Regionale dagbladen en lokale dagbladedities (2013)

Inleiding

In hun rapport ‘Meer nieuwsaanbod, meer van hetzelfde nieuws’ komen Quint Kik, Piet Bakker, Laura Buijs en Judith Katz tot de conclusie dat een Nederlandse gemeente in 2012 gemiddeld 28,7 nieuwsmedia telt die lokaal bestuurlijk nieuws zouden kunnen brengen. Tien daarvan zijn offline nieuwsmedia, afkomstig van traditionele aanbieders. Gemiddeld bestaat per gemeente het aanbod van uitgevers uit 1,2 regionaal dagblad, 0,3 betaald nieuwsblad en 4,3 gratis verspreide huis-aan-huisbladen. Daarbij komen 1,9 televisiezenders en 2,2 radiozenders van regionale en lokale publieke omroepen en niet-landelijke commerciële omroepen. Het lijkt een groot aanbod, maar zoals de titel van het rapport al aangeeft, is sprake van een grote mate van overlap tussen de titels. Op gebruikersniveau zijn er grote verschillen tussen de afzonderlijke regionale en lokale media. Volgens onderzoek uit 2012 leest 90 procent van de Nederlanders in een jaar ten minste een keer een huis-aan-huisblad en 75 procent een lokale editie van een regionaal dagblad.[1] Dagbladen verschijnen frequenter dan huis-aan-huisbladen en bieden, mede daardoor, meer informatie. Het gemiddelde nummerbereik van alle regionale dagbladen is echter slechts 30 procent.[2]

Zoals al uit andere stukken op de website is gebleken, is er bij de regionale dagbladen al enkele jaren zowel een terugloop van het bereik als van de totale oplage. Een daling in oplage en bereik is een duidelijke indicatie van minder abonnees en minder advertentie-inkomsten. Regionale dagbladen worden door de teruglopende oplage en de economische crisis niet alleen harder getroffen dan landelijke kranten, zij hebben vanwege hun verhoudingsgewijs oudere en minder koopkrachtige doelgroep bovendien minder mogelijkheden voor het genereren van inkomsten uit internetactiviteiten, zoals het installeren van een betaalmuur op internet. Aangezien jaarlijks het aantal abonnementen terugloopt, is het verhogen van de abonnementsprijzen een optie waarvan regionale dagbladen maar heel beperkt gebruik kunnen maken. Mogelijkheden die overblijven, zijn besparingen op de productie en verspreiding, en vooral op de redactie.

In 2007 heeft de Mediamonitor de ontwikkeling van het aantal uitgevers, kernkranten, titels en lokale dagbladedities in Nederland onderzocht en is nagegaan in hoeverre sprake was van een verandering tussen 1987 en 2006. Een uitkomst was dat het aantal uitgevers, kernkranten en titels meer dan gehalveerd was, maar dat het aantal edities juist was toegenomen. De uitgevers bespaarden enerzijds door titels samen te voegen en anderzijds door in verschillende titels dezelfde bovenregionale berichtgeving te gebruiken. Om dit laatste verschijnsel te benoemen introduceerde de Mediamonitor indertijd de naam kernkrant: als een titel unieke bovenregionale berichtgeving aanbiedt, dan is die titel tegelijk ook kernkrant. Daarnaast als verschillende titels over dezelfde bovenregionale berichtgeving beschikken, dan vormen die titels samen één kernkrant. Van deze synergie die ontstaat door samenvoeging van bovenregionale berichtgeving, hebben destijds vooral de dagbladen van Wegener nauwelijks gebruik gemaakt. Inmiddels is bekend dat het aantal journalisten bij Wegener de laatste tien jaar is teruggelopen en dat dit mogelijk ten koste gaat van de diversiteit van de bovenregionale berichtgeving.

