Ontwikkeling dagbladenmarkt (2007)

4In het rapport Mediaconcentratie in Beeld 2005 zijn de ontwikkelingen voor televisie en radio over een langere periode beschreven, waardoor markttrends beter zichtbaar werden. Dit stuk geeft een vergelijkbaar overzicht voor de dagbladenmarkt.

Van grote invloed op de veranderingen in het televisie- en radiolandschap was de komst van commerciële omroepen eind jaren tachtig. Het verlenen van commerciële zendvergunningen vanaf 1992 leidde tot een aanzienlijk aantal op Nederland gerichte commerciële televisie- en radiozenders. Bij de dagbladen is de ontwikkeling omgekeerd: door de vele fusies en overnamen is het aantal zelfstandige uitgevers sinds het eind van de jaren vijftig alleen maar afgenomen.

Tussen 1959 en 1980 is sprake van meer dan een halvering van het aantal zelfstandige ondernemingen dat een dagblad uitgeeft. Daarna blijft de situatie vrijwel stabiel tot 1987, het jaar dat als startpunt is genomen van dit overzicht. Een beschrijving van de periode na 1987 sluit naadloos aan op de door Memelink en Verschuren samengestelde “Media Atlas van Nederland”, waarin voor het laatst een compleet overzicht werd geboden van de aantallen uitgevers, titels en edities.

Dit stuk biedt om te beginnen een reconstructie van de periode 1987 tot en met 2006: de wordingsgeschiedenis van de uitgevers van dit moment. Van de grootste uitgevers worden de oplage-ontwikkeling van de betaalde dagbladen en het bijbehorende verloop van de marktaandelen tot 2006 nader beschouwd. Ook aanbiedersconcentratie komt aan bod, eveneens tot 2006. Gratis, specialistische en zondagskranten zijn om praktische redenen buiten beschouwing gelaten.

Vervolgens wordt gekeken naar de gescheiden landelijke en regionale dagbladenmarkt, waarvan na de introductie van het nieuwe AD in september 2005 feitelijk niet langer gesproken kan worden. Naast die van de totale markten wordt ook de oplage-ontwikkeling van enkele specifiek landelijke en – los daarvan – enkele regionale titels met elkaar vergeleken. Verder wordt kort stilgestaan bij de oplage van Nederlandse kranten in het buitenland.

Ten slotte wordt het verloop van dagbladtitels aan de hand van het nieuwe begrip kernkrant beschreven.

 

Uitgevers

Historisch overzicht dagbladenuitgevers

Anno 2006 zijn elf zelfstandige dagbladondernemingen actief op de Nederlandse markt voor betaalde dagbladen. In 1987 was hun aantal nog twee keer zo groot. Naast enkele kleinere uitgevers als Erdee Media Groep (Reformatorisch Dagblad) en Koninklijke BDU Uitgevers (Barneveldse Krant) die al vóór 1987 op de markt actief waren, zijn drie partijen recentelijk ontstaan. Dit betreft dagbladen die zich hebben los gemaakt van een van de drie grotere uitgevers: Het Parool (verzelfstandiging na vertrek uit PCM Uitgevers), AD Nieuwsmedia (het opgaan van voormalige PCM- en Wegener-dagbladen in een joint venture) en Media Groep Limburg (door Telegraaf Media Groep verkocht aan investeringsmaatschappij Mecom). Vier uitgevers spelen in de afgelopen twintig jaar een grote rol; zij danken hun huidige omvang aan ettelijke fusies en overnamen. Deze komen tot uitdrukking in het kleurverloop binnen onderstaande figuur.

Zelfstandige dagblandondernemingen

Onderstaande figuur toont zelfstandige dagbladondernemingen die in de periode 1987 tot en met 1998 van de markt zijn verdwenen. Ze zijn aflopend gerangschikt naar het jaar vóór de beëindiging van hun zelfstandigheid. Sinds VNU zijn dagbladen in 1999 aan Wegener verkocht, hebben geen overnamen of fusies plaatsgevonden waarbij uitgevers van de markt verdwenen.

