Maurice Vergeer (2006)

Lokale medialandschappen in Nederland 2005

Inleiding

Hoewel Nederland geografisch gezien een klein land is, kent het drie lagen waarop media worden aangeboden: nationaal, regionaal en lokaal. Vanwege de schaalgrootte staan vooral de nationale en regionale media in de maatschappelijke belangstelling. Dat betekent echter niet dat lokale media maatschappelijk minder relevant zijn. Mensen hebben naast een nationale identiteit vaak ook een lokale identiteit, die wordt ontleend aan hun woonplaats. Door de geografische nabijheid van de gebeurtenissen is de lokale identiteit vaak groter dan de regionale identiteit. Mensen zijn om die reden bijzonder geïnteresseerd in informatie over de lokale gemeenschap, meer nog dan in informatie over de regio of provincie. Lokale media zijn daarom van cruciaal belang voor een goed functionerende lokale democratie.

Het Bedrijfsfonds voor de Pers en het Commissariaat voor de Media hebben onderzoek uit laten voeren om inzicht te krijgen in de lokale nieuwsvoorziening. Overeenkomstig het onderzoek naar de landelijke nieuwsmarkt zijn stapsgewijs verschillende aspecten van de lokale nieuwsmarkten in kaart gebracht: aantal lokale media, aantal en omvang van lokale redacties, omvang en diversiteit van het lokale nieuwsaanbod en lokale informatiebehoefte en lokaal informatiegebruik.

Een eerste stap is te bepalen in welke mate lokale medialandschappen in Nederland zijn uitgerust om de burger te voorzien van lokaal nieuws. In opdracht van het Bedrijfsfonds voor de Pers heeft Maurice Vergeer van de Radboud Universiteit Nijmegen dit onderzoek naar de aanwezigheid van typen lokale media in alle Nederlandse gemeenten uitgevoerd. In een uitgebreid rapport heeft hij getoond hoeveel regionale en lokale dagbladen, nieuwsbladen, huis-aan-huisbladen, publieke lokale radiozenders, niet-landelijke commerciële radiozenders (via kabel of ether), publieke lokale televisiezenders, niet-landelijke commerciële kabeltelevisiezenders (kabelkrant met bewegende beelden), tekst-tv en teletekstmedia in Nederland verkrijgbaar zijn. In dit hoofdstuk worden de gegevens voor kranten, televisie en radio op gemeenteniveau geanalyseerd.

Een belangrijke opmerking vooraf is dat alleen lokale media worden bestudeerd. Regionale omroep (televisie en radio) wordt dus buiten beschouwing gelaten. Aangezien alle Nederlandse gemeenten worden bediend door één regionale omroep, bestaan er op gemeentelijk niveau geen verschillen in de mate van aanwezigheid van regionale omroepen. Dit in tegenstelling tot regionale kranten, die wel in het onderzoek zijn meegenomen. Regionale dagbladen worden in alle Nederlandse gemeenten verspreid, maar kennen in veel gevallen ook lokale edities met nieuws dat slechts relevant is voor een bepaalde gemeente. Landelijk en regionaal nieuws is voor alle edities nagenoeg gelijk, maar het lokale nieuws verschilt per editie. Voor het onderzoek naar lokale mediamarkten zijn de regionale dagbladen daarom ook van belang.

 

Kranten

Kranten worden ingedeeld in dagbladen, huis-aan-huisbladen en nieuwsbladen. Dagbladen zijn kranten die vijf keer per week of vaker verschijnen. Kranten die minder vaak verschijnen zijn gratis huis-aan-huisbladen of betaalde nieuwsbladen. De berichtgeving van huis-aan-huisbladen en nieuwsbladen is bijna altijd door de gemeentegrens beperkt. Regionale dagbladen brengen daarentegen ook algemeen binnen- en buitenlands nieuws en bestrijken grote regio’s.

In elke gemeente is ten minste één dagblad en één huis-aan-huisblad verkrijgbaar (tabel 1). Nieuwsbladen komen een stuk minder voor. Dat betekent dat in een doorsnee gemeente in Nederland twee van de drie soorten kranten aanwezig zijn. In een groot deel van de Friese en Drentse gemeenten zijn alledrie de kranten verkrijgbaar (gemiddeld aantal typen kranten is 2,8), terwijl in de gemeenten in Gelderland, Zeeland en Noord-Brabant hooguit twee soorten kranten worden verspreid.

