Het nieuws op 18 juni 2009 (2009)

Er was nog nooit zo’n groot aanbod van actueel en vaak ook gratis verspreid nieuws als tegenwoordig het geval is. Met het voorliggende onderzoek naar het nieuwsaanbod op 18 juni 2009 ronden we de in 2006 gestarte reeks onderzoeken naar productie, gebruik en inhoud van het nieuwsaanbod voorlopig af. Voor de reeks is onder meer de nieuwsmarkt gedefinieerd, is de organisatie van nieuwsredacties nagegaan en is voor het eerst nieuwsgebruik breed gemeten. Met dit afsluitende onderzoek willen we achterhalen hoe de nieuwsstroom op een willekeurige dag verloopt. Waar en wanneer vindt de meeste verversing plaats en wat zijn hierbij de verschillen tussen de diverse mediatypen? Wat zijn de bronnen waaruit actueel nieuws voortkomt? Biedt internetnieuws alleen maar meer van hetzelfde of is het aanbod zo divers dat alle nieuwstitels een eigen nieuwsagenda bieden?

Allereerst een korte terugblik op de eerder uitgevoerde onderzoeken van de Mediamonitor. In 2006 is er een analyse gedaan van nieuwsredacties in Nederland. De trends die hierbij naar voren kwamen, zijn ook in 2009 nog actueel. Er is sprake van een doorlopend concentratieproces bij redacties van nieuwsmedia. Zo zijn aparte redacties voor radio, televisie of print samengevoegd tot een centrale redactie, redacties van dagbladen samengevoegd en sommige nieuwsredacties helemaal verdwenen. Hier tegenover staat het ontstaan van nieuwe internetredacties, met doorgaans weinig redacteuren.

Dat steeds meer nieuwsproducten door minder redacties en minder journalisten worden geproduceerd, heeft als gevolg dat er een toevoer van korte nieuwsberichten is. Het schrijven van berichten op redacties komt steeds vaker neer op het selecteren van persberichten. Bij Google Nieuws bijvoorbeeld is een redactie helemaal overbodig. In voorgaand onderzoek is geconstateerd dat door ingekorte nieuwsproducten en kleinere redacties de opiniemacht van persbureaus groter wordt. Als gevolg van deze ontwikkeling hebben persbureaus zich meer vraaggericht opgesteld en leveren zij het nieuws aan zowel dagbladen, radio en televisie als aan websites en aanbieders van mobiele toepassingen. ANP bijvoorbeeld heeft zich volgens voormalig ANP-hoofdredacteur Rob de Spa ontwikkeld “van louter nieuwsleverancier tot informatieknooppunt. Het ANP is altijd leverancier van nieuws voor dagbladredacties geweest. Vroeger draaide het niet zozeer om snelheid, maar om volledigheid. Aan één alinea hadden kranten niks. Een paar keer per dag werd een bericht afgeleverd dat in ieder geval op de ‘zaktijd’ gereed moest zijn. In de periode dat ik hoofdredacteur was, zag je een sterke tendens om de snelheid van berichtgeving te vergroten, zodat die niet alleen voor het papieren product geschikt zou zijn, maar ook voor radio-uitzendingen en internet. Dat vereiste een andere aanpak. Het betekent dat je het nieuws blijft volgen; je volstaat niet met het plaatsen van een bericht, je houdt ook het vervolg scherp in de gaten en bericht daarover.” (CoMedia 117 (2006))

De dagbladenmarkt is geregeld onderwerp van discussie. Veel dagbladen hebben te maken met dalende oplagecijfers en het wordt steeds moeilijker om adverteerders te vinden en te binden. Het voortbestaan van de dagbladen is onzeker en dit leidt mogelijk tot het verdwijnen van titels. Wanneer in de jaren 50 van de vorige eeuw het laatste dagblad failliet zou zijn gegaan, had de Nederlandse bevolking het grootste deel van haar dagelijkse dosis nieuws niet meer kunnen ontvangen. Tegenwoordig is dat anders en zijn Nederlanders voor hun dagelijkse portie nieuws niet meer afhankelijk van de papieren krant. Televisienieuws is er in de loop van de tijd bijgekomen en sinds het begin van de jaren 80 wordt teletekst veelvuldig gebruikt. Het succes van teletekst maakte een steeds groter wordende behoefte duidelijk: korte berichten die een overzicht geven van het laatste nieuws op het gebied van onder meer politiek, economie, sport en entertainment. Inmiddels heeft deze vorm van nieuws op internet aan terrein gewonnen. Uit het nieuwsgebruikonderzoek dat de Mediamonitor in 2008 heeft uitgevoerd, blijkt dat de jongste generatie nieuwsgebruikers met name geïnteresseerd is in gratis verspreid nieuws met een hoge actualiteitswaarde. Wie op de hoogte wil blijven van een actuele gebeurtenis wacht niet meer op het dagblad, het radio- of het televisienieuws, maar maakt gebruik van de informatie via internet.

Bij aanvang van de reeks onderzoeken is er in 2006 voor een brede definitie van “nieuws” gekozen, met de volgende kenmerken: nieuws is actueel, universeel, professioneel bewerkt en op alle Nederlanders gericht. Onder “actueel” is toen een verspreiding van het nieuws van minimaal één keer per week verstaan. De reden voor deze afbakening was enerzijds gelegen in het permanente karakter van opinievorming en anderzijds in het werkbaar houden van de analyses. Met “universeel” wordt bedoeld dat alle onderwerpen op grond van actualiteit kans maken om geselecteerd te worden. Uitgesloten zijn dus thematische media (MTV, Het Financieele Dagblad) en radio- of televisieprogramma’s gericht op één bepaald onderwerp (NOS Studio Sport). In deze definitie wordt geen onderscheid gemaakt tussen nieuws en verdieping, Elsevier en nu.nl zijn allebei nieuwstitels.

Het is de vraag in hoeverre de toen gekozen definitie voldoende toekomstgericht is. Vandaag de dag is “actueel” eerder een verversing van meerdere keren per dag dan de gehanteerde norm van een keer per week. Bij opiniebladen zal niemand verwachten dat er de meest recente informatie wordt gegeven. Deze bladen staan bekend om hun opinie en achtergrondinformatie waarvoor laatste ontwikkelingen minder belangrijk zijn. Ditzelfde geldt eigenlijk voor papieren dagbladen. Een gevolg hiervan zal zijn dat opiniebladen, maar ook papieren dagbladen in sterkere mate niet meer worden beschouwd als nieuwsmedia, maar als opiniemedia met verdieping als voornaamste kenmerk en functie.

