Lokale dagbladedities (2007)

“Tot twaalf jaar geleden was de Amersfoortse Courant een zelfstandige krant met een eigen hoofdredacteur, een redactie voor het algemeen katern, een eigen abonnement op een persdienst (de Persunie) en met voldoende regiojournalisten om zes fijnmazige edities te maken”, schreef Arjeh Kalmann twee jaar geleden in De Journalist. Nu is hij verantwoordelijk voor het regionieuws van AD Amersfoortse Courant en AD Utrechts Nieuwsblad. Regionale dagbladen lijken genoodzaakt met landelijke dagbladen te fuseren om te kunnen overleven, maar verliezen daarmee contact met het lokale nieuws. “De krant als buur was een mooi concept”, schrijft Peter ter Horst, oud-hoofdredacteur van de Haagsche Courant eind 2005 en geeft daarmee aan dat het overlijden van de lokale edities nabij is. Verschillende ziektestadia heeft het regionale dagblad al achter de rug: eerst ontstonden lokale dagbladmonopolies en vervolgens verdwenen klassieke titels ten gunste van fusiekranten zoals AD. In de nieuwe krant treffen lezers dan “nog minder lokaal nieuws aan” zegt een AD-lezer in het NRC Handelsblad van 3 september 2005. Toch is de lokale editie van het regionale dagblad in Nederland nog steeds de meest gebruikte bron wanneer het gaat om het vergaren van lokale informatie. Dat een Britse investeringsmaatschappij eerst de Limburgse kranten van de Telegraaf Media Groep koopt en nu Wegener volledig wil overnemen, toont aan dat de lokale krant nog leeft en dat hiermee nog inkomsten te genereren zijn. Hoofdstuk 4 heeft laten zien dat door de jaren heen sprake is van een sterke teruggang in aantal en samenstelling van uitgevers, kernkranten en titels. Wat betekenen deze veranderingen voor de hoeveelheid lokale edities en dus de lokale pluriformiteit? Klopt het vermoeden dat de hoeveelheid lokale informatie is afgenomen?

Om inzicht te krijgen in de regionale dagbladenmarkt en de mogelijke ontwikkelingen in de nabije toekomst, is een drietal onderzoeken uitgevoerd. Stap voor stap wordt er ingezoomd, beginnend bij een uiteenzetting van de situatie in 1987 en 2006 waar het gaat om uitgevers, kernkranten, titels, edities en de marktverdeling tussen de verschillende uitgevers. Vervolgens wordt een stap gemaakt naar datgene wat een regionaal dagblad zo populair maakt: de lokale berichtgeving. De veranderingen in omvang en plaatsing van de lokale berichtgeving die zich in twintig jaar hebben voorgedaan worden besproken. Afsluitend wordt onderzocht in hoeverre deze lokale berichtgeving uniek is voor een editie en in hoeverre meerdere edities gebruik maken van dezelfde berichten.

Op basis van het hergebruik van bovenregionale en regionale berichten wordt tot slot een inschatting gegeven van de redactionele synergie en de daarmee samenhangende bedreiging van de pluriformiteit per uitgever.

 

Situatie 1987 en 2006

Binnen de dagbladenmarkt heeft een enorme concentratie plaatsgevonden: kernkranten en titels zijn gefuseerd of verdwenen en er zijn slechts drie grote uitgevers overgebleven. Om te onderzoeken in hoeverre deze trend ook op regionale dagbladen van toepassing is, hebben we voor deze markt de titels, kernkranten en uitgevers in 1987 en in 2006 in kaart gebracht. Daarnaast is ook de ontwikkeling van verschillende edities te zien.

In 1987 waren er negentien uitgevers van regionale dagbladen die in totaal 38 kernkranten, verspreid over 63 titels, in handen hadden (zie onderstaande figuur). In 2006 is zowel het aantal uitgevers als kernkranten en titels meer dan gehalveerd. Met name de terugloop van het aantal kernkranten is van belang voor de pluriformiteit. Immers, hoe meer kernkranten, des te groter het verschil tussen de verschillende titels.

