Nieuwsredacties (2006)

Wie produceert het dagelijkse nieuws voor de Nederlander? Met de begrippen pluriformiteit en opinievorming in het achterhoofd is dit een vraag die gezien de grote veranderingen in de mediawereld van grote betekenis is. Naar aanleiding van een quickscan van de nieuwsmarkt in 2004, waarbij onder andere is gekeken naar het nieuwsgebruik in Nederland, is dit jaar een speciaal op nieuwsredacties gericht onderzoek gehouden. Nieuwsredacties zijn in het kader van mediaonderzoek belangrijk, omdat zij de media-agenda bepalen en daarmee ook de agenda van het publiek. Anders gezegd zijn het de nieuwsredacties die bepalen over welke onderwerpen het Nederlandse publiek denkt en praat: zij hebben grote invloed op de opinievorming.

In dit onderzoek wordt inzicht gegeven in de omvang, organisatie en het brongebruik van nieuwsredacties in Nederland: hoeveel redacties zijn er, hoeveel journalisten werken op deze redacties, zijn vrouwen vertegenwoordigd op redacties, hoe zijn redacties ingedeeld en van welke bronnen maken ze gebruik? Het onderzoek, een nulmeting die over enige tijd zal worden herhaald om vervolgens veranderingen te monitoren, zet te laat in om de reeds geconstateerde redactionele concentratie te kunnen analyseren. Daarom worden, voorafgaand aan de beschrijving van de onderzoeksresultaten, de internationale redactionele ontwikkelingstrends en de actuele situatie in Nederland behandeld.

 

Redactionele concentratie

In de afgelopen rapporten van de Monitor Mediaconcentraties wordt redactionele concentratie gemeten door te kijken naar het aantal zelfstandige dagbladen en het aantal zenders. Van een zelfstandig dagblad is sprake als er een zelfstandige hoofdredactie bestaat. Het aantal redacties is in dat geval gelijk aan het aantal dagbladtitels. Anders is het bij radio en televisie: hier zegt het aantal zenders weinig over het aantal redacties.

Door de nieuwe focus op de nieuwsmarkt is een nauwkeurige definitie van het begrip nieuwsredactie noodzakelijk. Nieuwsredacties zijn producenten van nieuwscontent en bestaan uit één of meerdere redacteuren die zich bezighouden met garing, verwerking, selectie, samenstelling en presentatie van nieuwsberichten. Algemene nieuwsredacties worden gekenmerkt door de productie van nieuws met de volgende eigenschappen:

  • periodiciteit: de informatie wordt ten minste één keer per week ververst;
  • publiciteit: de informatie is in principe voor iedereen (openbaar) toegankelijk;
  • actualiteit: de informatie betreft actuele onderwerpen;
  • universaliteit: de informatie betreft zoveel mogelijk uiteenlopende onderwerpen.

Onder een algemene nieuwsredactie verstaan we alle journalisten die samen het algemene nieuwsaanbod produceren voor mediaplatformen zoals dagbladen, opiniebladen, televisieprogramma’s, radioprogramma’s of internetpagina’s. Volgens deze definitie beschikt bijvoorbeeld Google Nieuws niet over een nieuwsredactie, omdat hun berichten worden verzameld op basis van algoritmes, zonder enige tussenkomst van personen.

De organisatie van nieuwsredacties in Nederland en andere West-Europese landen is van oudsher georiënteerd op het product. Dit wil zeggen, dat bijvoorbeeld de redactie van één dagblad uitsluitend bezig is met de productie van het papieren dagblad. Op zichzelf zijn dergelijke redacties vaak weer ingedeeld in thematisch gespecialiseerde subredacties op het gebied van economie, cultuur, sport etc. Voor televisie en radio zijn vergelijkbare structuren te vinden.

