Onafhankelijkheid van nieuwsredacties (2015)

Management samenvatting

Journalistieke onafhankelijkheid onder druk

Twee derde van de hoofdredacteuren van Nederlandse nieuwsredacties vindt dat er momenteel meer risico’s op schending van de redactionele onafhankelijkheid zijn dan vijf jaar geleden. Ook verwachten zij dat deze druk alleen nog maar verder toe zal nemen. De hoofdredacteuren verklaren deze toename onder meer door het teruglopen van de financiële middelen, wat redacties kleiner maakt en zorgt voor meer freelancers, wat de kwetsbaarheid vergroot. Ook wordt er meer marktdenken en ‘ondernemende journalistiek’ verwacht. Daarnaast signaleren zij dat de keuze van onderwerpen in toenemende mate wordt bepaald door wat scoort bij de gebruiker. En dat zijn niet altijd de vanuit journalistiek oogpunt meest belangrijke onderwerpen.

Dat het belang van de journalistieke onafhankelijkheid de komende vijf jaar alleen maar zal toenemen, komt deels doordat de bedreigingen van die onafhankelijkheid steeds groter worden: minder redacties, minder journalisten in vaste dienst en steeds meer freelancers, reorganisaties en ontslagrondes. Hoewel de invloed van directie, aandeelhouders, overheid, adverteerders of sponsors op redactionele beslissingen niet is toegenomen, zijn redacties wel in toenemende mate betrokken bij marketing. Maar het is vooral de lezer, kijker, luisteraar die meer invloed heeft gekregen. Niet alleen de professionele nieuwswaarden van een gebeurtenis bepalen of en in welke mate een redactie erover rapporteert, tegenwoordig krijgen de wensen en voorkeuren van de gebruiker zelf een steeds grotere rol. Met deze verschuiving van aanbod naar vraag ontstaat een maatschappelijk risico: nieuwsmedia zullen steeds minder een overzicht brengen van nieuws dat volgens journalisten belangrijk is, maar vooral aanbieden wat de lezer, kijker of luisteraar leuk en interessant vindt.

 

Redactiestatuut biedt bescherming

Wie aan een redactie denkt, heeft meestal een groep redacteuren voor ogen. Intussen is er echter geen team meer nodig om een televisiekanaal of on-demanddienst te vullen; het gehele proces kan door één of enkele personen worden gedaan, al dan niet in samenwerking met externe partijen. Volgens de Mediawet is een media-instelling verplicht met de redactiemedewerkers een redactiestatuut af te spreken, waarin de journalistieke rechten en plichten van deze werknemers worden geregeld. Hoewel dit statuut voor sommige redacties geactualiseerd moet worden en niet altijd even bekend is onder redacteuren, wordt het gezien als goede bescherming voor de redactionele onafhankelijkheid, zeker bij fusies en overnames. Waar het echter gaat om de onafhankelijkheid van redacties met een minimale bezetting, verdient het aanbeveling om de uitwerking en de wettelijke verankering van het redactiestatuut goed tegen het licht te houden.

 

Groeiende pr-productie, krimpende journalistiek

Onafhankelijke berichtgeving zal in de toekomst minder onafhankelijk zijn. Ook het belang van de journalist zal afnemen; een deel van het nieuws bereikt het publiek nu al zonder dat de poortwachter hierin een actieve rol speelt. Zo is bekend dat een groot deel van het binnenlandse nieuws gebaseerd is op persberichten[1] en dat de berichtgeving van de onafhankelijke redacties vaak geheel of gedeeltelijk rust op pr-materiaal.[2] Dat is niet zo vreemd: de productie van persberichten is de laatste jaren enorm geprofessionaliseerd. In Nederland houden ongeveer 15.000 journalisten zich met onafhankelijke berichtgeving bezig, van wie 5.000 ook bedrijfsjournalistieke werkzaamheden uitvoeren. Daarnaast staan zo’n 135.000 tot 156.000 communicatiemedewerkers, waarvan velen zich ook bezighouden met het schrijven van persberichten.[3] Zo verzwakt de positie van de journalistiek als onafhankelijke poortwachter en krimpt de ruimte voor onafhankelijke professionele journalistiek.

Nu valt ook te beargumenteren, zoals voormalig ANP-hoofdredacteur Rob de Spa doet, dat het een goede ontwikkeling is dat persbureaus redacties veel werk uit handen nemen. Zo kunnen die zich weer op andere vlakken onderscheiden. Redacties bepalen misschien in mindere mate wat de thema’s van het maatschappelijke debat zijn, maar nog wel wat de context is.[4]

 

Transparantie over beïnvloeding

Vroeger bereikte nieuws de gebruiker pas na een journalistieke voorselectie, tegenwoordig gebeurt dat steeds vaker direct. Meer dan ooit neemt de gebruiker een centrale plek in: het bereiken van de doelgroep is immers van levensbelang voor een medium. Als de gebruiker niet tevreden is, dan zal hij het journalistieke product niet meer afnemen, er niet meer voor betalen en niet meer door de advertenties worden bereikt. Voor publiek gefinancierde media geldt weliswaar dat deze wat minder afhankelijk zijn van hun afnemers, maar ook zij hebben zonder publiek geen bestaansrecht.

Als de journalist in de toekomst in steeds mindere mate voor onafhankelijke berichtgeving kan zorgen, hoe weet de nieuwsconsument dan hoe (on)afhankelijk de berichtgeving is? Als een gebruiker er niet meer van uit kan gaan dat berichten onafhankelijk zijn, dan moet er een mogelijkheid komen om dat zelf te controleren. Het onderzoeksteam Gevaarlijk Spel concludeert dat meer transparantie over de gehanteerde werkwijze een tegenwicht zou vormen voor de toenemende invloed van pr en voorlichting, die er belang bij hebben dat het publiek geen zicht heeft op hun werk.[5]

Op televisie en radio moeten reclameboodschappen duidelijk herkenbaar zijn, sponsors en productplaatsing moeten worden vermeld. In persproducten is reclame meestal ook herkenbaar, maar branded content krijgt steeds meer ruimte. Een goed voorbeeld biedt Metro, dat regelmatig een pagina besteedt aan één onderwerp, bijvoorbeeld een film. Daarbij wordt expliciet aangegeven: “Branded Content. In samenwerking met Warner Bros.” Positief hieraan is dat de gebruiker informatie krijgt over mogelijke commerciële beïnvloeding.

Waar nu bij berichten wordt aangegeven dat deze niet onafhankelijk tot stand zijn gekomen, kan er ook voor worden gekozen aan te geven wanneer een bericht wel onafhankelijk is. Journalist Chris Aalberts vindt dat het hoog tijd is dat journalisten expliciet maken in hoeverre hun redactionele inhoud daadwerkelijk onafhankelijk tot stand is gekomen.[6] De gebruiker zal met meer transparantie zijn geholpen, want hij weet welke bron achter een bepaald bericht staat en in hoeverre eerst ANP en/of een redactie of journalist het bericht hebben bewerkt. Bovendien kan, nu voor bijna alle producten kwaliteitscriteria worden gegeven, voor een onafhankelijk bericht meer geld worden gevraagd dan voor een voornamelijk overgenomen bijdrage. Het vertrouwen in journalisten zal stijgen als voor eenieder duidelijk wordt wat ze doen en wat niet.

 

1. Inleiding

Onafhankelijke berichtgeving door de media is van essentieel belang voor een democratie. In de woorden van staatssecretaris Dekker: “Een levende democratie vergt onafhankelijke, pluriforme, kwalitatieve journalistiek die impact heeft op de samenleving.”[7] De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) onderkent dit: “Onafhankelijke journalistiek die voorziet in pluriforme nieuws- en informatievoorziening is en blijft een essentiële voorwaarde voor de democratie.”[8]

Maar is die journalistieke berichtgeving nog wel onafhankelijk? Sinds 2001 verricht de Mediamonitor van het Commissariaat voor de Media jaarlijks onderzoek naar ontwikkelingen in de Nederlandse mediasector en de mogelijke gevolgen daarvan op de pluriformiteit en de onafhankelijkheid. Met name voor de dagbladsector zijn het woelige jaren: in de afgelopen jaren hebben digitalisering en bezuinigingen geleid tot een reeks reorganisaties, overnames en fusies, vaak met de nodige ontslagen tot gevolg. Door deze bewegingen is de concentratie op de dagbladmarkt aanzienlijk toegenomen, waarbij weinig aandacht is uitgegaan naar het thema onafhankelijkheid. Niet alleen op het niveau van een medium, maar ook op het niveau van individuele redactieleden is het de vraag wat de invloed is van de toegenomen onzekerheid over het voortbestaan van titel of baan. Met andere woorden: is, als het erop aankomt, onafhankelijkheid belangrijker dan zekerheid over inkomsten? Is die onafhankelijkheid voldoende geborgd?