Verdwenen zelfstandige dagbladondernemingen

Wegener is het meest betrokken geweest bij fusies en/of overnamen: in totaal vijf keer in de afgelopen twintig jaar. Begin vorige eeuw begonnen als uitgever van de Nieuwe Apeldoornse Courant, groeit het bedrijf eind jaren tachtig door overnamen van Drents Groningse Pers (1975), Utrechts Nieuwsblad (1981) en Koninklijke Tijl (1988) uit tot een van de grootste uitgevers van regionale dagbladen. Begin jaren negentig vormt de onderneming samen met Van der Loeff en Wolters Kluwer voor korte tijd het samenwerkingsverband Oostelijke Dagbladen Combinatie (ODC). Als deze combinatie uiteindelijk opgaat in Wegener (1991) wordt de naam Wegener-Tijl ingekort tot ‘Wegener’. In 1994 en 1997 worden respectievelijk Sijthoff Pers en Provinciale Zeeuwse Courant onderdeel van de dagbladonderneming, die na de fusie met muziekuitgever Arcade in 1996 opnieuw van naam is veranderd. In 1999 trekt VNU zich van de dagbladenmarkt terug en verkoopt haar titels (waaronder de in 1988 overgenomen dagbladen van Audet) aan Wegener Arcade. Naast dominante posities in Utrecht, Overijssel en Flevoland, beschikt het concern eind jaren negentig over een stevige marktpositie in Noord-Brabant, Gelderland en Zeeland en daarmee in de helft van alle provincies. In 2001 laat Wegener de toevoeging Arcade vallen. Bij het honderdjarig bestaan in 2003 wordt het predikaat ‘Koninklijk’ verworven.

Ook Telegraaf Media Groep (TMG), PCM Uitgevers en NDC/VBK de uitgevers zijn in hun huidige vorm ontstaan uit een aaneenschakeling van fusies en overnamen. Zo maakt de Hollandse Dagblad Combinatie (HDC) met ingang van 1993 deel uit van het Telegraaf-concern. Het samenwerkingsverband HDC is een jaar daarvoor ontstaan uit het samengaan van Damiate en Verenigde Noordhollandse Dagbladen (VND). Vier jaar later volgt de overname van De Gooien Eemlander, waarmee TMG een dominante positie in Noord-Holland krijgt. Een soortgelijke positie in Limburg wordt medio 2006 opgegeven, wanneer Media Groep Limburg (MGL) wordt verkocht aan Mecom. MGL was in 1999 ontstaan, nadat Wegener het van VNU overgenomen  Dagblad De Limburger had doorverkocht aan de uitgever van De Telegraaf. De titel werd destijds samen met Limburgs Dagblad ondergebracht in één werkmaatschappij.

PCM en NDC/VBK zijn beide tot stand gekomen als gevolg van een fusie met zowel een boekenuitgever als een krantenuitgever. ‘Noordelijke Dagblad Combinatie’ (NDC) is de nieuwe naam die dagbladonderneming Fries-Gronings-Drentse Pers (FGDP) gaat voeren in 1994, het jaar waarin enkele dagbladen in Drenthe en Groningen worden overgenomen van Wegener. FGDP was op zijn beurt het gevolg van een uit 1990 stammende fusie tussen Friese Pers en Hazewinkel Pers. De toevoeging ‘VBK de uitgevers’ is het resultaat van het samengaan met boekenuitgever Veen, Bosch en Keuning in 2005. PCM bewandelt de omgekeerde weg: de naam ontstaat na het fuseren van De Perscombinatie met boekenuitgever Meulenhof in 1994. Een jaar later koopt PCM de Nederlandse Dagblad Unie (NDU) van Reed Elsevier en wordt in één klap de grootste uitgever van landelijke dagbladen. Ook het Rotterdams Dagblad – een joint venture tussen NDU en Sijthoff Pers, in 1991 ontstaan uit het samengaan van Rotterdams Nieuwsblad en Het Vrije Volk (De Arbeiderspers) – gaat bij die gelegenheid over op PCM.

