Bas de Vos (2013)

Trends in het Nederlandse televisielandschap

Algemeen: ontwikkelingen

Kijkgedrag verandert door de tijd heen. Wat voorheen nog eenduidig en overzichtelijk was om te meten, is inmiddels deels verworden tot een complex geheel van verschillende apparaten, uitgestelde kijkmomenten, versnipperde doelgroepen en nieuwe distributiekanalen. SKO volgt al deze ontwikkelingen op de voet om ervoor te zorgen dat alle kijktijd, mits substantieel, wordt meegeteld in het KijkTotaal. Voordat nieuw kijkgedrag meetelt in de currency van het KijkTotaal, wordt eerst ervaring opgedaan door middel van zogenaamde ‘satelliet projecten’.

 

Tv-gerelateerde kenmerken

SKO rapporteert al meer dan 10 jaar over ontwikkelingen in het bezit van tv en tv-randapparatuur. Deze cijfers zijn tot en met 2010 gebaseerd op de SKO Establishment Survey, met een jaarlijkse steekproef van circa 6 duizend huishoudens. Sinds 2011 voert TNS NIPO de Media Standaard Survey (MSS) uit in opdracht van SKO en de organisaties die verantwoordelijk zijn voor de internet-, radio- en print-bereiksonderzoeken.

Bijna alle huishoudens in Nederland hebben thuis een televisietoestel. Het percentage tvbezit ligt in 2011 rond de 98 procent. In 2010 was dit 99 procent. Het gemiddeld aantal toestellen per huishouden is stabiel sinds 2004, met een gemiddelde van 1,7 toestel per huishouden. In 2002 en 2003 was dit gemiddelde 1,6. Huishoudens met kinderen en meerpersoonshuishoudens hebben in alle jaren de meeste tv-toestellen in gebruik (gemiddeld 2). Eénpersoonshuishoudens hebben traditioneel gemiddeld de minste tv-toestellen in gebruik (gemiddeld 1,3).

De penetratie van breedbeeld en platte televisietoestellen is sterk toegenomen in de afgelopen jaren. In 2006 had 85 procent van de Nederlandse huishoudens een klassieke beeldbuis als meest gebruikte toestel. Minder dan de helft van de huishoudens (40 procent) was in het bezit van een breedbeeldtelevisie. In 2011 is een klassieke beeldbuistelevisie te vinden bij slechts 30 procent van de huishoudens, terwijl 67 procent van de huishoudens een plat beeldscherm heeft. De penetratie van de breedbeeldtelevisies is in 2011 ook opgelopen naar circa 70 procent. Het meest gebruikte tv-toestel heeft meestal een LCD- of plasmabeeldscherm. Projectoren zijn niet erg populair, met een penetratie van 0,1 procent. Bijna alle huishoudens in Nederland (gemiddeld 92 procent) hebben toegang tot teletekst via hun hoofdtelevisietoestel. Dit percentage is in de afgelopen tien jaar stabiel.
Type plat beeldscherm
Het percentage huishoudens dat in het bezit is van een aangesloten videorecorder is in de afgelopen jaren sterk gedaald. In 2011 heeft slechts 28 procent van de Nederlandse huishoudens een videorecorder aangesloten op het meest gebruikte televisietoestel. In 2002 was de penetratie van deze apparaten nog bijna 80 procent. Het percentage huishoudens met een dvd- of blu-rayspeler aangesloten op het hoofdtoestel is toegenomen van 20 tot 54 procent tussen 2002 en 2011.