Het aantal edities is, in tegenstelling tot het aantal uitgevers, kernkranten en titels, door de jaren heen juist toegenomen. De 120 edities in 1987 zijn in 2006 uitgegroeid tot 138 edities, inclusief de gratis dagbladen (Almere Vandaag en twee lokale edities van Metro), maar exclusief drie edities die minder dan vijf keer per week verschijnen.

Doordat er minder kernkranten zijn en meer edities, is de kans dat lezers van verschillende regionale dagbladtitels dezelfde bovenregionale berichten lezen sterk toegenomen. Tegelijkertijd worden door de toename van het aantal edities de verspreidingsgebieden kleiner, waardoor de lokale en regionale berichtgeving doelgerichter wordt.

Kenmerken regionale dagbladen

Indien ervan uitgegaan wordt dat een kernkrant zonder eigen redactie geen echte kernkrant is, vallen in 2006 nog drie kernkranten weg. Ten eerste de Barneveldse krant die het bovenregionale nieuws niet zelf vergaart, maar dit van het ANP overneemt. Ten tweede AD Nieuwsmedia dat ervoor heeft gekozen het landelijke AD tot de kernkrant van de regionale AD-titels te maken en daardoor geen behoefte heeft aan een aparte algemene redactie voor de regionale titels. Ten derde Metro die vanaf de andere kant is begonnen en aan haar landelijke versie twee lokale edities heeft toegevoegd.

In 2006 bieden AD Nieuwsmedia en Telegraaf Media Groep (TMG), ten opzichte van de andere regionale dagbladuitgevers, de meeste titels en edities per kernkrant (tabel 1). Het aandeel van alle edities is echter bij Wegener het grootst. Uitgevers gebruiken verschillende strategieën. AD Nieuwsmedia en TMG laten bijvoorbeeld in 2006 hun dagbladen met slechts één kernkrant verschijnen, terwijl Wegener en de andere regionale uitgevers er juist voor kiezen om de verschillende titels ook in het algemene deel zelfstandig te laten zijn. Op editieniveau komt de verandering die Wegener tussen 1987 en 2006 heeft doorgemaakt duidelijk naar voren. Het aandeel edities van Wegener is namelijk in de afgelopen twee decenniameer dan verdubbeld.

Tabel 1: kernkranten, edities en titels
Aanbieder
Aantal kernkranten Titels per kernkrant Edities per kernkrant Aandeel van alle edities
(in procenten)
1987 2006 1987 2006 1987 2006 1987 2006
Koninklijke Wegener 7 7 2,0 1,0 3,7 10,3 21,7 52,2
AD Nieuwsmedia 1 6,0 19,0 13,0
Telegraaf Media Groep 2 1 1,0 7,0 2,5 18,0 4,3 13,8
Overige uitgevers 29 7 1,6 1,1 3,0 4,1 74,0 21,0
Alle uitgevers 38 16 1,7 1,8 3,2 8,6 100 100

Lokale berichtgeving 1987 en 2006

Om na te gaan of de hoeveelheid lokaal nieuws in de afgelopen twintig jaar is veranderd, is er voor nader onderzoek van tien regionale dagbladtitels één editie gekozen die zowel in 1987 als in 2006 bestond. Vervolgens is het totale aantal pagina’s en het aantal regionale pagina’s berekend. De dagbladen uit 2006 zijn vergeleken met dezelfde bladen uit 1987.

Tussen 1987 en 2006 is zowel het totale aantal redactionele pagina’s als het aantal regionale pagina’s gestegen (tabel 2 en 3). Het aandeel regionale pagina’s is echter met 4,6 procentpunten afgenomen. Kranten hebben dus meer pagina’s gekregen en de regionale delen zijn ook groter geworden, maar het aandeel van regionale berichtgeving is afgenomen.