 

Onderzoek naar nieuwsinhoud

Nieuws bestaat uit korte berichten over actuele gebeurtenissen, terwijl achtergrondinformatie uitgebreidere berichten betreft die enige tijd na een nieuwsbericht verschijnen. De vraag ligt voor de hand of de berichtgeving door de veranderingen op redactioneel en technisch gebied  via steeds meer media wordt verspreid. Een actueel kort nieuwsbericht van bijvoorbeeld 8.30 uur kan zonder inhoudelijke aanpassingen op internet of op teletekst worden geplaatst, via rss feed verspreid of in het eerstvolgende nieuwsbulletin op radio of televisie worden gepresenteerd. Uit de hiervoor gekozen benadering volgt dat niet alleen opiniebladen, maar ook dagbladen en andere maximaal een keer per dag verschijnende titels het bericht van 8.30 uur waarschijnlijk niet zullen publiceren en dus niet meer onder de definitie van “actueel” vallen.

Verrassend genoeg houdt onderzoek naar nieuwsinhoud nauwelijks rekening met deze ontwikkeling. De grote onderzoeken beperken zich vaak tot papieren dagbladen, opiniebladen en actualiteitenprogramma’s. Een uitzondering hierop is een inhoudsanalyse van het internetnieuws in de VS uit 2004 ( The state of the news media 2004). Dit onderzoek komt tot de conclusie dat in de loop van de dag ongeveer de helft van de berichten wordt vernieuwd. Deze verversing is soms echter alleen mogelijk door het overnemen van persberichten: “Among those (sites) studied, there are three kinds of sites – those generating staff content, usually from their parent company, those relying almost on wire service and those trying to edit and adapt wire copy and adding some orginal content.”

Het hier gepresenteerde onderzoek dient als quickscan waarbij mediatypen die actueel nieuws verspreiden met elkaar vergeleken worden. Opiniebladen en papieren dagbladen worden daarbij vanwege hun niet-actuele karakter buiten beschouwing gelaten. Er wordt inzicht gegeven in de nieuwsstroom van één dag onder nieuwstitels die door de dag heen ten minste één keer ververst worden: websites van kranten, overige nieuwswebsites, televisiejournaals, teletekstpagina’s en radiobulletins. De inhoudsanalyse is gebaseerd op nieuwstitels van vier verschillende mediatypen: 13 websites, 4 radiozenders, 3 televisiezenders en 2 teletekstdiensten. Bij de selectie van de titels is een aantal keuzes gemaakt. Zo komen alle mediatypen die meerdere keren per dag worden ververst aan bod, is er zowel een radiojournaal van Novum als van ANP, is er gekeken naar zowel het nieuws van RTL als van NOS (op televisie en teletekst), is er een radiozender van de NOS en is er geluisterd naar de commerciële radiozender die zich profileert als nieuwszender: BNR Nieuwsradio. Bij de internetsites zijn de websites van alle landelijke dagbladen meegenomen. Daarnaast is de lijst aangevuld met nieuwssites met een hoog bereik.

Op een willekeurige dag (18 juni 2009) zijn alle berichten die zijn verschenen per nieuwstitel gecodeerd door vijf codeurs. De onderzoeksperiode beslaat 26 uur: een basismeting om 0 uur gevolgd door een periode van 25 uur, van 1 uur ’s nachts op 18 juni tot en met 1 uur ’s nachts op 19 juni. Bij radio, internet en teletekst was er een meting op elk uur (met uitzondering van Slam!FM dat alleen tussen 6 en 24 uur nieuws uitzendt), bij televisie werd gekeken naar elke nieuwsuitzending die op Nederland 1, Nederland 2 en RTL 4 werd uitgezonden: RTL Nieuws 11 keer en NOS Journaal 15 keer.

In totaal zijn er 13.656 berichten geanalyseerd. Per bericht zijn de kop, het onderwerp, de bron(nen), de omvang en de locatie van de beschreven gebeurtenis gecodeerd. Op basis van de kop en het onderwerp is uiteindelijk nog het aantal gebeurtenissen op die dag bepaald. Wanneer een kop in een voorgaande meting ook al aanwezig was, is er sprake van een herhaling van een bestaand bericht. Indien de kop nog niet eerder was voorgekomen, is deze als nieuw bericht gecodeerd. Voor de vaststelling of er een nieuw bericht is, wordt dus alleen naar de kop gekeken. Bestaande berichten zijn op een later moment niet meer gecontroleerd op eventuele aanpassingen op een van de variabelen.

Het aantal berichten van een nieuwstitel wordt op internet in sterke mate bepaald door de vormgeving en inrichting van de website. In dit onderzoek zijn alleen de nieuwsberichten – en directe verwijzingen naar nieuwsberichten – op de voorpagina geanalyseerd, omdat dat uiteindelijk de pagina is waarmee de aanbieder zich profileert. Er is alleen gekeken naar nieuwsberichten. Hierdoor zijn onder meer weblogs, video’s en strips buiten beschouwing gelaten. Om een indruk te geven van de mogelijke verschillen tussen websites, geeft onderstaande een weergave van drie geanalyseerde websites. Nrc.nl kiest ervoor om de nieuwsberichten in een klein deel van de voorpagina te tonen (zie omkaderd vlak), waarbij alleen de berichtkoppen getoond worden. Een uitzondering hierop vormen de bovenste drie berichten waarbij naast de kop een kleine beschrijving van de gebeurtenis gegeven wordt. De rest van de voorpagina wordt gevuld met onder meer verwijzingen naar weblogs en nrc.tv, een vraag van de dag, reclame en beursindex. Trouw.nl hanteert een andere layout. Op deze voorpagina nemen de nieuwsberichten een beduidend groter deel van de site in beslag dan bij nrc.nl het geval is, maar ook is er ruimte voor onder meer verwijzingen naar videomateriaal, opinie, recensies en verdieping. Een voorpagina die nog weer anders is ingericht dan de twee voorgaande is die van het Reformatorisch Dagblad. Deze site kiest er voor om naast het weerbericht, een publiekspoll en reclame voornamelijk nieuws te tonen.

 

nrc.nl, trouw.nl, refdag.nl

Alle berichten op 18 juni

Donderdag 18 juni 2009 was geen bijzondere dag voor het nieuws. Er waren geen grootschalige sportgebeurtenissen of rampen die het nieuws dusdanig hebben beïnvloed dat er voor andere gebeurtenissen geen ruimte meer was.