Al in de eerste Mediamonitor-jaren pleitte het Commissariaat op Europees niveau voor meer aandacht voor onafhankelijkheid. Zorg was er enerzijds voor de vervlechting van informatie met commercie en entertainment, anderzijds voor verstrengeling van eigendom van de mediaconcerns en belangen van politici. In de Mediamonitor van 2004 werd de volgende uitspraak gedaan: “Vervlakking en verruwing zijn waarneembaar en pluriformiteit en onafhankelijkheid staan onder druk.”

Jaar na jaar houdt het Commissariaat de vinger aan de pols als het gaat om onafhankelijkheid en pluriformiteit. In 2015 is ‘onafhankelijkheid’ zelfs vastgesteld als een van de twee toezichtthema’s van het jaar. Onafhankelijkheid is immers een essentiële journalistieke waarde, zoals meer dan driekwart van de Nederlandse journalisten onderschrijft.[9] Onderzoek naar journalistieke onafhankelijkheid in de praktijk is echter zeldzaam. Voor de Mediamonitor 2014-2015 is onderzoek gedaan naar de onafhankelijkheid van nieuwsredacties. Na eerst inzage in de ontwikkelingen die van invloed zijn op de redactionele onafhankelijkheid en het gevoerde debat, worden later in dit artikel de resultaten van het onderzoek gepresenteerd.

Elk jaar staat in de Mediamonitor te lezen dat de concentratie op de Nederlandse mediamarkten is toegenomen. Vooral op de dagbladen- en tijdschriftenmarkt, maar de televisiemarkt kent eveneens een hoge concentratie. Beperkingen van opiniemacht, die er tot 2011 nog waren, zijn uit de Mediawet geschrapt en voorgenomen concentraties worden alleen nog aan de hand van de mededingingswet beoordeeld. Een recente analyse van uitspraken door Belgische en Nederlandse mededingingsautoriteiten over gemelde overnames van mediabedrijven wijst uit dat 92 procent van alle argumenten uitsluitend economisch van aard is (bijvoorbeeld relevante markt, concurrentie en marktmacht) en 7 procent naast economische ook niet-economische aspecten bevat, zoals keuze voor consumenten, opiniemacht en redactionele controle. Bij minder dan één procent worden uitsluitend niet-economische argumenten gebruikt.[10]

In 2000 ging de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), inmiddels onderdeel van Autoriteit Consument & Markt (ACM), onder voorwaarden akkoord met de voorgenomen overname van dagblad De Limburger door de Telegraaf. Zo wordt gesteld dat “de Telegraaf-groep zich ertoe verplicht de commerciële en redactionele onafhankelijkheid van De Limburger en het Limburgs Dagblad te waarborgen.”[11] In 2000 nam Wegener, uitgever van onder meer de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC), VNU Dagbladen over, uitgever van onder meer BN/De Stem. De NMa verplichtte Wegener de onafhankelijkheid van de betrokken edities van de titels PZC en BN/De Stem in Zeeuws-Vlaanderen na de overname in stand te houden. Nadat was geconstateerd dat beide kranten samenwerken, schreef de NMa: “De NMa is van mening dat het voorschrift duidelijk is. Daarom kan er geen misverstand bestaan dat de onderlinge onafhankelijkheid van PZC en BN/De Stem in Zeeuws-Vlaanderen gegarandeerd moest worden. Hierdoor was het dus ook niet toegestaan de (regio)redacties van deze twee concurrerende dagbladen samen te voegen en een gezamenlijk commercieel beleid te laten voeren.”[12]

Het aantal algemene redacties is door samenvoeging en samenwerking van regionale dagbladtitels sterk gedaald. Zo wordt de bovenregionale berichtgeving van alle Wegener-dagbladen geleverd door één centrale algemene redactie. Concentratie leidt tot minder redacties en veelal ook tot minder onafhankelijke redacties.

 

2. Bedreigingen en beschermingsmogelijkheden in kaart

‘Onafhankelijkheid’ is net als ‘waarheid’ en ‘objectiviteit’ een van de kernprincipes van journalisten en redacties. Volgens de Duitse onderzoeker Pöttker betekent onafhankelijkheid dat een journalist of redactie zich bij de onderwerpskeuze niet door niet-journalistieke interesses laat leiden.[13] De Code voor de journalistiek[14] stelt dat de journalist zijn werk in onafhankelijkheid verricht, (de schijn van) belangenverstrengeling vermijdt en geen materiële of immateriële vergoedingen aanneemt die bedoeld zijn om berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan. Ook de Code van de Raad voor de Journalistiek[15] hecht eenzelfde belang aan onafhankelijkheid. Alleen als de onafhankelijkheid is gewaarborgd, kan het publiek erop vertrouwen dat het nieuws op een professionele manier door journalisten wordt geselecteerd en gepresenteerd.

Maar voor niets gaat alleen de zon op. Nieuws is niet gratis en wie betaalt, bepaalt. De onafhankelijkheid van dat nieuws is dan ook geen vanzelfsprekendheid. Als nieuws direct en volledig door de consument wordt betaald, lijkt er weinig gevaar voor de redactionele onafhankelijkheid. Het risico op inmenging schuilt met name in de commerciële communicatie en het verkopen van niet-journalistieke producten. Daarbij kunnen aandeelhouders in tijden van toenemende concentratie steeds meer invloed krijgen.

Ook de overheid kan invloed uitoefenen op de journalistiek door bijvoorbeeld selectief informatie aan bepaalde redacties te geven of door politieke standpunten duidelijk naar voren te laten komen bij de verstrekking van zogenaamd objectieve informatie.

Ten slotte heeft ook de consument, zij het indirect, invloed op het gebodene. Een medium wil immers bieden waar zijn doelgroep behoefte aan heeft. Aangezien die behoefte door de toenemende interactiviteit steeds eenvoudiger kan worden vastgesteld en gevolgd, kan het zijn dat media bij redactionele keuzes steeds nadrukkelijker rekening (moeten) houden met de interesses van hun gebruikers.

In de volgende alinea’s worden deze bedreigingen nader besproken: wat is hun invloed op redactionele onafhankelijkheid?

 

Overheid en politiek

Eind 2011 zette de toenmalige Duitse president Christian Wulff de hoofdredacteur van Bild onder druk om niet te berichten over een omstreden lening die hij had ontvangen. Daarnaast schakelde Wulff ook de directie van uitgeverij Springer in om de hoofdredacteur het zwijgen op te leggen.[16] In 2009 oefende de burgemeester van Utrecht druk uit op de hoofdredacteur van het huis-aan-huisblad Ons Utrecht om een bepaald artikel over gedeclareerde pensionkosten niet te plaatsen. Na weigering van de hoofdredacteur klopte hij aan bij de uitgever, die vervolgens, buiten medeweten van de hoofdredactie, de oplage heeft vernietigd en een nieuwe editie heeft laten drukken.[17]

Het gebeurt niet vaak dat dergelijke beïnvloedingspogingen bekend worden.