 

Ontwikkeling oplage uitgevers

Het verloop van de oplage op de markt voor betaalde dagbladen wordt gekenmerkt door twee duidelijke fasen. Tot en met 1996 is sprake van een lichte toename met 3 procent tot ongeveer 4,7 miljoen exemplaren per dag. Hierna daalt de oplage tot en met 2005 met ruim 900.000 exemplaren ofwel met bijna 20 procent. Met name vanaf 1999 blijkt de daling ieder jaar ingrijpender te zijn geworden: deze is opgelopen tot 4 procent in 2005.

Oplage betaalde dagbladen

Hierbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat in 1997 statistisch gezien sprake is van een trendbreuk. In plaats van een jaarlijkse meting in september, worden de oplagegegevens met ingang van 1997 doorlopend gemeten. Dat jaar lijken vanuit het niets 240.000 exemplaren minder verkocht te zijn dan het jaar daarvoor. Dit heeft te maken met een concentratie van marketingacties tijdens de gemeten periode.

Bovenstaande figuur toont ook het verloop van oplagen bij de drie grootste uitgevers. Opvallende stijgingenvallen bij TMG, Wegener en PCM samen met overnamen van dagbladen. Bij PCM en Wegener stijgt de oplage bijvoorbeeld na de overnamen van respectievelijk de NDU-dagbladen (1995) en de VNU-dagbladen (1999); dit geldt eveneens voor TMG (overname HDC in 1993 en overname Dagblad De Limburger van VNU, doorverkocht door Wegener) in 1999. De daling van de totale betaalde oplage in 1997 is bij deze uitgevers pas zichtbaar vanaf 2000: 176.000 (Telegraaf), 177.000 (Wegener) en 321.000 exemplaren (PCM), overeenkomend met percentages van respectievelijk 13, 14 en 24. Het laatstgenoemde percentage valt samen met het vertrek van Het Parool in 2003.

 

Marktaandelen uitgevers

De ontwikkeling in de marktaandelen van uitgevers van betaalde dagbladen wordt gekenmerkt door drie fasen. In de eerste fase vanaf 1987 zijn de vijf grootste uitgevers in volgorde van aflopend marktaandeel: NV Holdingmaatschappij De Telegraaf, de Nederlandse Dagblad Unie, De Perscombinatie, Audet en Wegener’s Courantenconcern. Hun gezamenlijke marktaandeel komt uit op ruim 60 procent. Zeventien middelgrote en kleine uitgevers maken op dat moment deel uit van de categorie ‘overige’. Dit verandert echter al in 1988, wanneer Audet wordt overgenomen door VNU. De laatste wordt daarmee in één keer de grootste speler op de dagbladenmarkt en zal dit tot 1993 blijven. De meeste zelfstandige dagbladondernemingen verdwijnen in de fase tussen 1987 en 1994. Het merendeel gaat op in een van de grotere concurrenten VNU, Telegraaf of Wegener. Het gezamenlijke marktaandeel van de vijf grootste groeit naar zo’n 90 procent.

Marktaandelen uitgevers betaalde dagbladen

De tweede fase wordt aan begin en einde gemarkeerd door een belangrijke overname. De Perscombinatie – inmiddels PCM Uitgevers – neemt in 1995 NDU over van Reed Elsevier. Tot 1999 hebben nog maar vier uitgevers een gelijkblijvend, gezamenlijk marktaandeel van 90procent. Met het vertrek van VNU resteren in de derde en laatste fase enkel nog Telegraaf, Wegener en PCM. Hun gezamenlijke marktaandeel daalt de laatste jaren onder invloed van het verzelfstandigen van dagbladen zoals voormalig PCM-dagblad Het Parool. Het onderbrengen van diverse regionale dagbladtitels en één landelijke titel door Wegener en PCM in een joint venture AD Nieuwsmedia valt net buiten de gemeten periode (tot en met het derde kwartaal van 2005).