 

Internationale ontwikkelingstrends

De klassieke indeling van redacties naar mediumtype staat onder vuur. Dit komt allereerst door technische ontwikkelingen. Door digitalisering wordt de transmissie van tekst, beeld, geluid en film steeds eenvoudiger. De meeste nieuwsredacties verzorgen tegenwoordig daarom ook een online nieuwssite. Het gaat niet meer om mediumtypen, maar om informatie. Sleutelbegrippen als “media convergence”, “multiple-platform publishing”, “cross-media publishing” of “multimedia” staan allen voor een op content gericht concept. Deze nieuwe trend vraagt om een aangepaste nieuwsproductie. Dit kan worden bereikt door coöperaties tussen redacties of door het ontstaan van “new newsrooms”: redacties die crossmediaal werken. In de Verenigde Staten beschikt al meer dan 20 procent van alle redacties over een “fully integrated newsroom” (Duhe et al. 2004). In Duitsland wordt de klassieke organisatie van nieuwsredacties volgens Klaus Meier langzamerhand vervangen door een redactie waar thematisch begrensde afdelingen niet langer bestaan en steeds meer sprake is van flexibel samengestelde teams. Een recent voorbeeld uit Engeland is de “Financial Times”. Pearson meldt op 11 juli 2006: “The ‘new newsroom’ plan is based on a radical re-working of the FT’s current newsroom structure to interweave online and print editing, reporting and production”. Het verschil tussen werken met tekst, geluid en beeld wordt steeds kleiner. Een hoofdredacteur uit Noorwegen wil zelfs alleen nog maar journalisten die stellen “I’m not working in a newspaper, I’m working in news”.

De reden voor bovengenoemde veranderingen is in eerste instantie economisch van aard. Uitgevers hopen op synergie-effecten. De Financial Times is hierbij een goed voorbeeld: het doel is ten minste 50 journalisten te besparen.

 

Situatie in Nederland

De nieuwe trends van redactionele concentratie en crossmediale productie hebben Nederland al bereikt. De Volkskrant overweegt zijn expertise in te zetten bij een eigen televisiezender en wil op termijn de nieuwsbulletins van de Arrow Media Groep gaan produceren. NRC.next breidt zijn berichtgeving uit met “Who’s next”, een discussieprogramma op televisie als deel van RTLZ. Hierop volgt wellicht Elsevier: het tijdschrift onderzoekt de mogelijkheid om televisie te gaan maken.

De grens tussen een zelfstandige redactie en een multimediaal team is soms lastig te trekken. De redacties van het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio zijn bijvoorbeeld in één kantoor ondergebracht en werken tot op zekere hoogte samen. Mark Fuller, adjunct-hoofdredacteur van BNR Nieuwsradio zegt: “Twee jaar geleden was er heel veel scepsis, maar inmiddels zijn al veel FD-journalisten op de radio geweest, ze delen hun primeurs”. Ook zijn reeds multimediale redacties actief, bijvoorbeeld de intertekst/radioredactie van RTL (teletekst, internet en radio). Teletekst, internet en radio sluiten goed bij elkaar aan, omdat nieuws hier vaak in korte vorm meerdere keren per dag wordt geactualiseerd. Om alle soorten media goed te kunnen bedienen heeft de redactie van de Volkskrant de redacteuren gecentraliseerd: sinds mei 2006 heet deze redactie “nieuwscentrum”. Redacteuren in het nieuwscentrum overleggen doorlopend met specialisten, met correspondenten in binnen- en buitenland en met verslaggevers op locatie. De NOS heeft eind 2005 alle nieuwsredacties bij elkaar gebracht: ook hier worden synergie-effecten beoogd.