 

Aantal berichten

Hoeveel berichten zijn er deze dag door de verschillende nieuwstitels verspreid en in hoeverre zijn dit nieuwe berichten? In tabel 1 is te zien hoeveel berichten elke nieuwstitel per uur of uitzending heeft verspreid. Bij de websites staat telegraaf.nl bovenaan. Deze titel heeft elk uur op zijn voorpagina ongeveer 77 berichten staan. De pagina’s van depers.nl en nieuws.nl volgen met respectievelijk 60 en 57 berichten per uur. De websites met de minste nieuwsberichten zijn nrc.nl en nd.nl, met elk uur respectievelijke 14 en 11 berichten op de voorpagina.

Tabel 1: aandeel van berichten en mate van vernieuwing
Nieuwstitel (gerangschikt op totaal aantal berichten) Totaal aantal berichten Gemiddeld aantal berichten per uur/uitzending Aantal nieuwe berichten Aandeel nieuwe berichten (in procenten)
Internet 12530 1437 11,5
telegraaf.nl 1912 77 188 9,8
depers.nl 1490 60 195 13,1
nieuws.nl 1421 57 117 8,2
ad.nl 1406 56 169 12,0
spitsnieuws.nl 1108 44 78 7,0
nu.nl 1002 40 106 10,6
metronieuws.nl 843 34 112 13,3
nos.nl 785 31 97 12,4
refdag.nl 737 30 101 13,7
trouw.nl 631 25 131 20,8
volkskrant.nl 596 24 67 11,2
nrc.nl 347 14 49 14,1
nd.nl 252 10 27 10,7
Radio 448 235 52,5
BNR Nieuwsradio 155 6 73 47,1
Radio 1 129 5 56 43,4
Radio 538 107 4 63 58,9
Slam!FM 57 3 43 75,4
Televisie 234 70 29,9
NOS Journaal 167 11 41 24,6
RTL Nieuws 67 6 29 43,3
Teletekst 444 60 13,5
NOS-teletekst 225 9 39 17,3
RTL-teletekst 219 9 21 9,6
Totaal 13656 1802 13,2

Zijn de verschillen in gemiddeld aantal berichten tussen de nieuwstitels bij de internetaanbieders nog groot (tussen de 77 en 10 berichten per uur), bij radio en televisie worden deze al kleiner en bij teletekst is er tussen de twee geanalyseerde diensten nagenoeg geen verschil meer in het gemiddeld aantal berichten per uur. Geheel onlogisch is dat niet. Op internet zijn er vanwege de mogelijkheid om te scrollen geen beperkingen in ruimte, terwijl bij teletekst alle berichttitels op één beeldscherm moeten passen.

BNR en Radio 1 zijn met 6 en 5 berichten de radiozenders die de meeste berichten per uitzending hebben. Bij televisie heeft het NOS Journaal met gemiddeld 11 berichten per uitzending een bijna twee keer zo hoog aantal berichten dan het RTL Nieuws. Dat terwijl het NOS Journaal 15 keer te zien was en het RTL Nieuws 11 keer.

Het aantal berichten geeft niet aan in hoeverre er wel of geen nieuwe berichten worden geplaatst. Het kan zijn dat een nieuwstitel gedurende meerdere uren/uitzendingen dezelfde berichten gebruikt en alsnog niet erg actueel is.

 

Vernieuwing

Het aantal en aandeel nieuwe berichten in tabel 1 geeft aan in hoeverre de verschillende nieuwstitels binnen een dag nieuwe berichten hebben geplaatst ten opzichte van de berichten die op dat moment al aanwezig waren. Er is sprake van een nieuw bericht indien een aanbieder een bericht plaatst met een geheel nieuwe kop. Bij internet en teletekst is dit eenvoudiger te bepalen dan bij televisie en radio. Leidraad bij laatstgenoemden is dat er in het begin van het bericht expliciet wordt gewezen op een nieuwe ontwikkeling.

Van de nieuwstitels op internet laat depers.nl met 195 berichten zien dat zij van alle internettitels de meeste nieuwe berichten heeft gepubliceerd. Telegraaf.nl, ad.nl en trouw.nl volgen hierop. Op een site met relatief veel berichten valt het niet zo op wanneer een enkel bericht nieuw geplaatst wordt. Het is daarom van belang om niet alleen naar het absolute aantal te  kijken, maar ook naar het aandeel nieuwe berichten ten opzichte van het totaal aantal berichten. Depers.nl en ad.nl hebben met hun aandelen van 13 en 12 procent weliswaar meer dan het totaal gemiddelde over alle internettitels, maar juist de websites met minder berichten van trouw.nl, nrc.nl en refdag.nl vernieuwen verhoudingsgewijs het meest.

De nieuwsberichten op radio worden in vergelijking met de andere mediatypen het vaakst vernieuwd. Gemiddeld bevat een bulletin 3 tot 7 berichten dus een vernieuwing van een paar  berichten leidt al snel tot een hoog aandeel. BNR is de zender die in één dag de meeste nieuwe berichten heeft verspreid en heeft een aandeel van 47 procent. Het hoogste aandeel nieuwe berichten is te vinden bij Slam!FM.

Het RTL Nieuws wordt niet elk uur op RTL4 uitgezonden waardoor er gemiddeld veel tijd tussen de uitzendingen zit. Het percentage nieuwe berichten is dan ook logischerwijze groter bij RTL dan bij het NOS Journaal. Op teletekstgebied is het de NOS die het grootste aandeel nieuwe berichten heeft.

Voor alle titels geldt dat het totale aantal berichten over de gehele dag gemeten nauwelijks verandert. Het aandeel nieuwe berichten ten opzichte van alle berichten varieert echter wel. Vanaf 6 uur komt de stroom aan nieuwe berichten langzaamaan op gang met een piek tussen 11 en 12 uur (zie onderstaande figuur). Op dat moment is bijna een kwart van de getoonde berichten in het afgelopen uur nieuw geplaatst. Hierna neemt het aandeel nieuwe berichten even af, maar tussen 15 en 18 uur ontstaat een nieuwe piek. Tot 24 uur wordt nog redelijk ververst, maar daarna wordt het rustiger.

Aandeel nieuwe berichten

Nieuwe berichten op 18 juni

De focus van de analyse ligt vanaf nu op de nieuwe berichten die op 18 juni zijn gepubliceerd. Er zal worden ingegaan op onder meer de herhaling van berichten, de geografische strekking van de berichten, de omvang van de berichten, het brongebruik en de diversiteit van onderwerpen.

 

Nieuwsverloop van 25 uur

In de figuur is wederom de nieuwsstroom van de gehele dag weergegeven, maar nu wordt duidelijk welk medium per uur de meeste nieuwe berichten publiceert. De cijfers in de figuur zijn gebaseerd op het totaal aantal nieuwe berichten per medium gedeeld door het aantal titels van het medium.