In 2011 heeft 33 procent van de huishoudens een harddisk aangesloten op het meest gebruikte televisietoestel. In 2006 was dit percentage slechts 6 procent. Sinds 2010 wordt deze stijging voornamelijk veroorzaakt door een stijging van het aantal huishoudens waar een digitale ontvanger met harddisk aanwezig is (de penetratie van deze apparaten stijgt van 13 procent in 2006 naar 16 procent in 2011). Bij 26 procent van de huishoudens is er een spelcomputer op een televisietoestel aangesloten. Dit percentage is redelijk stabiel gebleven in de afgelopen jaren.
Harddiskrecorder aangesloten
De toename van digitale ontvangst is verreweg de belangrijkste ontwikkeling op televisiegebied in de afgelopen jaren. In 2011 is het percentage huishoudens met digitale ontvangst op het hoofdtoestel 67 procent. In de eerste helft van 2012 is dat 76 procent. In 2006 lag dit percentage onder de 20 procent.

 

Digitale ontvangst op hoofdtoestel

Op 11 december 2006 wordt het traditionele analoge tv-signaal via de ether uitgezet (de zogenaamde analoge switch-off). Dat jaar ontvangt nog circa 2 procent van de huishoudens hun televisiesignaal via de spriet of de kamerantenne. De meerderheid van de Nederlandse huishoudens ontvangt het televisiesignaal via de kabel. Het percentage huishoudens met kabelontvangst op het hoofdtoestel lag in 2002 op 92 procent en in 2006 op 84 procent. In 2002 had 90 procent van de huishoudens alleen analoge kabelontvangst. In 2006 was dit 81 procent. In 2011 heeft slechts 35 procent van alle huishoudens alleen analoge ontvangst via de kabel. De penetratie van digitale televisie via de ether (Digitenne) is sinds 2006 toegenomen: van 1,2 procent in 2006 tot 8 procent in 2011. Het aantal huishoudens dat televisie via een schotel ontvangt, blijft de afgelopen tien jaar redelijk stabiel. De penetratie van IPTV in Nederland is nog steeds bescheiden.

Computerbezit

In de afgelopen jaren zijn er nieuwe mogelijkheden om televisie te kijken op de markt gekomen. Zo is het mogelijk om televisieprogramma’s live of uitgesteld te kijken via de computer, de mobiele telefoon of de tablet. Computerbezit en internettoegang in de Nederlandse huishoudens is de afgelopen jaren sterk toegenomen. In 2006 had 60 procent van de huishoudens toegang tot internet. In 2011 heeft ongeveer 90 procent van de huishoudens thuis minimaal één computer met internettoegang; 77 procent van de huishoudens heeft thuis breedbandinternettoegang.

De laatste jaren zijn ook televisietoestellen verkrijgbaar die rechtstreeks toegang tot internet bieden. Sinds 2010 wordt de penetratie van deze typen toestellen gemeten. In 2011 geeft 8 procent van de huishoudens aan net- of connected tv te hebben.

 

Kijkgedrag

Het monitoren van de geschetste trends gebeurt primair om grip te houden op zaken die van invloed kunnen zijn op het kijkgedrag. Op basis van het kijkonderzoek rapporteert SKO dagelijks over het kijkgedrag van de Nederlandse bevolking. We schetsen nu de belangrijkste resultaten van het onderzoek naar het kijkgedrag in de periode 2002-2012.

Het KijkTotaal is het kijkgedrag tijdens het moment van uitzenden en het uitgestelde kijken binnen zes dagen na de uitzenddag. Tevens bevat het sinds 2003 ook het gastkijkgedrag op doelgroepniveau. Sinds 1 januari 2008 is ook het uitgesteld kijken via het tv-scherm met behulp van een set-top box, video-, dvd- of harddiskrecorder onderdeel van het KijkTotaal.

 

Kijktijd

De Nederlander keek in 2012 gemiddeld 196 minuten (3 uur en 16 minuten) per dag televisie. Dat is meer dan in 2002 het geval was. In dat jaar was de kijktijd net geen drie uur per dag. In de loop der jaren is de kijktijd dus licht gestegen.