De redactionele concentratie in Nederland wordt versneld door het ontstaan van kranten met één centrale, algemene nieuwsredactie voor het algemene nieuws en aparte regionale/lokale redacties voor het regionale en lokale nieuws. Voorbeelden hiervan zijn het AD en het Noordhollands Dagblad. Deze centrale algemene nieuwsredacties komen in de plaats van een grote hoeveelheid regionale kranten met een eigen zelfstandige algemene nieuwsredactie. Er wordt dus vooral op het aantal journalisten dat zich met algemeen nieuws bezighoudt bezuinigd. Een hoofdredacteur heeft de nieuwe algemene redacties in het vooronderzoek als “knip-en-plakredacties” gekenmerkt. De hoofdredacteur van de Barneveldse krant is nog consequenter en stelt de regio centraal. In een krantenartikel op nrc.nl zegt hij: “Over zaken die zich buiten het leefgebied van onze lezers afspelen, brengen we nu alleen nog maar berichten van het persbureau ANP”. Het proces van het samenvoegen van algemene nieuwsredacties is nog niet afgerond. Koninklijke Wegener kondigde in het voorjaar van 2006 aan een centrale redactie in Apeldoorn te formeren. De zeven aangesloten regionale kranten verkrijgen hun binnenland- en buitenlandberichtgeving van deze centrale redactie, zodat zij zich zelf op de regio kunnen richten. De verwachting is dat dit tot een verlies van meer dan 150 journalisten leidt.

Nieuwsredacties in Nederland

De afgelopen jaren heeft in Nederland een sterke redactionele concentratie plaatsgevonden, die naar verwachting nog lang niet is afgerond. De Monitor Mediaconcentraties bekijkt daarom regelmatig de concentratieprocessen van nieuwsredacties. Dit jaar is onder een groot aantal hoofdredacteuren van nieuwsredacties een enquête gehouden. In de eerste plaats kan hierdoor het aantal nieuwsredacties (en hiermee de mate van concentratie) worden gemeten. In de tweede plaats wordt er gekeken naar de grootte en samenstelling, de organisatie en het brongebruik van de nieuwsredacties. Begin 2006 is begonnen met een zogenaamde nulmeting. De methodische beschrijving van deze meting staat in de annex beschreven; de resultaten worden in deze paragraaf uiteengezet.

 

Grootte van nieuwsredacties

In het onderzoek van de Monitor Mediaconcentraties zijn 49 nieuwsredacties (zie annex) vertegenwoordigd. Deze zijn ingedeeld naar mediumtype. Om een nieuwsredactie op mediumtype te kunnen indelen is gekeken naar de belangrijkste nieuwsproducten die een redactie produceert.

Het aantal nieuwsredacties zegt op zichzelf weinig over het aantal journalisten dat het algemene nieuwsaanbod produceert. Er is daarom gekeken naar het gemiddelde aantal journalisten per nieuwsredactie. In onderstaande figuur is te zien dat op de onderzochte nieuwsredacties in totaal 2783 journalisten werken. Dit aantal is exclusief de journalisten op de regionale redacties en de journalisten van de persbureaus. Op een gemiddelde algemene nieuwsredactie werken in totaal dus (afgerond) 57 journalisten. Er bestaan echter enorme verschillen tussen en zelfs binnen de mediumtypen. Dagbladen en televisieprogramma’s beschikken over de grootste redacties. Dagbladredacties moeten dan ook iedere dag een krant vullen, een online versie permanent verversen en soms nog een weekendmagazine produceren. De redacties voor opiniebladen zijn zichtbaar kleiner en radio- en internetredacties zijn het kleinst. Tot op zekere hoogte kan dit een indicatie zijn voor de hoeveelheid zelfstandig geproduceerde content.

Gemiddeld aantal journalisten per nieuwsredactie

Het aantal journalisten dat zich met regionale onderwerpen bezig houdt is in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Het aantal regionale journalisten is echter wel hoog. Ten opzichte van éénjournalist die werkzaam is voor een algemene nieuwsredactie, staan gemiddeld twee journalisten die zich met regionaal nieuws bezighouden. Dit verschil tussen het aantal algemene en het aantal regionale journalisten zal toenemen naarmate algemene redacties worden samengevoegd.