 

Aanbiedersconcentratie

De aanbiedersconcentratie op de dagbladenmarkt kan worden gemeten met behulp van de Herfindahl Hirschman Index (HHI). In de figuur hieronder wordt uitgegaan van een situatie waarbij betaalde landelijke en regionale dagbladen op dezelfde markt met elkaar concurreren. Hoe hoger de HHI, des te sterker de concentratie op de markt.

Tot 1995 is sprake van gematigde concentratie. De HHI beweegt zich lange tijd rond de 0.12, maar vertoont vanaf 1992 een stijgende tred. Met de overname van de NDU-dagbladen door PCM in 1995 bereikt de HHI een voorlopig hoogtepunt. Bij 0.21 kan gesproken worden van een sterk geconcentreerde markt, een situatie die min of meer onveranderd blijft tot 1999. In dat jaar doet VNU zijn dagbladen van de hand en stijgt de HHI verder door naar het hoogste punt in de beschreven periode: 0.28. Na 2003 is er sprake van deconcentratie, waarbij de HHI als gevolg van de verzelfstandiging van Het Parool weer iets afneemt. Met de oprichting van AD Nieuwsmedia (september 2005) en de verkoop van Media Groep Limburg (juni 2006) zal de HHI naar verwachting opnieuw afnemen.

Aanbiedersconcentratie op de markt voor betaalde dagbladen

Titels

Ontwikkeling oplage dagbladtitels

Delen we de dagbladenmarkt op in een afzonderlijke landelijke en regionale markt, dan zien we dat tot 1997 sprake is van een licht afwijkend verloop. Tegenover een zeer geringe daling bij de regionale dagbladen staat een lichte stijging bij de landelijke dagbladen. Daarna laten beide min of meer dezelfde dalende trend zien, waarbij de oplage van de regionale dagbladen verhoudingsgewijs iets sterker afneemt dan die van de landelijke dagbladen. De landelijke en regionale markten verhouden zich in 1987 als 43 staat tot 57. Over twintig jaar gezien verandert dit licht ten gunste van de landelijke dagbladen.

Oplage betaalde dagbladen: totaal, landelijk en regionaal

 Tot 2006 was het mogelijk landelijke en regionale dagbladenmarkten afzonderlijk te analy­seren. Met de komst van het nieuwe AD – waarin zowel landelijke als regionale titels zijn opgegaan – is dit onderscheid niet langer houdbaar. In onderstaande figuur zijn de vijf grootste landelijke titels tegen elkaar afgezet. Voor vrijwel alle titels is tot 1997 sprake van een stijgend oplageverloop, met als uitschieters NRC Handelsblad (34 procent) en de Volkskrant (24 procent). Alleen het Algemeen Dagblad vertoont een grilliger verloop. In de periode 1997 tot 2006 krijgen alle titels te maken met oplagedalingen, die fors uitpakken voor het Algemeen Dagblad (32 procent) en de Volkskrant (16 procent); de overige titels weten de daling te beperken tot een percentage van rond de 6 procent.

Betaalde oplage landelijke dagbladtitels

Onderstaande figuur toont de oplage-ontwikkeling van vier regionale dagbladtitels. De overweging om juist voor deze titels te kiezen, hangt samen met het begrip ‘kernkranten’. In de volgende paragraaf wordt dit begrip nader toegelicht. Bij de regionale dagbladen droeg de vorming van kernkranten bij aan het dalende oplageverloop.

Betaalde oplage regionale dagbladtitels

Zo leidde de samenvoeging van Haagsche Courant / Goudsche Courant met Het Binnenhof in 1992 tot één nieuwe kernkrant. Hierbinnen bleven in eerste instantie drie titels voortbestaan die voortaan beschikten over dezelfde bovenregionale berichtgeving. Wel werd de Leidse Courant, die voor die tijd deel uitmaakte van de kernkrant Het Binnenhof, verkocht aan het Leidsch Dagblad. In 1993 wordt besloten de titel Het Binnenhof helemaal op te heffen. De gevolgen voor de oplage zijn duidelijk af te lezen uit figuur 4.8: een voortgaande daling.

