bij de gratis dagbladen Spits en Metro duidelijk vaker voor dan bij de overige kranten (zie tabel 7). Van de artikelen (deels) gebaseerd op een bericht van het ANP, blijkt in beide gratis dagbladen ruim een kwart een overgeschreven bericht van het ANP te zijn. Ook bij de categorie ‘berichten van het ANP overschrijven en (enigszins) uitbreiden’, gaan Spits en Metro aan kop. Het verschil tussen beide gratis dagbladen is hier overigens wel groot, ‘overschrijven en uitbreiden’ komt in Spits aanzienlijk vaker voor dan in Metro. Persberichten bewerken en inkorten komt relatief vaak voor in Metro, persberichten bewerken en informatie toevoegen komt in Spits en Metro verhoudingsgewijs weinig voor. Spits (17 procent) en Metro (21 procent) blijven hier duidelijk achter bij de overige dagbladen. In die kranten varieert het percentage voor ‘bewerken en informatie toevoegen’ van 57 procent in Trouw tot 83 procent in NRC Handelsblad.

 

Tabel 7
7.-Berichten-ANP-getraceerd

Begin 2009 constateerden Nijmeegse onderzoekers dat in de door hen onderzochte verzameling artikelen met binnenlands nieuws (N=1054) uit AD, NRC Handelsblad, de Volkskrant en De Gelderlander ‘ruwweg een derde van alle berichten manifeste aanwijzingen voor voorverpakteinformatie bevat’. Daarbij gaat het deels om artikelen waarbij de afkomst vermeld is (persbureau genoemd), deels om artikelen die verwijzingen naar materiaal van een persbureau, van andere media dan wel van derden bevatten. [18] Ook hier geldt wat we al eerder schreven naar aanleiding van het onderzoek van Davies: onderzoeksperiode, opzet van het onderzoek, de gebruikte methode van onderzoek en de verzameling onderzochte artikelen verschillen zo sterk, dat het vergelijken van de onderzoeksuitkomsten al snel een kwestie van appels en peren wordt.

In haar jaarlijkse rapport over concentratie en pluriformiteit van de Nederlandse media, signaleerde het Commissariaat voor de Media recentelijk een opvallende ontwikkeling, te weten “dat tegenwoordig bij veel nieuwsaanbod nog weinig journalistieke bewerking en toevoeging plaatsvindt. Een steeds groter deel van het nieuwsaanbod bestaat uit louter onbewerkt doorgegeven berichten van persbureaus. (…) Deze trend manifesteert zich vooral bij internetnieuwssites, maar ook de nieuwsvoorziening van commerciële radiozenders kent nauwelijks tijd voor achtergrondinformatie en toelichting bij het nieuws. Ook de gratis kranten bestaan voor een belangrijk deel uit korte berichten”. [19]

Dat de gratis kranten voor een belangrijk deel uit korte berichten bestaan, is ten dele waar. Het geldt vooral voor Metro en Spits, minder voor De Pers. [20] Maar daarmee is nog niet gezegd dat een toenemend aandeel van het nieuwsaanbod in die kranten bestaat uit ‘louter onbewerkt doorgegeven berichten van persbureaus’. Wat berichten van het persbureau ANP betreft is de trend eerder omgekeerd: het percentage artikelen dat beschouwd kan worden als ‘louter onbewerkt doorgegeven bericht van het ANP’ daalt, het percentage artikelen dat beschouwd kan worden als ‘bewerkt bericht van het ANP met toegevoegde informatie’ stijgt (zie tabel 7). Die trend geldt voor alle dagbladen die zowel in 2006 als in 2007 en 2008 onderzocht zijn. Wat niet wegneemt dat tussen Metro en Spits enerzijds en de overige dagbladen anderzijds een groot verschil blijft bestaan. Beide gratis dagbladen leunen voor hun nieuws en achtergrondinformatie aanzienlijk sterker op berichten van het ANP dan de overige dagbladen (zie tabel 8). Omwille van de overzichtelijkheid beperken we ons tot de twee categorieën die op de schaal van ‘(deels) gebaseerd op….’ de uitersten vormen. Aan de ene kant is dat ‘bericht ANP overschrijven’, aan de andere kant ‘bericht ANP bewerken en uitbreiden’.