Dit hoofdstuk onderzoekt of de bovenregionale synergie in de laatste jaren verder is toegenomen, dus of meer titels dezelfde bovenregionale berichtgeving publiceren en wat dit betekent voor het aantal kernkranten. Daarnaast wordt ingezoomd op de regionale en lokale informatie. Een lezer van het Eindhovens Dagblad zal het niet merken of uitmaken dat de bovenregionale berichtgeving in zijn krant dezelfde is als in de Provinciale Zeeuwse Courant of het Brabants Dagblad. Voor de regionale en lokale berichtgeving geldt dit echter niet. Dat is juist waar een regionaal dagblad zich mee onderscheidt van andere regionale en landelijke dagbladen. De journalisten schrijven over de ontwikkelingen in een bepaalde gemeente en hebben zo een controlerende functie ten aanzien van het provinciale en lokale bestuur. Uitgevers worden door noodzakelijke bezuinigingen echter voor de lastige keuze gesteld met bepaalde edities te stoppen, edities samen te voegen of minder journalisten over een groter gebied te laten schrijven. Deze laatste besparing kan leiden tot minder unieke lokale berichtgeving, waarmee de toegevoegde waarde van het regionale dagblad afneemt. Minder lokale edities, minder lokale berichtgeving en vooral minder berichten over politieke onderwerpen, kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor zowel het daadwerkelijke aanbod aan lokaal nieuws als voor de bereidheid van de lezer om nog langer voor het dagblad te betalen.

Op basis van een vergelijkende analyse van het hergebruik van bovenregionale en regionale berichten op één dag in 2006 en in 2013[3], is voor de verschillende uitgevers een inschatting van de redactionele synergie te geven en de daarmee samenhangende bedreiging van de pluriformiteit. Daarbij is er een focus op de ontwikkeling van de aanbiedersconcentratie, het aantal kernkranten, het aantal titels, het aantal edities, het aantal regionale/lokale berichten en het aandeel unieke regionale/lokale berichten.

 

Overeenkomst tussen titels

Van de 19 uitgevers van regionale dagbladen die er in 1987 waren, zijn er in 2013 nog maar 6 over. Na een periode van fusies en overnames zette de aanbiedersconcentratie na 2006 onverminderd door met een gemiddelde daling van één aanbieder per jaar. In 2013 zijn de grootste aanbieders van regionale dagbladen Mecom en Telegraaf Media Groep (TMG).

Er is steeds meer sprake van samenwerking tussen titels, met name als het gaat om de bovenregionale berichtgeving. Deze ontwikkeling lijkt samen te hangen met de ondergang van persbureau de Geassocieerde Pers Diensten (GPD). Na de beslissing van Mecom’s dochters Media Groep Limburg (MGL) en Wegener om niet meer deel te nemen aan GPD, is vervolgens besloten de persdienst na 76 jaar op 1 januari 2013 te laten ophouden met bestaan. Op hun beurt hebben Wegener en MGL een eigen persdienst opgezet onder de naam De Persdienst (DPd). Elke dag maakt een redactie kant-en-klare pagina’s met nieuwsberichten over bovenregionale gebeurtenissen, economie, sport en cultuur. Naar eigen zeggen wordt hiermee de berichtgeving voor dertien kranten verzorgd, met een gezamenlijke oplage van meer dan een miljoen.[4] Het gaat daarbij om de dagbladen van Mecom en de regionale HDC-dagbladen uitgegeven door TMG. Het gebruik van DPd komt inderdaad naar voren wanneer de titels onderzocht worden.

In een eerste analyse is beoordeeld of de berichtgeving van de HDC-bladen overeenkomt met de berichtgeving van de Mecom-titels. Dat blijkt niet het geval, alleen in uitzonderingsgevallen zijn de berichten in grote mate gelijk. Bij de dagbladen van Mecom onderling was wel sprake van identieke pagina’s.

In 2006 werd opgemerkt dat de HDC-bladen volgens een overeenkomstig concept zijn opgemaakt en dat de bovenregionale berichtgeving, zowel op de voorpagina als verderop in de krant, bijna volledig hetzelfde is. In 2013 is dit niet veranderd. Bij de dagbladen van Mecom komen het bovenregionale en het regionale nieuws van Dagblad De Limburger en Het Limburgs Dagblad volledig overeen. De overige Mecom-titels zijn minder eenduidig. Dat heeft op het eerste oog vooral met de voorpagina te maken: de verschillende titels maken een eigen keuze in de berichtgeving op de voorpagina. De Twentsche Courant Tubantia stelt de regio voorop en integreert het katern “Nederland & de Wereld”, met het bovenregionale nieuws, als een aparte bijlage in de krant. Ook het Eindhovens Dagblad laat op de voorpagina de regionale berichtgeving voorgaan. De andere dagbladen kiezen vooral voor bovenregionale berichten of een geografische mix.