Bij het Noordhollands Dagblad vormt het verschijnsel van kernkranten eveneens een belangrijke verklaring voor het grillige oplageverloop tot 1997. Bij de fusie van Damiate en VND in 1992 wordt De Typhoon samen met de editie De Zaanlander omgevormd tot een nieuwe editie van het Noordhollands Dagblad: ‘Dagblad De Zaanstreek’. Reeds in 1989 had De Typhoon zijn status als zelfstandige kernkrant moeten opgeven aan het Leidsch Dagblad / Alphens Dagblad; nu verloor het tevens zijn titelstatus. Het overgaan van De Typhoon in 1992 van de ene kernkrant (Leidsch Dagblad / Alphens Dagblad) op de andere (Noordhollands Dagblad) verklaart de opleving in de figuur.

Anders verging het het Rotterdams Dagblad, dat in 1991 ontstond uit een fusie tussen twee kernkranten: Rotterdams Nieuwsblad en Het Vrije Volk. Vergeleken bij zijn slecht lopende voorgangers, slaagt de fusiekrant er in de oplage tot 1997 op een stabiel niveau te houden.

Als enige is de Leeuwarder Courant gedurende de gehele periode onveranderd gebleven. Ook de oplage is over twintig jaar ongeveer op hetzelfde niveau gebleven.

Waar tot 1997 sprake is van een verschillend verloop, vertonen de vier dagbladtitels na 1997 alle een dalende trend, in lijn met het gemiddelde oplageverloop van de regionale dagbladen (figuur 6). Het is echter opvallend dat bij Haagsche Courant / Goudsche Courant en Rotterdams Dagblad de daling bijna twee keer zo hard verloopt als bij Noordhollands Dagblad en Leeuwarder Courant.

 

Buitenlandse oplage

Naast de binnenlandse markt hebben sommige Nederlandse kranten ook afzetmarkten in het buitenland. Deze is voor de meeste titels marginaal en geldt in het bijzonder voor de grote landelijke kranten, zoals De Telegraaf en Algemeen Dagblad. De Telegraaf haalt een redelijke oplage uit losse verkoop. Op het hoogtepunt in 2003 staan 736.000 exemplaren in Nederland tegenover 29.000 in het buitenland verkochte dagbladen. Dit is ongeveer 4 procent van de totale betaalde oplage van De Telegraaf in dat jaar. De uitgever maakt hierbij gebruikvan drukkerijen in Spanje, Frankrijk, Italië, Turkije en op de Canarische Eilanden.

 

Betaalde oplage dagbladtitels in het buitenland

Het Algemeen Dagblad (3.300 exemplaren), de Volkskrant (2.200 exemplaren) en NRC Handelsblad (2.500 exemplaren) staan in 2006 nog altijd op ruime afstand van De Telegraaf. Regionale dagbladen halen nauwelijks noemenswaardige oplagecijfers in het buitenland. Een  uitzondering is Dagblad De Limburger, dat er sinds 1994 in slaagt een abonneebestand van rond de 1.500 exemplaren in het buitenland vast te houden. Naast potentiële Belgische lezers hangt dit vermoedelijk samen met een groeiend aantal Nederlanders dat over de grens woont of werkt, gecombineerd met de bereidheid van de uitgever in het buitenland te bezorgen. De krant vermeldt op de voorpagina aparte prijzen voor Nederland en België. Koninklijke Wegener komt enigszins in de buurt van Dagblad De Limburger met de gezamenlijke oplage van de Brabantse dagbladen. Daarnaast biedt de uitgever Nederlanders die in Duitsland wonen momenteel de mogelijkheid zich te abonneren op Twentsche Courant Tubantia.