 

Tabel 8
8.-Berichten-ANP-getraceerd

Artikelen in de categorie ‘bericht ANP overschrijven’ gaan vooral over ‘sport’, ‘economie’ en ‘buitenland’. Deze drie thema’s zijn gezamenlijk goed voor ruim de helft tot bijna driekwart van alle artikelen in de categorie ‘bericht ANP overschrijven’. Op ruime afstand van deze onderwerpen is ‘justitie’ het vierde thema in de verzameling artikelen vallend in de categorie ‘bericht ANP overschrijven’. De vijfde plaats wordt ingenomen door een per krant wisselend thema. De vijf belangrijkste thema’s per krant zijn goed voor bijna tweederde tot ruim viervijfde van alle artikelen in de categorie ‘bericht van ANP overschrijven’. Met andere woorden: van de 1.823 artikelen in de categorie ‘bericht ANP overschrijven’ [21] heeft bijna een kwart (N = 450) betrekking op het thema ‘sport’. Aan het andere uiteinde vinden we het thema normen en waarden’. Minder dan één procent van alle artikelen in de categorie ‘bericht ANP overschrijven’ heeft betrekking op dit thema (N = 5).

De uitersten van ‘(deels) gebaseerd op bericht ANP’ zijn zoals gezegd ‘bericht ANP overschrijven’ en ‘bericht ANP bewerken en uitbreiden’. Net als bij ‘bericht ANP overschrijven’ gaat het bij ‘bericht ANP bewerken en uitbreiden’ vooral om artikelen met als thema ‘sport’, ‘economie’ en ‘buitenland’. Aanzienlijk sterker dan bij ‘bericht ANP overschrijven’ domineert hier het thema ‘sport’. In een enkele krant gaat meer dan de helft van de artikelen in de categorie ‘bericht ANP bewerken en uitbreiden’ over het thema ‘sport’. Ook hier zijn de vijf belangrijkste onderwerpen per krant goed voor het overgrote deel van de artikelen in de categorie ‘bericht ANP bewerken en uitbreiden’ (zie tabel 2.10). Van de in totaal 10.282 artikelen [22] vallend in de categorie ‘bericht ANP bewerken en uitbreiden’ gaat ruim 36 procent over het thema ‘sport’ (N= 3.732). Aan het andere uiteinde vinden we hier het thema ‘onderwijs’. Gewogen naar lengte gaat minder dan één procent van deze artikelen over dit thema (N= 1).

 

Tabel 9
9.-Bericht-ANP-overschrijven

Daarmee is overigens niet gezegd dat het sportnieuws in de verschillende dagbladen voor een fors deel bestaat uit bewerkte en uitgebreide berichten van het ANP. Om conclusies te kunnen trekken over de mate waarin nieuws over ‘sport’ en andere thema’s bestaat uit artikelen in de categorieën ‘bericht ANP overschrijven’ en ‘bericht ANP bewerken en uitbreiden’, moet als grondslag voor de berekening het totaal aantal artikelen over ‘sport’ en andere thema’s genomen worden (gewogen naar lengte). In de tabellen 9 en 10 hanteren we een andere berekeningsgrondslag, te weten het totaal aantal artikelen (gewogen naar lengte) in de categorieën ‘bericht ANP overschrijven’ respectievelijk ‘bericht ANP bewerken en uitbreiden’.

 

Tabel 10
10.-Bericht-ANP-bewerken-en-uitbreiden

Politiek nieuws (deels) gebaseerd op berichten van het ANP

Alle artikelen met nieuws en achtergrondinformatie zijn gecodeerd op thema. Bovendien is vastgelegd of een artikel al dan niet over binnenlandse politiek gaat. [23] Voor het nieuws over binnenlandse politiek gaan we in deze paragraaf na in hoeverre dagbladen gebruik maken van berichten van het ANP.