Tabel 1

1.-Kranten-in-Nederlandse-gemeenten

Bijna alle regionale dagbladen verschijnen dagelijks, met uitzondering van zon- en feestdagen. De meeste regionale dagbladedities worden aangeboden in gemeenten van de provincies Limburg en Friesland (resp. 2,3 en 2,1). Dit ligt beduidend hoger dan het landelijke gemiddelde van 1,5 regionale dagbladedities per gemeente.

Huis-aan-huisbladen zijn in de Nederlandse gemeenten sterk vertegenwoordigd. Op provinciaal niveau varieert het gemiddelde aantal huis-aan-huisbladen per gemeente van 1,5 bladen in Zeeland tot 6,8 bladen in Noord-Holland. In de meeste provincies is het aantal huis-aan-huisbladen groter dan vijf: in de bijbehorende gemeenten zijn ten minste vijf van dergelijke kranten verkijgbaar.

Nieuwsbladtitels worden daarentegen relatief weinig aangeboden in Nederlandse gemeenten (gemiddeld 0,4 nieuwsbladen per gemeente). Alleen in de provincies Friesland en Drenthe komen nieuwsbladen gemiddeld per gemeente relatief veel voor (resp.1,2 en 1,3). Dit is de reden dat het gemiddelde aantal typen kranten voor deze beide regio’s opvallend hoog is.

Enkele studies die worden beschreven in het onderzoek van Vergeer hebben een verband aangetoond tussen het gebruik van lokale media en politieke participatie. Indien deze bevindingen naar gemeenteniveau worden vertaald, is de verwachting dat naarmate de politieke participatie (onder andere opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen) in een gemeente groter is, er meer regionale dagbladedities en nieuwsbladen worden aangeboden. Met het oog op een goed functionerende lokale democratie, is dit een interessante bevinding.

Het aantal huis-aan-huisbladen is in sterke mate afhankelijk van het aantal inwoners en het gemiddelde huishoudinkomen per gemeente. Naarmate een gemeente meer inwoners heeft en tevens het gemiddelde huishoudinkomen hoger is, is het aantal huis-aan-huisbladen groter. Anders dan dagbladen richten huis-aan huisbladen zich niet altijd op een hele gemeente, maar vaak op een deel van een gemeente. In het verleden zijn gemeenten door herindelingen qua oppervlakte en aantal inwoners steeds groter geworden en zijn zo steeds meer gemeenten gaan tellen. Zo  omvat een Nederlandse gemeente in 2005 gemiddeld veertien plaatsen. Het blijkt dat naarmate gemeenten meer plaatsen omvatten, er meer huis-aan-huisbladen worden aangeboden.

Net zoals huis-aan-huisbladen, komen ook nieuwsbladen vaker voor in gemeenten die in verschillende subgemeenten/plaatsen zijn onderverdeeld. Opvallend is dat in gemeenten waar nieuwsbladtitels worden aangeboden ook relatief vaak andere lokale media (i.c. niet-landelijke commerciële etherradio, publieke lokale radio en televisie) worden aangeboden. In gemeenten met veel nieuwsbladtitels worden tevens meer regionale dagbladedities aangeboden. Deze positieve verbanden lijken te wijzen op complementariteit tussen de typen kranten. De verschillende typen zijn dus eerder een aanvulling op elkaar dan dat er sprake is van concurrentie. Onderzoek van Verschuren en Memelink in 1989 (beschreven in het onderzoek van Vergeer) wees ook al uit dat er vooral sprake is van complementariteit tussen de aanwezigheid van lokale media in gemeenten.

 

Televisie

Lokale televisie kan worden onderverdeeld in vijf verschillende typen: publieke en commerciele televisieprogramma’s, publieke teletekst, commerciële kabelkrant en het publieke pendant tekst-tv. In een gemiddelde gemeente in Nederland zijn bijna twee (1,8) van deze mediatypen verkrijgbaar (tabel 2). Opvallend is de provincie Noord-Brabant, waar gemeenten gemiddeld ruim twee soorten televisie aangeboden krijgen. Gemeenten in Drenthe en Flevoland ontvangen daarentegen hoogstens één type televisie.