Tabel 2: aantal en aandeel regionale pagina’s (gemiddeld per dag)
Aanbieder
Aantal regionale pagina's Aandeel regionale pagina's
(in procenten)
1987 2006 1987 2006
Koninklijke Wegener 5,0 6,6 28,1 29,9
AD Nieuwsmedia 3,7 7,6* 22,8 22,0
Telegraaf Media Groep 6,1 5,7 33,0 25,8
Overige uitgevers 5,2 4,6 29,4 19,1
Alle uitgevers 5,0 6,0 28,4 23,8
N=120
* = tabloid-formaat; twee pagina’s worden als één pagina beschouwd.

Het gemiddelde aantal pagina’s is op alle dagen van de week gestegen. Er is sprake van een stijging op maandag tot en met vrijdag met 6,7 pagina’s en op zaterdag met zelfs bijna 18 pagina’s (tabel 3). De omvang van het regionale deel verandert tussen 1987 en 2006 veel minder. Toch zijn ook hier duidelijke verschillen tussen de uitgevers te zien: de HDC-dagbladen van TMG zijn alleen op zaterdag iets toegenomen in aantal pagina’s, terwijl Wegener en de andere uitgevers over de gehele week meer regionale pagina’s bieden. Ondanks het relatief grote verschil tussen het totale aantal pagina’s doordeweeks en het totale aantal pagina’s op zaterdag, is er slechts een klein verschil tussen het aantal regionale pagina’s doordeweeks en het aantal regionale pagina’s op zaterdag.

Tabel 3: totaal aantal pagina’s en aantal regionale pagina’s (gemiddeld per dag)
Totaal aantal pagina's Aantal regionale pagina's
1987 2006 1987 2006
Alle uitgevers (maandag t/m vrijdag) 16,9 23,6 4,5 6,1
Alle uitgevers (zaterdag) 21,5 39,3 5,5 6,6

Omvang van de lokale berichtgeving

Een toename van het aantal regionale pagina’s betekent niet automatisch dat de omvang van de lokale berichtgeving ook groter is geworden. Zo kan bijvoorbeeld het aandeel advertenties op een pagina zijn toegenomen. Voor een uitspraak over een eventuele toe- of afname van de hoeveelheid lokale informatie berekenen we daarom per editie het aantal berichten bedoeld voor één kleine en één grote gemeente, waarbij de gemeenten in beide jaren deel uitmaakten van het kernverspreidingsgebied van de editie.

Het aantal berichten gericht op een bepaalde gemeente liep in de afgelopen twintig jaar met bijna zeven procentpunten terug (tabel 4). Dat betekent in de praktijk dat een lezer in 1987 per dag gemiddeld veertien berichten over zijn gemeente tegenkwam en in 2006 dertien. Opmerkelijk is de terugloop van lokale berichten bij de HDC-dagbladen van TMG aan de ene kant en de toename van lokale berichten bij de AD-dagbladen aan de andere kant.

Tabel 4: aantal lokale berichten (gemiddeld per dag)

Aanbieder Aantal lokale berichten Verandering
(in procenten)
1987 2006
Koninklijke Wegener 14,4 13,0 -10,0
AD Nieuwsmedia 15,7 17,1 8,8
Telegraaf Media Groep 15,7 11,2 -28,6
Overige uitgevers 10,9 11,3 4,1
Alle uitgevers 13,8 13,0 -6,7

N 1987 = 1.665 berichten; N 2006 = 1.554 berichten

Naast het aantal bepaalt ook de lengte van de berichten de omvang van de lokale berichtgeving. Met betrekking tot deze lengte laat de analyse nauwelijks een verandering tussen 1987 en 2006 zien (tabel 5). Het aandeel korte berichten is licht gestegen. Dit komt vooral door de toename bij de AD-dagbladen, waar meer dan een derde van de lokale berichten kort nieuws is. In de twee onderzochte dagbladen van TMG zijn relatief weinig korte lokale berichten te vinden. De drie Wegener dagbladen laten een daling zien, vooral bij de Twentsche Courant Tubantia.