Over alle dagbladen berekend is in 2008 bijna 36 procent van de artikelen met nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek (deels) gebaseerd op een bericht van het ANP. De verschillen tussen dagbladen zijn groot. In De Pers en Trouw is rond de 30 procent (deels) gebaseerd op een bericht van het ANP, in Metro en Spits is dat respectievelijk iets minder en ruim meer dan de helft. In de tijd gezien is berekend over alle dagbladen duidelijk sprake van een toename (zie tabel 11).

Tabel 11
11.-Aantal-artikelen-met-nieuws-en-achtergrondinformatie

Leesvoorbeeld: in de Volkskrant zijn in 2006 102 artikelen met nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek (deels) gebaseerd op een persbericht van het ANP. Dat komt overeen met 26,9 procent van de artikelen met nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek.

Splitsen we uit naar dagbladen dan zien we dat met uitzondering van NRC Handelsblad bij de betaalde dagbladen sprake is van een stijging: het percentage artikelen over binnenlandse politiek dat (deels) gebaseerd is op een bericht van het ANP stijgt in het AD licht (van 30,2 naar 34,9 procent), in NRC Next fors (van 26,2 naar 45,1 procent). De Telegraaf (van 28,6 naar 35,0 procent), de Volkskrant (van 26,9 naar 34,5 procent) en Trouw (van 24,7 naar 32,6 procent) zitten daar tussenin. In Metro en Spits zien we een (lichte) daling.

Dat juist in de verzameling artikelen met nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek in dagbladen steeds vaker sporen van een bericht van het ANP worden aangetroffen, is, voor wie hecht aan het gebruik maken van verschillende bronnen, een zorgelijke ontwikkeling. “Uitgeverijen” – aldus minister Plasterk in zijn reactie op het advies van de commissie Brinkman over de toekomst van de pers – “zijn niet meer in staat, of niet bereid, om dure redacties te financieren. Het journalistieke netwerk als gevolg hiervan is de afgelopen jaren verschraald, een tendens die op het moment nog steeds doorzet. Tot nog toe hebben journalistieke redacties de toenemende druk kunnen opvangen. Maar er is een minimum aan journalistieke infrastructuur nodig om de democratie naar behoren te kunnen laten functioneren. Waar ligt die ondergrens vraagt de commissie zich af”[24] Waar die ondergrens – zo die al te bepalen is – exact ligt, is uiteindelijk een kwestie van (politieke) keuze. Maar zoveel is wel duidelijk: als nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek in toenemende mate leunen op berichten van een persbureau, dan is verschraling van de informatievoorziening niet langer een theoretisch risico, maar barre werkelijkheid. De trend in tabel 11 is al met al verontrustend.

‘(Deels) gebaseerd op’ varieert van ‘bericht ANP overschrijven’ tot ‘bericht ANP bewerken en uitbreiden’. Voor de artikelen met nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek, geldt dat over alle dagbladen gezamenlijk berekend het beeld in grote lijnen overeenkomt met wat we geconstateerd hebben voor de totale verzameling artikelen met nieuws en achtergrondinformatie. ‘Bericht ANP overschrijven’ komt ook hier verreweg het vaakst voor in Metro en Spits, het minst vaak in NRC Handelsblad en De Pers. Bij ‘bericht ANP bewerken en uitbreiden’ zien we het vrijwel perfecte spiegelbeeld: in Spits en Metro komt dat het minst vaak voor, in De Pers en NRC Handelsblad duidelijk het vaakst (tabel 12).

 

Tabel 12
12.-Berichten-ANP-getraceerd

Vergelijken we per krant de artikelen met nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek met alle artikelen ‘nieuws en achtergrondinformatie’, dan zien we bij enkele dagbladen verschillen optreden in de percentages voor ‘bericht ANP overschrijven’ en ‘bericht ANP bewerken en uitbreiden’. ‘Bericht ANP overschrijven’ komt in acht van de negen dagbladen in nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek wat minder vaak voor dan in nieuws en achtergrondinformatie als geheel. Het sterkst is dat waar te nemen bij Trouw (8,7 versus 12,5 procent), het minst sterk bij NRC Handelsblad (2,2 versus 2,6 procent). De opvallende uitzondering is Metro. In deze krant komt ‘bericht ANP overschrijven’ in nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek juist aanzienlijk vaker voor dan in nieuws en achtergrondinformatie als geheel (36,8 versus 25,2 procent). De absolute aantallen zijn te klein om dat per krant verder uit te splitsen naar thema.