In mildere vorm oefenen politici en overheid geregeld invloed uit door bepaalde journalisten uit te nodigen voor binnen- en buitenlandse bezoeken of door belangrijke informatie nog voor verschijnen van het persbericht vrij te geven. Ook de relatie tussen regiojournalistiek en autoriteiten levert soms spanningen op, waarbij de onafhankelijkheid van de regiojournalistiek in het geding kan komen.[18] 

Publieke media worden helemaal of voornamelijk gefinancierd door publieke middelen. Indachtig het spreekwoord ’Wiens brood men eet, diens woord men spreekt’ lopen de nieuwsredacties van zowel de landelijke als de lokale en regionale publieke omroepen een risico eerder de mening van de overheden te volgen. Dagbladen hameren van oudsher op hun onafhankelijkheid en willen daarom vrij zijn van overheidsgeld. Door de commissie-Brinkman is in 2009 wel discussie ontstaan over staatssteun voor de pers.[19]

 

Risicofactoren

De RMO concludeert: “Meer dan vroeger staan journalisten en redacties bloot aan de druk van commerciële belangen, met mogelijk gevolgen voor hun publiekmaatschappelijke oriëntatie en onafhankelijkheid.”[20] De afgelopen jaren lijkt het aantal mogelijke bedreigingen voor de redactionele onafhankelijkheid toegenomen. Vier risicofactoren springen daarbij in het oog.

 

Afstand tussen redactie en marketing

Steeds vaker is er sprake van een mengeling tussen marketing en journalistiek. Zo zijn de hoofdredacties van de Wegener-dagbladen sinds kort ook verantwoordelijk voor marketing en delen redacteuren en marketingmedewerkers bij De Gelderlander en het Eindhovens Dagblad dezelfde ruimte.[21] Ook adverteerders kunnen direct en indirect invloed uitoefenen op de berichtgeving, wat ‘advertiser pressure’ wordt genoemd. Een door de Zwitserse mediatoezichthouder BAKOM gefinancierde enquête onder journalisten komt in 2014 tot de conclusie dat berichtgeving die voor het imago van de adverteerder negatief zal kunnen zijn zeldzaam is.[22] Uit onderzoek onder Amerikaanse hoofdredacteuren blijkt dat deze druk toeneemt.[23] Ook voor Duitsland heeft onderzoek deze trend bevestigd: 72 procent van de ondervraagde redacteuren bevestigt dat ze hebben waargenomen dat in het redactionele deel rekening wordt gehouden met de interesses van een adverteerder. Bijna de helft van de ondervraagden geeft aan dat er nu meer rekening met de wensen van de adverteerder wordt gehouden dan vroeger.[24]

De chef-politiek van de Britse kwaliteitskrant Daily Telegraph, Peter Oborne, nam begin 2015 op geruchtmakende wijze ontslag bij zijn krant toen daarin geen verslag werd gedaan van de schandalen waarin de bank HSBC, een belangrijke adverteerder, verwikkeld was geraakt. Hij lichtte zijn beslissing op 17 februari 2015 toe: volgens hem was er geen sprake meer van scheiding tussen commercie en redactie. “The coverage of HSBC in Britain’s Telegraph is a fraud on its readers. If major newspapers allow corporations to influence their content for fear of losing advertising revenue, democracy itself is in peril.”[25] Dat een tijdschrift of krant voor de adverteerderdoelgroep wordt gemaakt, beaamt, onder anderen, mediahistoricus Huub Wijfjes.

 

Commerciële communicatie en berichtgeving

Naast herkenbare reclame kunnen ook advertorials of thematische bijlagen, zoals reis-, kerst- en boekenspecials, invloed hebben op de berichtgeving. Zo zegt de manager van het mediabedrijf Ringier over zijn en andere tijdschriften: “Geeft een adverteerder aan dat hij Dubai wil, dan komt er een uitgave over Dubai.”[26]

Tot nu toe zijn er niet veel onderzoeken geweest waarbij naar de invloed op de berichtgeving is gekeken. De resultaten die er wel zijn, tonen een wisselend beeld. Sommige onderzoeken laten geen of alleen minimale invloed zien, andere tonen dat er wel degelijk invloed wordt uitgeoefend.[27] Een recent onderzoek geeft aan dat er zelfs een correlatie bestaat tussen reclamebestedingen van een adverteerder, de hoeveelheid berichtgeving en de toon daarvan.[28] Noemenswaardig is ook een ander recent onderzoek naar de berichtgeving over geselecteerde bedrijven in gratis en betaalde dagbladen uit Zwitserland.[29] Bij gratis dagbladen is er geen sprake van een strikte scheiding tussen reclame en redactionele berichtgeving. Dagblad Metro van 12 november 2014 wekt de indruk dat de situatie in Nederland niet heel anders is.[30] In het katern ‘In het nieuws’ bericht de Metro-redacteur onder de kop “Kranenborg uitgedaagd en kookt verrast een Lidl-diner” een niet herkenbaar commercieel beïnvloed bericht over de mogelijkheden een goedkoop en smaakvol diner te bereiden met producten uit de supermarkt Lidl. In dezelfde krant is op een andere plek een paginagrote advertentie van Lidl te vinden, waarin uitgebreid wordt verwezen naar de mogelijkheden om in december van het Lidl-assortiment te genieten. Het artikel over het Lidl-diner is een voorbeeld van ‘native advertising’, waarbij een reclameboodschap, al dan niet herkenbaar voor de lezer, op een natuurlijke manier is verwerkt in het nieuwsproduct. Dergelijke vormen komt de lezer ook bij andere titels steeds vaker tegen, zoals bij The New York Times, NRC Q en nu.nl.

 

Verkoop van niet journalistieke producten

Ook webwinkels kunnen een bedreiging voor de onafhankelijkheid van een redactie zijn. Het verkopen van producten die aan een mediaproduct worden gekoppeld, neemt ook in Nederland toe. Als een nieuwstitel andere consumentenproducten naast de nieuwsproducten verkoopt, zoals het geval is bij NRC Lux of de AD-webwinkel, dan is de redactie wellicht minder vrij om zich kritisch uit te laten over een van de aangeboden producten. Vooralsnog verkopen Nederlandse nieuwsmedia vooral dvd’s en boeken. Het Duitse dagblad Bild gaat nog veel verder en verkoopt onder de titel ‘Afzet kun je boeken’ de actieve promotie van zogenoemde Volks-producten.[31] Leunend op het succes van de Volkswagen creëert Bild voor producten van derden, zoals Volks-beddengoed, -kleding, -computer, -mobieltjes, -verzekeringen of Volks-energie, een positief en verkoopbevorderend imago. Naast de Volks-producten kan de lezer ook een Bild-bankrekening openen.

 

De gebruiker bepaalt

Niet alleen adverteerders en politici kunnen invloed op de onafhankelijkheid hebben, ook de gebruiker kan een rol spelen als het gaat om redactionele keuzes. Bereik van de doelgroep is van levensbelang voor een medium. Als de gebruiker niet tevreden is, dan zal hij het journalistieke product niet meer afnemen, er niet meer voor betalen en dus ook niet meer door de advertenties worden bereikt. Voor publiek gefinancierde media geldt weliswaar dat deze wat minder afhankelijk zijn van hun afnemers, maar ook zij hebben zonder publiek geen bestaansrecht.

In deze tijd van toenemende interactiviteit wordt de gebruiker steeds bepalender, omdat hij eenvoudig direct feedback kan geven, bijvoorbeeld via commentaren op sociale media. Een redactie kan er dan voor kiezen populaire onderwerpen vaker aan bod te laten komen. Ook de gebruikte tone of voice is belangrijk: voelt de lezer zich aangesproken door de manier waarop een bericht wordt gebracht? Hoe positiever een gebruiker is over een bericht, hoe positiever hij is over de gehele nieuwstitel. Het bereik van een titel neemt hierdoor toe en daarmee de aantrekkelijkheid voor adverteerders.

Het wordt steeds eenvoudiger om het gedrag van een gebruiker te volgen. Bestaande kijk- en luisteronderzoeken blijven zich ontwikkelen, het online volgen van hoe een digitale nieuwstitel wordt gebruikt, is volledig ingebed. Traditionele kwaliteitsmedia kiezen onderwerpen op basis van journalistieke selectiecriteria, boulevard- en sensatiebladen zoals Bild of The Sun op basis van de interesse van de meerderheid. Het is uiteindelijk aan de organisatie achter de nieuwstitel om een balans te vinden in wat de gebruiker wil en wat de nieuwstitel wil.