Overeenkomst-dagbladedities

Zoals bovenstaande figuur laat zien, betekent een eigen berichtgeving op de voorpagina niet noodzakelijkerwijs dat de gehele bovenregionale berichtgeving verschilt. Om dit te onderzoeken zijn van alle Mecom-titels de bovenregionale berichten geanalyseerd, met uitzondering van de sportberichten, en is vastgesteld hoe exclusief die berichten zijn (tabel 1). De bovenregionale berichtgeving van de meeste Wegener-dagbladen is vooral op de voorpagina exclusief. De Stentor en BN/De Stem vullen de gewone berichtgeving vaker met kleinere berichten aan, maar exclusieve berichten zijn ook hier de uitzondering. In geen enkel door Wegener uitgegeven dagblad was meer dan 1 op de 5 berichten exclusief. Ongeveer 60 procent van alle berichten is in minstens 7 van de 8 titels te vinden.

De analyse toont aan dat bij Mecom in 2013 zowel de Wegener- als de MGL-dagbladen uiteindelijk ieder één kernkrant vormen.

Tabel 1. Exclusiviteit van berichten in titels behorend tot Mecom in 2013 (in procenten) 

Exclusieve berichten Bericht ook in enkele andere Mecom-titels Bericht in bijna alle kranten Aantal onderzochte berichten
MGL-dagbladen 35,5 22,6 41,9 31
de Gelderlander 7,7 28,2 64,1 39
De Stentor 18,4 21,1 60,5 38
Brabant Dagblad 8,1 24,4 67,5 37
De Twentsche Courant Tubantia 8,1 27,1 64,8 37
BN/De Stem 15,4 20,5 64,1 39
Eindhovens Dagblad 8,6 20,0 71,4 46
PZC 8,8 19,8 71,4 31

 

Bij de andere dagbladuitgevers laat een vergelijking van de bovenregionale berichtgeving geen opvallende overeenstemming zien. Hoe lang dit zo zal blijven, is de vraag: AD en Het Parool leveren sinds 1 januari 2013 landelijk nieuws aan Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant en omgekeerd zullen kranten uitgebracht door De Persgroep gebruik maken van berichten aangeboden door de Noordelijke Dagbladcombinatie (NDC).[5]

 

Situatieschets door de jaren heen

Vooral door de gedeelde bovenregionale berichtgeving van de Wegener-dagbladen is er een daling in het aantal kernkranten: in 1987 waren er in Nederland 38 kernkranten, in 2006 nog 17 en in 2013 is dat aantal verder gedaald naar 10. Dit leidt tot een verdere afname van de pluriformiteit van de landelijke nieuwsvoorziening. De verwachting is dat deze trend zich ook in de komende jaren zal voortzetten.

aantallen
Tussen 1987 en 2006 zijn veel titels samengevoegd of verdwenen. Na die periode is het aantal titels slechts met 1 gedaald: Almere Vandaag verschijnt nog maar 4 in plaats van 5 keer per week en telt daarom niet langer mee als dagbladtitel.

Directe concurrent van de regionale dagbladen zijn de gratis verspreide huis-aan-huisbladen. De huis-aan-huisbladen zijn buiten de analyse gelaten omdat ze vanwege de lagere verschijningsfrequentie niet onder de noemer ‘dagblad’ vallen. Toch bedienen de regionale dagbladen en de huis-aan-huisbladen dezelfde doelgroep, namelijk de inwoners van een bepaald gebied. Naast de combinatie van bovenregionaal en regionaal nieuws, moet de kwaliteit en omvang van de lokale berichtgeving dan ook doorslaggevend zijn om de lezer zover te krijgen dat hij voor de informatie wil betalen. Nadat tussen 1987 en 2006 enkele nieuwe edities zijn verschenen, zijn sommige intussen juist weer verdwenen. In 2013 is het aantal edities teruggelopen tot iets minder dan 25 jaar geleden.