‘Bericht ANP bewerken en uitbreiden’ komt over alle dagbladen berekend in nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek vrijwel even vaak voor als in nieuws en achtergrondinformatie als geheel. Kijken we per krant, dan springen er drie dagbladen (enigszins) uit. In NRC Next, AD en Metro komt ‘bericht ANP bewerken en uitbreiden’ in nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek minder vaak voor dan in nieuws en achtergrondinformatie als geheel.

 

5. Vermelde bron bij artikelen in categorie ‘bericht ANP overschrijven’

De tamelijk grote verschillen in percentages voor ‘ANP als bron vermeld’ en ‘(deels) gebaseerd op bericht ANP’ roepen de vraag op welke bron dagbladen zelf vermelden bij artikelen die (deels) gebaseerd zijn op een bericht van het ANP. Die vraag is uiteraard vooral voor artikelen in de categorie ‘bericht ANP overschrijven’ relevant. Bij dergelijke artikelen ‘ANP’ als bron vermelden ligt weliswaar voor de hand, maar gebeurt in de praktijk (lang) niet altijd (zie tabel 13).

 

Tabel 13

13.-In-dagbladen-vermelde-bron

In NRC Handelsblad (N = 86) en De Pers (N = 42) is het totaal aantal artikelen ‘bericht ANP overschrijven’ zo gering dat we die dagbladen verder buiten beschouwing laten. Van de overige dagbladen vermelden Metro en Spits bij driekwart of meer van deze artikelen de juiste bron. NRC Next en de Volkskrant vermelden bij ruim de helft van deze artikelen de juiste bron. AD, De Telegraaf en Trouw vermelden zelden tot nooit de juiste bron. Bij Trouw is dat een gevolg van het besluit om het ANP niet als bron te vermelden omdat zulks voor de lezer niet van belang geacht wordt. Kijken we naar het andere uiterste, dan zien we dat NRC Next en De Telegraaf bij bijna dertig respectievelijk ruim twintig procent van de artikelen ‘bericht ANP overschrijven’ als bron ‘eigen medewerker’ vermelden. Kortom: waar we er gezien de gehanteerde criteria gevoeglijk van uit kunnen gaan dat bij artikelen ‘bericht ANP overschrijven’ de belangrijkste zo niet enige bron het ANP is, moeten we vaststellen dat dagbladen in het vermelden van de bron bepaald niet zorgvuldig zijn. De vlag dekt de lading (lang) niet altijd. Zou een fabrikant van bijvoorbeeld koekjes zo frequent een verkeerde afkomst van zijn product op de verpakking vermelden, dan zou hem ongetwijfeld kritische publiciteit gevolgd door Kamervragen ten deel vallen. Waarop de fabrikant even ongetwijfeld onmiddellijk zou aankondigen in te grijpen.

 

6. Conclusies en discussie

De belangrijkste conclusies vatten we kort als volgt samen:

  • Tussen 2006 en 2008 is een toenemend deel van de artikelen met nieuws en achtergrondinformatie in landelijke dagbladen (deels) gebaseerd op berichten van het ANP. De stijging is het sterkst in NRC Next (van 23 naar 32 procent), het minst sterk in Spits (van 45 naar 46 procent).
  • Het percentage artikelen (deels) gebaseerd op berichten van het ANP is over de jaren 2006-2008 gerekend het laagst in NRC Handelsblad en De Pers (20 procent), het hoogst in Metro (40 procent) en Spits (46 procent).
  • In de verzameling artikelen (deels) gebaseerd op ANP-berichten, daalt het percentage artikelen ‘ overschrijven ANP-bericht’ en stijgt het percentage ‘ANP-bericht bewerken en informatie toevoegen’.
  • In de verzameling artikelen met nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek neemt het percentage artikelen (deels) gebaseerd op ANP-bericht toe van 31 procent in 2006 naar 36 procent in 2008.
  • Het percentage artikelen over binnenlandse politiek (deels) gebaseerd op berichten van het ANP is over alle jaren gerekend het laagst in De Pers en Trouw (iets minder dan 30 procent), het hoogst in Metro (53 procent) en Spits (61 procent).
  • Bij de artikelen in de categorie ‘bericht ANP overschrijven’ vermelden de dagbladen als geheel in iets meer dan de helft van de gevallen het ANP als bron. De verschillen tussen de dagbladen zijn groot: Metro vermeldt het ANP het vaakst als bron (87 procent), Trouw vermeldt het ANP nooit als bron.

Het zijn cijfers die – met alle voorbehoud vanwege de grote verschillen in opzet en uitvoering van de onderzoeken – gunstig afsteken bij de cijfers die Davies en Buijs presenteren. Toch geven de uitkomsten van ons onderzoek te denken. Niet omdat met berichten van het ANP (of van andere persbureaus) op zich iets mis is. Ook bij persbureaus werken journalisten en zij worden geacht te voldoen aan dezelfde kwaliteitscriteria als die bij redacties van dagbladen gelden. Hoofdredacteur Marcel van Lingen van GPD verwijt Buijs er a priori van uit te gaan dat “bij persbureaus ongecontroleerd PR-achtige stukjes worden rondgepompt. De twee grootste persbureaus, ANP en GPD, zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de binnenlandse berichtgeving in de media. Zij hebben gezamenlijk meer dan 150 redacteuren in dienst die niets anders doen dan kwalitatief hoogwaardige nieuwsproducties leveren. En dat doen ze door ruw aangeleverd materiaal te checken, zoals ook kwaliteitsredacties van andere media doen”.[25] Of in werkelijkheid altijd aan die kwaliteitscriteria wordt voldaan, is een vraag die in dit onderzoek niet aan de orde is.

De cijfers laten zien dat de afgelopen jaren een groeiend aantal artikelen gebaseerd is op berichten afkomstig van het ANP. Echter, over de relatie tussen deze trend en de kwaliteit van het nieuws valt op basis van deze cijfers niets te zeggen. Een ander duidelijke uitkomst is het verschil tussen aan de ene kant de gratis dagbladen Spits en Metro en aan de andere kant de ‘kwaliteitskranten’ waar het gaat om het gebruik van ANP berichten. Het is echter de vraag hoe erg dit is. Zoals hierboven uiteengezet is het ANP een volwaardige redactie en is het redactiebeleid van de gratis dagbladen duidelijke anders dan dat van de ‘kwaliteitskranten’. Zij gaan ervan uit dat hun informatievoorziening, vooral gebaseerd op ANP-berichten, voldoet aan de wensen van hun lezers.

Wat wel te denken geeft is dat dagbladen over de hele linie voor hun nieuws en achtergrondinformatie steeds sterker gaan leunen op berichten van het ANP. Dat impliceert dat een groeiend deel van de berichtgeving in Nederlandse dagbladen uit één bron afkomstig is. Voor nieuws en achtergrondinformatie over binnenlandse politiek geldt dat nog sterker dan voor het niet politieke nieuws. En juist voor politiek nieuws is het van groot belang dat uit meerdere bronnen geput kan worden. Het schrikbeeld is hier dat één bron – welke dan ook – verantwoordelijk is voor alle nieuws en achtergrondinformatie. Vanuit economisch oogpunt zeer efficiënt, vanuit democratisch oogpunt komt het neer op een gelijkgeschakelde pers. Daar is – voor alle duidelijkheid – nog lang geen sprake van, maar de trend van toenemende afhankelijkheid van één bron baart wel degelijk zorgen.