Het is evenwel aannemelijk dat door de digitalisering ook traditionele media meer rekening met de behoeften en interesses van de gebruikers (moeten) houden. Daar raakt deze ontwikkeling de redactionele vrijheid eigen onderwerpen te kiezen. Peter Oborne beschrijft de negatieve effecten bij de Daily Telegraph: “Stories seemed no longer judged by their importance, accuracy or appeal to those who actually bought the paper. The more important measure appeared to be the number of online visits.” [32] Aron Pilhofer, verantwoordelijk voor de digitale uitgave van The Guardian, ziet ook positieve kanten. Volgens hem moet digitale journalistiek “a conversation with readers” zijn. “This is one, if not the most important area of emphasis that traditional newsrooms are actually ignoring.”[33]

 

Mediaconcentratie en financiële gezondheid

De voor de nieuwsvoorziening belangrijke markt van dagbladen is sterk in beweging. Advertentie-inkomsten, oplage en bereik van perstitels nemen af. De negatieve invloed van financiële achteruitgang op de onafhankelijkheid maakt Kees Spaan, toenmalig voorzitter van de Nederlandse Dagbladpers, in 2006 al duidelijk: “Begrippen als onafhankelijkheid en vrijheid zijn tot in het absurde doorgevoerd. En dat kon allemaal, want er werden prachtige marges gemaakt, dus ook uitgevers werden daar een beetje lui van.”[34] Het wordt steeds duidelijker dat een dagblad misschien een ideëel product is, maar ook een commercieel product. Als een titel financieel in problemen komt, is te vermoeden dat de openheid voor commerciële of andere beïnvloeding toeneemt. In Duitsland, waar dagbladen eveneens onder druk staan, heeft in 2013 bijna de helft van de ondervraagde redacteuren aangegeven dat de invloed van de uitgever/eigenaar is toegenomen – 78 procent beoordeelde dit als negatief.[35]

Per 1 januari 2011 is de Tijdelijke wet mediaconcentraties afgeschaft. Met deze wet mocht een mediabedrijf door overname geen marktaandeel verkrijgen van 35 procent of meer op de dagbladenmarkt. Op de gezamenlijke markten van radio, televisie en dagbladen was 90 procent (bij een totaal van 300 procent) het maximum. Na het intrekken van deze wet is in 2012 voor het eerst het genoemde maximum van 35 procent op de markt van dagbladen overschreden. Ook de concentratie op de dagbladenmarkt neemt verder toe. Nadat ACM de overname van de Mecom-dagbladen door de Persgroep had goedgekeurd, is een nieuw hoogtepunt bereikt: bijna vier van de vijf dagbladexemplaren zijn afkomstig van twee uitgevers. Naarmate de organisaties groter worden, neemt de macht en de afhankelijkheid van het kapitaal (van de aandeelhouders) toe. Onderzoek laat zien dat de berichtgeving over economische ontwikkelingen van het concern waartoe een redactie hoort, beïnvloed wordt door de economisch interesses van het concern zelf.[36] Als de concentratie toeneemt, blijven steeds minder media over die onafhankelijk kunnen rapporteren. Vanwege de steeds dominantere positie van buitenlandse mediabedrijven op de Nederlandse markt, geldt er in ons land een bijkomende afhankelijkheid van de situatie buiten de landsgrenzen.

In de Mediamonitor 2012 staat te lezen dat het aantal dagbladen met een zelfstandige algemene redactie, de zogenaamde kernkranten, in de loop van de jaren behoorlijk is gedaald: van de 38 waren er in 2006 nog zeventien over en dat aantal is verder afgenomen tot tien in 2012. De redactionele concentratie is hoog.

Dat steeds minder uitgevers het beleid van steeds meer dagbladen bepalen, vormt een risico voor de onafhankelijkheid van redacties. Minder redacties betekent minder concurrentie en dus minder mogelijke tegenspraak en controle door andere poortwachters.

Daarbij komt dat de journalistieke media steeds commerciëler worden. Het rendement is leidend, ook omdat investeringsmaatschappijen mediabedrijven overnemen.[37] Noemenswaardig is ook de concentratie onder de nieuwsleveranciers. GPD bestaat niet meer en Novum is overgenomen door het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP). ANP zelf is sinds 2010 eigendom van investeringsmaatschappij V-Ventures.

 

Journalisten, freelancers en voorlichters

Als gevolg van de crisis in het algemeen en de dalende oplages en advertentie-inkomsten bij dagbladen in het bijzonder, worden redacties samengevoegd en/of medewerkers ontslagen. “In de vijf jaar dat ik hoofdredacteur ben, is de redactie met meer dan 30 procent gedaald”, zegt Hans Snijder van de Leeuwarder Courant eind 2014 tegen de Volkskrant.[38] De trend van inkrimping zet verder door, zoals recente berichten over ontslagen en reorganisatieronden bij NDC, Wegener en HDC bevestigen.[39]

 

Minder journalisten, meer werkdruk

De werkloosheid onder journalisten is in 2014 historisch hoog, het aantal vacatures historisch laag, zo blijkt uit onderzoek door Villamedia.[40] Het inkrimpen van redacties leidt ertoe dat in sommige gemeenten geen onafhankelijke verslaggever meer op de raadstribune zit.[41] Hoewel sommige gemeenten alle raadsvergaderingen rechtstreeks uitzenden op internet, zit er in andere gemeenten slechts één verslaggever van een lokaal medium in de zaal. Het is echter de vraag of die enkele journalist tegenover een sterk bestuur met bijbehorende voorlichters onafhankelijk kan opereren.[42] Niet zelden ‘koopt’ de gemeente de middenpagina’s van het plaatselijke huis-aan-huisblad of de wijkkrant in. Dat is wel informeren, maar niet onafhankelijk verantwoorden. Hier ontstaat een situatie waarin journalistiek niet meer voldoende tegenkracht jegens de (lokale) overheid kan uitoefenen.[43]

De terugloop van het aantal journalisten is vooral een gevolg van de financiële crisis, die de dagbladenmarkt hard raakt. De werkdruk stijgt en zal waarschijnlijk leiden tot minder uitgebreide onderzoeksjournalistiek. In een enquête gaf bijna driekwart van de Duitse journalisten aan te weinig tijd voor achtergrondanalyses te hebben: het gebrek aan tijd noemden ze de grootste bedreiging voor de persvrijheid.[44] Daarbij komt dat door het ontslag van collega’s de overgebleven journalisten onzeker worden, zoals 88 procent van ondervraagde Duitse journalisten toegaven.[45]

Het is nog maar de vraag of de traditionele journalistieke gedragscodes, waarin professionaliteit en onafhankelijkheid centraal staan, ook op de nieuwe media worden toegepast.[46] Eerder valt te vermoeden dat de neergang van dagbladen ertoe leidt dat nieuwsredacties aan belang verliezen en journalisten aan gezag.

 

Minder journalisten, meer freelancers

Het aandeel freelancers neemt toe,[47] maar hun positie is minder autonoom en beschermd dan die van redacteuren. Meer freelancers betekent dus minder onafhankelijkheid[48] en minder bescherming, omdat het redactiestatuut vaak alleen journalisten beschermt die onderdeel van een redactie uitmaken. Veel freelancers moeten op zoek gaan naar aanvullende werkzaamheden en hier biedt ‘branded journalism’, bijvoorbeeld in de vorm van advertorials, kansen. Van branded journalism is sprake als een adverteerder bestaande media of eigen kanalen gebruikt om zijn verhalen naast en tussen de gewone redactionele inhoud te verspreiden. “Met name voor freelance journalisten met een specialisme en een eigen schare volgers loont het in deze krappe tijden de moeite om te kijken wat er aan de andere kant van de muur te doen valt”, schreef blogger Ebele Wybenga in de Adformatie.[49] De kansen voor aanvullende inkomsten gaan echter wel gepaard met bedreigingen voor de onafhankelijkheid.

 

Minder journalisten, meer voorlichters

Het aantal journalisten neemt af, het aandeel freelancers neemt toe. Dit maakt een journalist nog afhankelijker van zijn bronnen, met name in de regio, zo stelt Kees Buijs, die onderzoek deed naar regiojournalistiek: “De belangen van journalist en bron zijn veelal sterk verweven en de afstanden zijn relatief kort. Als de belangen in een zaak tegengesteld komen te staan, neemt de irritatie en de kritiek op het functioneren van de redactie toe.”[50]

Tegelijk is in de laatste jaren het aantal voorlichters, pr-bureaus en persberichten toegenomen. Buijs verhaalt van een bezoek van de voorlichters van de gemeente Oss aan de plaatselijke editieredactie van het Brabants Dagblad: daar stonden elf voorlichters tegenover slechts vijf journalisten.[51]

 

Bescherming van de onafhankelijkheid

Mark Deuze, hoogleraar Mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam, wijst in zijn oratie op de toenemende afhankelijkheid van journalisten, of die nu als zelfstandig journalist werken of in loondienst.[52] Een deel van het journalistieke onafhankelijkheidsideaal verwijst Deuze naar de prullenbak, volgens hem is samenwerking juist de basis voor onafhankelijke journalistiek: “Professionele identiteit in de media ontstaat juist door bewust, kritisch en autonoom in de voortdurende onderhandeling tussen commercie en creativiteit te staan.”