Een indeling in kleine, gemiddelde en grote redacties (tabel 1) laat zien dat de algemene nieuwsredacties van dagbladen en opiniebladen bijna altijd gemiddeld of groot zijn, oftewel ze beschikken over tien of meer redactieleden. Slechts één regionaal dagblad heeft voor een kleine algemene redactie gekozen. Televisieredacties verschillen het sterkst in grootte: hier komen zowel grote als kleine nieuwsredacties voor. Bij radionieuws wordt er gebruik gemaakt van kleine of gemiddelde redacties en voor internet zijn de redacties vooral klein.

Tabel 1: aandeel kleine, gemiddelde en grote nieuwsredacties (in procenten)

Medium
Kleine redacties
(max 9 redactieleden)
Gemiddelde redacties
(10-49 redactieleden)
Grote redacties
(meer dan 50 redactieleden)
Totaal
Dagbladen 4,5 50,0 45,5 100
Opiniebladen 0 66,7 33,3 100
Televisie 25,0 12,5 62,5 100
Radio 45,5 54,5 0 100
Internet 80,0 20,0 0 100
Totaal 24,5 42,9 32,7 100

Samenstelling van nieuwsredacties

De diversiteit in de samenstelling van een nieuwsredactie kan een indicator zijn voor pluriformiteit in het nieuwsaanbod. Uit maatschappelijk oogpunt kan het wenselijk zijn dat een nieuwsredactie een afspiegeling van de samenleving is.

Het is daarom in het kader van dit onderzoek van belang te kijken naar het aandeel vrouwen op nieuwsredacties. Vrouwen hebben een emancipatieproces achter de rug. Onderzoek van Ans Merens heeft aangetoond dat vrouwen intussen redelijk vertegenwoordigd zijn op redacties. Uit het onderzoek van de Mediamonitor is gebleken dat op bijna alle onderzochte  nieuwsredacties vrouwen werken; alleen op twee kleine redacties is dat niet het geval (tabel 2). Vrouwen zijn nog wel in de minderheid: iets meer dan één op de drie journalisten (37,5 procent) is vrouwelijk. Het aandeel vrouwen op redacties ligt 5,5 procentpunten lager dan het landelijk gemiddelde aandeel vrouwen op alle werknemers (2005: 50,5 procent van de bevolking, 43,0 procent van de beroepsbevolking, bron CBS). Op televisie- en internetredacties zijn vrouwen het hoogst vertegenwoordigd (respectievelijk 45,2 en 43 procent). Kijkend naar het bovengenoemde onderzoek van Ans Merens, dat overigens slechts beperkt vergelijkbaar is met het onderzoek van de Mediamonitor, valt te concluderen dat het aandeel vrouwen vooral bij dagbladen is toegenomen. Met Annemieke Besseling is in 2005 voor het eerst een vrouw tot hoofdredacteur van een dagblad (het Brabants Dagblad) benoemd. Misschien kan dit worden gezien als een aanwijzing dat de recent geconstateerde achterstand van vrouwen in leidinggevende posities terug begint te lopen.

Tabel 2: aandeel vrouwen op nieuwsredacties (in procenten)
Medium
Aandeel vrouwen op de redactie
Dagblad 34,1
Opiniebladen 37,9
Televisie 45,2
Radio 35,2
Internet 44,0
Totaal 37,5

Naast journalisten in loondienst werken op veel nieuwsredacties ook freelance journalisten. Uit onderzoek is gebleken dat in de afgelopen jaren sprake is van een toename van het aandeel journalisten dat niet in vaste dienst is. Freelance journalisten kunnen voor meerdere redacties werken. De omvang en inhoud van het werk van een freelancer verschilt sterk. Het aantal freelancers zegt daarom weinig over hun medewerking.