Er zijn een aantal zaken van directe invloed op het kijkvolume. Belangrijke pijlers voor extra kijktijd zijn grote sportevenementen zoals de Wereld- en Europese kampioenschappen voetbal, en de Olympische Spelen. In deze periodes zijn mensen geneigd meer televisie te kijken dan ze normaal doen. Een andere factor blijkt het weer; grote hoeveelheden regen of langdurig warme perioden zorgen voor meer of minder kijktijd. Verder zijn een steeds breder aanbod en hogere kwaliteit van bijvoorbeeld de apparatuur mogelijke redenen voor een groeiende hoeveelheid tijd die de Nederlander aan het kijken naar de televisie spendeert.

Onderstaande figuur geeft weer hoe het gemiddelde verloop van het totale percentage televisiekijkers in de loop van de dag eruit ziet voor de jaren 2002, 2006 en 2011. Hieruit blijkt dat in 2006 en 2011 de hoogste totale kijkdichtheid is behaald tussen 21:30 en 22:00 uur. Dit patroon was ook in 2002 te zien. De groei in totale kijktijd komt vooral uit een toename in het kijken tussen 16.00-22.00 uur.

Kijkdichtheid per uur

De EK-voetbalwedstrijd Portugal-Nederland op 30 juni 2006 is de meest bekeken uitzending van de afgelopen tien jaar. Hier keken 8,5 miljoen mensen naar. Op de tweede plaats staat de WK Finale Nederland-Spanje van 11 juli 2010.

De top-10 van de meest bekeken uitzendingen in de periode 2002-2011 die geen betrekking hebben op sport, wordt aangevoerd door het programma Peter R. de Vries misdaadverslaggever over Joran van der Sloot van 3 februari 2008. Naar deze uitzending keken 7,1 miljoen mensen. Op de tweede plaats staat het kerkelijk huwelijk van Willem Alexander en Máxima op 2 februari 2002.

 

Themakanalen

SKO Light (voorheen SKO digitaal) meet de kijkcijfers van de digitale, vaak thematische zenders. Met de groei van digitale ontvangst kunnen de Nederlandse huishoudens meer en meer verschillende kanalen ontvangen. SKO startte in 2009 een pilot om deze thematische kanalen te meten en meet er sinds 2010 een vijftigtal op continue basis in het basisonderzoek. Deze zenders bereiken gezamenlijk inmiddels ruim 70 procent van de Nederlandse bevolking. De bereikcijfers per week en maand zijn op de website van SKO terug te vinden.
Maandbereik thematische kanalen

Kijken naar televisiecontent op internet: WEB-TV

De manier van tv-kijken verandert. Televisieprogramma’s zijn, naast de gewone lineaire uitzendingen, ook op andere manieren en op een later moment te bekijken. Zo is het mogelijk om tv-programma’s terug te kijken via internet, op een computer, een laptop of op een mobiel apparaat. Om dit inzichtelijk te maken initieerde Stichting KijkOnderzoek in 2008 het SKO WEB-TVproject. Met dit project wordt het kijkgedrag naar tv-programma’s op internet gemeten. Naast het WEB-TV project werkt SKO één keer per jaar samen met STIR om het bereik van streams in verschillende doelgroepen in kaart te brengen.

Sinds september 2008 meet SKO dagelijks het aantal opgevraagde streams van televisieprogramma’s op internet. Sinds 2012 wordt ook de afspeelduur van deze streams geregistreerd. SKO doet dit in samenwerking met comScore en Intomart GfK. Op dit moment worden de streams van programma’s van NPO, RTL en van SBS-zenders gemeten. Voor een uitvoerige beschrijving verwijzen we naar de methodologische beschrijving op de site van SKO.

Om uitspraken te kunnen doen over het bereik en het profiel van WEB-TV-kijkers werkt SKO samen met STIR. Het kijken naar de gemiste uitzendingen van tv-programma’s wordt jaarlijks gedurende één maand in het Webmeter panel van STIR gemeten.