Hoe sterk deze trend precies is, is voor de lezer van de dagbladen slechts deels zichtbaar. Over de hele linie zijn de dagbladen niet altijd zorgvuldig met het vermelden van bronnen. Zelfs de artikelen waarvan we kunnen aannemen dat zij zijn overgeschreven van de ANP berichten, vermelden lang niet altijd het persbureau als bron. Hierdoor is het voor de lezer van de krant niet altijd duidelijk waar het nieuws vandaan komt. Dit komt een transparante nieuwsvoorziening in de dagbladen niet ten goede.

Davies stelt in zijn boek dat ‘churnalism’ steeds meer gemeengoed wordt. Anders gezegd: de nieuwsagenda van media wordt steeds sterker bepaald door wat hij noemt ‘PR-materiaal’. Ook in Nederlands onderzoek komt dit thema aan de orde. Prenger en Van Vree spreken in dit verband van ‘dangerous liaisons’ tussen PR, voorlichting en journalistiek.[26] Zich baserend op het (sterk groeiende) aantal communicatieprofessionals bij overheid en bedrijfsleven en op een aantal case studies schetsen ze een tamelijk somber beeld van de journalistiek. De onafhankelijkheid en geloofwaardigheid van de journalistiek staan door de toenemende invloed van voorlichters en PR-functionarissen onder druk, aldus Prenger en Van Vree. Zij pleiten onder meer voor  kwantitatief onderzoek “naar de agendasettende invloed van voorlichters: welk percentage van alle onderwerpen die een medium brengt zijn het gevolg van de input van voorlichting en pr? En bij welk deel daarvan voerde het medium een eigen koers in de berichtgeving? Zo nee: waarom niet?[27]

In dit onderzoek hebben we ons beperkt tot het traceren van ANP-berichten in de dagbladen. Met de hier gepresenteerde methodiek is de volgende stap in principe eenvoudig te zetten. Die stap is nagaan of en in welke mate artikelen in dagbladen (deels) gebaseerd zijn op persberichten van departementen, politieke partijen, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Met andere woorden: onderzoek naar de agendasettende invloed van voorlichters en PR-functionarissen. En daarmee onderzoek naar de vraag of journalistiek steeds meer louter een doorgeefluik van ongecontroleerd PR-materiaal wordt.

 

Dr. Otto Scholten is als UHD verbonden aan de opleiding Communicatiewetenschap van de UvA. Hij is als directeur van het persinstituut verantwoordelijk voor het project De Nederlandse Nieuwsmonitor. Hij heeft veel publicaties op zijn naam staan over overheidscommunicatie en over de wisselwerking tussen media en publiek.
 
Dr. Nel Ruigrok was van 2005 tot februari 2008 werkzaam als universitair docent communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en sinds februari 2008 is zij mede-oprichter van LJS Media Research, een onderzoeksbureau dat zich bezighoudt met media-analyse. LJS Media Research is voor het project Nederlandse Nieuwsmonitor ingehuurd om de dataverzameling en analyses van de onderzoeken te begeleiden.