In het onderzoek is gevraagd welk deel van het budget voor personele bezetting aan freelancers wordt besteed. Het aandeel freelance journalisten op nieuwsredacties verschilt weinig tussen de verschillende mediumtypen (tabel 3). Een uitzondering zijn de opiniebladen: hier worden voor de productie relatief veel (31,7 procent) freelancers gebruikt. Opiniebladen hebben niet permanent behoefte aan correspondenten in het binnen- en buitenland. Daarom is het voor de hand liggend dat ze voor buitenlandse berichtgeving, commentaren etc. gebruik maken van freelance journalisten, die ook voor andere media werken.

Tabel 3: aandeel freelance journalisten op nieuwsredacties (in procenten)
Medium-type
Aandeel freelancers
Dagblad 13,7
Opinietijdschrift 31,7
Televisie 8,1
Radio 9,8
Internet 17,0
Totaal 13,3
Grootte en samenstelling van persbureaus

Persbureaus kunnen worden gezien als nieuwsredacties die nieuws voor andere nieuwsredacties selecteren. Ze produceren ook eindproducten, bijvoorbeeld radio- en internetnieuws of teletekst.Toch blijft het de hoofdtaak van persbureaus om nieuwsredacties met brongegevens te ondersteunen. Deze voorselectie van nieuws is maatschappelijk van groot belang, omdat berichten van persbureaus op deze manier tot op zekere hoogte de media-agenda bepalen. Redacties van persbureaus vallen in dit rapport in principe niet onder het begrip nieuwsredacties. Ze selecteren wel nieuws, maar ze houden zich nauwelijks bezig met de presentatie van nieuws. In het kader van het onderzoek naar nieuwsredacties is echter wel volledigheidshalve gekeken naar de grootte en samenstelling van de redacties van de Nederlandse persbureaus.

Uit het onderzoek komt naar voren dat redacties van persbureaus groot zijn, groter zelfs dan dagblad- en televisieredacties. Toch werken op de grootste dagblad- en televisieredacties meer journalisten dan bij alle persbureaus gezamenlijk. Het aandeel vrouwen op de redacties van persbureaus is 27 procent. Dit percentage ligt meer dan tien procent lager dan bij de gemiddelde nieuwsredactie.

 

Organisatie van nieuwsredacties

Er bestaan verschillende manieren om nieuwsredacties in te delen. Een redactie kan worden ingedeeld naar thematische onderwerpen (binnenland, buitenland, economie etc.), naar nieuwsproducten (Telegraaf, Telegraaf op zondag, telegraaf.nl) of naar mediumtype (televisie, internet etc.). Een alternatief organisatiemodel wordt nauwelijks gehanteerd.

In het onderzoek naar nieuwsredacties is gevraagd of de indeling naar thematische onderwerpen, nieuwsproducten en mediumtype voor een deel of voor de gehele redactie van toepassing is (tabel 4). Bovendien is met deze informatie (niet =0, gedeelte =1, hele redactie=2) een additieve specialisatie-index berekend, waarbij 0 het minimum is (de redactie is naar geen van de drie genoemde criteria ingedeeld) en 6 het maximum (de hele redactie is naar alle drie de criteria ingedeeld).

De verschillen tussen de media zijn niet groot. Opvallend is dat bijna alle nieuwsredacties van dag- en opiniebladen thematisch zijn ingedeeld (90,9 en 100 procent). Echter, niet het mediaplatform, maar de grootte van de redactie bepaalt de specialisatie. Een kanttekening hierbij is wel dat de grootte van een nieuwsredactie vaak samenhangt met het mediaplatform. Op kleine redacties doet een journalist nagenoeg alles (specialisatie-index is 0,83). Naarmate een redactie groter wordt, zijn redacteuren gespecialiseerder en wordt intensiever gebruikt gemaakt van een verdere indeling. Dit is te zien aan de specialisatie-index van 2,44 bij grote redacties. Gemiddelde en grote redacties zijn beide ongeveer even vaak thematisch ingedeeld. Voor grote redacties is tevens een indeling naar mediumtype kenmerkend. De multimediale trend schept de verwachting dat redacties in de toekomst in mindere mate naar platformen en/of mediumtype worden ingedeeld.