Het totale bereik van WEB-TV voor personen van 13 jaar en ouder blijft in 2012 ten opzichte van 2011 ongeveer gelijk. Jongeren (13-19 jaar) zijn voor het derde jaar op rij de groep waarin de meeste mensen worden bereikt met WEB-TV. Alleen in 2009 werd een andere doelgroep vaker bereikt, namelijk de 20-34 jarigen. Hoewel het bereik onder de 65-plussers met 1,3 procent stijgt, vertegenwoordigen zij nog steeds de doelgroep met het laagste WEB-TV-bereik.
Maandbereik van WEB_TV naar doelgroep
De groei van bereik op WEB-TV blijkt af te vlakken in 2012. Wanneer we de ontwikkelingenin het bereik van uitgesteld kijken op het televisiescherm (UGK-TV) analyseren (volgens cijfers uit het Kijkonderzoek), zien we in 2012 wel een sterke groei.

Maandbereik van UGK TV naar doelgroep
De groei in uitgesteld kijken op televisie heeft voor een groot deel te maken met de sterke toename van opnameapparatuur in de huishoudens, voornamelijk harddiskrecorders en set-top boxen met harddiskrecorders.

Tabel 1 laat de lijst zien van meest bekeken televisieprogramma’s in de maand februari van de jaren 2009 tot en met 2012, op basis van bereik op internet. De uitzending van Boer zoekt vrouw uit 2011 heeft online de meeste mensen bereikt, namelijk 1,9 procent.

Meest bekeken televisieprogramma's online 2009-2012

Vooruitblik

Wie in 2000 vooruit moest blikken op de ontwikkelingen in de televisiemarkt, wees op de grote risico’s van tv-kaarten in computers en de opkomst van internet en digitale televisie. Maar iedereen – ook de grootste internetaanhanger – die riep dat binnen 5 jaar alles zou veranderen, moet nu erkennen dat dit nog 10 jaar duurde. Rond 2010 kantelen een aantal zaken echt. Internet is nu echt breedband en kent vele makkelijke apparaten in de Nederlandse huishoudens waarop ook videocontent gekeken kan worden. Het internet lijkt inmiddels ook de televisie zelf gevonden te hebben met de connected tv of connected blu-rayspeler. Meer dan 60 procent van de kijktijd is kijktijd via digitale aansluitingen en mensen kunnen meer zenders kijken dan ooit. Dat doen ze steeds vaker, net zoals ze steeds vaker op een ander moment programma’s terugkijken. Via de tv, dan wel via computer of tablet. Dus het publiek fragmenteert meer. Net zoals het aanbod.

Voor SKO en het kijkonderzoek betekent dit alles twee dingen. Allereerst blijven we de basis ,die ook over 5 jaar nog gewoon lineair kijken via de televisie is, goed registreren: een hele klus op zich. Daarnaast gaat er steeds meer tijd en geld zitten in het meten van kleine partjes van de kijktaart. Een ambitie die samenwerking vraagt met de achterban, de distributeurs en onderzoeks- en meetbureaus.

 

Bas de Vos is directeur van Stichting KijkOnderzoek (SKO). Sinds 2002 is SKO verantwoordelijk voor het onderzoek naar het kijkgedrag van de Nederlandse bevolking. SKO is verantwoordelijk voor de rapportering over en de controle van de kijkcijfers en voor aanpassingen en innovaties in de methode van het kijkonderzoek. De missie van SKO is het doen uitvoeren van (continu) kijkonderzoek naar televisie-uitzendingen ten behoeve van omroepinstellingen, waaronder ook begrepen instellingen die zich bezighouden met reclame-uitzendingen bij die omroepinstellingen: adverteerders en mediabureaus. Doel van de Stichting is het vestigen en handhaven van het zogenaamd KijkTotaal voor het kijkgedrag van de Nederlandse bevolking. SKO als Joint Industry Committee van SPOT, NPO, BVA en PMA zorgt voor het vestigen en bestendigen van maatschappelijk en marktbreed vertrouwen in het enige nationale kijkonderzoek waarin het kijkgedrag van de Nederlandse bevolking wordt gemeten.

Deel deze pagina