Niettemin lijken zowel het aantal als de aard van de bedreigingen van de redactionele onafhankelijkheid de afgelopen jaren te zijn toegenomen. Maar dat wil niet zeggen dat er geen manieren bestaan om de gewenste onafhankelijkheid actief te bevorderen.

 

Eigen verantwoordelijkheid

Allereerst is de journalist zelf verantwoordelijk voor zijn onafhankelijkheid, zoals ook de hoofdredacteur van het Duitse persbureau DPA, opmerkt. Lid van een redactie of niet, een journalist moet zich bewust zijn van de risico’s die bestaan als hij wordt uitgenodigd door ondernemers of politici over wie hij bericht. In een traditionele redactie kan een hoofdredacteur zijn redacteuren beter tegen risico’s van invloed en afhankelijkheid beschermen.[53]

In het rapport ‘Gevaarlijk Spel. De verhouding tussen PR& voorlichting en journalistiek’ uit 2011[54] worden redactionele instrumenten aanbevolen die ertoe kunnen bijdragen de journalistieke onafhankelijkheid te beschermen: weiger persreizen of andere cadeaus, neem geen persberichten of ander materiaal rechtstreeks over en bied geen inzage voor ‘feitelijke onjuistheden’. De laatste aanbeveling luidt: “Stel als medium een eigen code op waarin zaken als bovenstaande richtlijnen zijn vastgelegd. Dus niet alleen de journalistieke uitgangspunten, maar vooral ook de praktische, mediumspecifieke invulling van die uitgangspunten voor de eigen redactie.”

 

Redactiestatuut

In een tijd van convergentie, waar één redactie radio- en televisiereportages produceert en ook berichten voor dagbladen en/of tijdschriften schrijft, is het van belang dat de standaarden binnen en tussen de media worden geharmoniseerd. Al tien jaar geleden heeft State of the News Media voor de Verenigde Staten geconstateerd dat de journalistieke standaarden ter bescherming van onafhankelijkheid soms zelfs binnen een nieuwsorganisatie variëren. Companies are trying to reassemble and deliver to advertisers a mass audience for news not in one place, but across different programs, products and platforms. To do so, some are varying their news agenda, their rules on separating advertising from news and even their ethical standards.”[55]

Het redactiestatuut kan een bijdrage leveren aan harmonisatie van standaarden. In de Mediawet is opgenomen dat publieke en commerciële media-instellingen in overeenstemming met hun medewerkers een redactiestatuut opstellen. Dit statuut bevat de rechten en plichten van de werknemers. Voor dagbladen geldt dat de aanwezigheid van een redactiestatuut doorgaans is vastgelegd in de CAO die wordt gehanteerd voor de redacteuren.

In een onderzoek naar het redactiestatuut bij dagbladen komt naar voren dat het statuut verschillende belangen dient: het beschrijven van de identiteit van de krant, het waarborgen van de redactionele onafhankelijkheid binnen een commerciële onderneming, het regelen van medezeggenschap voor de verschillende organen binnen de krant, de arbeidsrechtelijke positie van hoofdredacteuren/redactie en bescherming tegen concentraties. Daarnaast wordt het redactiestatuut gezien als een waarborg voor een pluriform krantenaanbod en als een bijdrage aan de bescherming van de persvrijheid.[56]

Volledige onafhankelijkheid is een ideaal, invloed zal op de een of andere manier altijd worden uitgeoefend. Vanuit maatschappelijk perspectief is het echter belangrijk om de toegang tot onafhankelijk nieuws binnen het gehele medialandschap, met een divers nieuwsaanbod dat uit verschillende bronnen wordt gefinancierd, te waarborgen.

De overheid heeft diverse mogelijkheden om de onafhankelijkheid actief te bevorderen.

Voor een redactie en de redactieleden waarborgt een redactiestatuut tot op zekere hoogte de onafhankelijkheid. Een uitgebreider redactiestatuut, met daarin aanvullende eisen met betrekking tot inhoud en reikwijdte, kan bijdragen aan een betere borging van de redactionele onafhankelijkheid.

 

Beperking mediaconcentratie

Een laatste mogelijkheid om de onafhankelijkheid te beschermen betreft het beperken van concentratie op de mediamarkten. De invloed van aandeelhouders neemt toe naarmate mediabedrijven groter worden en de concurrentie afneemt. In Nederland is de wetgeving rondom mediaconcentratie geliberaliseerd. Vervolgens hebben vooral uitgevers hun kansen benut en marktaandelen verworven die enkele jaren geleden in Nederland niet mogelijk waren en in veel andere Europese landen nog steeds ondenkbaar zijn. Een herintroductie van beperkingen op het gebied van mediaconcentratie zal indirect een bijdrage leveren aan de onafhankelijkheid.

 

3. Resultaten onderzoek

Medio februari 2015 zijn 57 nieuwsredacties verzocht een vragenlijst over onafhankelijkheid in te vullen. De methodische verantwoording en een overzicht van alle resultaten van dit onderzoek zijn hier te vinden. De opvallendste uitkomst is dat er op het moment meer risico’s zijn voor de redactionele onafhankelijkheid dan vijf jaar geleden. Dat constateert tweederde van de 31 hoofdredacteuren die de vragenlijst hebben geretourneerd. Bij de commercieel gefinancierde titels ligt dit percentage op minder dan de helft, de voornamelijk publiek gefinancierde titels scoren hier liefst 100 procent. Opvallend is dat geen enkele hoofdredacteur van mening is dat er nu minder risico’s zijn dan vijf jaar geleden.

 

Meer risico’s voor redactionele onafhankelijkheid

Risicos-voor-onafhankelijkheid

De hoofdredacteuren omschrijven de risico’s als volgt: “Actie- en pressiegroepen proberen journalisten te beïnvloeden”, “mediaversnippering, steeds meer platform, invloed sociale media, invloed bereik vooral online” en “branded content”. De hoofdredacteuren van publiek gefinancierde media melden daarnaast: “afhankelijkheid van de politiek”, “minder financiële middelen”, “budgetten”, “financiering door de overheid” en “specifieke subsidie”. Hoofdredacteuren van printmedia noemen financiële risico’s veroorzaakt door “oplagedaling en derving advertenties”. Vanuit regionale media wordt “de directe binding met bronnen die veel voorkomt bij regionale media” genoemd en, in het algemeen, de verschraling van de journalistiek in de regio.

 

Van toezicht tot redactiestatuut

Wanneer het belang van de onafhankelijkheid toeneemt en die onafhankelijkheid tegelijk in toenemende mate wordt bedreigd, is de vraag of er mogelijkheden zijn om die te beschermen. Volgens 3 procent van de hoofdredacteuren kan de onafhankelijkheid bij een reorganisatie niet worden gewaarborgd. Voor 23 procent kan toezicht van buiten bescherming bieden, 33 procent noemt toezeggingen vanuit de directie en 93 procent, waaronder alle publiek gefinancierde redacties, zeggen dat een redactie-/programmastatuut de onafhankelijkheid kan waarborgen.