De organisatie van nieuwsredacties heeft ook te maken met eventuele aanwezige samenwerkingsverbanden (tabel 4, laatste kolom). Het samenvoegen van redacties is een manier om meer nieuwsproducten met minder journalisten te produceren. Een alternatief kan een coöperatie zijn, zoals tussen het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio. Er is in het onderzoek gekeken naar de samenwerking van nieuwsredacties met andere Nederlandse nieuwsredacties. Het aandeel van samenwerkingsverbanden op de nieuwsmarkt is al behoorlijk en verschilt nauwelijks tussen de verschillende media. Alleen kleine redacties hebben minder vaak een samenwerkingsverband (16,7 procent).

Tabel 4: organisatie van nieuwsredacties (in procenten)
Medium
Thematisch Nieuwsproducten Medium­type Specialisatie­­-index (0-6) Coöperatie met andere redacties
Dagbladen 90,9 22,7 45,0 2,09 31,8
Opiniebladen 100 0 66,7 1,67 33,3
Televisie 62,5 37,5 37,5 1,88 25,0
Radio 72,7 18,2 36,4 1,82 36,4
Internet 60,0 20,0 0 0,8 60,0
Kleine redactie 50,0 0 8,3 0,83 16,7
Gemiddelde redactie 90,5 23,8 38,1 1,95 42,9
Grote redactie 87,5 37,5 62,5 2,44 37,5
Totaal 79,6 22,4 38,8 1,84 34,7
Brongebruik van nieuwsredacties

Persbureaus selecteren wat er in de wereld gebeurt. Binnen- en buitenlandse gebeurtenissen worden door nieuwsredacties overwegend indirect via persbureaus en andere media waargenomen. De diversiteit van de gebruikte bronnen is een voorwaarde voor een divers nieuwsaanbod. Er is daarom onderzocht of nieuwsredacties vaak, af en toe of nooit gebruik maken van persbureaus (ANP, GPD, Novum en niet nader gespecificeerde buitenlandse persbureaus). Tevens is onderzocht welke media de nieuwsredacties naast persbureaus gebruiken.

Kijkend naar het totaal (tabel 5) kan worden gesteld dat het persbureau ANP door bijna alle nieuwsredacties (93,9 procent) wel eens wordt gebruikt. Iets meer dan een kwart van de nieuwsredacties maakt wel eens gebruik van GPD en Novum. Er is echter minder concurrentie tussen GPD en Novum (beide werken sinds juni 2006 samen) dan tussen ANP en deze beide persbureaus, omdat GPD en Novum zich beide op een andere doelgroep richten. Een aparte categorie is de categorie buitenlandse persbureaus. Deze worden vooral door gemiddelde en grote redacties gebruikt.

Het is niet alleen interessant te weten of nieuwsredacties gebruik maken van persbureaus; nog interessanter is het te weten hoe vaak zij ook daadwerkelijk gebruik maken van de nieuwsberichten van deze persbureaus. In de onderste rij van de tabel valt af te lezen dat alle redacties die van de GPD berichtgeving gebruik kunnen maken, dit ook altijd doen. Ook wordt bijna altijd gebruik gemaakt van de nieuwsberichten van ANP (89,1 procent). Minder vaak worden de nieuwsberichten afkomstig van Novum (46,2 procent) en buitenlandse persbureaus (60 procent) gebruikt.

Tabel 5: gebruik van persbureaus door nieuwsredacties (in procenten)
Medium
ANP GPD NOVUM Buitenland
Dagblad 100 59,1 18,2 86,4
Opiniebladen 66,7 0 33,3 66,7
Televisie 100 0 12,5 75,0
Radio 100 0 27,3 90,9
Internet 60,0 0 80,0 66,0
Kleine redactie 91,7 0 41,7 58,3
Gemiddelde redactie 90,5 40,9 19,0 90,5
Grote redactie 100 25,0 25,0 87,5
Totaal 93,9 25,5 26,5 81,6
Aandeel “vaak gebruikt” 89,1 100 46,2 60,0