Kernkranten

Bij een kernkrant is sprake van unieke bovenregionale berichtgeving. Meerdere dagbladtitels behoren tot een en dezelfde kernkrant, indien zij over dezelfde bovenregionale berichtgeving beschikken. Op het vlak van regionale en lokale berichtgeving verschillen zij dan echter wel van elkaar. Een kernkrant kan ook slechts één titel omvatten. Hieronder wordt ingegaan op de vraag hoe kernkranten zich tot zelfstandige titels en uitgevers verhouden en hoe ze zich in de loop der tijd hebben ontwikkeld.

Op basis van de literatuur alleen valt niet met zekerheid te zeggen welke kranten precies op welk moment deel uitmaakten van een en dezelfde kernkrant. Reeds gangbare termen zoals ‘rompbladen’ of ‘kopbladen’ leveren hierbij bruikbare aanknopingspunten. Zij zijn echter afwisselend van toepassing op titels, edities dan wel op beide en daarom niet geschikt om dit verschijnsel te beschrijven. In plaats hiervan is in de fysieke krant gezocht naar exacte overeenkomsten in de berichtgeving op de voorpagina en elders in de krant. Wanneer op het oog zelfstandige  titels hun bovenregionale berichtgeving delen, worden zij door de Monitor gerekend tot een en dezelfde kernkrant.

Alle dagbladtitels die tussen 1987 en 2006 te maken kregen met een samenvoeging op het niveau van titel of kernkrant zijn voor dit rapport nader onderzocht. Hierbij is het jaar waarin de wijziging plaatsvond als vertrekpunt genomen en is van daaruit steeds een jaar teruggegaan om te kijken vanaf welk jaartal de kernkrant een feit was. De resultaten zijn verwerkt in onderstaande figuren. Wijzigingen in het kleurverloop binnen een kernkrant geven aan dat iets aan de samenstelling is veranderd. Dit wordt hieronder voor elke kernkrant afzonderlijk nogmaals toegelicht.

Kernkranten

Verdwenen kernkranten

Vijf landelijke en vier regionale dagbladen behoren tot de langst bestaande zelfstandige kernkranten, die in hun huidige vorm ongewijzigd bleven. Samenvoegingen met andere titels bleven hen bespaard en zij voorzien alleen in het bovenregionale nieuws van de eigen titel. De redactie van NRC Handelsblad is op dat laatste punt een uitzondering. Sinds de introductie van nrc.next  in 2006 is deze redactie ook verantwoordelijk voor die titel. Er is dus niet per definitie sprake van een één-op-één-relatie tussen een zelfstandige redactie en een kernkrant. Van 13 van de 22 kernkranten in 2006 is de samenstelling sinds 1987 minimaal één keer gewijzigd. Dit gebeurde op verschillende manieren, uiteenlopend van het fuseren van twee kernkranten tot één geheel nieuwe titel, het opgaan van de ene kernkrant in de andere, tot het opheffen van een of meerdere kernkranten. Hieronder volgt een overzicht van fusiekranten waarbij gelijktijdig een of meerdere kernkranten opgingen in één nieuwe kernkrant onder een nieuwe titel:

  • AD-dagbladen

De kernkranten Rotterdams Dagblad, Haagsche Courant / Goudsche Courant en Utrechts Nieuwsblad / Amersfoortse Courant fuseerden in 2005 met Algemeen Dagblad tot de ‘nieuwe’ kernkrant AD. Rijn en Gouwe en De Dordtenaar, die ook opgingen in het nieuwe AD, maakten al eerder gebruik van het bovenregionale nieuws van Algemeen Dagblad.

  • de Stentor

Ontstaan in 2003 uit IJssel Dagbladen Combinatie, het samenwerkingsverband dat een jaar eerder werd gevormd door de kernkranten Apeldoornse Courant en Zwolse Courant.