 

Activering van het redactiestatuut

Verschillende opvattingen over het redactie-/programmastatuut zijn aan de hoofdredacteuren voorgelegd. De minderheid (19 procent) ziet in het statuut een papieren tijger. Dit aandeel ligt bij de redacties met minder dan 50 redacteuren beduidend hoger dan bij de grotere redacties. De meerderheid van de hoofdredacteuren is het eens met de stelling “Het statuut beschermt tegen commerciële invloed”, dat geldt met name voor de commerciële media en de printmedia. De algemene uitspraak dat het statuut tegen invloed van buiten beschermt, wordt met 45 procent minder herkend. Meer dan de helft van de hoofdredacteuren geeft aan dat het redactiestatuut open en toegankelijk is, maar de statuten van printmedia en commerciële media zijn vaker geheim. Ook hier is een onderscheid te zien tussen kleinere en grotere redacties: eerstgenoemde hebben een aandeel van 31 procent als het gaat om de toegankelijkheid van het redactiestatuut, bij de grotere is dat 72 procent. Bij een op de drie redacties is in de laatste vijf jaar het statuut geactualiseerd, dit geldt in sterkere mate voor publieke en in mindere mate voor commerciële titels. Opmerkelijk is dat slechts in 40 procent van de redacties gezegd wordt dat alle redacteuren bekend zijn met het statuut.

Op de vraag wat verbeterd zou moeten of kunnen worden om het redactie-/programmastatuut beter te laten werken, wordt genoemd: een betere verspreiding van het statuut, het statuut bespreken op de redactie, het actualiseren en weer op de agenda zetten en een betere verankering van het statuut in de wet. Het blijkt dat het redactiestatuut wordt gewaardeerd, maar bij sommige redacties een beetje is vergeten.

 

Andere mogelijkheden ter bescherming

De hoofdredacteuren is gevraagd ter bescherming van de onafhankelijkheid andere mogelijkheden te noemen dan het statuut. De meesten hebben hierop geantwoord dat er weinig andere mogelijkheden zijn of dat de bestaande mogelijkheden afdoende zijn. “Een sterke hoofdredacteur” is hierbij ook genoemd. Daarnaast kunnen de risico’s worden beperkt door te “stoppen met bezuinigen”, met “meer inkomsten”, “veel strakkere wetgeving” en “scheiding verantwoordelijkheid directie hoofdredactie”. In aanvullende opmerkingen is genoemd dat men steeds vaker probeert “te morrelen aan het redactiestatuut” en dat onafhankelijkheid een schimmig begrip is, want “de krant en de lezer hebben een bepaalde identiteit waarin zij elkaar herkennen. Journalisten functioneren altijd binnen een bepaald netwerk.” Ook wordt genoemd dat het afrekenen op bereik de onderwerpskeuze beïnvloedt en dat door de ontwikkeling van “ondernemende journalistiek” de journalistiek medeverantwoordelijk wordt voor het bedrijfsresultaat, de communicatie en reclame.

 

Belang journalistieke onafhankelijkheid neemt toe

Belang-van-onafhankelijkheid

De hoofdredacteuren zijn overwegend van mening dat het belang van de journalistieke waarde ‘onafhankelijkheid’ in de komende vijf jaar toeneemt. Dit wordt met name opgemerkt door publiek gefinancierde titels en de titels die zich richten op regionale en lokale berichtgeving. Met name bij de landelijk georiënteerde en commerciële titels wordt daarnaast de verwachting geuit dat het belang van onafhankelijkheid even sterk zal zijn als nu het geval is. Slechts een klein deel verwacht dat het belang afneemt.

 

Aantal freelancers stijgt

Bijna twee derde van de redacties bestaat uit journalisten in vaste dienst; journalisten in tijdelijk dienstverband en freelance journalisten zijn goed voor een derde van de redactie. Stagiairs nemen een minimaal deel in. Het belang van freelance journalisten neemt toe: 61 procent van de hoofdredacteuren geeft aan dat in 2015 vaker gebruik wordt gemaakt van freelancers dan vijf jaar geleden. Opmerkelijk is daarbij dat een derde aangeeft dat de freelance journalisten minder vrij zijn en meer rekening moeten houden met de koers van de redactie. Dit betreft vooral publieke en regionale media.[57]

 

Reorganisaties en ontslagen

In de laatste vijf jaar heeft 80 procent van de onderzochte redacties te maken gehad met een reorganisatie. Naar aanleiding daarvan zijn bij meer dan de helft van de redacties, met name bij commercieel gefinancierde titels, journalisten ontslagen. Het werk is echter niet minder geworden, waardoor de werkdruk is toegenomen: vier van de tien redacties geeft aan dat er minder tijd voor onderzoeksjournalistiek over is. Bij twee van de tien redacties is er juist meer tijd voor. De reorganisaties hebben niet tot gevolg gehad dat de redactieleden terughoudender te werk zijn gegaan, het tegenovergestelde lijkt het geval.

 

Invloed op redactionele beslissingen

Ivloed-van-externen

De invloed van het concern of de directie op redactionele beslissingen is beperkt: meer dan een derde zegt dat er nooit invloed was. In iets meer dan de helft van de gevallen is de invloed onveranderd ten opzichte van vijf jaar geleden, alleen in uitzonderingsgevallen is er sprake van toenemende invloed. De aandeelhouders en de overheid staan nog verder op afstand: bijna tweederde van de gevraagde hoofdredacteuren geeft aan dat er geen sprake van invloed was en nog steeds niet is.

 

Meer marketingactiviteiten

Wat de scheiding redactie-commercie betreft: de meerderheid (87 procent) van de redacties is soms of vaak met marketingactiviteiten bezig. Dit was vijf jaar geleden in veel mindere mate het geval. Dat de redactie betrokken wordt bij het promoten van het eigen product, betekent niet dat andere vormen van commerciële beïnvloeding de redactie hebben bereikt. Adverteerders en sponsors hebben bij de meeste redacties geen invloed, of de invloed is in de afgelopen vijf jaar gelijk gebleven. Alle hoofdredacteuren geven aan dat nieuwsitems nooit op verzoek van een adverteerder of sponsor worden aangepast of weggelaten. Wel geeft één hoofdredacteur aan dat op verzoek een bepaald onderwerp kan worden opgenomen. Printtitels hebben geregeld te maken met specials, katernen of uitgaven over een bepaald thema.

 

Invloed bronnen zeer beperkt, invloed gebruiker groeit

In Nederland hebben bronnen, net als vijf jaar geleden, nauwelijks invloed op redactionele beslissingen. Wel krijgt de gebruiker steeds meer grip op de media; die heeft daarmee volgens zes van de tien hoofdredacteuren aan invloed gewonnen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door feedback in de vorm van bijvoorbeeld commentaren of uitingen via sociale media. Daarnaast zijn ook gegevens over het gebruik belangrijker geworden, zoals webstatistieken of kijk- en luistercijfers: bij bijna 90 procent van de publieke redacties is hun invloed toegenomen. Bij driekwart van de redacties beschikken redacteuren over toegang tot deze gegevens.

Dat redacties rekening houden met de interesses van de gebruiker hoeft uiteraard geen slechte ontwikkeling te zijn. Wel is het goed te bedenken dat daarbij de rol van het medium kan veranderen.

Als een gebruiker in een nieuwsoverzicht alleen onderwerpen ziet waarin hij is geïnteresseerd, dan biedt dat medium geen overzicht meer van alle relevante gebeurtenissen – wat de oorspronkelijke functie was. Daarmee verandert de nieuwsaanbieder van een ‘pull’-medium (display) in een ‘push’-medium (demand).

Het is logisch dat media tot op zekere hoogte rekening houden met de behoeftes van hun gebruikers. Het wordt echter anders wanneer de vrijheid van de onderwerpskeuze in het geding komt. Vooralsnog geeft geen enkele redactie aan dat de vrijheid bij het inhoudelijke werk in de laatste jaren is verslechterd.