Tabel 2. Aantal kernkranten, titels en edities per uitgever

Uitgever 2006 2013
Kernkranten Titels Edities Kernkranten Titels Edities
BDU 1 1 1 1 1 1
De Persgroep* 2 8 19 2 8 19
Friesch Dagblad** 1 1 1 1 1 1
Mecom* 8 9 83 2 9 65
NDC Mediagroep 2 2 13 2 2 9
TMG* 3 7 21 2 6 19
Alle uitgevers 17 28 138 10 27 114

* Ten behoeve van de vergelijkbaarheid is bij de uitgevers uitgegaan van de samenstelling in 2013. Dit betekent dat zowel in 2006 als in 2013 Wegener en MGL onder Mecom worden gerekend, AD en Het Parool onder De Persgroep en Metro, HDC Media en Almere Vandaag onder TMG.

** Na afronding van het onderzoek, op 2 juli 2013, is het Friesch Dagblad voor het symbolische bedrag van 1 euro overgenomen door NDC Mediagroep. Daarmee zijn medio 2013 nog maar vijf uitgevers actief op de markt voor regionale dagbladen.

Op aanbiedersniveau is te zien dat meer dan 50 procent van alle lokale edities in Nederland wordt uitgegeven door Mecom (tabel 2). In 2006 heeft deze aanbieder zowel het hoogste aantal kernkranten, als titels en edities. In 2013 is het aantal kernkranten weliswaar gedaald, maar nog steeds is Mecom de sterkste speler als het gaat om hoeveelheid titels en edities.

Op de tweede plaats staat in 2013 De Persgroep met, net als in 2006, 2 kernkranten, 8 titels en 19 edities. TMG was in 2006 sterker vertegenwoordigd dan De Persgroep wat betreft aantal kernkranten en edities. In 2013 is sprake van een daling en verzorgt de uitgever nog maar 2 kernkranten, 6 titels en 19 edities.

De kleinere uitgevers BDU en NDC Mediagroep laten een nagenoeg stabiel beeld zien. BDU brengt alleen de Barneveldse Courant uit. NDC heeft een gelijkblijvend aantal kernkranten en titels, maar heeft wel de hoeveelheid edities teruggebracht.

 

Regionale dagbladen in 2006 en 2013

De regionale dagbladen bereiken steeds minder lezers: kwam in 2006 nog 36,3 procent van de Nederlanders in contact met een regionaal dagblad, in 2013 is dit aandeel gedaald naar 29,9 procent. Het bereik van de landelijke dagbladen daalde in diezelfde periode van 37,2 naar 33,5 procent. Daarbij komt dat de lezers van regionale dagbladen gemiddeld ouder zijn dan de lezers van de landelijke dagbladen.[6] Dit betekent dat de doelgroep commercieel gezien minder interessant wordt gevonden. De teruglopende advertentie-inkomsten zijn moeilijk alleen door redactionele besparingen te compenseren.

De oplage van de regionale dagbladen is sinds 2006 jaarlijks met gemiddeld 3 procent gedaald. Om de verliezen uit teruglopende oplages te compenseren, kan de prijs van de krant verhoogd worden. De kans dat bestaande lezers hun abonnement zullen opzeggen vanwege verhoogde prijzen is mogelijk klein, aangezien in de meeste gevallen geen ander regionaal dagblad als alternatief kan dienen. Daarentegen kan een hogere prijs er wel voor zorgen dat nieuwe lezers zich minder snel op het regionale dagblad zullen abonneren. Op korte termijn kan een prijsverhoging dus wellicht een mogelijkheid zijn om meer inkomsten te generen, op langere termijn valt dit nog te bezien.