Gemiddeld aantal nieuwe berichten

De stroom aan nieuwe berichtgeving komt op internet vanaf 6 uur op gang met een piek om 11 uur. Vervolgens daalt het aantal berichten weer iets tot ongeveer 14 uur, om weer te stijgen naar een piek in de periode 15-18 uur. Hierna neemt het aantal nieuwe berichten geleidelijk af. In de periode 7-18 uur wordt tweederde van alle nieuwe berichten op internet geplaatst.

Bij radio is er een minder extreem verloop te zien van de nieuwsstroom. Nieuwe berichtgeving blijft tot ongeveer 10 uur redelijk constant met maximaal 2 nieuwe berichten per uur. Na 10 uur neemt het aantal nieuwe berichten toe en blijft voor de periode 11-22 uur op dit hogere niveau, met een piek om 13 uur. In de periode 11-22 uur wordt bijna tweederde van alle nieuwe berichten via de radio verspreid.

Bij televisie is de plaatsing van de nieuwe berichten moeilijk met andere mediatypen vergelijkbaardoordat op de zenders niet elk uur uitzendingen zijn. Om 7 uur, bij de eerste uitzending, is een piek van de journaals te zien. Om 18 uur volgt de tweede piek.

Teletekst heeft de meeste nieuwe berichten in de ochtend om 7 en 9 uur, in de middag om 12 uur en in de avond om 18 uur. De teletekstdiensten van NOS en RTL laten zien vooral tussen 9-19 uur actief te zijn; tweederde van alle nieuwe berichten op teletekst wordt in deze tijdsperiode geplaatst.

 

Nieuwe berichten per nieuwstitel

In tabel 2 is te zien in hoeverre nieuwe berichten het volgende uur of de volgende uitzending worden herhaald. Uitschieter is trouw.nl; het percentage nieuwe berichten zonder herhaling ligt bij deze site op 56 procent. Dit betekent dat meer dan de helft van de berichten die op trouw.nl worden gepubliceerd het uur erna niet meer op de voorpagina te lezen is. Een bezoeker die niet elk uur naar deze pagina kijkt, zal dus berichten missen. Andere opvallende nieuwstitels zijn nd.nl, nrc.nl en metronieuws.nl, die juist een omgekeerd beeld laten zien. Zij plaatsten veel berichten die (veel) langer dan één uur te zien waren.

Tabel 2: herhaling van berichten
Nieuwstitels (gerangschikt op aandeel nieuwe berichten) Aandeel nieuwe berichten dat slechts één uur/uitzending aanwezig is (in procenten) Gemiddelde duur dat bericht aanwezig is (in uren/uitzendingen)
Internet 13,8 4,3
trouw.nl 55,7 3,5
refdag.nl 28,7 3,2
nieuws.nl 17,9 3,6
ad.nl 14,8 4,2
volkskrant.nl 13,4 4,7
spitsnieuws.nl 12,8 5,3
nu.nl 5,7 4,8
nos.nl 5,2 4,0
telegraaf.nl 4,8 5,1
depers.nl 4,6 4,3
nd.nl 3,7 5,3
nrc.nl 2,0 3,5
metronieuws.nl 0 4,1
Radio 58,3 0,7
Slam!FM 74,4 0,3
Radio 538 73,0 0,5
BNR Nieuwsradio 53,4 0,9
Radio 1 35,7 1,1
Televisie  24,3 2,1
NOS Journaal 24,4 2,8
RTL Nieuws 24,1 1,1
Teletekst 6,7 4,5
NOS-teletekst 7,7 3,7
RTL-teletekst 4,8 6,0
Totaal 19,8

Ondanks de uiteenlopende cijfers op het gebied van herhaling, laten de cijfers van de gemiddelde duur van een bericht zien dat trouw.nl en metronieuws.nl op dit vlak niet zo erg van elkaar verschillen. Op deze sites staat een bericht gemiddeld 3,5 à 4 uur voordat het verwijderd wordt. De gemiddelde duur van de berichten van alle internetaanbieders samen ligt op 4,3 uur. In de praktijk zal de gemiddelde duur hoger liggen, omdat de berichten die aan het eind van de dag zijn geplaatst waarschijnlijk de gehele nacht zijn blijven staan.

Bij radio is het percentage berichten dat niet herhaald wordt met 58 procent erg hoog. Meer dan de helft van de berichten wordt dus niet meer dan één keer gebruikt in het nieuwsbulletin. Radio 1 wijkt in dit rijtje duidelijk af van de rest, omdat de zender ‘slechts’ 36 procent van de berichten niet herhaalt. Bij televisie is het percentage berichten dat niet wordt herhaald bij de nieuwskanalen gelijk.

Bij teletekst zijn er relatief weinig berichten die slechts één uur op de pagina aanwezig zijn. Op beide pagina’s is zo’n 95 procent van de berichten langer dan een uur zichtbaar. De gemiddelde duur dat een bericht op een van de teletekstpagina’s staat is bij RTL-teletekst 6 uur en bij NOS-teletekst 3,7 uur.

 

Geografische strekking

Waar spelen de gebeurtenissen uit het nieuws zich af en in hoeverre zijn bij die gebeurtenissen Nederlanders of Nederland betrokken? De cijfers laten zien dat 51 procent van de berichten uit de totale nieuwe berichtgeving zich afspeelt in Nederland (tabel 3). Daarnaast is er een focus van 40 procent op nieuws dat zich op Europees of wereldniveau afspeelt en waarbij Nederland niet betrokken is.