 

 

[1] Scholten, O. & Ruigrok, N. (2009). Bronnen in het nieuws: een onderzoek naar ANP-berichten in nieuws en achtergrondinformatie in Nederlandse dagbladen 2006-2008. Geraadpleegd via: http://www.mediamonitor.nl/gastauteurs/otto-scholten-en-nel-ruigrok-2009
[2] Lewis, J. e.a. (2008). The Quality and Independence of British Journalism. p.17. Geraadpleegd via http://www.cardiff.ac.uk/jomec/resources/QualityIndependenceofBritishJournalism.pdf
[3] Waarschijnlijk zijn de verhoudingen intussen nog extremer, deze gegevens zijn afkomstig uit 2011. Zie Prenger, M., van der Valk, L., van Vree, F. & van der Wal, L. (2011). Gevaarlijk spel. De verhouding tussen pr & voorlichting en journalistiek, AMB, Diemen, 2011. p. 32.
[4] Commissariaat voor de Media (2009). Het nieuws op 18 juni 2009. Geraadpleegd via: http://www.mediamonitor.nl/analyse-verdieping/het-nieuws-op-18-juni-2009-2009
[5] Prenger, M., Valk, L. van der, Vree, F. van & Wal, L. van der (2011). Gevaarlijk Spel. De verhouding tussen pr & voorlichting en journalistiek. Studies voor het Stimuleringsfonds voor de Pers. Diemen: AMB, p. 32. Geraadpleegd via: http://gevaarlijkspel.denieuwereporter.nl/
[6] Aalberts, C. (2013). Laat journalisten aangeven of ze pr-materiaal gebruiken. Tijd voor labeling. Geraadpleegd via: http://cult.thepostonline.nl/2013/05/06/laat-journalisten-aangeven-of-ze-pr-materiaal-gebruiken/
[7] Brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 maart 2014, Tweede Kamer, vergaderjaar 2013/2014, 33750-viii, nr. 104. Geraadpleegd via: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/34000/kst-33750-VIII-104.html
[8] Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (2011). De nieuwe regels van het spel. Internet en publiek debat. p. 57. Geraadpleegd via: http://www.adviesorgaan-rmo.nl/Publicaties/Adviezen/De_nieuwe_regels_van_het_spel_september_2011
[9] Hermans, L., Vergeer, M. & Pleijter , A. (2011). Nederlandse journalisten in 2010, tabel 7. Geraadpleegd via: http://www.mauricevergeer.nl/pdf/hermans%20vergeer%20pleijter%202011.pdf
[10] Van der Burg, M. & van den Bulck, H. (2014). Socio-Cultural and Political Value, Anyone? An Analysis Of the National Competition Authorities’ Reviews Of Belgian and Dutch Media Mergers. Paper presented at the ECREA Conference, Lisbon.
[11] Nederlandse Mededingingsautoriteit (15 mei 2000). NMa onder voorwaarden akkoord met overname De Limburger door De Telegraaf. Geraadpleegd via https://www.acm.nl/nl/publicaties/publicatie/4926/NMa-onder-voorwaarden-akkoord-met-overname-De-Limburger-door-De-Telegraaf/
[12] Nederlandse Mededingingsautoriteit (2011). NMa handhaaft eis en boete voor Wegener. Geraadpleegd via http://nmajaarverslag2011.acm.nl/jaarverslag/mededinging/zaken-2011/nma-handhaaft-eis-en-boete-voor-wegener/
[13] Pöttker, H. (2000). Kompensation von Komplexität. Journalismustheorie als Begründung journalistischer Qualitätsmaßstäbe. In: Löffelholz, M. (Ed.). Theorien des Journalismus. Ein diskursives Handbuch. Opladen: Westdeutscher Verlag, 375-390, p. 382.
[14] Code voor de journalistiek (april 2008). Geraadpleegd via: https://www.nvj.nl/wat-wij-doen/dossiers/ethiek/code-voor-de-journalistiek
[15] Code van de Raad voor de Journalistiek (16 december 2013). Geraadpleegd via: http://www.rvdj.be/sites/default/files/pdf/journalistieke-code.pdf
[16] Reformatorisch Dagblad (2 januari 2012). Duitse president steeds verder in het nauw. Geraadpleegd via: http://www.refdag.nl/nieuws/buitenland/duitse_president_steeds_verder_in_het_nauw_1_613176
[17] NRC (14 april 2009). Wolfsen laat oplage krant vernietigen. Geraadpleegd via: http://vorige.nrc.nl/binnenland/article2212643.ece/Wolfsen_laat_oplage_krant_vernietigen
[18] Buijs, K. (2014). Regiojournalistiek in spagaat. De kwaliteit van het redactieproces in de regionale journalistiek; kerntaken en spanningsvelden, een case-studie. Den Haag: Lemma. p. 117. Geraadpleegd via: http://www.persinnovatie.nl/18244/nl/regiojournalistiek-in-spagaat
[19] Zie o.a. Rootsaert, B. & Rozendaal, E. J. (19 november 2009). Kranten, accepteer dat geld. Geraadpleegd via: http://www.nvj.nl/nieuws/kranten-accepteer-dat-geld
[20] Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (2011). De nieuwe regels van het spel. Internet en publiek debat. p. 57-58. Geraadpleegd via: http://www.adviesorgaan-rmo.nl/Publicaties/Adviezen/De_nieuwe_regels_van_het_spel_september_2011
[21] Buijs, K. (2 december 2014). De regiojournalistiek móet zich heruitvinden: enkele suggesties. Geraadpleegd via: http://www.denieuwereporter.nl/2014/12/de-regiojournalistiek-moet-zich-heruitvinden-enkele-suggesties/
[22] Puppis, M. , Schönhagen, P., Fürst, S., Hofstetter, B. & Meissner, M. (2014). Arbeitsbedingungen und Berichterstattungsfreiheit in journalistischen Organisationen. p. 31. Geraadpleegd via: http://www.bakom.admin.ch/themen/radio_tv/01153/01156/04801/index.html?lang=de&download=NHzLpZeg7t,lnp6I0NTU042l2Z6ln1acy4Zn4Z2qZpnO2Yuq2Z6gpJCDfXx_g2ym162epYbg2c_JjKbNoKSn6A–
[23] Soley, L.C. & Craig, R.L. (1992). Advertising pressure on newspapers: A survey. Journal of Advertising, 21(4), 1-11. Zie voor een verglijkbaar onderzoek uit België: Smet, D. de & Vanormelingen, S. (2011). Advertiser Pressure on Newspaper Journalists: A Survey. Geraadpleegd via: https://lirias.hubrussel.be/bitstream/123456789/5217/3/11HRP37.pdf
[24] Pressefreiheit in Deutschland (2013). Online-Studie: Innere Pressefreiheit. Figuur 15 en 16. Geraadpleegd via: http://pressefreiheit-in-deutschland.de/online-studie-innere-pressefreiheit-2/
[25]Oborne,,P. (17 februari 2015). Why I have resigned from the Telegraph. Geraadpleegd via: https://www.opendemocracy.net/ourkingdom/peter-oborne/why-i-have-resigned-from-telegraph
[26] “Fordert ein Inserent: ‚Ich will jetzt Dubai machen.‘, dann gibt es die Dubai-Ausgabe“ zie Beck, K., Reineck, D. & Schubert, C. (2010). Journalistische Qualität in der Wirtschaftskrise. p. 102. Geraadpleegd via: https://www.dfjv.de/documents/10180/178294/DFJV_Studie_Journalistische_Qualitaet_03_2010.pdf
[27] Choi, J. & Park, S. (2011). Influence of advertising on acceptance of press releases. Public Relations Review, 37, 106-108.
[28] Hagen, L. M., Fläming, A. & In der Au, A.-M. (2014). Synchronisation von Nachricht und Werbung. Wie das Anzeigenaufkommen von Unternehmen mit der Darstellung in Spiegel und Focus korreliert. Publizistik, 4(59), 367-386.
[29] Porlezza, C. (2014). Gefährdete journalistische Unabhängigkeit. Zum wachsenden Einfluss von Werbung auf redaktionelle Inhalte. Konstanz: UVK.
[30] Metro (12 november 2014). Geraadpleegd via: http://www.readmetro.com/nl/holland/metro-holland/20141113/
[31] Axel Springer Verlag. (2015) Volks.Produkt – Abverkauf ist buchbar! Geraadpleegd via: http://www.axelspringer-mediapilot.de/dl/124514/Volks.Produkte_Factsheet_20131115.pdf
[32]Oborne, P. (17 februari 2015). Why I have resigned from the Telegraph. Geraadpleegd via: https://www.opendemocracy.net/ourkingdom/peter-oborne/why-i-have-resigned-from-telegraph