In onderstaande figuur is te zien dat bijna vier van de tien nieuwsberichten zonder persbureaus niet zouden zijn ontstaan. Naarmate een nieuwsredactie groter is loopt dit aandeel terug. Ook valt te zien dat de berichtgeving van internetredacties overwegend door onbewerkte nieuwsberichten van persbureaus tot stand komt, terwijl opiniebladen maar incidenteel hun berichtgeving op persbureaus baseren. Deze verhoudingen zijn niet onverwacht. Internetredacties produceren voor een medium dat permanent ververst moet worden. Om actueel te blijven moeten hun redactieleden snel zijn, en niets gaat sneller dan het verwerken van nieuws. Naast internetredacties zijn radioredacties het sterkst aangewezen op persbureaus, vooral voor kort nieuws. Ook dagbladredacties maken intens gebruik van de nieuwsberichten van persbureaus. Televisieredacties baseren zich weinig op de berichtgeving van persbureaus. Dit kan te maken hebben met het feit dat zij selecteren op de aanwezigheid van bewegend beeld.Naarmate het deel van de berichtgeving dat is gebaseerd op berichten van persbureaus toeneemt, wordt de invloed van deze berichten op de media- en publieksagenda groter. Daarom is aan de onderzochte nieuwsredacties gevraagd in te schatten welk deel van hun berichtgeving afkomstig is van persbureaus.

Aandeel nieuwsberichten gebaseerd op berichtgeving van persbureaus

Journalisten maken behalve van persbureaus ook gebruik van media, hetzij om de eigen keuze en interpretatie met de concurrentie te kunnen vergelijken, hetzij om geïnspireerd te worden. Het in de gaten houden van andere media is naast de professionele selectiecriteria een reden voor de vaak overeenkomstige keuze en rangschikking van nieuwsonderwerpen. Verondersteld wordt dat het mediagebruik van een redactie (voor professionele journalistieke doeleinden) afwijkt van het mediagebruik van een particulier persoon. Er is daarom aan nieuwsredacties gevraagd welke nieuwsproducten zij als onderdeel van de redactionele werkzaamheden vaak gebruiken.

 

Tabel 6: mediagebruik van nieuwsredacties (in procenten)
Medium
Gemiddeld aantal verschillende media Dagbladen TV Radio Internet Opiniebladen
Dagblad 7,8 59,1 54,5 50,0 40,9 22,7
Opiniebladen 15,3 100 100 66,7 33,3 66,7
Televisie 15,3 87,5 75,0 75,0 37,5 62,5
Radio 13,2 90,9 72,7 72,7 54,5 45,5
Internet 6,4 80,0 60,0 60,0 80,0 20,0
Totaal 15,3 75,5 65,3 61,2 46,9 36,7


Gemiddeld maakt een nieuwsredactie gebruik van ten minste 15 verschillende nieuwsmedia (tabel 6). Het belangrijkste medium voor nieuwsredacties is het dagblad: voor meer dan drie kwart van de redacties hoort het lezen van dagbladen tot het dagelijkse routinewerk. Van televisie en radio wordt iets minder gebruik gemaakt (respectievelijk 65,3 en 61,2 procent) en van internetnieuws en opiniebladen het minst. De redacties van opiniebladen volgen de berichtgeving van dagbladen en televisie zeer sterk. Opvallend is tot slot dat nieuwsredacties gebruik maken van verschillende mediaplatformen en geen duidelijke voorkeur voor het eigen mediumtype hebben. Het dagblad is het meestgebruikte medium voor nieuwsredacties. In de top 10 van  de meest gebruikte nieuwsmedia (tabel 7) staan zes landelijke dagbladen, drie NOS nieuwsproducten en opinieprogramma’s van de Publieke Omroep. Nu.nl (12de plaats) is de belangrijkste exclusieve online nieuwsaanbieder en Elsevier (14de plaats) de nummer één wat betreft opiniebladen. Ten opzichte van buitenlandse media zijn regionale media iets minder relevant. De gratis bladen Metro en Sp!ts bereiken wel een groot deel van de bevolking, maar in mindere mate de werkvloer van nieuwsredacties. Het populaire televisienieuws heeft in nog mindere mate de aandacht van nieuwsredacties.