Tabel 3: geografische strekking van berichten (in procenten)
Nieuwstitel (gerangschikt op aandeel locatie in Nederland)  Locatie in Nederland Locatie buiten Nederland – Nederland is wel betrokken Locatie buiten Nederland – Nederland is niet betrokken
Internet 48,4 9,6 42,0
nd.nl 66,7 0 33,3
refdag.nl 61,4 11,9 26,7
nu.nl 54,7 7,5 37,7
ad.nl 51,5 10,1 38,5
trouw.nl 50,4 9,2 40,5
telegraaf.nl 48,9 10,6 40,4
nrc.nl 46,9 6,1 46,9
volkskrant.nl 46,3 10,4 43,3
nieuws.nl 46,2 9,4 44,4
depers.nl 45,1 10,8 44,1
metronieuws.nl 43,8 12,5 43,8
nos.nl 41,2 8,2 50,5
spitsnieuws.nl 34,6 6,4 59,0
Radio 66,4 5,5 28,1
Slam!FM 81,4 2,3 16,3
Radio 538 76,2 6,3 17,5
BNR Nieuwsradio 65,8 5,5 28,8
Radio 1 44,6 7,1 48,2
Televisie 54,3 12,9 32,9
RTL Nieuws 58,6 17,2 24,1
NOS Journaal 51,2 9,8 39,0
Teletekst 55,0 5,0 40,0
RTL-teletekst 76,2 9,5 14,3
NOS-teletekst 43,6 2,6 53,8
Totaal 51,2 9,0 39,8

Het valt op dat vooral radionieuws in sterke mate over Nederlandse onderwerpen gaat; slechts eenderde van de berichten gaat over gebeurtenissen in Europa en de rest van de wereld. Slam!FM is hier de uitschieter met meer dan 80 procent berichtgeving over onderwerpen uit Nederland. Radio 538 behaalt op dit vlak ook een hoog percentage. Bij Radio 1 is een nagenoeg gelijke verdeling te zien tussen berichten met een locatie in Nederland en berichten met een locatie daarbuiten.

Bij televisie zien we eveneens een redelijk gelijke verhouding tussen binnen- en buitenlands nieuws. In tegenstelling tot het RTL Nieuws besteedt het NOS Journaal wat meer aandacht aan nieuws dat zich op Europees of wereldniveau afspeelt waarbij er geen betrokkenheid van Nederland is. Het verschil tussen deze twee aanbieders is wel erg groot als we naar teletekst kijken. RTL richt zich met teletekst in meer dan driekwart van de berichten op nieuws dat zich in Nederland afspeelt. Dit aandeel is bij NOS-teletekst minder dan 50 procent.

 

Omvang

De omvang van de berichten laat zien hoe uitgebreid de berichtgeving van de verschillende nieuwstitels is. Belangrijk bij de interpretatie van de cijfers is dat het gaat om de nieuwe berichten. Het kan dus best zijn dat de berichten later op de dag nog zijn aangepast en aangevuld. Doordat de omvang maar één keer is bepaald, geeft dat inzicht in hoe uitgebreid nieuwstitels hun nieuws in eerste instantie brengen.

 

Tabel 4: omvang van nieuwe berichten op internet

Nieuwstitel (gerangschikt op gemiddeld aantal woorden) 1-99 woorden 100-199 woorden Vanaf 200 woorden Gemiddeld aantal woorden per bericht
volkskrant.nl 7,5 41,8 50,7 266
nd.nl 11,1 33,3 55,6 264
nrc.nl 6,1 30,6 63,3 257
refdag.nl 9,9 43,6 46,5 257
trouw.nl 19,1 46,6 34,4 214
depers.nl 19,5 53,3 27,2 198
ad.nl 15,4 52,1 32,5 193
nieuws.nl 10,3 59,0 30,8 180
telegraaf.nl 16,5 61,2 22,3 180
nu.nl 15,1 56,6 28,3 180
metronieuws.nl 26,4 61,8 11,8 144
nos.nl 34,0 56,7 9,3 121
spitsnieuws.nl 33,8 62,3 3,9 120
Totaal 17,9 53,3 28,8 198

Vier van de zeven websites van betaalde kranten gebruiken gemiddeld meer woorden per nieuw bericht dan de rest: volkskrant.nl, nd.nl, nrc.nl en refdag.nl zitten ruim boven het gemiddelde van 198 woorden (tabel 4). De Pers heeft van de gratis kranten de site met gemiddeld het meeste aantal woorden. Over het algemeen lijkt het er op dat de top-5 meer achtergrond biedt bij nieuwe berichten. Dat dit diensten zijn van betaalde dagbladen, is hiervoor wellicht een verklaring.

De cijfers voor radio, televisie en teletekst (niet in tabel) zijn wat minder opvallend. De verklaring hiervoor is dat deze mediatypen aan een bepaalde standaard zijn gebonden. De berichten op radio duren gemiddeld 20 seconden. Radio 538 en Slam!FM scoren redelijk gelijk met rond de 15 seconden per bericht. Bij BNR en Radio 1 duren de berichten respectievelijk 21 en 40 seconden. De omvang van de televisieberichten ligt tussen de 40 en 50 seconden. Op een teletekstpagina kunnen ongeveer 100 woorden achtereenvolgens zonder witregels worden gepubliceerd, de gemiddelde omvang van de teletekstberichten is rond de 70 woorden.

 

Bronvermelding

Naast het aantal berichten en de geografische strekking en de omvang van de berichten, is ook de herkomst van de berichten geanalyseerd. Voor het coderen van de berichten op bron zijn strikte indicatoren gehanteerd. Zo moest de bron duidelijk boven of onder het bericht vermeld staan. Verwijzingen in de tekst zoals ‘dat meldde de BBC’ werden als onvoldoende indicatie voor de bron beschouwd en gecodeerd als ‘onbekend’. Het was mogelijk om meerderebronnen bij een bericht te hebben, het totaal in tabel 5 is daarom niet 100 procent. Voor de analyse van het brongebruik zijn alleen nieuwstitels op internet meegenomen. Bij radio, televisie en teletekst wordt de bron van het bericht niet eenduidig vermeld.

Tabel 5: bronvermelding per nieuwstitel op internet (in procenten)
Nieuwstitel (gerangschikt op aandeel persbureau) ANP Novum Buitenlands persbureau Eigen redactie Overig Onbekend ANP, Novum of buitenlands persbureau
metronieuws.nl 97,3 0 0,9 2,7 0 0 97,3
nieuws.nl 0 93,2 26,5 0 10,3 6,8 93,2
trouw.nl 39,7 38,9 13,0 16,8 4,6 4,6 78,6
nu.nl 67,9 7,5 1,9 23,6 0,9 0 77,4
ad.nl 63,3 0 0,6 17,8 0 18,9 63,3
nrc.nl 44,9 0 18,4 36,7 4,1 0 61,2
nd.nl 55,6 0 0 44,4 0 0 55,6
refdag.nl 53,5 0 10,9 45,5 6,9 0 55,4
volkskrant.nl 49,3 0 11,9 41,8 3,0 3,0 55,2
telegraaf.nl 0,5 0 0 22,3 1,6 75,5 0,5
depers.nl 0 0 0 13,3 0 86,7 0
nos.nl 0 0 0 2,1 0 97,9 0
spitsnieuws.nl 0 0 0 100 0 0 0
Totaal 32,4 11,7 5,6 23,1 2,3 31,6 45,2
Totaal exclusief spitsnieuws.nl en websites met een aandeel ‘onbekend’ groter 75 procent. 52,8 19,1 9,1 20,9 3,4 5,5 73,7

Wanneer gekeken wordt naar de afzonderlijke bronnen, dan speelt ANP bij in ieder geval 6 van de 13 internettitels een zeer belangrijke rol (tabel 5). Metronieuws.nl bestaat voor bijna 100 procent uit nieuws van ANP. Ook de berichten van nu.nl hebben in meer dan tweederde van de gevallen ANP als bron. Ad.nl scoort ook hoog met ruim 63 procent. Novum is vooral leverancier van berichten bij nieuws.nl: meer dan 93 procent van de berichten noemt dit persbureau als bron. Ook trouw.nl maakt gebruik van deze persdienst, zij het in mindere mate.