Tabel 5: aandeel korte berichten (in procenten)
1987 2006 Verandering
Koninklijke Wegener 39,6 32,7 -17,4
AD Nieuwsmedia 26,0 36,1 38,8
Telegraaf Media Groep 14,1 14,5 2,8
Overige uitgevers 21,7 24,3 12,0
Alle uitgevers 26,5 28,2 6,4

Vaak is de klacht dat regionale dagbladen alleen nog berichten over grote steden brengen en dat de kleinere gemeenten over het hoofd worden gezien. Voor deze analyse is daarom bewust gekozen voor één kleine en één grote gemeente per dagbladeditie. De resultaten van het onderzoek laten weinig verandering zien in het aandeel berichten over kleinere gemeenten (tabel 6). Weliswaar zijn er schommelingen bij de uitgevers onderling, maar in 2006 is het gemiddelde aandeel berichten 0,1 procentpunt hoger dan in 1987.

Tabel 6: aandeel berichten over kleine gemeente (in procenten)
Aanbieder
Aandeel berichten Verandering
1987 2006
Koninklijke Wegener 16,3 17,5 7,3
AD Nieuwsmedia 7,4 8,3 12,2
Telegraaf Media Groep 10,9 9,7 -11,0
Overige uitgevers 16,6 15,7 -5,4
Alle uitgevers 13,2 13,3 0,7

Het kan zijn dat kleine gemeenten in beide jaren systematisch benadeeld zijn ten opzichte van de grotere gemeenten. Om de bevolkingsomvang van de gemeenten in het onderzoek buiten beschouwing te laten, is het aantal berichten gestandaardiseerd per 10.000 bewoners. Het resultaat is dat in beide jaren geen relatie is gevonden tussen het aantal berichten en de grootte van de gemeente. Het is daarom aannemelijk dat andere factoren, zoals omvang en structuur van het verspreidingsgebied en de concurrentie tussen de uitgevers, uiteindelijk bepalend zijn.

 

Plaats van de berichtgeving

Lokale, op gemeenten gerichte berichten, kunnen in de gehele krant voorkomen. Om een bericht buiten het regionale katern mee te tellen als lokale berichtgeving, moet het aan minimaal twee van de volgende drie indicatoren voldoen: de bevolking van een gemeente is bijzonder betrokken bij het onderwerp, de gebeurtenis speelt zich af in de betreffende gemeente en/of de hoofdrolspeler is afkomstig uit de gemeente.

Plaatsing lokale berichtgeving in de krant

Zowel in 1987 als in 2006 plaatsten alle uitgevers het merendeel van de lokale berichten in een apart regionaal deel (zie bovenstaand figuur) regionale deel kan opgesplitst worden in een algemeen en een specialistisch deel, zoals regionale sport, economie of cultuur. Het Noordhollands Dagblad van TMG beschikte al in 1987 over een afzonderlijke pagina ‘stad en streek sport’. Intussen is deze pagina ook te vinden in de Wegener kranten Brabants Dagblad en Twentsche Courant Tubantia en de AD-dagbladen. Naarmate uitgevers er meer voor kiezen om de lokale berichtgeving binnen het regionale deel te publiceren, wordt dat deel verder thematisch onderverdeeld.

Wegener en AD Nieuwsmedia hebben er sinds 1987 voor gekozen meer berichten in het regionale deel weer te geven, maar er zijn ook uitgevers die er onveranderd voor kiezen een groot deel van de lokale berichten in het bovenregionale deel te publiceren, zoals TMG (tabel 7). Naast het regionale deel van de krant, komt de lezer het lokale nieuws ook vaker op de voorpagina tegen: het aandeel lokale berichten op de voorpagina is tot 2006 verdubbeld. Met lokale berichten op de voorpagina is het de lezer direct duidelijk dat de regionale krant hem nieuws uit zijn eigen gemeente aanbiedt. Hiermee kan de krant zich onderscheiden van landelijke kranten.