Tabel 7: specifiek mediagebruik van nieuwsredacties

Positie Naam Aandeel
1 de Volkskrant 64,6
2 NRC Handelsblad 56,3
3 NOS online/teletekst 54,2
4 De Telegraaf 52,1
5 NOS radio nieuws 52,1
6 Algemeen Dagblad 50,0
7 Trouw 50,0
8 NOS tv nieuws 50,0
9 Netwerk Nova Buitenhof 47,9
10 Het Financieele Dagblad 45,8
11 Buitenlandse media 43,8
12 nu.nl 37,5
13 Regionale dagbladen 35,4
14 Elsevier 33,3
15 BNR Nieuwsradio 33,3
16 Vrij Nederland 31,3
17 RTL nieuws op televisie 29,2
18 De ochtenden 29,2
19 HP De Tijd 27,1
20 Weblogs 27,1
21 Metro Sp!ts 25,0
22 De Groene Amsterdammer 25,0
23 Regionaal radio 22,9
24 nieuws.nl 20,8
25 Regionaal tv 20,8
26 RTL Z nieuws tv 18,8
27 RTL online/teletekst 18,8
28 Barend & Van Dorp 18,8
29 planet.nl 16,7
30 Hart van Nederland 14,6
31 Editie nl 12,5
32 NSE 10,4

 

Conclusie

De nulmeting, gehouden onder nieuwsredacties in Nederland, laat in samenhang met de ontwikkelingenvan redacties in de afgelopen jaren ook zonder een tweede meting al duidelijke trends zien. Samenvoeging en centralisatie doen het aantal nieuwsredacties in Nederland krimpen. Nieuw ontstane internetredacties werken met weinig redacteuren en maken vooral gebruik van nieuwsberichten van persbureaus. Steeds meer nieuwsproducten worden door minder redacties en minder journalisten geproduceerd. Dit kan onder andere worden verklaard door de trend van kort nieuws. Deze trend die jaren geleden bij teletekst begon en sinds enkele jaren online groeit, heeft, in de vorm van headlinenieuws, inmiddels ook radio en televisie verovert. Kort nieuws wordt nu zelfs ook mobiel verspreid.

De concurrentie tussen de nieuwsmedia gaat niet altijd om de afwijkende inhoud, maar vooral om de actualiteit, ofwel wie brengt het nieuws het eerst. Vaak is het schrijven van een nieuwsbericht slechts een kwestie van selectie. Journalisten zijn daarvoor in mindere mate nodig. Soms, zoals in het geval van Google Nieuws, zijn ze zelfs volledig overbodig. Door ingekorte nieuwsproducten en kleinere redacties zal de opiniemacht van persbureaus groter worden. Niet alleen de marktleidende ANP-redactie, waar journalisten nieuws vergaren en eindproducten zoals radio- en internetnieuws produceren, maar ook grote nieuwsredacties die crossmediaal nieuws produceren, zoals de redacties van de NOS of de Telegraaf, lijken voor de toekomst de ‘gatekeepers’ van nieuws te zijn.

Voor de hand ligt nu de vraag of door de veranderingen op redactioneel gebied in Nederland daadwerkelijk dezelfde berichtgeving in verschillende vormen via steeds meer media verspreid wordt. Tevens kan men zich afvragen wat het effect van de samenstelling van nieuwsredacties op de inhoud van nieuwsberichten is. Deze vragen kunnen niet op grond van dit onderzoek worden beantwoord, maar een op inhoud gericht vervolgonderzoek zal hier zeker meer inzicht in geven.

Deel deze pagina