Geregeld is bij een bericht gebruik gemaakt van de eigen redactie (soms in combinatie met een persbureau). Bij refdag.nl, nd.nl en volkskrant.nl is bij meer dan 40 procent van de berichten de eigen redactie ingezet. Een opvallende uitkomst is 100 procent gebruik van de eigen redactie bij spitsnieuws.nl; bij alle berichten zet spitsnieuws.nl de naam van een journalist. Dit is opvallend aangezien het dagblad behorende bij deze website er juist om bekend staat veel berichten van ANP te gebruiken. Dat bij nos.nl voor bijna 100 procent van de berichten onbekend is wie de bron is, komt doordat nos.nl niet aangeeft wie het bericht gemaakt heeft. Dit is ook het geval bij meer dan driekwart van de berichten van telegraaf.nl. Hierbij dient opgemerkt te worden dat op deze site vaak in de berichten wel een verwijzing naar een bron wordt geplaatst. Echter niet op de manier waarop het hier is onderzocht.

De buitenlandse persbureaus spelen niet zo’n belangrijke rol. Alleen nieuws.nl en nrc.nl laten hier een wat groter aandeel zien.

Bij 45 procent van de berichten wordt een van de persbureaus als bron aangegeven. De websites van depers.nl, nos.nl en telegraaf.nl hebben een hoog aandeel ‘onbekend’. Wanneer deze en spitsnieuws.nl buiten beschouwing worden gelaten, stijgt het aandeel berichten van persbureaus naar 73 procent.

 

Diversiteit

Diversiteit is in dit onderzoek gemeten aan de hand van een indeling in onderwerpcategorieën. In totaal zijn er 16 verschillende categorieën onderscheiden, van financieel, politiek en sportnieuws tot nieuws over criminaliteit & veiligheid en cultuur.

Tabel 6: diversiteit en meest voorkomende onderwerpen

Nieuwstitel (gerangschikt op diversiteit) Criminaliteit & veiligheid (in procenten) Financieel (in procenten) Sport (in procenten) Human interest (in procenten) Rest (totaal van overige 12 categorieën in procenten) Diversiteit (D)
Internet 14,4 12,5 13,4 11,8 47,9 0,904
nrc.nl 6,1 14,3 8,2 4,1 67,3 0,903
nieuws.nl 11,1 14,5 14,5 12,8 47,0 0,901
volkskrant.nl 13,4 13,4 4,5 9,0 59,7 0,897
nd.nl 14,8 7,4  0,0 3,7 74,1 0,894
ad.nl 14,8 17,8 5,3 13,0 49,1 0,894
refdag.nl 15,8 11,9  0,0 6,9 65,3 0,892
depers.nl 15,4 15,4 15,9 10,8 42,6 0,890
trouw.nl 10,7 16,8 17,6 3,1 51,9 0,890
nu.nl 15,1 8,5 19,8 15,1 41,5 0,883
telegraaf.nl 22,9 4,8 9,6 18,1 44,7 0,876
metronieuws.nl 9,8 20,5 24,1 3,6 42,0 0,863
nos.nl 8,2 8,2 29,9 13,4 40,2 0,853
spitsnieuws.nl 19,2 2,6 14,1 30,8 33,3 0,834
Radio 17,0 10,2 9,4 6,8 56,6 0,896
Radio 1 7,1 10,7 17,9 5,4 58,9 0,882
Radio 538 22,2 3,2 9,5 9,5 55,6 0,873
Slam!FM 27,9 4,7 4,7 4,7 58,1 0,872
BNR Nieuwsradio 13,7 19,2 5,5 6,8 54,8 0,861
Televisie 14,3 11,4 5,7 5,7 62,9 0,900
NOS Journaal 14,6 9,8 9,8 4,9 61,0 0,894
RTL Nieuws 13,8 13,8  0 6,9 65,5 0,889
Teletekst 20,0 13,3 1,7 6,7 58,3 0,876
NOS-teletekst 12,8 15,4 2,6 7,7 61,5 0,884
RTL-teletekst 33,3 9,5  0 4,8 52,4 0,807
Totaal 14,9 12,2 12,2 10,7 49,9 0,905

In tabel 6 is te zien welke onderwerpen het meest voorkomen. Een aantal categorieën krijgt de meeste aandacht: 50 procent van de totale berichtgeving gaat over nieuws in de categorieën criminaliteit & veiligheid, financieel nieuws, sportnieuws en human interest. Voor een indicatie van de diversiteit is gebruik gemaakt van de diversiteitsindex Simpson’s D. Bij een waarde van 1 zijn alle berichten evenredig over de 16 verschillende onderwerpcategorieën verspreid en is de diversiteit dus optimaal. De diversiteitscore laat zien dat het aanbod van nieuws over de gehele linie (mediatypen en nieuwstitels) met 0,905 divers te noemen is.

Nrc.nl is de meest diverse nieuwstitel op internet, op de voet gevolgd door nieuws.nl. Spitsnieuws.nl is de minst diverse van de nieuwstitels, dit komt doordat 30 procent van de berichtgeving binnen één categorie valt, namelijk ‘human interest’. In deze categorie valt nieuws dat bestaat uit leuke wetenswaardigheden (‘Nederlandse wint online 4,3 miljoen’) en nieuws over beroemdheden (‘Chace Crawford meest begeerde vrijgezel’). Nos.nl valt met zijn diversiteitscore lager uit door de redelijk grote focus op sportnieuws.

RTL-teletekst en Slam!FM zijn de nieuwstitels die op 18 juni de meeste aandacht besteden aan nieuws omtrent criminaliteit & veiligheid. Financieel nieuws speelt vooral een grote rol bij metronieuws.nl (20,5 procent) en bij BNR Nieuwsradio (19,2 procent). Opvallend is dat vier nieuwstitels deze dag geen aandacht besteden aan sportnieuws. Dit zijn nd.nl, refdag.nl, RTLteletekst en RTL Nieuws.