Tabel 7: plaatsing lokale berichtgeving in de krant (in procenten) 
Aanbieder
Regionaal deel Bovenregionaal deel Voorpagina
1987 2006 1987 2006 1987 2006
Koninklijke Wegener 77,3 82,0 21,7 14,2 1,0 3,8
AD Nieuwsmedia 67,6 91,5 27,9 3,4 4,5 5,1
Telegraaf Media Groep 73,2 70,7 23,9 25,2 2,9 4,1
Overige uitgevers 67,7 64,1 29,5 28,0 2,8 7,9
Alle uitgevers 72,0 77,9 25,4 16,8 2,6 5,3

Exclusiviteit van dagbladedities

Tot nu toe is stilgestaan bij de berichtgeving op titelniveau, waarbij van een aantal titels telkens één editie is geanalyseerd. In deze paragraaf wordt gekeken naar verschillen en overeenkomsten in berichtgeving tussen de verschillende edities binnen één titel.

Dat er in 2006 bij 28 titels 138 edities bestaan, is vanuit het oogpunt van pluriformiteit alleen positief te noemen wanneer deze edities ook in hun lokale berichtgeving verschillen en niet alleen voor marketingdoeleinden gescheiden zijn. Hoeveel regionale berichtgeving biedt elke editie en in hoeverre is die exclusief? Voor een antwoord op deze vraag zijn voor één dag in 2006 de uitgaven van alle edities onderzocht, met uitzondering van de acht titels die slechts één editie hebben en de twee regionaal sterk gescheiden Metro-edities Amsterdam en Rotterdam. Er zijn maar twee andere uitgevers die titels hebben met meer dan een editie, namelijk NDC/VBK en Mecom. Om die reden worden deze hier in plaats van ‘overige uitgevers’ genoemd.

Uit de eerdere analyses is gebleken dat de edities van de AD-dagbladen, in vergelijking tot edities van andere uitgevers, de meeste pagina’s tellen, het hoogste aantal regionale pagina’s hebben en de meeste regionale berichten publiceren. Nu blijkt dat de berichten in het AD tevens het grootste formaat hebben ten opzichte van de overige uitgevers (tabel 8). De veronderstelling dat de uitgebreide berichtgeving bij het AD afkomstig is van een grote hoeveelheid lokale redacties wordt niet bevestigd. In tegendeel, twee derde van de AD-dagbladedities noemt in haar edities geen eigen lokale redactie; dit percentage is bij de andere edities veel hoger.

Dat minder redacties meer lokale berichten produceren, bevestigt het vermoeden dat een groot deel van de berichtgeving in de regionale delen van de verschillende edities identiek is. De nadruk in dit onderzoek ligt daarom bij de vraag of dagbladedities een eigen, zelfstandige, regionale berichtgeving kennen of dat veel van deze berichten in meerdere edities worden gebruikt. Om dit te onderzoeken is van alle berichten die binnen de regionale delen van alle edities van een dagbladtitel zijn verschenen nagegaan of en hoe vaak deze ook in andere edities voorkomen.