[33] News:rewired (3 februari 2015). Guardian digital chief: Killing off comments ‘a monumental mistake’. Geraadpleegd via: https://www.newsrewired.com/2015/02/03/guardian-digital-chief-killing-off-comments-a-monumental-mistake/
[34] Stegeren, T. van (4 september 2006). NDP-voorzitter Spaan: dagbladjournalistiek inert, doorsnee redacteur verdient te veel. Geraadpleegd via: http://www.denieuwereporter.nl/2006/09/ndp-voorzitter-spaan-dagbladjournalistiek-inert-doorsnee-redacteur-verdient-te-veel/
[35] Pressefreiheit in Deutschland (2013). Online-Studie: Innere Pressefreiheit. Figuur 29 en 30. Geraadpleegd via: http://pressefreiheit-in-deutschland.de/online-studie-innere-pressefreiheit-2/
[36] Herkman, J. (2004). Media Ownership and Content: Corporatization of the Finnish Media in 1990’s. Geraadpleegd via: http://www.uta.fi/viesverk/fmcs/convergence/herkman.html en Müller, D. & Donsbach, W. (2006). Unabhängigkeit von wirtschaftlichen Interessen als Qualitätsindikator im Journalismus. Wie Medien beteiligter Verlage über den Konflikt auf dem Berliner Zeitungsmarkt berichteten. In S. Weischenberg, W. Loosen & M. Beuthne (Eds.), Medien-Qualitäten. Öffentliche Kommunikation zwischen ökonomischem Kalkül und Sozialverantwortung (pp. 129-147). Konstanz: UVK.
[37] Zie o.a. Prenger, M., van der Valk, L., van Vree, F. & van der Wal, L. (2011). Gevaarlijk Spel. De verhouding tussen PR& voorlichting en journalistiek. Studies voor het Stimuleringsfonds voor de Pers. Diemen: AMB, p. 128-129. Geraadpleegd via: http://gevaarlijkspel.denieuwereporter.nl/
[38] De Volkskrant (9 december 2014) Interview Hans Snijder, hoofdredacteur Leeuwarder Courant. “Wij zijn de hartslag van Friesland”, p. 21
[39] Villamedia (20 november 2014). Honderd banen weg bij NDC. Geraadpleegd via: http://www.villamedia.nl/nieuws/bericht/honderd-banen-weg-bij-ndc/, Villamedia (2 december 2014). Ontslagronde Holland Media Combinatie. Geraadpleegd via: http://www.villamedia.nl/nieuws/bericht/extra-ontslagen-holland-media-combinatie/ en Villamedia (2 december 2014). De Persgroep: Bijltjesdag bij Wegener. Geraadpleegd via: http://www.villamedia.nl/nieuws/bericht/de-persgroep-bijltjesdag-bij-wegener/
[40] Villamedia (15 oktober 2014). Arbeidsmarkt journalisten op dieptepunt. Geraadpleegd via: http://www.villamedia.nl/nieuws/bericht/arbeidsmarkt-journalisten-op-dieptepunt/113252/ en Villamedia (26 januari 2015). Werkloosheid journalisten op hoogtepunt. Geraadpleegd via: https://www.villamedia.nl/nieuws/bericht/werkloosheid-journalisten-op-hoogtepunt
[41] Kik, Q., Bakker, P., Buijs, L. & Katz, J. (2013). Meer nieuwsaanbod, meer van hetzelfde nieuws. In: Kik, Q. & Landsman (Ed.) Nieuwsvoorziening in de regio. Studies voor het Stimuleringsfonds voor de Pers. Diemen: AMB, p. 9-28. Inventarisatie van lokaal georiënteerde nieuwsmedia in Nederland.
[42] Buijs, K. (2014). Regiojournalistiek in spagaat. De kwaliteit van het redactieproces in de regionale journalistiek; kerntaken en spanningsvelden, een case-studie. Den Haag: Lemma. p. 117. Geraadpleegd via: http://www.persinnovatie.nl/18244/nl/regiojournalistiek-in-spagaat
[43] Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (2014). Meerstemmigheid laten klinken. Journalistiek in een veranderend Medialandschap. p. 16. Geraadpleegd via: http://www.adviesorgaan-rmo.nl/Publicaties/Adviezen/Meerstemmigheid_laten_klinken_november_2014
[44] Institut für Demoskopie Allensbach (2014). Pressefreiheit in Deutschland: Einflussnahmen von außen auf die journalistische Arbeit. Figuur 9 en 10. Geraadpleegd via: http://www.stiftervereinigung.de/downloads/Einflussnahmen%20auf%20journalistische%20Arbeit_Summary.pdf
[45] Pressefreiheit in Deutschland (2013). Online-Studie: Innere Pressefreiheit. Figuur 25 en 26. Geraadpleegd via: http://pressefreiheit-in-deutschland.de/online-studie-innere-pressefreiheit-2/
[46] Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (2011). De nieuwe regels van het spel. Internet en publiek debat. p. 60. Geraadpleegd via: http://www.adviesorgaan-rmo.nl/Publicaties/Adviezen/De_nieuwe_regels_van_het_spel_september_2011
[47] Villamedia (21 maart 2013). Internetredacties rekenen op groei. Geraadpleegd via: https://www.villamedia.nl/nieuws/bericht/internetredacties-rekenen-op-groei/91764
[48] Prenger, M., van der Valk, L., van Vree, F. & van der Wal, L. (2011). Gevaarlijk Spel. De verhouding tussen PR& voorlichting en journalistiek. Studies voor het Stimuleringsfonds voor de Pers. Diemen: AMB, p. 129-130. Geraadpleegd via: http://gevaarlijkspel.denieuwereporter.nl/
[49] Wybenga, E. (19 december 2013). 5 drempels voor de doorbraak van branded journalism. Geraadpleegd via: http://www.adformatie.nl/blog/5-drempels-voor-de-doorbraak-van-branded-journalism
[50] Buijs, K. (2014). Regiojournalistiek in spagaat. De kwaliteit van het redactieproces in de regionale journalistiek; kerntaken en spanningsvelden, een case-studie. Den Haag: Lemma. p. 119. Geraadpleegd via: http://www.persinnovatie.nl/18244/nl/regiojournalistiek-in-spagaat
[51] Buijs, K. (2014). Regiojournalistiek in spagaat. De kwaliteit van het redactieproces in de regionale journalistiek; kerntaken en spanningsvelden, een case-studie. Den Haag: Lemma. p. 120. Geraadpleegd via: http://www.persinnovatie.nl/18244/nl/regiojournalistiek-in-spagaat
[52] Deuze, M. (2014). Hoe combineer je onafhanke­lijkheid met een commerciële houding? Geraadpleegd via: http://www.villamedia.nl/magazine/artikel/hoe-combineer-je-onafhankelijkheid-met-een-commerciele-houding/
[53] Freund, R. (2012) ‚Für die journalistische Unabhängigkeit ist in erster Linie jeder Journalist selbst verantwortlich‘.Geraadpleegd via: http://pressefreiheit-in-deutschland.de/fur-die-journalistische-unabhangigkeit-ist-in-erster-linie-jeder-journalist-selbst-verantwortlich/
[54] Prenger, M., van der Valk, L., van Vree, F. & van der Wal, L. (2011). Gevaarlijk Spel. De verhouding tussen PR& voorlichting en journalistiek. Studies voor het Stimuleringsfonds voor de Pers. Diemen: AMB, p. 116-123. Geraadpleegd via: http://gevaarlijkspel.denieuwereporter.nl/
[55] Pew Project for Excellence in Journalism. The State of the News Media 2004. Geraadpleegd via http://www.stateofthemedia.org/2004/overview/eight-major-trends/#eight-major-trends
[56] Asscher, L.F., Dommering, E.J., van Eijk, N.A.N.N. & Franken van Bloemendaal, A. (2006).Het redactiestatuut bij dagbladen. Het spinhuis: Antwerpen. p. 1
[57] En dat terwijl onderzoek heeft uitgewezen dat freelancers in 2013 niet voor één titel werkten, maar voor gemiddeld 3,4. Voornaamste opdrachtgevers waren daarbij het bedrijfsleven, de vaktijdschriften, landelijke omroepen, dagbladen en publiekstijdschriften. Zie Henk Vinken, H. & IJdens, T. (2013). Freelance Journalisten, Schrijvers en Fotografen. Tarieven en auteursrechten, onderhandelingen en toekomstverwachtingen. p. 6. Geraadpleegd via: https://www.nvj.nl/images/uploads/2013_11_26_Rapportage_Freelancers_DEFINITIEF.pdf

Deel deze pagina