Een analyse van de prijs laat zien dat dagbladen in de laatste jaren aanzienlijk duurder zijn geworden (tabel 3). Zo was de gemiddelde prijs in 2006 1,16 euro, in 2013 was dat bijna 50 procent meer. Dat betekent dat de prijzen gemiddeld meer dan 7 procent per jaar zijn gestegen. Een toename die beduidend hoger ligt dan de stijging van 2 procent van de consumentenprijsindex (CPI) en ook hoger dan de gemiddelde prijsstijging van 4 procent voor kranten en tijdschriften (zie www.cbs.nl).

Met name de prijs voor de dagbladen van Mecom is fors gestegen. De Gelderlander en De Stentor laten tussen 2006 en 2013 slechts een verhoging van 39 procent zien, maar de prijzen van het Brabants Dagblad, Eindhovens Dagblad en de twee Limburgse dagbladen stijgen met 56 procent: van 1,25 naar 1,95 euro.

Bij de overige titels vallen Dagblad van het Noorden en Het Parool op. Bij beide titels is de prijs in 7 jaar tijd met 60 procent verhoogd: van 1,00 naar 1,60 euro. De minste prijsverandering is te zien bij de relatief kleinere Leeuwarder Courant, Barneveldse Courant en Friesch Dagblad. Zij hebben respectievelijk met stijgingen van 33, 30 en 25 procent te maken.

Terwijl in 2006 de prijzen van de titels onderling nog verschilden, hebben de Mecom-dagbladen in 2013 allemaal de hoogste prijs van 1,95 euro. De kranten van TMG volgen met een prijs van 1,75 euro. De Barneveldse Courant die wordt uitgegeven door BDU, is het goedkoopst.

Tabel 3. Prijs losse verkoop maandag t/m donderdag en formaat

Uitgever Titel Prijs (in procenten) Formaat
2006 2013 Toename in procenten 2006 2013
Mecom Brabants Dagblad 125 195 56,0 Broadsheet Tabloid
Mecom BN/De Stem 130 195 50,0 Broadsheet Tabloid
Mecom De Twentsche Courant Tubantia 130 195 50,0 Broadsheet Tabloid
Mecom De Gelderlander 140 195 39,3 Broadsheet Tabloid
Mecom De Stentor 140 195 39,3 Broadsheet Tabloid
Mecom Eindhovens Dagblad 125 195 56,0 Broadsheet Tabloid
Mecom PZC 130 195 50,0 Broadsheet Tabloid
Mecom Dagblad de Limburger 125 195 56,0 Broadsheet Tabloid
Mecom Limburgs Dagblad 125 195 56,0 Broadsheet Tabloid
De Persgroep AD Amersfoortse Courant 100 140 40,0 Tabloid Tabloid
De Persgroep AD De Dordtenaar 100 140 40,0 Tabloid Tabloid
De Persgroep AD Groene Hart 100 140 40,0 Tabloid Tabloid
De Persgroep AD Haagsche Courant 100 140 40,0 Tabloid Tabloid
De Persgroep AD Rivierenland 100 140 40,0 Tabloid Tabloid
De Persgroep AD Rotterdams Dagblad 100 140 40,0 Tabloid Tabloid
De Persgroep AD Utrechts Nieuwsblad 100 140 40,0 Tabloid Tabloid
De Persgroep Het Parool 100 160 60,0 Tabloid Tabloid
TMG Noordhollands Dagblad 125 175 40,0 Broadsheet Broadsheet
TMG Haarlems Dagblad 125 175 40,0 Broadsheet Broadsheet
TMG Leidsch dagblad 125 175 40,0 Broadsheet Broadsheet
TMG De Gooi en Eemlander 125 175 40,0 Broadsheet Broadsheet
NDC Mediagroep Dagblad van het Noorden 100 160 60,0 Broadsheet Tabloid
NDC Mediagroep Leeuwarder Courant 120 160 33,3 Broadsheet Tabloid
Friesch Dagblad Friesch Dagblad 120 150 25,0 Broadsheet Tabloid
BDU Barneveldse Courant 100 130 30,0 Tabloid Tabloid
Gemiddelde prijs 116 168 44,0

 

Naast een aanpassing in de prijs, zijn ten opzichte van 2006 nagenoeg alle regionale dagbladen overgestapt op een kleiner formaat. Het Parool was het eerste regionale dagblad dat in 2004 overstapte van broadsheet op tabloid. Door de jaren heen volgden de andere titels, met als laatste de TMG-dagbladen in april 2013 (na het afronden van de analyse). Redenen voor het overstappen op tabloidformaat kunnen liggen in het bieden van een handiger formaat voor de lezer en kostenbesparingen.