Tabel 2
2.-Televisie-in-Nederlandse-gemeenten

Bijna een derde van de Nederlandse gemeenten beschikt over een lokale publieke televisieomroep. In de noordelijke provincies Groningen en Friesland ligt het percentage gemeenten dat beschikt over lokale publieke televisie beduidend lager dan tien procent en in de provincies Drenthe en Zeeland is dit percentage zelfs nul. In Noord-Brabant en Limburg wordt in meer dan de helft van de gemeenten publieke lokale televisie aangeboden. Lokale publieke televisie komt het minst vaak voor in de gemeenten van de provincies Zeeland, Friesland, Noord-Holland, Groningen, Drenthe en Flevoland.

Tekst-tv wordt in meer dan de helft van de Nederlandse gemeenten aangeboden en is daarmee het meest verbreide aanbod dat via televisie te ontvangen is. Hierbij valt op dat de verschillen tussen de provincies enorm zijn. Koplopers zijn Overijssel en Limburg, waar meer dan 70 procent van de gemeenten tekst-tv ontvangt. Aan de andere kant blijven Groningen en Zeeland met minder dan 10 procent ver achter.

Teletekst wordt gemiddeld in een kwart van de Nederlandse gemeenten aangeboden. Net zoals bij publieke lokale televisie komt teletekst minder vaak voor in de provincies Zeeland, Friesland, Groningen, Drenthe en Flevoland.

Ook lokale commerciële televisie wordt in een kwart van de Nederlandse gemeenten aangeboden. In de meeste provincies beschikken gemeenten nauwelijks over commerciële lokale televisie. Gemeenten in de provincies Noord-Brabant, Zeeland, Zuid-Holland en Limburg vormen hierop echter een uitzondering. In de provincie Zeeland hebben zelfs alle gemeenten lokale commerciële televisie. Afgezien van de gemeenten in de bovengenoemde vier provincies, komen de gemeenten in de andere provincies niet boven de tien procent uit.

Kabelkrant is in ruim 40 procent van de Nederlandse gemeenten aanwezig. In enkele provincies beschikt elke gemeente over kabelkrant (Zeeland, Friesland, Groningen). In andere provincies, zoals in Limburg, Noord-Holland en Utrecht, blijven gemeenten juist ver achter.

De belangrijkste verklaring voor de aanwezigheid van lokale publieke televisie is het inwonertal van gemeenten: hoe meer inwoners in een gemeente, des te waarschijnlijker dat er publieke lokale televisie wordt aangeboden. Dit geldt niet voor lokale commerciële zenders, die over het algemeen vaak op meerdere gemeenten zijn gericht. Zowel kabelkrant als tekst-tv – producten die minder arbeidsintensief zijn dan televisieproducties – zijn vooral te vinden in gemeenten met weinig inwoners.

Een opvallend gegeven is dat in gemeenten waar lokale publieke televisie wordt aangeboden ook tekst-tv en teletekst worden aangeboden. Een verklaring voor het vaak gezamenlijk voorkomen van deze omroepactiviteiten in dezelfde gemeente is dat deze activiteiten min of meer in elkaars verlengde liggen en vanuit dezelfde omroeporganisatie worden geproduceerd.Anders dan het publieke aanbod zijn niet-landelijke commerciële televisieprogramma’s en kabelkranten producten die onafhankelijk van elkaar zijn. Bovendien valt op dat in provincies waar het publieke aanbod groot is, het commerciële aanbod laag is en vice versa.

 

Radio

Onder radio kunnen drie typen worden onderscheiden: publieke lokale radio, niet-landelijke commerciële kabelradio en niet-landelijke commerciële etherradio. In een gemiddelde Nederlandse gemeente worden iets minder dan twee van deze radiotypen aangeboden (tabel 3). Wederom zijn Noord-Brabant en Zuid-Holland koplopers. De verschillen tussen de regio’s zijn echter klein, alleen Drenthe is met slechts één radiotype per gemeente een echte uitzondering.

Tabel 3
3.-Radio-in-Nederlandse-gemeenten

In het overgrote deel van de Nederlandse gemeenten wordt publieke lokale radio aangeboden. Alleen in Zeeland beschikt minder dan de helft van de gemeenten over publieke lokale radio.