  • Dagblad van het Noorden

Samenvoeging van de kernkranten Nieuwsblad van het Noorden en de combinatie Drentse Courant / Groninger Dagblad in 2002.

  • BN – DeStem

Fusie van Brabants Nieuwsblad en DeStem in 1998.

  • De Twentsche Courant Tubantia

Fusie van De Twentsche Courant en Tubantia in 1996. Beide kranten maakten een jaar eerder al gebruik van hetzelfde bovenregionale nieuws en vormden dus toen al één kernkrant.

Niet vermeld zijn Dagblad De Limburger (in 1996 voortgekomen uit De Limburger en Dagblad voor Noord-Limburg) en Rotterdams Dagblad (onstaan na een fusie van Rotterdams Nieuwsblad en Het Vrije Volk in 1991), aangezien beide titels in respectievelijk 2003 en 2005 nogmaals van kernkrant zouden veranderen.

Het ontstaan van een kernkrant kan ook plaatsvinden met behoud van de eigen titel. In dergelijke gevallen wordt de redactie voor bovenregionaal nieuws van de betrokken titels gecentraliseerdmet een andere redactie terwijl de titels gehandhaafd blijven. Een dergelijke, indirecte ontstaanswijze van kernkranten was in de afgelopen twintig jaar verreweg het gebruikelijkst. Doordat de titels als zodanig in stand gehouden worden, is de vorming van een kernkrant minder goed zichtbaar. Meestal wordt de hoofdredacteur van de grootste titel qua oplage aangewezen als hoofdredacteur van de nieuwe combinatie.

Een overzicht van kernkranten waarbij een of meerdere kernkranten de eigen titel behielden:

  • HDC-dagbladen

In 1992 ging de combinatie Leidsch Dagblad / Alphens Dagblad één kernkrant vormen met Haar- lems Dagblad / IJmuider Courant. In 2001 werd de redactie van de combinatie De Gooi- en Eemlander /Dagblad van Almere gecentraliseerd met de combinatie Haarlems Dagblad / IJmuider Courant /Leidsch Dagblad (Alphens Dagblad werd in 1993 opgeheven). Vanaf dat moment  deelden zes titels hetzelfde bovenregionale nieuws. Centralisering met het Noordhollands Dagblad mondde in 2004 uit in één nieuwe kernkrant: HDC-dagbladen.

  • MGL-dagbladen

De kernkranten Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad hoefden na het NMA-besluit eind 2005 officieel niet langer de onderlinge redactionele onafhankelijkheid te garanderen. De kranten maakten in de praktijk al sinds 2003 gebruik van hetzelfde bovenregionale nieuws.

  • De Courant Nieuws van de Dag

Deze krant verdween in 1998 door op te gaan in De Telegraaf.

  • Apeldoornse Courant

In 1994 gingen Apeldoornse Courant, Gelders Dagblad, Deventer Dagblad, Overijssels Dagblad en Arnhemse Courant op in één kernkrant. Vanaf dat moment hadden deze titels hetzelfde bovenregionale nieuws en vielen zij onder de hoofdredacteur van de Apeldoornse Courant.

  • Utrechts Nieuwsblad

In 1994 vormden Dagblad Rivierenland, Amersfoortse Courant en Veluws Dagblad één kernkrant met Utrechts Nieuwsblad, dat daarna tevens de hoofdredactie ging voeren.

  • Het Nieuwsblad

Het Nieuwsblad ging in 1993 op in Brabants Dagblad, maar maakte een jaar daarvoor al gebruik van hetzelfde bovenregionale nieuws.

  • Het Binnenhof / Leidse Courant

De kernkrant Het Binnenhof / Leidse Courant ging in 1992 deel uitmaken van de kernkrant Haagsche Courant / Goudsche Courant, maar werd een jaar later opgeheven. Leidse Courant werd in 1992 verkocht aan het Telegraaf-concern en werd vervolgens van de markt gehaald.