Een gezamenlijk moment van verschijnen kan voor de distributiekosten in toekomst een grotere rol spelen als uitgevers op dit gebied verder hun krachten bundelen. Samen met de Leeuwarder Courant verschijnt sinds april 2013 het Friesch Dagblad in de ochtend in plaats van de middag.

Ook het aanpassen van het aantal pagina’s dat dagelijks gevuld moet worden met nieuwsberichten kan een kostenbesparing opleveren. Omdat de meeste dagbladen tussen 2006 en 2013 zijn overgestapt van broadsheet op tabloid, is het lastig een vergelijking tussen die jaren te maken. Wel kan de verhouding worden berekend tussen het aandeel regionale en lokale pagina’s in beide jaren.

In 2006 bestond bij de dagbladen van Wegener 30 procent van een titel uit regionaal en lokaal gerichte pagina’s (tabel 4). In 2013 is dit aandeel opgelopen naar 32 procent. Bij de dagbladen van AD en TMG zijn de percentages gedaald, hoewel het ook bij die aanbieders om minimale verschillen gaat.

Tabel 4. Aandeel regionale/lokale pagina’s ten opzichte van alle pagina’s (in procenten)

Kernkranten 2006 2013
Mecom 29,9 32,2
De Persgroep 22,8 20,3
TMG 33,8 31,5

Naast het aandeel pagina’s dat wordt besteed aan lokale en regionale berichtgeving, kan ook de hoeveelheid en grootte van de berichten worden vastgesteld. Hiertoe zijn alle lokaal en regionaal gerichte nieuwsberichten geanalyseerd in alle edities die op de onderzoeksdag in 2006 en 2013 zijn verschenen.

In 2006 zijn per editie gemiddeld 39 berichten gericht op lokaal of regionaal nieuws (tabel 5). Dit aantal is bij de titels van De Persgroep het grootste: per editie gaan 45 berichten in op een lokale of regionale gebeurtenis. De door NDC uitgegeven titels laten het laagste aantal zien, met 34 berichten per editie. De gemiddelde grootte van de afzonderlijke berichten ligt bij alle uitgevers op 2, wat staat voor middelgroot.

In 2013 is het totale aantal lokale of regionale berichten iets lager dan in 2006. Wel heeft De Persgroep opnieuw het grootste aantal. Met uitzondering van NDC hebben de overige aanbieders met een lichte afname te maken. De gemiddelde grootte per bericht is iets toegenomen, maar blijft afgerond 2.

Tabel 5. Omvang regionale en lokale berichtgeving in 2006 en 2013

Uitgever 2006 2013
Gem. aantal regionale berichten Gem. grootte van de regionale berichten (klein = 1, groot =3) Aantal geanalyseerde edities Gem. aantal regionale berichten Gem. grootte van de regionale berichten (klein = 1, groot =3) Aantal geanalyseerde edities
Mecom 37,9 1,8 83 33,6 2,2 65
De Persgroep 44,5 2,0 15 46,5 1,9 15
TMG 40,8 1,9 17 33,5 1,9 16
NDC Mediagroep 33,6 1,8 13 33,8 2,1 9
Alle uitgevers 38,6 1,8 128 35,5 2,1 105

 

Deze analyse is gebaseerd op één onderzochte dag, maar aangezien die dag geen bijzondere gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, is de verwachting dat de uitkomst representatief is. Aanvullend is in 2013 ook het aandeel politieke regionale en lokale berichten onderzocht. Gemiddeld heeft één op de vier berichten aandacht voor specifieke lokale/regionale partijen of politici, de burgemeester, de gemeenteraad of het provinciale bestuur.