Tabel 8: kenmerken edities
Aanbieder
Gemiddeld aantal regionale berichten Gemiddelde grootte van de regionale berichten
(klein=1, groot=3)
Edities met een eigen redactie
(in procenten)
Koninklijke Wegener 38,3 1,8 62,5
AD Nieuwsmedia 44,5 2,0 26,7
Telegraaf Media Groep 40,8 1,9 70,6
NDC/VBK 33,6 1,8 46,2
Mecom Group 35,1 1,8 100
Totaal 38,6 1,8 60,9

Bij de edities van het AD verschijnen meer dan twee van de drie berichten in de regionale delen van een doorsnee editie, ongeveer 31 berichten, tevens in een andere editie (tabel 9). Deze berichten verschijnen bijna zonder uitzondering op dezelfde plek, met een gelijke titel en een overeenkomstige omvang. Het laagste aandeel is daarbij voor de edities van het Groene Hart en het hoogste aandeel voor de edities van het Utrechts Nieuwsblad. Het aantal regionale berichten van de AD-dagbladedities was het hoogste, maar het aantal exclusieve berichten ligt met veertien berichten beneden het gemiddelde.

Tabel 9: identieke en unieke berichten binnen titels

Aanbieder Aantal berichten identiek in andere edities Aantal regionale berichten alleen/exclusief in deze editie Aandeel exclusieve berichten
(in procenten)
Exclusieve berichten ten opzichte van alle regionale
(in procenten)
Koninklijke Wegener 23,0 15,3 41,1 28,3
AD Nieuwsmedia 30,6 13,9 33,3 65,1
Telegraaf Media Groep 25,8 15,0 39,4 43,2
NDC/VBK 24,7 8,9 28,0 45,6
Mecom Group 21,4 13,8 38,7 34,4
Totaal 24,3 14,3 38,4 36,9

Van alle uitgevers wordt de regionale berichtgeving bij AD het meest over de dagbladedities verspreid: gemiddeld is de kans om een bericht van de ene editie van een AD-dagbladtitel in een andere editie van dezelfde titel terug te vinden 65 procent. De kans om dezelfde bijdrage in een ander editie tegen te komen is bij de edities van de Wegener-dagbladen het laagst. De exclusiviteit van berichtgeving heeft niet alleen met strategische keuzes van uitgevers te maken, maar ook met het verspreidingsgebied van de krant. De Stentor bijvoorbeeld omvat een groot verspreidingsgebied met weinig dominante steden, waarbij de voormalig zelfstandige edities toch nog enigszins zelfstandig blijken te zijn. Ook de edities van BN – DeStem en het Noordhollands Dagblad hanteren voornamelijk eigen berichtgeving. Over het algemeen zal dus achter de geschetste bevindingen de journalistieke vraag zitten of content uit een editie interessant kan zijn voor lezers van andere edities.De edities van de Wegener-titels hadden gemiddeld een lager totaal aantal regionale berichten, maar het aantal exclusieve berichten is in deze edities het hoogst. Wegener gebruikt dus relatief veel nieuwe berichten per editie. Bij de edities van de Stentor zijn er 22 berichten die uitsluitend voor komen in één editie. Daarmee heeft de Stentor het grootste aandeel exclusieve berichten en verschijnen de regionale berichten gemiddeld slechts in 8,2 procent van de andere edities. De HDC-dagbladedities van TMG zijn qua exclusiviteit van de berichten met de dagbladen van Wegener te vergelijken.

 

Meer redactionele synergie, minder pluriformiteit

Waren de jaren tachtig nog het gouden decennium voor dagbladen, inmiddels heeft op de dagbladenmarkt een enorme concentratie plaatsgevonden. De laatste jaren is niet alleen het aantal redacties, maar ook de oplage van regionale dagbladen duidelijk afgenomen. Deze ontwikkeling heeft echter weinig effect op de hoeveelheid edities. Regionale dagbladen lijken in dit opzicht een stabiel medium te zijn. Het meest opvallend zijn de verschillende strategieën van de uitgevers. We kunnen twee strategieën onderscheiden: besparen op bovenregionale berichtgeving en besparen op regionale berichtgeving, oftewel de bovenregionale en de regionale redactionele synergie.