Niet-landelijke commerciële kabelradio wordt in bijna twee derde van de gemeenten aangeboden (63,4 procent). Opvallend zijn de provincies Noord-Brabant, Gelderland, Limburg, Flevoland en Zeeland, waar in (bijna) alle gemeenten deze vorm van commerciële kabelradio is te ontvangen. In de noordelijke provincies (Groningen, Friesland, Noord-Holland en Drenthe) is in slechts een klein gedeelte van de gemeenten niet-landelijke commerciële kabelradio aanwezig.

Niet-landelijke commerciële etherradio is in een derde (34,5 procent) van de Nederlandse gemeenten te ontvangen. De noordelijke provincies Groningen en Friesland hebben het hoogste percentage gemeenten met deze vorm van commerciële etherradio. (Dit in tegenstelling tot de commerciële kabelradio, waar Groningen en Friesland juist het laagste scoren, zie hierboven). De provincie Utrecht heeft het laagste percentage: in deze provincie is slechts in drie procent van de gemeenten niet-landelijke commerciële etherradio te ontvangen.

In gemeenten met niet-commerciële kabelradio wordt minder niet-landelijke commerciële etherradio aangeboden. Dit is ook op het niveau van de provincies te zien. Bovenstaande kan duiden op concurrentie tussen de distributietechnieken kabel en ether: in de zuidelijke provincies zenden de commerciële stations uit via de kabel en in de noordelijke provincies via de ether. Niet-landelijke commerciële etherradio blijkt, evenals de andere twee radiotypen, vooral door

De aanwezigheid van verschillende lokale radiotypen hangt voor een belangrijk deel samen met het inwonertal: hoe meer inwoners een gemeente heeft, des te waarschijnlijker wordt het dat er publieke lokale radio, maar ook niet-landelijke commerciële radio, via ether of kabel wordt aangeboden.

 

Conclusie lokale medialandschappen

Het aantal verschillende lokale mediatypen verschilt tussen de provincies. Dat geldt voor televisie, maar ook voor radio en kranten. Daarbij valt op dat in provincies waar gemeenten over veel audiovisuele mediatypen beschikken minder kranten aanwezig zijn. Van maximaal elf mediatypen is het grootste aantal in het zuiden te vinden. Zuid-Holland, Noord-Brabant, Limburg, Gelderland en Zeeland zijn de provincies met een bovengemiddeld aantal verschillende mediatypen. Anders is het in Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Utrecht, Flevoland en de omvang van het inwonertal te worden bepaald.

Lokale mediatypen in een gemeente

Noord-Holland, waar het aanbod aan verschillende lokale mediatypen veel kleiner is. De verschillen tussen de provincies zijn vooral te verklaren aan de hand van de omvang van het potentiële publiek: hoe meer inwoners in een gemeente en hoe meer plaatsen in een gemeente, des te meer lokale mediatypen.

De cijfers op het gebied van pluriformiteit lijken vooralsnog geruststellend: iedere gemeent publieke lokale radiozender, en in meer dan de helft is niet-landelijke commerciële kabelradio aanwezig en/of staat tekst-tv ter beschikking. Bovendien is niet eens rekening gehouden met het lokale aanbod op internet en in andere media, zoals tijdschriften. Gebieden zonder lokale media bestaan niet in Nederland. Dit kan worden gezien als een positief feit.

Een belangrijke kanttekening die ter afsluiting moet worden gemaakt is dat er slechts is gekeken naar de aanwezigheid van verschillende typen lokale media in Nederlandse gemeenten. Er kunnen geen uitspraken worden gedaan over de omvang, aard of thematiek van de berichtgeving in de beschreven lokale media. Dat er kwantitatief gezien voldoende lokale nieuwsbronnen zijn, wil dus niet zeggen dat er voldoende aanbod aan lokale informatie is. Het is goed mogelijk dat een commerciële radiozender nauwelijks lokaal nieuws uitzendt en dat de lokale publieke televisieomroep weinig lokale programma’s produceert. Wellicht bericht het lokale nieuwsblad slechts over de nachtopeningstijden van de apotheek en bestaat het huis-aan-huisblad vooral uit gewone advertenties. Vervolgonderzoek zal zich daarom kunnen richten op de inhoud van lokale media om aan te tonen in welke mate lokale informatie daadwerkelijk via lokale media wordt verspreid.

Methodische verantwoording

Deel deze pagina