 

Exclusiviteit van lokale en regionale berichten

De toegevoegde waarde van een lokale editie wordt bepaald door de mate van exclusiviteit van de berichtgeving, oftewel: in hoeverre de geplaatste berichten niet ook in een andere editie te vinden zijn. Berichten die in meerdere edities staan, zijn gericht op een bredere doelgroep en daarmee minder lokaal. Een voorbeeld van twee edities die bijna exact hetzelfde brengen, levert de Leeuwarder Courant, uitgegeven door NDC. Bij de analyse in 2013 zijn twee van de drie edities volledig identiek, met uitzondering van enkele advertenties. Daarnaast zijn de edities Parkstad, Heuvelland en Sittard-Geleen van het Limburgs Dagblad en Dagblad de Limburger zowel in 2006 als in 2013 helemaal hetzelfde, Dagblad de Limburger brengt aanvullend nog een op Maastricht en vier op Limburg gerichte edities uit.

Gebleken is al dat het aantal regionale en lokale berichten in 2013 enigszins lager is dan in 2006. Het aantal berichten dat identiek wordt overgenomen in andere edities is echter, gemiddeld over alle uitgevers gemeten, exact hetzelfde gebleven: zowel in 2006 als in 2013 ligt dit op 24,3 berichten per dagblad (tabel 6). Op uitgeversniveau zijn wel verschillen waargenomen. Mecom, De Persgroep en TMG tonen een lichte verlaging van het aantal overeenkomstige berichten. Bij NDC kwamen in 2006 24,7 berichten in meerdere edities voor en in 2013 is dat toegenomen tot 28,1 berichten.

Tabel 6. Identieke en exclusieve regionale en lokale berichten

Gem. aantal berichten identiek in andere edities Gem. aantal berichten alleen/exclusief in deze editie Aandeel exclusieve berichten (in procenten)
2006 2013 2006 2013 2006 2013
Mecom 22,8 22,7 15,1 10,9 40,8 32,1
De Persgroep 30,6 29,7 13,9 16,8 33,3 36,7
TMG 25,8 23,6 15,0 9,9 39,4 33,5
NDC Mediagroep 24,7 28,1 8,9 6,7 28,0 20,0
Alle uitgevers 24,3 24,3 14,3 11,2 38,4 31,9

Het aantal berichten dat juist niet in andere edities voorkomt is van gemiddeld 14,3 naar 11,2 berichten gedaald. Dat betekent dat de exclusiviteit van een editie door de jaren heen kleiner is geworden. De aanbieder met de meeste unieke berichten per editie, is in 2006 Mecom, op de voet gevolgd door TMG. In 2013 is het aantal bij deze uitgevers juist gedaald, terwijl het bij De Persgroep is toegenomen tot ver boven het gemiddelde. Procentueel gezien is het aandeel edities waar een lokaal of regionaal bericht in verschijnt zowel in 2006 als in 2013 juist groter bij De Persgroep dan bij Mecom of TMG.

 

Conclusie

Tot een aantal jaren geleden waren er veelal meerdere regionale dagbladen per regio beschikbaar. Sinds 1987 zijn er op uitzoneringen na lokale en regionale monopolies ontstaan en is er sprake van een vergaande concentratie (zie ook hoofdstuk 4). Het gevolg hiervan is een verminderde diversiteit van het aanbod aan bovenregionaal nieuws en ook het lokale nieuws komt steeds meer in het gedrang. De kleiner wordende vraag naar regionale dagbladen kan tot gevolg hebben dat het aanbod geringer en duurder wordt. Als dit uitgangspunt de toekomst voorspelt, betekent dat weinig goeds voor de diversiteit en onafhankelijkheid van de regionale dagbladjournalistiek.

De mogelijkheid bestaat dat Mecom de Nederlandse regionale dagbladen zal afstoten en overdragen aan een van de bestaande aanbieders. Hierdoor zou verdere concentratie plaatsvinden. Daarnaast berichten vele uitgevers in het voorjaar van 2013 over noodgedwongen ontslagrondes van journalisten. Wat deze ontwikkelingen voor gevolgen hebben op de bovenregionale en lokale berichtgeving zal blijken.

[5] Een beschrijving van de methode is te vinden in de methodische verantwoording op deze site.

Deel deze pagina