 

Bovenregionale redactionele synergie

De eerste strategische vraag is of bovenregionale berichtgeving überhaupt thuis hoort in een regionaal dagblad, Huis-aan-huisbladen hebben ook geen bovenregionaal nieuws nodig omdat er nou eenmaal landelijke dagbladen zijn die dit veel beter kunnen. Echter, het lezen van zowel een landelijk als een regionaal dagblad is in Nederland uitzondering. De concurrentie met de landelijke dagbladen is daarom een sterk argument voor de alomvattendheid van de berichtgeving van regionale dagbladen. Daarom verschijnen alle edities van regionale dagbladen in Nederland met een bovenregionale kernkrant. Of het bovenregionale nieuws voor de verschillende titels identiek moet zijn, is afhankelijk van de strategische keuze van de uitgever. De kans om bij twee edities van Wegener of NDC/VBK exact dezelfde bovenregionale berichtgeving tegen te komen is vrij laag (tabel 5.10). De overige drie uitgevers brengen echter in hun verschillende edities hetzelfde bovenregionale nieuws. Die strategie wordt bij het AD het verst doorgevoerd: hier wordt in de titel al duidelijk dat het regionale en bovenregionale deel te scheiden zijn. Dat is anders bij de HDC-dagbladen, waar de eenheid ‘HDC’ niet herkenbaar in de titel is en het voor de lezer niet duidelijk wordt dat er slechts één algemene kernkrant bestaat.

 

Regionale redactionele synergie

Naast de bovenregionale redactionele synergie kunnen uitgevers er ook voor kiezen om de regionale berichtgeving in meerdere edities te gebruiken. De mogelijkheden van redactionele synergie voor de regionale berichtgeving zijn echter beperkt. Iemand uit Middelburg zal nieuws uit Leeuwarden niet zien als op zijn gemeente gericht regionaal nieuws. Toch verschilt de kans om bij de verschillende uitgevers twee identieke regionale berichten tegen te komen. Wederom zijn het de Wegener-edities die de minste overeenkomst vertonen: de kans om een bericht in een andere editie tegen te komen is bij deze uitgever slechts 4 procent en daarmee veel kleiner dan bij het AD. Dat NDC/VBK en Mecom hier de meeste overeenkomst laten zien is door hun beperkte geografische schaal verklaarbaar: beide brengen maar twee titels met edities uit in een regionaal overlappend of aangrenzend verspreidingsgebied.

 

Gemiddelde redactionele synergie

Voor het gemak wordt voor de berekening van de gemiddelde redactionele synergie verondersteld dat de kosten voor de bovenregionale berichtgeving en de regionale berichtgeving even groot zijn. Het gemiddelde uit de bovenregionale en de regionale synergie geeft een indicatie van de exclusiviteit van de edities en tegelijkertijd een indruk van de besparingsopties voor de toekomst. De Wegener dagbladen representeren het klassieke model: het zelfstandig regionaal dagblad. Deze autonomie is bij bijna alle andere titels van de overige uitgevers, ten gunste van sterke centralisatie en besparing op de algemene redacties, verdwenen.

 

Absolute redactionele synergie

De gemiddelde redactionele synergie is geschikt voor een vergelijking tussen de strategieën van de uitgevers, maar houdt geen rekening met schaalgrootte. Net zoals een gemiddelde besparing van 50 procent benzine per 100 kilometer na 10.000 kilometer per jaar eenzelfde besparing oplevert als een gemiddelde besparing van 10 procent op 50.000 kilometer, moet naast de gemiddelde redactionele synergie rekening gehouden worden met het aantal edities van een uitgever. Dit kunnen we wel de absolute redactionele synergie noemen, waarbij er een minimum is van 0 (geen overlap in berichtgeving tussen alle edities van een uitgever) en een maximum dat gelijk is aan het aantal edities. Het blijkt dat TMG de berichtgeving het meest hergebruikt om op die manier zoveel mogelijk edities uit te brengen. Op deze schaal presteren TMG, AD maar ook Wegener goed. De hier genoemde synergiecijfers zijn slechts indicaties en zeker niet één op één in rendement te vertalen. In de praktijk zal het aantrekkelijker zijn de bovenregionale berichtgeving te hergebruiken omdat dit makkelijker uit te voeren is dan een uniforme regionale berichtgeving.