 

Gebeurtenissen op 18 juni

Hoeveel gebeurtenissen speelden er op 18 juni 2009? In een vervolgstap van het onderzoek zijn alle nieuwsberichten gecodeerd op gebeurtenis. Dit coderen heeft zich afgespeeld op twee niveaus. Een voorbeeld zal dit duidelijk maken. Op 18 juni kwamen verschillende berichten in het nieuws die te maken hadden met de Mexicaanse griep. Zo ging het over het cruiseschip dat in quarantaine lag bij La Isla Margarita, de onduidelijkheid over het wel of niet kopen van de virusremmer Tamiflu door Minister Klink en de opname van een patiënt met Mexicaanse griep in een Gronings ziekenhuis. Deze drie op zichzelf staande gebeurtenissen zijn in eerste instantie afzonderlijk gecodeerd, maar vallen onder de overkoepelende gebeurtenis ‘Mexicaanse griep’ en hebben vooral om die reden nieuwswaarde. Slechts een deel van de gebeurtenissen kan op deze manier op een hoger niveau worden samengevat. Veel gebeurtenissen vallen niet onder een grotere noemer, zoals de berichten ‘Minder drugstoeristen in Terneuzen’ en ‘Kind onder omgevallen betonnen muur’. Deze twee berichten staan dan ook voor twee gebeurtenissen. De term ‘gebeurtenis’ kan dus zowel breed als eng opgevat worden.

Mate van aandacht

Op 18 juni 2009 zijn er in de brede opvatting in totaal 514 gebeurtenissen. Hierbij zijn dus enkele gebeurtenissen op een hoger niveau samengevat tot één gebeurtenis. Van deze gebeurtenissen wordt meer dan de helft (285) alleen door één nieuwsbericht besproken. Het is 71 keer voorgekomen dat er twee berichten zijn gewijd aan dezelfde gebeurtenis. Ongeveer 10 procent van de gebeurtenissen is door zeven of meer berichten gemeld.

De meest voorkomende gebeurtenissen zijn de Mexicaanse griep, de Iraanse verkiezingen, de zaak rondom de inval bij een journalist en de ontuchtzaak van Benno L. Per nieuwstitel is te zien hoeveel nieuwe berichten aan het betreffende onderwerp zijn gewijd (tabel 7).

Tabel 7: meest voorkomende gebeurtenissen (in aantal berichten)
Nieuwstitel (gerangschikt op aantal berichten Mexicaanse griep) Mexicaanse griep Iraanse verkiezingen Inval bij journalist Ontuchtzaak zwemleraar Benno L. Anders
Internet 52 42 42 35 1266
ad.nl 6 4 7 5 147
depers.nl 5 6 4 4 176
telegraaf.nl 5 3 6 4 170
nieuws.nl 5 2 3 2 105
refdag.nl 5 6 3 2 85
volkskrant.nl 5 4 2 1 55
trouw.nl 4 5 3 5 114
metronieuws.nl 4 4 5 4 95
nu.nl 3 0 1 2 100
spitsnieuws.nl 3 0 2 3 70
nrc.nl 3 4 2 1 39
nos.nl 2 4 2 2 87
nd.nl 2 0 2 0 23
Radio 18 10 12 11 184
BNR Nieuwsradio 5 4 4 3 57
Radio 538 5 1 3 2 52
Slam!FM 5 1 2 4 31
Radio 1 3 4 3 2 44
Televisie 9 6 3 3 49
NOS Journaal 5 4 1 1 30
RTL Nieuws 4 2 2 2 19
Teletekst 3 4 4 4 45
NOS-teletekst 2 3 2 2 30
RTL-teletekst 1 1 2 2 15
Totaal 82 62 61 53 1544

De Mexicaanse griep komt bij elke nieuwstitel voor. Met uitzondering van RTL-teletekst besteden alle nieuwstitels meerdere berichten aan dit onderwerp. Het nieuws omtrent de Iraanse verkiezingen wordt door enkele nieuwstitels niet genoemd: zowel nu.nl, spitsnieuws.nl als nd.nl berichten hier niet over in de gemeten periode. Een andere grote gebeurtenis was de zaak rondom de inval bij een journaliste van de Telegraaf en een oud-medewerker van de AIVD naar aanleiding van het lekken van staatsgeheimen. Alle nieuwstitels staan hierbij stil. De laatste grote gebeurtenis is de ontuchtzaak van zwemleraar Benno L. Deze zaak kreeg vóór 18 juni al veel belangstelling, maar ook op deze dag hebben alle titels hier ruimschoots aandacht aan besteed.

 

Casestudies

Er zijn enkele gebeurtenissen geselecteerd om na te gaan welke nieuwstitel het bericht als eerste bracht en hoe lang het duurde voordat andere nieuwstitels ook met het onderwerp kwamen. Hiervoor zijn geen samengevatte gebeurtenissen gebruikt, dus geen gebeurtenissen die uit meerdere gebeurtenissen op een lager niveau bestaan. Om een zo natuurlijk mogelijk beeld te geven, moeten de gebeurtenissen onverwacht zijn, dus niet al eerder direct of indirect zijn aangekondigd. Dat de herverkiezing van Barroso zou plaatsvinden tijdens de EU-top was al lang van te voren bekend en valt hier dan ook niet onder. Ook de bijeenkomst voor ouders van mogelijke slachtoffers in de ontuchtzaak Benno L. was al vóór 18 juni bekend.

Onderstaande figuur toont de nieuwsstroom van vijf gebeurtenissen. Op 18 juni werd bekend gemaakt dat vanwege de Mexicaanse griep het cruiseschip Ocean Dream voor het Venezolaanse eiland La Isla Margarita in quarantaine was gezet. Het bericht werd midden in de nacht gepubliceerd door depers.nl en heeft wat langer nodig om te worden opgepikt door de andere nieuwstitels. Uiteindelijk hebben de meeste nieuwstitels het bericht om 8 uur gepubliceerd.

Nieuwsverspreiding

Het nieuws dat er twee verdachten waren gearresteerd inzake het mogelijk lekken van staatsgeheimen hield de gemoederen op 18 juni bezig. De dag begon met de bekendmaking van de arrestaties. Depers.nl was er van de door ons geanalyseerde nieuwstitels het snelst bij. Het nieuws werd, zoals de grafiek laat zien, snel opgepikt door de andere nieuwstitels: in ruim een uur zijn er 15 nieuwstitels die over de kwestie berichten. De opvallende laatkomer om 16 uur is RTL Nieuws.