Het zonder meer opheffen van kernkranten kwam de afgelopen twintig jaar zelden voor. Dit gebeurde eigenlijk alleen bij De Waarheid die in 1990 ophield te verschijnen. Wel verdwenener ruim veertig dagbladen die deel uitmaakten van een kernkrant en dus niet zelfstandig waren. Dit geldt voor titels als Flevo-Parool (1988), Nieuwe Zeister Courant (in 1992 opgegaan in Utrechts Nieuwsblad), Helmonds Dagblad (in 1993 opgegaan in Eindhovens Dagblad), Arnhemse Courant (in 2001 opgegaan in de Gelderlander) en Dagblad van Almere (in 2003 opgegaan in HDC-dagbladen).

 

Aantal uitgevers, kernkranten en titels

Het aantal dagbladtitels is sinds 1987 drastisch afgenomen. Dit geldt eveneens voor het aantal uitgevers en kernkranten. Aan de afname van het aantal kernkranten en titels liggen inde meeste gevallen fusies en overnamen ten grondslag. Zoals in de vorige paragraaf al is opgemerkt, kunnen die leiden tot opheffing van titels, centraliseren van de redactie voor bovenregionaal nieuws met behoud van titels of tot het laten opgaan van meerdere kernkranten in één nieuwe titel tevens kernkrant.

Aantal uitgevers, kernkranten en titels op de markt voor betaalde dagbladen

In de periode van 1987 tot en met 1994 verdween de helft van het aantal uitgevers, een derde van de titels en een kwart van de kernkranten. Van 1994 tot en met 2002 is het verloop van de uitgevers en kernkranten vergeleken met de periode daarvoor redelijk stabiel. Het aantal titels daalt in deze periode echter opnieuw met een derde. Vanaf 2002 lijkt het aantal titels zich te stabiliseren, terwijl het aantal kernkranten opnieuw afneemt. De toename van het aantal uitgevers wordt veroorzaakt door verzelfstandiging (Het Parool), afstoting (Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad) en het oprichten van een joint venture voor het ‘nieuwe’ AD.

In tabel 1 is voor de afgelopen twintig jaar het verloop van kernkranten in kaart gebracht. Hierbij zijn drie opeenvolgende fasen te onderscheiden. In de fase van 1987 tot 1994 is met name de verdwijning van titels (28) en kernkranten (12) beeldbepalend. Titels gingen op in een bestaande titel, waarmee zij dikwijls al een kernkrant vormden (Nieuwe Zeister Courant in Utrechts Nieuwsblad, Het Binnenhof in Haagsche Courant), ze veranderden van titel in editie (De Typhoon werd Dagblad Zaanstreek onder Noordhollands Dagblad) of werden zonder meer opgeheven (Leidse Courant). In het geval van De Waarheid verdween behalve een titel ook een kernkrant.

Tabel 1: ontwikkelingsfasen kernkranten
Fase 1987-1994 Fase 1995-2002 Fase 2003-heden
Titel / kernkrant verdwijnt 28 13 3
Kernkrant verdwijnt – titel gehandhaafd 12 1 2
Kernkrantenfusie 2 6 3
Nieuwe titel / kernkrant 2 0 1

Door de vorming van het nieuwe AD is in de fase 2003-heden vooralsnog sprake van een verdere teruggang van het aantal kernkranten. Met de introductie van nrc.next in 2006 is er echter ook een nieuwe kernkrant bijgekomen.In de fase 1995-2002 is relatief vaak sprake van een fusie van twee of meer kernkranten tot één kernkrant onder een nieuwe titel. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de Twentsche Courant Tubantia. De praktijk van het opheffen van een kernkrant door aansluiting bij een bestaande kernkrant met behoud van de titel, blijkt meer dan eens een voorbode te zijn van het geheel verdwij nen van de titel in kwestie. Zo kwam Dagblad van het Noorden voort uit twee kernkranten met vier titels, terwijl De Stentor naast twee kernkranten tegelijkertijd ook nog acht titels verving.

Deel deze pagina