Voetnoten

1 Davies, N. (2009), Flat Earth News, Londen: Vintage Books
2 Maas, J. en M. Bos (2009), Heeft de lezer een journalist nodig?, Trouw, 23 januari
3 Lewis, J. e.a. (2008), The Quality and Independence of British Journalism, University of Cardiff
4 Lewis rapporteert dat 30 procent van de berichten geheel gebaseerd is op persbureaus, 19 procent grotendeels en dat 13 procent een mix is van informatie afkomstig van persbureaus/andere media en ‘other information’ (Lewis e.a. (2008), p. 15). Terzijde: NRC Handelsblad vermeldde een percentage van 70 procent (Nederlandse krant biedt voorgekookt nieuws volop ruimte, 22 januari 2009).
5 Lewis, e.a. (2008), p. 17
6 Buijs, K. (2009), Het persbureau regeert mee. De Nieuwe Reporter, 21 januari
7 Buijs, K. (2009)
8 Buijs, K. (2009)
9 Zie voor codeerinstructie http://www.nieuwsmonitor.net/
10 Zie bijvoorbeeld Meens, Th. (2009), De herkomst van het nieuws, de Volkskrant, 24 januari en Donker, B. (2009), De lezer schrijft over weinig helderheid in brongebruik, de krant antwoordt, NRC Handelsblad, 7 & 8 februari
11 De methode is vergelijkbaar met programma’s die gebruikt worden om plagiaat te achterhalen.
12 Het op twee manieren berekenen van overlap lijkt op het eerste gezicht wellicht wat overdreven maar is bij nader inzien zeer informatief. Immers: als een ANP-bericht voor honderd procent teruggevonden wordt in een artikel wil dat niet per definitie zeggen dat artikel en ANP-bericht samenvallen. Het kan, maar het hoeft niet. Het is heel goed mogelijk dat een journalist een persbericht geheel heeft overgenomen en vervolgens heeft aangevuld met zelf vergaarde informatie. Om het onderscheid tussen ‘zonder meer overnemen van persbericht’ en ‘overnemen van persbericht en aanvullen met zelf vergaarde informatie’ te kunnen maken, is het op twee manieren berekenen van overlap absoluut noodzakelijk
13 www.nieuwsmonitor.net/bronnen/methode
14 Telling op basis van database berichten ANP. Dubbeltellingen (in de loop van de dag verbeterde en aangevulde berichten over dezelfde gebeurtenis) zijn er uit gehaald.
15 Selectiegraad = (aantal berichten per krant (deels) gebaseerd op ANP-bericht)/(gemiddeld aantal door ANP verspreide berichten per dag).
16 Davies, N. (2009), p. 74
17 Vergelijk de kritische kanttekeningen bij de kwaliteit van het onderzoek waarop Davies zich (groten)deels baseert van hoogleraar journalistiek Marcel Broersma: Broersma, M. (2009), De waarheid in tijden van crisis; kwaliteitsjournalistiek in een veranderend medialandschap, p. 23-40, in: B. Ummelen (red.), Journalistiek in diskrediet, Nijmegen Katholiek Instituut voor Massamedia & Diemen Uitgeverij AMB, p. 28-32
18 Buijs, K. e.a. (2009), De onafhankelijkheid van nieuwsbronnen en de kwaliteit van de journalistiek, Paper voor het Etmaal van de Communicatiewetenschap, Nijmegen, p. 6-7
19 Commissariaat voor de Media (2008), Mediaconcentratie in beeld. Concentratie en pluriformiteit van de Nederlandse media, Utrecht: Roto Smeets, p. 10-11
20 Artikelen in Metro en Spits zijn gemiddeld aanzienlijk korter dan in de Volkskrant en NRC Handelsblad. In dit onderzoek komt de gemiddelde lengte van een artikel in Metro op 114 en in Spits op 171 woorden. In de Volkskrant (375 woorden) en NRC Handelsblad (361 woorden) is dat twee à drie keer zo veel. (Scholten, O. en N. Ruigrok (2007), Roerig politiek 2006 in de krantenkolommen, p. 2, www.nieuwsmonitor.net). De Pers zit met gemiddeld 228 woorden tussen deze twee extremen in.
21 Berekening: (.164 x 5.654) + (.087 x 5.935) + (.068 x 5.578) = 1.823. Procenten en absolute aantallen ontleend aan tabel 7, laatste rij.
22 Berekening: (.503 x 5.654) + (.632 x 5.935) + (.661 x 5.578) = 10.282. Procenten en absolute aantallen ontleend aan tabel 8, laatste rij.
23 Een artikel gaat over binnenlandse politiek zodra in kop of lead een politieke actor genoemd wordt. Zie codeerinstructie op http://www.nieuwsmonitor.net/.
24 Plasterk, N.H.A. (2009), Brief aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag Kamerstukken II, 2008 2009, 31777, nr. 12, p. 16
25 Lingen, M. van (2009), Wat is er mis met persbureaukopij?, De Nieuwe Reporter, 22 januari
26 Prenger, M. en F. van Vree (2004), Schuivende grenzen. De vrijheid van de journalist in een veranderend medialandschap, Amsterdam: NVJ, p. 34 e.v.
27 Prenger, M. en F. van Vree (2004), p. 75

Deel deze pagina