Eén van de toponderwerpen van de dag was de vermoedelijke ontuchtzaak van de Bossche zwemleraar Benno L. Net na 15 uur publiceerde depers.nl dat het huis van de zwemleraar was ontruimd op verzoek van zijn vriendin. Binnen een uur was dit opgepikt door 10 nieuwstitels. Een aantal nieuwstitels publiceerde het nieuws later, met als laatste tijdstip 23 uur.

De laatste gebeurtenis die hier wordt behandeld is van de piloot van luchtvaartmaatschappij Continental Airlines die tijdens de vlucht van Brussel naar Newark (New Jersey) overleed. Twee copiloten zetten het vliegtuig uiteindelijk veilig op de grond. Dit bericht werd als eerste gepubliceerd door spitsnieuws.nl om 17.13 uur. De grafiek laat zien dat binnen één uur 11 nieuwstitels het bericht hebben gepubliceerd, na twee uur zijn dat er 17. Het bericht van de overleden piloot kent een lang verloop, uiteindelijk is er nog één titel die het bericht om 24 uur als nieuw bericht brengt.

Op een uitzondering na, heeft de helft van de nieuwstitels binnen een uur na het verschijnen van een eerste bericht eveneens een bericht geplaatst. Bij het cruiseschip in quarantaine duurde het wat langer. Dit kan komen doordat het eerste bericht midden in de nacht is geplaatst of doordat er eerst een link werd gelegd met de Mexicaanse griep. Dit laatste zou erop kunnen duiden dat een bericht dat een op zichzelf staande gebeurtenis behandelt sneller kan worden verspreid dan een bericht dat eerst in een groter geheel moet worden geplaatst.

 

Conclusie

In eerste instantie zouden bij dit onderzoek ook de oorspronkelijke persberichten betrokken worden. Helaas hebben de verschillende persbureaus besloten hier niet aan mee te werken. Hierdoor ontbreekt een analyse van het aanbod aan persberichten op 18 juni en blijft een aantal vragen onbeantwoord. Welke persberichten worden gekozen en welke niet? Hoe groot is de kans dat een willekeurig persbericht wordt overgenomen en in hoeverre houdt dat verband met tijdstip en onderwerp?

Desalniettemin laat deze quickscan zien dat er in 2009 een groot aanbod aan diverse onderwerpen uit Nederland en de rest van de wereld is. Mensen kunnen het actuele nieuws permanent volgen en scannen of er iets belangrijks is gebeurd. De snelheid waarmee nieuwstitels actuele berichten plaatsen, laat in de loop van de dag nieuwe nieuwsagenda’s ontstaan. De nieuwe invulling van “actueel” als een verversing van het nieuws op meerdere momenten van de dag, leidt ertoe dat papieren dagbladen en televisiejournaals als het gaat om actuele gebeurtenissen, niet langer leidinggevend te noemen zijn.

De dynamiek achter de actualiteit heeft tot gevolg dat berichten korter en de gebeurtenissen die aanleiding waren voor een bericht steeds geïsoleerder worden. Dit heeft tot gevolg dat de context niet altijd kan worden meegeleverd. Er wordt niet meer afgewacht hoe de AEX of Wall Street aan het eind van de dag sluit; tussenstanden zijn aanleiding voor actuele berichten. De scheidslijn tussen actueel nieuws en achtergrond is daardoor alleen maar groter geworden.

Persbureaus zijn de motoren achter het actuele nieuws. Het onderzoek uit de VS waarover in de inleiding is gesproken, laat zien dat online nieuws van zoekmachines en omroepen bijna uitsluitend uit persberichten bestaat, maar dat nieuwszenders zoals CNN of dagbladen zoals New York Times op hun sites vooral eigen berichten plaatsen. Voor Nederland, waar we, anders dan in de VS, al meer dan twintig jaar aan de korte nieuwsberichten op teletekst gewend zijn, laat ons onderzoek zien dat er met betrekking tot bronvermelding geen eenduidige verschillen tussen de onderzochte websites kunnen worden aangewezen. In Nederland is het bijvoorbeeld niet zo dat alle websites van betaalde dagbladen vooral eigen berichten plaatsen. Gezien de grote mate waarin redacties gebruik maken van persbureaus is de indirecte macht van persbureaus om de publieke opinie in Nederland te beïnvloeden groot. Hierbij heeft vooral ANP een dominante rol.

Tot nu toe zijn redacties de poortwachters tussen nieuwsleveranciers en gebruikers. Echter door de toenemende behoefte aan permanente vernieuwing van het nieuws wordt het risico groter dat een redactie steeds minder tijd heeft om de persberichten te verifiëren en eventueel redactioneel te bewerken. Als om 9.27 uur een persbericht binnenkomt en een groot deel van de concurrerende nieuwstitels het bericht om 9.31 uur al op hun site heeft geplaatst, betekent het uitvoeren van onderzoek een verlies aan actualiteit. De rol van sommige redacties kan door de tijdsdruk worden gemarginaliseerd tot de rol van selecteur. Redacties bepalen welk persbericht geplaatst wordt, maar niet meer wat erin staat. Als ‘actueel zijn’ het primaire doel is, zijn de persberichten identiek aan de eindproducten die een gebruiker bereiken. De persbureaus produceren dus niet alleen kant en klare eindproducten; de mogelijkheden om gebruikers te bereiken wordt door de directe doorgifte nog verder vergroot.

De vraag is of persbureaus op deze manier niet te veel invloed hebben op de publieke opinie. Deze ‘publieke opinie’ kan worden gedefinieerd als de thema’s waar het maatschappelijke debat een oordeel over moet geven. De thema’s worden bepaald door nieuwsmedia. Media zijn in staat de thema’s te bepalen waar opinievorming over komt. In de communicatiewetenschap wordt ook wel over ‘agenda-setting’ gesproken.

Tot op zekere hoogte zijn persbureaus zoals ANP vergelijkbaar met zoekmachines op internet. Informatie van anderen wordt toegankelijk gemaakt en relevantie wordt eraan toegekend: voormalig ANP-hoofdredacteur Rob de Spa beargumenteert dat de veronderstelde afhankelijkheid van redacties van persbureaus juist positief moet worden ingevuld (CoMedia 117 (2006)). Het is volgens hem een goede ontwikkeling dat persbureaus veel werk uit handen van redacties nemen, deze kunnen zich daardoor weer op andere vlakken onderscheiden. Redacties bepalen misschien in mindere mate wat de thema’s van het maatschappelijke debat zijn, maar wel wat de context is en hoe het oordeel uitvalt.

Deel deze pagina