Tabel 10: redactionele synergie door hergebruik berichtgeving
1 2 3 4 5
Aanbieder Bovenregionale redactionele synergie
(in procenten)
Regionale redactionele synergie
(in procenten)
Gemiddelde redactionele synergie
(in procenten)
Aantal edities Absolute redactionele synergie
Koninklijke Wegener 16,0 3,6 9,8 72 7,1
AD Nieuwsmedia 100 13,5 56,8 15 8,5
Telegraaf Media Groep 100 9,2 54,6 17 9,3
NDC/VBK 53,8 20,9 37,4 13 4,9
Mecom Group 100 17,8 58,9 11 6,5
Leesvoorbeeld Mecom: een bovenregionaal bericht dat voorkomt in één editie is tevens opgenomen in 100 procent van de andere edities van Mecom (kolom 1); een regionaal bericht dat voorkomt in één editie is tevens opgenomen in 17,8 procent van de andere edities (kolom 2); uitgaande van een evenwichtige verhouding van bovenregionale en regionale berichtgeving komt gemiddeld 58,9 procent van de totale berichtgeving binnen de edities overeen (kolom 3 = [kolom 1 + kolom 2] / 2); Mecom-titels verschijnen met elf edities (kolom 4); de absolute redactionele synergie bedraagt 6,5 ofwel 58,9 procent van elf edities (kolom 5 = [kolom 3/100]*kolom 4).

Regionale dagbladen leveren met hun zelfstandige bovenregionale verslaggeving een bijdrage aan de pluriformiteit en zijn daarmee van grote betekenis voor het maatschappelijke discours. In het vorige rapport is het jaarverslag 2005 van Koninklijke Wegener geciteerd, waarin twee projecten in het kader van de professionalisering stonden omschreven: het invoeren van de tabloidformule voor alle regionale dagbladen en de instelling van een groepsdirectie, onder andere voor ‘redactionele ontwikkeling’. In februari 2007 zijn alle titels van Wegener overgestapt naar tabloid. Het lijkt slechts een kwestie van tijd dat er bij het algemene nieuws bespaard wordt. Een uniforme Wegener-kernkrant zou Wegener een groot synergie-effect opleveren: de absolute redactionele synergie is dan 37,3. Het Nederlandse dagbladenaanbod verliest in dat geval zes kernkranten en de pluriformiteit zal sterk dalen: synergie is nu eenmaal de tegenhanger van pluriformiteit. Een verandering in de aanpak van Wegener zal niet alleen minder pluriformiteit op de dagbladenmarkt opleveren, maar zal ook invloed hebben op de persdiensten. Net zoals het aantal bij de GPD aangesloten dagbladen door de komst van de fusiekrant AD behoorlijk daalde (voor de kranten Amersfoortse Courant, Utrechts Nieuwsblad, Rotterdams Dagblad, Haagsche Courant, Goudsche Courant, Rijn en Gouwe en De Dordtenaar werd de samenwerking opgezegd) zal het verdwijnen van kernkranten bij Wegener verdere gevolgen hebben voor de gemeenschappelijke persdienst.

Vastgesteld kan worden dat gezien de scenario’s die aan het begin van dit hoofdstuk zijn geschetst, de actuele situatie van de regionale dagbladen nog meevalt wanneer de bovenregionale berichtgeving buiten beschouwing wordt gelaten. Nog nooit waren er zoveel verschillende edities als in 2006. Ze brengen alleen iets minder doelgerichte lokale informatie ten opzichte van twintig jaar geleden. Het einde van de lokale informatie via regionale dagbladen is echter nog lang niet in zicht.

Deel deze pagina